maandag 22 april 2013

Gids voor Twente (1917): Weerselo

WEERSELO.

Weerselo is een herhaling van het Twentsche ganzenland der Reggevallei. Het is een rijk bewaterd land, waardoor de beekjes vloeien, die van de hoogten onder Lonneker afkomen en naar beneden de Loo-Lee vormen. De weiden langs haar oevers staan te wintertijd blank of worden opzettelijk bevloeid. Hier is alzoo meer broekland dan hei. Langs de watertjes en langs de groene wegen staan lange rijen populieren en wilgen, die aan vele klompenmakers materiaal geven. Bij de hofsteden, waaronder nog tal van losse huizen, uitwendig kenbaar aan de plaats van den schoorsteen kort vooraan op de nok, ziet men troepen ganzen en eenden, die grazen in de wilde groenlanden.

Van Borne slingert de grintweg naar Weerselo door de vruchtbare en boschrijke buurtschappen Dulder en Saasveld, waar de boeren druk bezig zijn met aardappels rooien en roggeland ploegen. In den milden najaarszonneschijn zien we te midden van donkere bosschen het R. K. kerkje van Saasveld met zijn pastorie. Daarbij is nog een klokkenstoel van ijzer. Hier verrees voor 1817 een sterke burcht met zwaren vierkanten toren, geduchte voorpoort en dubbele grachten, die voor een deel nog zijn te zien.
De heeren van Saesveld waren in de middeleeuwen als roofridders gevreesd. Veilig in hun sterk slot te midden der moerassen, hebben ze menig reiziger opgelicht en verduisteremaand in onderaardsche kerkers, tot de losprijs was voldaan. Ook een put met messen op den bodem, als in het slot Bentheim, was hier in een der torens. Maar Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, bouwde in 1358 tegen Saterslo een blokhuis, waarvan de ruïne nog te zien is. Nadat hij Eerde, ook al zoo'n roofnest, had vermeesterd, nam hij in 1360 met donrebussen en blijden ook Saesveld in. In 1504 werd het door de Gelderschen versterkt en de boeren uit den omtrek preste men, aan wallen en grachten te werken. De hoogbejaarde Jutta van Reede, de goede burchtvrouw, moest veel onrecht verdragen. Na een nachtelijken brand in het slot ontweek ze, van alles beroofd, haar Saesveld en sleet de rest harer dagen in Deventer (ze stierf in 1528 op Petridag en werd bijgezet in 't klooster ter Hunnep).

Welk een lief, echt landelijk dorp is Weerselo. Tusschen de R. K. en de Herv. kerk liggen de boerenwoningen en andere huizen verstrooid, omringd door lanen en vruchtbaar bouwland. Hoe gemoedelijk is het in de gelagkamer der dorpsherberg met haar bijbelsche haardtegeltjes en koperen olielampjes onder den wijden schoorsteen, haar antieke merklappen en schilderijen aan den wand.
Maar 't mooist is het bij de Herv. kerk, eens de kerk van het voormalig klooster of Stift. 't Is daar een der meest poëtische plekjes van Twente. Dat oude kerkje met zijn open torentje, dat groene plein, door boomenrijen overschaduwd, vooraan een zwaren eik met hollen stam, waarin wel een jongen zich verbergen kon, die put van zandsteen, terzij aardige huisjes en aan het eind van het plein de pastorie en de dokterswoning achter hooge linden, 't is een idylle, een droom van vrede en lieflijkheid.
De oude muren van het kerkje zijn grootendeels van natuursteen; de beide gevels zijn met een pleisterlaag overdekt, waarop smakelooze spitsboogramen zijn geschilderd. In den eenen gevel is een Renaissance-poortje met opschrift en wapenschild er boven. De Zuidergevel, met spitsboogramen van verschillende hoogte, is het best bewaard. Hier is nog een klein kerkhof met hek er om, waar de brandnetels tieren op vergeten graven. In de kerk langs den muur ziet men 8 grafzerken van stiftsdames met wapens er op en de jaartallen 1644, 1650, 1659 e.a. Verder ziet men er een Romaansch doopvont uit de 12e eeuw, een altaarsteen, een offerblok van Bentheimersteen, twee klokken van 1545 en 1577. De namen der kloostergebouwen leven nog voort in dezen omtrek als vicarie, poortensmid, brouwhuis, korenspijker, kapittelhuis en daarmee stellen we ons al de bedrijvigheid van zulk een stift voor, maar ook het eenzaam leven dier adellijke vrouwen, die het gewoel der wereld ontvloden in haar stille cel baden en peinsden totdat ze verdwenen in 't nog stillere graf.

Nog dieper terug in de middeleeuwen voert ons die grauwe Huneborg in 't Voltherbroek, eenzaam te midden van weilanden, hakhout en moerassen. Een rond plein van een 80 M. in doorsnee is omsloten door een omwalling, begroeid met hulst en sleedoorn en om deze loopt een half dichtgegroeide gracht. Naar 't N., waar dichtbij 't kanaal Almelo-Nordhorn loopt, ziet men over een heuvelrij het torentje van Ootmarsum. De Twentsche Oudheidkamer is nu eigenaar van dit archaeologisch monument en prof. Holwerda heeft er van rijkswege opgravingen verricht. Aan de zuidzij ontdekte hij reusachtige granietblokken als fondamenten van een groote poort en daaraan grensden fondamenten van Bentheimer steen en mortel. Ook de steenen grondvesten van drie kleine hutten werden blootgelegd. De nederzetting moet dateeren uit den tijd van 800-1000. Naar men meent zijn het Maggaren geweest. Misschien hebben er later wel eens zwervende Zigeuners vertoefd. Het landvolk uit den omtrek was bang voor het volk van den eenzamen borg. 't Waren Hunen en Hunewieve, zei men, en de verbeelding weefde sagen om den grijzen aardwal. Een heidin was bij Grupman gehaald, waar "peerde, beeste en de groote maagd behekst waren"; ze had kruiden gekookt, in een tooverkring gedanst, dat haar 't schoem op den bek stond en was ten slotte met den damp uit den kruidenpot door den schoorsteen gevlogen. De maagd en het vee waren weer gezond.
Alemans Barta, was door een jongen Hun, zoon van het opperhoofd, geschaakt. Toen ze bij schemeravond van Ootmarsum kwam. Later zag de knecht van Aleman haar met een kind aan de borst op den aardwal zitten en ze was verheugd, toen ze haar man terug zag, die achtervolgd was, omdat hij - ten onrechte - verdacht werd van 't stelen van ijmen.
Zulke vertelsels dischten weleer de oude "Moorkes" achter 't spinnewiel op en de moeders zongen wiegeliedjes van Hunewieve.

Van Weerselo voert een grintweg naar Oldenzaal met een zijtak naar Hengelo. Op deze heeft men telkens de mooiste vergezichten op Oldenzaal met zijn Plechelmuskerk, fabrieken en blauwe bergen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen