dinsdag 28 december 2010

Ons Dinkelland (1926): Achtergrondinformatie, Voorwoord

ACHTERGRONDINFORMATIE

De auteur van Ons Dinkelland, Johannes Bernardus Bernink (1878-1954), vooral bekend als Meester Bernink, was een grootheid op het gebied van natuurstudie en geologie. Als zoon van een schoenmaker lukte het hem de onderwijzersakte te halen. Al op jonge leeftijd raakte hij ‘gebiologeerd’ door de natuur. Hij werd verzamelaar van planten, vogels, insecten en later ook van stenen. Hij begon al snel te publiceren – hij schreef makkelijk, in een stijl die volgens de al even vlot schrijvende publicist Adriaan Buter deed denken aan Guido Gezelle. Niet vreemd dat in Ons Dinkelland ook gedichten van Gezelle zijn opgenomen.
Zijn publicaties in De Levende Natuur brachten hem in contact met grote namen op het gebied van natuurstudie en geologie waaronder E. Heimans en Jac. P.Thijsse.
Zijn grote verzameling wist hij onder te brengen in een museum, Natura Docet, waarvan hij directeur werd en dat tegenwoordig het oudste regionale natuurhistorische museum in Nederland is.
Voor meer informatie over J.B. Bernink zie de biografie geschreven door Adriaan Buter en de herinneringen van dochter Heleen Bernink, die haar vader opvolgde als museumdirecteur.


Afbeelding: Bernink in 1948 geschilderd door A. Palthe

De eerste druk van Ons Dinkelland verscheen in 1916. Twee jaar later kwam een tweede gewijzigde druk uit. De sterk uitgebreide en bewerkte derde druk uit 1926 is gescand en wordt hier op dit weblog weergegeven.
Een fotografische herdruk werd in 1978 door Ver. Natuurmonumenten uitgebracht.

Kaarten: Bij het boek behoren een 'Plantenkaartje van Denekamp' (hieronder weergegeven) en een Geologisch Schetskaartje van Ons Dinkelland, dat aan het hoofdstuk over geologie is toegevoegd. Aan een aantal hoofdstukken zijn fragmenten toegevoegd van de Wandel- en fietskaart van Denekamp en omstreken (Schaal 1:25000) uit 1930 en van de Wandelkaart van Ootmarsum en omstreken (1923).





VOORWOORD

Voor den 1sten druk.
Het voor U liggende boek wil in een 20-tal hoofdstukken een bewijs geven van de rijkdom van Oost-Twente op Natuur-historisch-gebied. zooals dat voor een ontwikkelde leek van belang mag worden geacht.
Voor wie het boekje geschreven is? In de eerste plaats voor de Twentenaren zelve, die er uit mogen leeren, hoe schoon en rijk hun geboortegrond is en die er zich door mogen aangespoord gevoelen ontspanning en sterkte te zoeken in de natuur, ze lief te hebben en te beschermen. In de tweede plaats voor de talrijke pensiongasten, die hun vakansie in de Lutte en Denekamp doorbrengen en voor wie een intiemere kennis van de natuur het genot der vrije dagen verhoogt. En in de derde plaats voor hen in Nederland. die een plekje zoeken, waar de natuur nog in het ongestoorde bezit is van haar vroegere rijkdom; waar de interessante flora, fauna en geologie kan wedijveren met andere bevoorrechte plekjes van ons Nederland, zooals b.v. Texel en Zd.Limburg.
Het boekje is ontstaan na een twintigjarige waarneming en verzameling in de omgeving van Denekamp. Wat het aan illustraties mist kan het Museum Natura Docet veel beter en rijker met voorwerpen aanvullen. De lezer zij hierop bedacht, als hij een der wandelingen wil maken.
Tot mondelinge toelichting. voor verbetering en aanvulling is gaarne genegen
Uw dw.
J. B. BERNINK.

Voor den 2en druk.
Dat na twee jaar een nieuwe oplaag zou noodig zijn, hadden wij niet durven hopen.
Door de tekst uit te breiden en een zevental oude door vierentwintig nieuwe illustratie' s te vervangen, dachten wij een verbeterde uitgave te leveren.
De pen- en krijtteekeningen van den kunstschilder Bolink uit Enschede; de foto's van den heer Bins uit Amsterdam zijn geheel belangeloos ter reproductie voor Ons Dinkelland afgestaan en het blijft aan den lezer overgelaten te beoordeelen hoe deze aan de artistieke uitvoering van het geheel ten goede komen.
Moge deze uitgave in dit nieuwe kleed een even gunstig onthaal vinden als de eerste en nog meer vrienden voegen aan de schattenrijke natuur van ons nooit volprezen Dinkelland.
B.
Lente 1918.

Voor den 3den druk.
Deze is met meer dan 80 teekeninqen, foto's en 40 pagina's tekst uitgebreid. Drie nieuwe hoofdstukken zijn toegevoegd. Andere zijn omgewerkt. Een Geologische kaart is ingelegd. De Planten-, Vlinder- en Vogellijsten zijn vervallen, omdat er slechts door zeer enkelen gebruik van werd gemaakt.
Veel dank ben ik verschuldigd aan de heeren Maurits Staring, B.H. Bolink en W.H. Dingeldein, die door hun teekeningen het boek zóó versierd hebben. dat het een lust voor de oogen en een gemak voor de hersens zal wezen de tekst te begrijpen. De bloementeekeningen zijn bijna allen van den heer Dingeldein; ook de Geol. kaart. terwijl hij bij den opzet van 't boek en het nazien der drukproeven steeds behulpzaam is geweest.
Dat het in deze nieuwe gedaante veel lezers moge vinden, is den wensch van
den Schrijver.
Paschen 1926.


Plantenkaart (2x klikken voor vergroting)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen