woensdag 29 september 2010

Mooi Twenthe (1925): Rijssen

RIJSSEN
Moge 't al waar zijn, dat sinds lange jaren geen wallen en grachten meer het oude vestingstadje Rijssen omsluiten, toch zal iedere natuurbewonderaar opmerken, dat dit typisch-landelijke stadje wordt omlijst door een krans van natuurschoon. Zouden de blauw-glooiende Holterberg, het Friezen-venne met den stemmigen Friezenberg, de Rijssensche Esch, het schilderachtige groene dal van Elsen, de smal vloeiende Regge en het landelijk Zuna niet in staat zijn vanuit Rijssen naar al die zijden toeristen te trekken?
Vanuit den verren omtrek zullen de drie hooge fabrieksschoorsteenen den vreemdeling wijzen op de industrie in Rijssen n.l. de jute-industrie, welke aan een zeer groot gedeelte van Rijssen's bevolking middel van bestaan verschaft. Bezichtigt men het oudere gedeelte - vooral de Haar, Bouwstraat en Walstraat - dan zal de eigenaardige huizenbouw opvallen en wel het meest ervan de naar den straatkant gerichte achterzijde der huizen. Dit zal zijn oorzaak wel hierin vinden, dat door de vroegere, uitsluitend haast landbouwende bevolking het meer aangename wonen (aan de straatzijde) werd opgeofferd om het nuttig gebruik der woning (het inrijden vanaf de straat door de groote achterdeuren naar ‘de delle’ te verhoogen.
Dat Rijssen eens een vesting was zal direct opvallen bij het opslaan van den plattegrond, waarop ‘het Schild’ als middelpunt staat aangegeven van een paar stratencirkels met verbindingsstraten. De stratencirkel Huttenwal, Watermolen, Enterstraat, Oranjestraat, Walstraat geeft nog de voormalige omwalling aan. Niet alleen het Schild, met z'n mooie oude kastanjeboomen, z'n stadhuis en hotels en de Hervormde kerk, doch meerdere kleine pleintjes geven het stadje iets landelijk-dorps. In den loop der jaren konden de met oude veldkeien belegde straten en vele ouderwetsche geveltjes niet gehandhaafd blijven terwijl na 't opruimen der wallen enkele oudheden als de Watermolen, de oude kerktoren, huize Bevervoorde eveneens verdwenen. Voor wie van oudheden houdt, zal een bezoek aan ‘de Krans’ met het oude overblijfsel van Bevervoorde, aan het kasteel de Oosterhoff, aan de Nederlandsch Hervormde kerk met z'n oude muren, graftombe en doopbekken, aan de woning ‘de Pol’ vroeger het huis Brandlicht met zijn, breede met mooi uitgesneden geslachtswapens versierde schouw, loonend zijn. Ook kunnen wij een wandeling door de typisch oude straten van Rijssen wel aanbevelen. Naast het oude van den bouw - ook het vasthoudende in de bouwwijze - zal dan ook dadelijk opvallen het vasthoudende in de oude kleederdrachten : vrouwen met ‘t jak aan, de kanten muts op 't hoofd, de oudere mannen met zwart pak, befje en witte klompen. Over het algemeen zal de donkere dracht opvallen.



Wie evenwel dit alles gezien heeft - en zoo hij er niet wat voor voelt - dit alles voorbijgezien heeft, zoude aan zichzelf en aan 't natuurschoon te kort doen, door niet naar buiten te trekken. Hoe gauw zal men dan reeds verrast zijn bij het bezichtigen van het volkspark, met z'n terras, laantjes, muziektent, vijver en het mooie ruime frissche Parkgebouw met concert-, conversatie- en leeszaal. Het bosch gelegen om het kasteel den Oosterhoff is ook een prettige lommerrijke wandelplaats en is tevens met z'n beuken- en eikenboomen een aangename afwisseling met de groote dennen-en sparrenbosschen in de omgeving. Vervolgens langs het mooi gelegen dagsanatorium, zal daarna de heerlijke dennenlucht uit de z.g.n. groene kruisboschjes tot een bezoek uitnoodigen. Men verzuime niet, wanneer men hier is de kleine waterpartijen te bezichtigen achter deze boschjes gelegen. Deze zijn hier ontstaan, door de vroegere leemkuilen, waaruit het leem voor de steenbakkerijen gegraven wordt. Schoone vergezichten heeft men vanaf de Rijssensche Esch over Rijssen en de Oostelijke omgeving; vanaf den uitlooper van dien Esch; de nieuwe Dennenkamp over de ruime heidevelden; den Friezenberg over de groene Borkelt, het Rijssensche Veen naar Holten en Nijverdal en de Biesterij met doorkijk in het Elsensche. Ook mag worden genoemd het Panorama vanaf het hotel Rijsserberg, vanwaar men in den zomer de Esch als één halmenzee van golvende aren vóór zich ziet, terwijl overal in den omtrek het donkere dennengroen de bruine heide omzoomt.
Onvolledig zoude het zijn, wanneer tenslotte niet de aan¬dacht werd gevestigd op den boschrijken Grimberg met het schilderachtige Notter en Zuna, waar langs de wegen - echt mooie typische landwegen - oude boerderijtjes half tusschen 't groen verscholen liggen en bouwland, weide, bosch- en heideplekjes elkaar voortdurend afwisselen. Doch onvolledig zal deze korte schets van Rijssen moeten blijven. Men moet het zelf gaan zien, dan zal men ondervinden, dat Rijssen en z'n omgeving telkens nieuwe verrassingen biedt, die zonder voorbereiding in een gids, door eigen ontdekking nog aantrekkelijker zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen