dinsdag 23 april 2013

Gids voor Twente (1917); Diepenheim

DIEPENHEIM.

Diepenheim is het stedeke der havezathen. Als men met het lokaaltje van Neede aankomt, kijkt men al in een donkere laan van dubbele eikenrijen, aan welker eind het kasteel Nijenhuis schemert. Aan den ingang dier laan, waar links de straatweg naar Goor afbuigt in het boschrijk landschap, ziet men de villa Pekkedam ter plaatse waar tot in 't begin der 19e eeuw een kasteel van dien naam stond, het laatst bewoond door den richter Mr. J. H. Muiderman.


Afbeelding: Oprijlaan naar Kasteel Nijenhuis, Diepenheim

Op het Nijenhuis woonde onze raadpensionaris R. J. Schimmelpennink. We denken aan de dagen, toen Fransche koeriers door deze laan kwamen rijden met brieven van Napoleon I aan zijn "waarden en grooten vriend" Schimmelpennink. We zien nog den reiswagen, waarmee hij zijn tochten naar Parijs, Zwitserland, enz. ondernam. Hier sleet hij zijn laatste levensjaren in stil geluk ondanks zijn blindheid. Zijn achterkleinzoon, graaf Louis, woont nu op het huis.
Het bosch terzij van de laan (vóór de brug rechtsaf) is wondermooi met zware boomen, rijk aan vogelzang en bloemengeur. Een lustig vlietend beekje weerspiegelt het hooge hout in zijn bevallige bochten. 't Is de Molenbeek, die bij Nieuwe Sluis uit de Schipbeek komt en den Diepenheimschen watermolen drijft, die aan 't einde van 't bosch ligt en eigendom is van 't Nijenhuis (eertijds van de stad Deventer). 't Is daar een schilderachtig plekje: de oude houten molen, het water bruisend over 't rad, de blanke molenkolk, het muldershuis, de woning van meester Baneman en rondom geboomte. Dichtbij is het erve Nijhof, nog door grachten omringd, wellicht de plaats van het oude slot, waarvan een steen in den gevel van 't Nijenhuis spreekt:

"Van 't olde huijs, dat is vergaen,
Siet men alhier den datum staen.
Anno 1492."


Afbeelding: Diepenheimsche watermolen

Over een zandweg buiten langs 't Nijenhuizer bosch komen we in een kwartiertje aan "'t Hoksebarger ende" in Diepenheim. De meeste huizen aan de lange hoofdstraat hebben maar één verdieping. Op het Stadhuis, met een torentje gekroond, bewaart men 9 zilveren bekers van de Borgmannen der kerk, heeren der omringende havezathen. Daarbij is het nette Logement "de Zwaan". Iets verder komt men over de Regge, hier nog een nietig beekje en dan volgt de pastorie met het aardige kerkje, met klimop begroeid en omgeven door het oude groene kerkhof met ijzeren hek, waar men het graf ziet van graaf G. Schimmelpennink, zoon van den raadpensionaris. De kerk dateert van 1679. Voor het toreneind geeft een ijzeren poort toegang tot de donkere oprijlaan naar ’t kasteel Diepenheim. Van die laan rechtsaf komen we in het vriendelijk Sterrebosch; een kronkelend wandelpad voert langs veelsoortig plantsoen rondom een sierlijk gebogen vijver. Wie daar neerzit op een mooien Zondagmorgen in Mei, stemt zoo van harte in met de psalmtonen, die ruischen in het kerkje: "Juich aarde, juich alom den Heer!"


Afbeelding: ’t Kasteel te Diepenheim

Een sierlijke brug over de gracht en een fraaie poort zeven toegang tot het kleurige voorplein van 't kasteel. Twee kanonnetjes (van 1667) bij de hoofddeur ontnemen niets aan het vriendelijk aanzien van dit deftige huis. 't Werd gebouwd in 't vredesjaar 1648 door Bernard Bentinck, nadat het oude slot, wellicht door Spaansche benden verwoest, een tijdlang in puin had gelegen. Achter 't huis is nog een deel van den ouden kasteelbult met heerlijk uitzicht op den Harikerberg. Rondom loopt een dubbele gracht. Tal van geslachten zijn elkander opgevolgd op dat slot, sinds omstreeks 1150 een Bernard van Dalen, "een adellijk en ridderlijk krijgsman" als heer van Diepenheim wordt genoemd. In 1331 kwam het door koop aan Utrechts bisschoppen, die er een kastelein aanstelden. Driemaal is het in de Geldersche oorlogen veroverd. Van de Bentincks der 17e en 18e eeuw zijn bekend Hans Willem, de boezemvriend van den stadhouder-koning Willem III en Wolter Jan, die in 1781 bij Doggersbank sneuvelde. Nu woont er Jhr. Mr. G. J. C. Schimmelpennink, lid der Gedeputeerde Staten van Overijsel.

Tegenover den inrit naar 't Kasteel Diepenheim slaat een weg af in Z. richting, die ons in 10 minuten brengt bij 't kasteel Warmelo, bewoond door den heer J. Meijes. Alweer een steenen brug, een ijzeren hek, een voorplein met stallen, enz., een eenvoudig huis met klokkentorentje en rondom de grachten. Achter 't huis ligt een bosch, "de Kooie" en daarlangs loopt een eikenlaan, de Warmelosche dijk, waar 't in vroeger tijden spookte, waar de late wandelaar in 't avondduister witte juffers zag zweven. Toen wij 't Warmelo voor de eerste maal zagen behoorde het (1883-'92) aan een Franschen markies d' Auriol prins van Parrano, die het - naar men zei - gekocht had tot een asyl voor gevaarvolle tijden, want hij was van koninklijken bloede. Nu is alles net onderhouden, toen was er iets romantisch in dat vervallen slot met gesloten luiken waar het onkruid woekerde in de paden. Vóór 1872, toen
het geveild werd na den dood der laatste Sloets was het een uitgestrekt landgoed (186 H.A.) en het bosch strekte zich uit tot aan het stedeke. Beelden rijzen voor ons op uit vervlogen dagen. We zien Floris Sloet op den Oudejaarsavond van 't jaar 1776 in de kille zaal bij het haardvuur zitten, de ziel vervuld van weemoedige gedachten. In 't volgend jaar sterft eerst zijn broeder en dan zijn moeder. Van de laatste moeten de knechten van Warmelo den dood bekend maken: Evert te Lochem, Klooster Jan door Twent en Jan Hendrik naar Haexbergen.
Het doodenkleed lag in de kerk en de klok beierde 3 maal per dag. Op 30 Jan. 1838 stierf Floris Sloet op Warmelo, oud 84 jaar. Zijn portret ziet men onder de Land-Commandeur van het Duitsche Huis te Utrecht. We lezen daarvan in "de Kinderen van Warmelo", een fijn geteekend verhaal. op familiebrieven gefundeerd, (in den bundel "Silhouetten" van L. E.) We voelen alles mee en ademen a. h. w. in 18 eeuwsche atmosfeer.

Den Warmeloschen dijk vervolgend gaat de grintweg recht uit naar Gelselaar; een zandweg linksaf, de oude heirweg naar Borculo, brengt ons weldra bij de 0ude Sluis aan de Schipbeek. 't Is een antiek huis. Boven de deur ziet men op een steen uitgebeiteld een scheepje en een kraan met het jaartal 1695. Diep in de 17e eeuw woonden hier op den Huttenkamp over de beek drie broeders in een hutje. Ze kochten hout tot in Munsterland toe voor spotprijzen en lieten het in vlotten naar Deventer afdrijven. Ze verdienden geld als water en werden gaandeweg rijk. Eerst bouwden ze hier de Oude Sluis. Later kocht de weduwe van een der broeders het Westervlier (1719). Een derde Van der Sluys was rigter van Haexbergen. Hij onterfde zijn broeders en vermaakte de Oude Sluis e.a. aan de diaconie zijner woonplaats.


Afbeelding: De Viersprong bij Diepenheim

Als men van Diepenheim den rijksweg naar Lochem volgt, gaat men eerst door een moerassig land met tallooze zeggepollen, wilgenboschjes en ruischend riet. Dan begint een hoog en zandig dennenland. Waar de grintweg van 't Westervlier naar Markelo den rijksweg kruist, ligt de lommerrijke uitspanning de Viersprong (van 1858) met een korenmolen erbij. Merkwaardig zijn de zware granietblokken, die hier aan den weg staan, opgedolven bij 't aanleggen van den straatweg hier door 't Mazerveld. Men moet ze zien bij maneschijn, half verlicht, half donkere schaduw; dan aanschouwen we de blinkende gletschers, van de Scandinavische bergen uitgestrekt tot in deze streken, op hun rug die zwerfblokken meevoerend en bij hun voortbewegen de steenen in hun bedding tot leem slijpend. Dat leem werd hier gegraven voor een tichelarij, die nu is opgegeven.


Afbeelding: Huize 't Westerflier

In een kwartiertje wandelen we door een boschrijk land naar 't Westervlier, van graaf R.
Schimmelpennink. Dat eenzaam kasteel met zijn vriendelijk front, zijn bloemrijk terras, zijn prachtige houtpartijen en coniferengroepen, zijn mooi uitzicht op een ruimen esch, zijn grachten en lanen rondom heeft voor ons een zeldzame bekoring. Daar achter, waar de wijde groene Meene zich uitstrekt, kwam weleer de Regge uit de Schipbeek en voor een 20
jaar was er in de donkere laan nog een oude bemoste zijl (sluis), waardoor de scheepjes geschut werden. 't Is hier alles zoo oud. In 1046 wordt Westervlier al genoemd en de sluis werd pl.m. 1450 gebouwd. Er moet veel gebeurd zijn in deze contreie.
Van 't Westervlier voert een binnenpad met veel natuurschoon weer naar Diepenheim, langs 't kerkhof of bij 't Warmelo over de Regge.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen