woensdag 29 september 2010

Mooi Twenthe (1925): Eerste rijwieltocht

EERSTE RIJWIELTOCHT
Bij het verlaten van het station Rijssen bemerken wij al dadelijk, dat wij in Twenthe zijn, in Twenthe, zooals het den vreemdeling dan toch welbekend is, als belangrijk industriegebied. Allereerst toch valt ons oog op de jutefabrieken der firma Ter Horst. Maar aangezien het er ons om te doen is, het, minder dan de Twentsche nijverheid bekende, natuurschoon van Twenthe op te zoeken, laten wij voor ditmaal de fabrieksgebouwen in den letterlijken en figuurlijken zin des woords links liggen, en bereiken al spoedig het middelpunt van Rijssen: het Schild, waaraan het Raadhuis en de oude Hervormde Kerk staan. De hotels Koenderink-Schutjen en De Kroon, eveneens daar te vinden, bieden gelegenheid, ons, voor wij den fietstocht door Twenthe aanvangen, te verfrisschen.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

De wegwijzer van den A.N.W.B. - een lichaam, dat ons telkens weer onschatbare diensten zal bewijzen op onzen verderen tocht - wijst ons welke richting wij moeten inslaan om Holten te bereiken. Die aanwijzing volgende, fietsen wij door het Haareind, een der meest typische gedeelte van Rijssen; vele huizen staan daar nog met het achtereind naar den weg gekeerd.
Op den driesprong vóór den spoorweg rijden wij rechtuit over den spoorweg en een klein eindje den grintweg naar Nijverdal op, om bij den molen het rijwielpad links in te slaan langs den Lichtenbergerweg. Biedt het Lichtenbergerveld, waarlangs ons pad voert, niet veel natuurschoon, vóór ons zien wij het beboschte heuvelland reeds uitnoodigend lokken. Wij rijden recht door, tot wij bij het dennenbosch zijn, waar wij het pad door de dennen volgen.
Men kan ook te voren linksaf een rijwielpad inslaan. Dit pad brengt ons bij den wegwijzer weer op de hoofdroute.
Wij komen uit op een breeden boschweg met rijwielpad, dat wij linksaf volgen, eerst door bosch, verder door heide. Bij den wegwijzer slaan wij rechtsaf langs den rand van Wulleberg en Blikkert. Afwisselend door dennen en heide en met nu en dan een mooi uitzicht naar het Oosten. Voorbij het landhuisje met rieten dak, dalen wij af naar Holten, dat wij reeds een tijdlang vóór ons zagen liggen.



Een eindje voorbij den wegwijzer wordt ons pad gekruist door een over den Holterberg aangelegden automobielweg. Wij kunnen dezen weg naar rechts volgen en komen dan dicht langs het hertenkolkje. Bij een steen, genummerd 10, vinden wij het rijwielpad van de Diepe Hel naar Holten, dat wij, links afslaande, bereiken. Volgt men den autoweg verder, dan komt men langs Huize den Berg van den heer A.Ph.R.C. baron Van der Borch van Verwolde, den burgemeester van Holten, bij de viaduct uit en bereikt onder deze door Holten. Men kan den autoweg, die de hoofdroute kruist, ook linksaf volgen en waar deze zich splitst rechts afslaan, Bij steen 18 komt men dan weer op de hoofdroute en kan of deze, of den autoweg verder volgen.
Na den spoorweg gekruist te hebben, rijden wij rechts langs het station en komen, vervolgens linksaf langs de zuivelfabriek rijdende, bij de kerk, midden in Holten uit. Hier slaan wij linksaf langs de hotels Holterman en Müller, het gemeentehuis en den molen. Bij den wegwijzer rijden wij rechtdoor den Markeloschen weg op, dien wij tot Markelo volgen. Aan onze rechterhand ligt de hooge Looker Enk, verder op de begroeide Beuzeberg of Zuurberg. Links en rechts van den weg blijft het terrein heuvelachtig en houtrijk.



Wil men ook naar Markelo gedeeltelijk langs rijwielpaden fietsen, dan rijde men bij den wegwijzer buiten Holten den weg naar Rijssen op. Na de spoorbaan gekruist te hebben, vindt men rechts een rijwielpad; er tegenover links komt eveneens een rijwielpad op den straatweg uit. Na een hoogen esch te zijn overgegaan en verschillende boerderijen te zijn gepasseerd, komen wij in een meer bebouwd terrein, waar wij op den viersprong linksaf slaan. Voorbij de boerderij Beltman rijden wij weer over een hoogen esch en slaan dan rechtsaf om langs bouwland, bosch en heide, den straatweg bij de Pop te bereiken en daar linksaf de hoofdroute te volgen.
In Markelo rijden wij rechtuit langs de kerk, waarachter de Markelerberg oprijst. Van dien berg hebben wij een mooi uitzicht. Vlak voor ons ligt het dorp, waaraan de berg zijn naam ontleent, terwijl wij meer rechts de Herikerberg met zijn donkere dennenbosschen ontwaren en daarvoor het golvend terrein van de Hulpe en de Hemmel. Ook Goor kan men zien liggen.
Bij het hotel Lichtendahl, waar tegenover het gemeentehuis ligt, slaan wij den rechtschen weg in door de buurtschap Beusbergen. Onze weg voert ons over een golvenden esch, links liggen de Hulpe en de Hemmel, verder noordelijk de Herikerberg. Wij rijden door de mooi gelegen buurt Stokkum en bereiken langs het station Markelo, dat wel wat heel ver van Markelo afligt, den grooten weg Diepenheim-Lochem. Wij mijden den drukken hoofdweg en fietsen bij den viersprong rechtuit door een mooie laan, die ons bij Huize Westerflier, bewoond door R. Graaf Schimmelpenninck, brengt.
Het tegenwoordige huis is in 1729 gebouwd door Joan van der Sluis. De familie Van der Sluis, die bij de oude sluis in de Schipbeek woonde, was door den houthandel rijk geworden. In 1530 wordt reeds een Joh. van Wermelo tot Westerflier genoemd. Later vindt men als bewoners de Van Hoevells tot Westerflier. Daar de eigenaars Katholiek waren, was Westerflier een z.g.n. slapende havezathe.
Wij rijden links om het huis heen en volgen verder het rijwielpad door een aardige laan, passeeren vlak bij het huis het bruggetje over de Regge, die hier in zijn prilste jeugd is en slaan na de bocht het dennenlaantje rechts met een rijwielpad in, om op den grintweg Diepenheim-Gelselaar uit te komen. Hier gaan wij linksaf en volgen den mooien, aan beiden zijden beboschten weg tot dicht bij Diepenheim. Bij den huize Warmelo van den heer Meijes, gaan we links het hek door, om langs de oprijlaan op den grooten weg bij het Kasteel Diepenheim, thans bewoond door Jhr. L.G. Schimmelpenninck, uit te komen.
Het huis Warmelo wordt het eerst genoemd in een charter van 1457. Het werd o.a. bewoond door de geslachten van Warmelo en Sloet. In 1883 werd het verkocht aan Louis Jules, Markiès d'Auriol, Prins van Parma. Het Huis Diepenheim is al vroeg bekend. In 1330 kwam het aan den Bisschop van Utrecht. Herhaaldelijk moest het huis eene belegering doorstaan. Na de afzwering van. Philips II werden de Staten van Overijsel eigenaren. Deze verkochten het aan Henrick Bentinck tot Werkeren. Een zijner nazaten liet het tegenwoordige huis bouwen. Later komt het huis door koop aan de Schimmelpenninck's. Merkwaardig is de achter het huis gelegen kasteelbelt, waartegen het kasteel gebouwd is.
De grintweg brengt ons verder in Diepenheim. Op den driesprong slaan wij links af langs het gemeentehuis. Wij kruisen den spoorweg en staan dan aan het begin van de oprijlaan van het kasteel Nijenhuis, eens het verblijf van den bekenden raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck, en thans nog door een nazaat bewoond. Het kasteel zien wij aan het eind der fraaie laan liggen.
Het Nijenhuis wordt het eerst genoemd in 1457, o.a. werd het bewoond door den protestantsche tak der Van Hoevells. Talrijke herinneringen bevat het huis aan dezen bekenden raadpensionanis uit den Napoleontischen tijd, Rutger Jan Schimmelpenninck. De tegenwoordige bewoner is L.H. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis. Door de terreinen van het Nijenhuis loopt de wandelweg van den A.N.W.B. Een heel mooi gedeelte, waartoe men, om er gebruik van te mogen maken, echter voorzien moet zijn van de toegangskaart van dien Bond. Aan het begin van de oprijlaan van Nijenhuis staat op de plaats van de oude havezathe Peckedam, thans de villa van dien naam.
Links af slaande, kunnen wij langs den grintweg Goor bereiken. Maar we hebben het er nu eenmaal op gezet de voorkeur te geven aan het rijwielpad en rijden dus bij het begin der laan van het Nijenhuis rechts.
Wie den grintweg naar Goor wil volgen - een zeer mooien weg, die langs de bosschen van het Nijenhuis en het Weldam loopt - sla bij de tweede bocht rechts de laan in langs Kasteel Weldam. Voorbij het kasteel, na het hek bij de boerderij doorgegaan te zijn, rijde men rechtuit tot den viersprong bij den spoorweg. Daar linksaf rijdende, bereikt men, langs de zuivelfabriek Weddehoen en den molen, Goor. Slaat men bij het gemeentehuis van Diepenheim linksaf een weg in, die later in een rijwielpad overgaat, dan komt men ten slotte dicht bij Goor op den grintweg uit.
Op den eersten den besten viersprong nemen wij den weg links, die ons langs de boschwachterswoning van het Nijenhuis bij den Watermolen van Diepenheim brengt, het laatste gedeelte langs een rijwielpad. Als we geluk hebben, kunnen we de schilderachtig gelegen molen in werking zien. Wij volgen nu verder het rijwielpad door een houtrijk terrein, gaan eerst rechtsaf en na de bocht bij de boerderij links. Na een bruggetje te zijn overgegaan, komen we, rechts afslaande, op een ander rijwielpad uit, dat we links volgen en dat ons door bosch en langs rustiek gelegen boerderijen, o.a. het ‘los hoes’ Groot Hedde, op een harden weg brengt, dien wij rechtuit volgen, om een eindje verder linksaf te slaan. Bij een boerderij gaan we het hek door en houden verder den fraaien weg door de Weldammerbosschen en langs het kasteel Weldam van den graaf van Aldenburgh Bentinck.



Weldam wordt reeds in een charter van 1389 vermeld. Het werd o.m. bewoond door de geslachten van Twickel en Ripperda. Toen Unico Willem graaf van Wassenaar tot Twickel het huis van den laatsten Ripperda erfde, kwamen Twickel en Weldam in eene hand. Veel werden huis en park verfraaid, toen het bewoond werd door W.C.Th.O. graaf van Aldenburg Bentinck en Waldeck-Limpurg, heer van Middachten, aan wiens zoon het kasteel thans behoort. Dicht bij het Weldam ligt het thans onbewoonde huis Wegdam, eens bewoond door het aloude geslacht der Van Coevorden's. Thans maakt het een deel uit van Weldam.
Bij de woning van den Rentmeester bereiken wij den grintweg Diepenheim-Goor, dien wij rechtsaf volgen. De weg loopt nog een eind langs de Weldammer bosschen, verder langs verschillende villa's en na den spoorweg gekruist te hebben, zijn we al spoedig in Goor, waar hotel De Engel ons gelegen¬heid biedt van onze vermoeidheid uit te rusten.

Laat niet als dank voor 't aangenaam verpoozen
Den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen