dinsdag 16 april 2013

Gids voor Twente (1917): Ootmarsum

OOTMARSUM.

In mijn jeugd, toen ik Ootmarsum nog niet kende, had dit afgelegen landstadje voor mij iets geheimzinnig bekoorlijks. Ter Haar's gedicht “Een landschap bij ondergaande zon, avondwandeling in de omstreken van Ootmarsum" had mij geschilderd, hoe mooi het daar was. Hoeveel aardige zeden uit goeden ouden tijd zouden daar niet bewaard zijn, waar de oude Moederkerk met haar schoone plechtigheden en symbolen, met haar jaarkrans van heiligendagen, een waas van poëzie uitspreidt over het leven. Geschiedenis en sage zouden er fluisteren van vervlogen eeuwen en grauwen voortijd. Op gevorderden leeftijd, toen ik mijn sprookjesoogen had verloren, zag ik Ootmarsurn voor de eerste maal, maar de poëzie, die over stad en landouw gezweefd hadden, is niet verdwenen.

Nijverheid en landbouw zijn de bronnen van bestaan. Aan den weg naar Denekamp bij de stad is de Twentsche damast-, linnen- en katoenweverij; dan zijn er nog bleekerij, 3 sigarenfabrieken, een zuivelfabriek, een cichoreifabriek en een steenbakkerij.
Op de Markt staat het Stad huis (uit de 18de eeuw). Het bevat een waardevol archief, een paar zilveren bekers (1670), een drinkhoorn (1663) en een portret op doek van Odemarus, Koning der Franken, die hier Anno 126 zou overleden zijn. Dichtbij vinden we nog een paar oude gevels van baksteen met zandsteenversiering uit de 17e en 18e eeuw. Een oud huis van 1573 heeft op een balk boven den ingang de Latijnsche spreuk als huiszegen : “Si Deus pro nobis quis contra nos."


Afbeelding: R.-Kath. Kerk te Ootmarsum

Merkwaardig is de zeer oude R. K. kerk, waarvan 't Romaansche schip al uit de 12e eeuw moet heugen, terwijl het Gothische koor uit het begin der 15e eeuw is; de Sacristie is geheel van Bentheimer steen. Zoowel in- als uitwendig is dit bedehuis rijk versierd. Mooi is het Zuiderportaal. Een kogel in den kerkmuur verhaalt van Maurits beleg in 1592. Nog eens is deze vesting op de Spanjaarden veroverd in 1597. Het plein om de kerk is mooi belommerd. Een beetje naar achter aan de Ganzenmarkt staat de Herv. kerk (van 1810), waarin een mooien preekstoel met koperen lezenaar is uit de 17e eeuw. De overlevering verhaalt, hoe ijverig de Roomschgezinden baden, toen in 1809 het besluit der teruggave van de groote kerk zou vallen, hoe de menschen buiten de stad van afstand tot afstand in de boomen zaten, om elkaar als met zwaluwvlucht de tijding toe te roepen.


Afbeelding: Bergput en Herv. Kerk te Ootmarsum


Afbeelding: Bergput in Ootmarsum

Bij de Herv. kerk ligt ook de pastorie met haar mooien tuin vol vruchtboomen en sierheesters, omgeven door een muur. 't Is een lief intiem hoekje. Daar achter in een oud buurtje zie je een der "bergputten", op een der hoogste punten, met wip en zwengel, schier een Middeleeuwsche verschijning. Schilderachtig is het langs het paadje, dat achterom de stad loopt, met het uitzicht in antieke achterbuurtjes met hellende stralen, op den gezelligen rommel achter oude huizen en naar buiten over de hoven neer in groene beemden.
In de R. Kath. pastorie bewaart men een verguld zilveren monstrans, die in 1404 door Bernard van Bentheim werd geschonken aan het klooster Frenswegen.


Afbeelding: Aan den Achterwal in Ootmarsum


Afbeelding: Deftig burgerhuis aan den Achterwal in Ootmarsum

Aan den westkant van Ootmarsum verheffen zich de heuvels. Hier begint een hoogterras met oudere kern, dat zich N. waarts tot bij Wilsum in 't Duitsche land uitstrekt; over de grenzen is het meest met heide bedekt, in ons land is het vruchtbaar, houtrijk en goed bevolkt. Een dunne laag diluvium (grint en zand) overdekt hier een kern van tertiaire
vormingen, n.l. grijze leem, die bezonken moet zijn uit zeewater, immers men vond daarin zeeschelpen, haaientanden en beenderen van walvischachtige dieren. Op dien bodem verbouwt men prachtige rogge; ook aardappelen, boonen en tarwe tieren er welig. 't Is het land van den Twentschen roggebouw. De omstreken van Ootmarsum zijn van ouds om hun uien bekend, zooals die van Oldenzaal om hun sluitkool; de bewoners van beide plaatsen schelden elkaar als "siepels" en "boeskool". Aan den voet der leemrijke bergen ontspringen bronnen, waar de najaden een beekje doen vloeien, dat vroolijk naar beneden dartelt en spelend het rad van een watermolen draait.

Ten W. van het stadje klimt de weg naar Almelo tegen de bergen op. De eerste is de Kuiperberg met het hoogste punt terzij van den weg bij het Israëlitisch kerkhof, dat omgeven is door wilde eiken; voor ziet men de staande zerken met de Hebreeuwsche karakters in het lommer der boomen, achter is 't een varenwildernis. 't Is een prachtig panorama; beneden in het dal ligt Ootmarsum tusschen twee windmolens uitgebreid; verder donkergroene bosschen, lichtgroene weiden, gele korenesschen en daarachter in wazig blauw de Duitsche bergen, de fabrieksschoorsteenen van Nordhorn (op een eilandje in de Vecht) met de blauwe hemel en de kleurige wolken daarboven; ver naar 't O. “in 't zeegroen van de kimmen, waar de maan reeds op gaat klimmen, heft zich Bentheims rots omhoog." (ter Haar).


Afbeelding: Uitspanning 'Het Tichelwerk' bij Ootmarsum

Aan den voet, over den weg, is de uitspanning het Tichelwerk, nu geen steenbakkerij meer. Steenbakkerijen, van de tertiaire leem, komen in deze streken nog al voor.
Achter den Kuiperberg (naar 't W.) is de Heezeberg met een mooi vergezicht over heel Twente. Zuidwaarts rijst uit de korenvelden de Zonneberg op, naar men meent in den grauwen voortijd een heidensche offerplaats. Naar 't N. W. ziet men den Roezeberg, met dennen begroeid.
Naar dien kant, aan den zandweg naar Tubbergen, vindt men in 't Oppersveld nog een Romeinsche legerplaats, de Schans genoemd, waar een metalen lansspits en een penning van Keizer Posthumus zijn gevonden. Uit nog ouder tijd zijn de grafheuvels en de keienvloer (of gewelf?) hier kort geleden ontdekt.

Aan den weg naar Vasse is de Hazelbekke, een oude hofstede met grijzen watermolen, waar een helder beekje koren maalt, schilderachtig tusschen zware eiken, als op Ruysdaels tafereelen.
Door Nutter, over bergen met mooie vergezichten en door vriendelijke dalen, komt men in Hezinghe bij een cichoreifabriek, gedreven door een beekje, dat de turbine doet draaien. In 't heuvelige Springendaalsche veld, aan den voet der Hezingher bergen zijn de bronnen van een beekje, dat afvloeit naar de stoomwasscherij "het Springendal" met zijn blanken vijver, waarin karpers en goudwinden spelen. Iets links van den Uelzer zandweg, nabij de rijksgrens, ligt tusschen hooge kastanjes en acacia's de ruïne van een jachtslot, de Ark.

Merkwaardig is de buurtschap Brekkelenkamp met zijn grootendeels Protestantsche bevolking, die naar Ootmarsum ter kerk gaat. Een binnenpad met vondertjes over de lage wei vlakte aan de Dinkel is de kortste weg. In dezen uithoek met zijn half-Duitsch dialect, zijn oorspronkelijke kleederdracht, zijn mooie hofsteden in afwisselend landschap, zijn oude zeden en gebruiken tot in onzen tijd bewaard: het spinnen en weven, het bakken in eigen oven, de nieuwjaarskoeken, enz. Onbewoond ligt daar het oude vervallen kasteel, omringd door grachten vol riet; in het bosch zijn twee grafsteden van den heer Zegers en zijn echtgenoote, die hier in 't begin der 19e eeuw woonden. 't Is als een sprookjesslot in een buurt uit vroeger eeuwen. En over de grenzen! Als een sprookje is ook de ruïne van het slot Lage in een kleed van klimop met het aardige kerkje daarbij; ook het oude klooster Frenswegen bij Nordhorn aan den oever der Vecht.
Daar is veel poëzie in dit vergeten landstadje en zijn omgeving. Hier klinkt nog van den eersten Advent tot Kerstavond de Midwintershoren over de schemerige velden. Hier leven nog de oude verhalen, die pastoor Geerdink uit den volksmond heeft opgeteekend, b.v. van dien boerenzoon uit Tilligte, die als bloemist-boomkweeker te Haarlem werkzaam, door Czaar Peter werd meegenomen naar Rusland. Hoe zijn oudere broer, bezorgd dat hij in 't vreemde land het Roomsche geloof zou verliezen, met een schoolkameraad heel naar Moskou toog. En zoo meer.
In Ootmarsum is nog het "vleugelen" op Paschen in zwang; onder het zingen van kerkelijke liederen trekken de burgers hand aan hand van de Paaschwei, soms in lange rij door een huis of om de middeldeur. En in den Oudejaarsnacht om 12 uur gaan ze weer in optocht door de straten met den nachtwacht aan de spits, samen een berijmden heilwensch zingend.



Afbeeldingen boven en onder: Aan den Achterwal in Ootmarsum



Ten Z.O. der stad lag eens het Huis te Ootmarsum , een commandary der Duitsche Orde, gesticht in 1290. Het moet hier eenmaal mooi zijn geweest met standbeelden, springbronnen en fonteinen; in het bosch was een wildbaan in de dagen, toen graaf Sigismund van Heyden-Hompesch, de laatste Drost van Twente, hier resideerde. Hij wordt beschreven als een onderdrukker der Katholieken, een ware Antiochus. Hij zou een pater uit Vreden naakt aan een boom bij de wildbaan hebben laten binden. Twee maagden uit Borne, Anna en Geertruida Hesselink, waren in 't Munstersche ontweken om Katholiek te worden. De Drost liet ze oplichten en in den kerker op 't kasteel Ootmarsum opsluiten. In den Nieuwjaarsnacht van 1777 ontvluchtten ze over 't ijs der gracht. De graaf dreigde het kerkhuis in Ootmarsurn te sluiten, als ze niet terugkeerden en hij deed dit ook. Nu togen de Roomschen 3 uur ver, soms tot aan de knieën door de sneeuw wadend, naar Neuenhaus ter kerk. Eindelijk, op Zaterdag vóór Paschen, werd van hoogerhand ontsluiting van 't kerkhuis gelast.
Toen de familie met graaf Sigismund uitstierf en het huis werd verkocht en gesloopt (1811-’12) zagen velen daarin de straf des Hemels en de vervulling eener profetie, dat van het kasteel geen steen op den anderen zou blijven.
Ds. Jac. van Loo, die van 1777-1797 predikant was in Ootmarsum, vertelt in zijn merkwaardig Dagboek ook van zijn bezoeken op het Huis en naast veel uit zijn inwendig en huiselijk leven, van den last der inkwartiering van Hannoveranen en Franschen.
Ook Ds. P. van de Haar uit Denekamp heeft aanteekeningen over dien tijd: De Hannoveranen deden geen kwaad; de Engelschen hadden de kerk tot een hospitaal gemaakt en de banken op 't kerkhof verbrand; de Fransche huzaren, die wekenlang bleven, waren een bandelooze troep.
Het is zeer te betreuren, dat dit plaatsje met zijn prachtige omgeving nog steeds verstoken is van een hedendaagsch communicatiemiddel. Te hopen is het, dat de ontworpen trambaan Denekamp – Ootmarsum – Tubbergen - Almelo weldra tot stand komt, waardoor de bekoorlijkheden van deze streek voor een ieder te bereiken zullen zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen