dinsdag 23 april 2013

Gids voor Twente (1917): Delden

DELDEN.

Als we kiezen mochten, waar we 't liefst wilden wonen, zouden we vast Delden niet vergeten. Wat natuurschoon betreft, is zijn omgeving wel de parel van Twente en het landgoed Twickel heeft in ons vaderland zijn wederga niet.
Het stadje Delden is oud. Het wordt al in 1188 genoemd. Omstreeks 1320 is het om redenen van veiligheid verplaatst waar 't nu is en met grachten omringd. Anno 1583 is Delden met kerk, toren en klokken door de ruiters van Pruist verbrand en 't volgend jaar, toen 't weer opgebouwd was, nog eens door woeste ruiters in asch gelegd, die meenamen "borger, buren, beesten". Anno 1655 op Hemelvaartsavond heeft een brand, "ins Mollers huys" begonnen, 120 huizen met het Raadhuis verwoest.


Afbeelding: Kasteel 't Twickel

Dat was in donkere tijden van weleer. Nu is Delden een net en zindelijk stadje met mooie villa's hier en daar, met een krans van tuinen in het rond, door een rondloopend pad omgeven. De spoortrein snort er langs. Er zijn fabrieken: een katoen- en wolweverij, eene van kamgarendamesstoffen, een electrische deken- en wattenfabriek, een koekfabriek met veel verzending naar Zeeland en Indië, maar die alle kunnen toch den indruk van landelijke vrede in het stadje niet verstoren.


Afbeelding: Bij de Kerk te Delden

Wel het meest ontvangt men dien bij de oude zware Herv. kerk met haar massieven toren; ze is bijna geheel van Bentheimer steen en vooral achter mooi met klimop bedekt; het kerkhof is geheel door een muurtje omsloten met een rooster aan den ingang. Rondom staan de pastorie en oude burgerhuizen. We staan op het kerkplein en luisteren naar het gelui der klokken, die zacht zingen een droevig lied over een lid der gemeente, die pas is heengegaan. Het inwendige is even antiek en stemmig; de drie schepen zijn door zware gewelven gedekt; in 't middelschip vóór 't koor is de fraaie bank van het huis Twickel. De heer is nog altijd collator en hem wordt het armenzakje 't eerst gepresenteerd; dit ‘veurofferen’ bestaat ook nog in Almelo. Vele grafzerken dekken den vloer en in 't koor staat die van den goeden heer Frederik van Twickel met zijn beeltenis, levensgroot en in wapenrusting erop gebeiteld.


Afbeelding: Boerderij in 't Twickelse bosch

Op de Markt staat een monumentale pomp of fontein, door een lantaarn gekroond en met leeuwenkoppen terzij, uit welke een waterstraal komt, als men den handel neerdrukt. Op de voorzijde leest men dit opschrift: "Dankbare hulde van het Bestuur en de Burgerij van Stad-Delden aan Dr. R. F. Baron van Heeckeren van Wassenaer voor de door hem in de gemeente aangelegde waterleiding. Nov. 1894." Een 16-tal standpijpen voor algemeen gebruik en tal van brandkranen schonk de baron daarbij.
In den laatsten tijd kreeg Delden ook electrisch licht. Aan 't eind van het stadje, waar de straatweg naar Goor begint ligt de fraaie R. K. kerk met slanken toren en schoon koperen doopvont. Er naast is het St. Elisabeths-Ziekenhuis, ingericht naar de eischen des tijds, alsmede een R. K. school, terwijl aan de overzij een vrouwenklooster staat.


Afbeelding: In 't Twickelse bosch


Afbeelding: 't Hoogebrugje

Achter 't hotel "de Zwaan" en 't huis van den rentmeester Bitter komt men in de hoofdlaan van Twickel, die een klein uur lang is en daarom ‘lange laan’ heet. Weldra staan we voor het oude, deftige zwaargebouwde kasteel met zijn twee torens, uit de slotgracht oprijzend. Over de brug, geflankeerd door een paar kanonnen, komt men op het ruime voorplein met gazon en bloemperken, met de stallen links en de koetshuizen rechts. Weer een brug over de binnengracht en men staat aan den hoofdingang, waarboven een Renaissanceversiering met beeld werk : Adam en Eva bij den verboden boom en de Wijzen uit het Oosten.

In dien zwaren vierkanten toren, links, waren beneden de gevangeniskelders en boven de rechtzaal (nu archiefkamer), toen de geduchte Drosten van Twente hier zetelden. Herman van Twicklo kocht in 1347 het huis Eijsink, iets noordelijker, en bouwde hier een zeer sterk slot. In 1550 kwam het goed aan de Raesfelts. Een Goossen van Raesfelt en zijn vrouw Agnes van Twicklo bouwden dit kasteel. In 1676 kwam het aan graaf Wassenaer van Obdam en in 1831 door huwelijk aan baron van Heeckeren van Wassenaer, den vader van den tegenwoordigen bezitter. In die 5 1/2 eeuw is het goed steeds overgeërfd en nooit verkocht.
Vorstelijk moet het kasteel van binnen zijn met fraaie beelden, schilderijen en antieke meubelen en vorsten zijn hier ook gast geweest, zoo wel stadhouder als Koning Willem III. Wanneer men zich vervoegt bij den tuinman, die een eind verder aan de Lange Laan woont, kan men het Park, achter het slot, bezichtigen (niet op Zondag). 't Is een lustoord met zijn prachtige boomgroepen, die zich spiegelen in een langen bochtigen vijver, zijn laan van zeldzame Oranjeboomen, zijn fraaie beelden (Diana en Apollo, e.a.) zijn Oranjerie, die in Juni getooid is met roode en witte rozen, Later met clematis, zijn geschoren palm en taxus in allerlei figuren, het gezicht op den achtergevel van 't huis met klimop getooid en over een brug; 't is alles een lust der oogen. Aardig is het gezicht eener kudde van herten, die grazen in de groote wildbaan (20 H.A.); 's winters kunnen ze schuilen en worden ze gevoed in den hertenstal.


Afbeelding: Bij de Twickelsche bosschen


Afbeelding: Wintermorgen aan 't Kreeftengat, Twickel, Delden

De groote laan volgende tot voorbij den hoogen muur om den moestuin, komen we bij een geweldigen granietsteen, die een opschrift draagt: .,Getrokken door 12 paarden ben ik uit Azelo gekomen, 23 Febr. 1845." Misschien was dit zwerfblok eenmaal een heidensche offertafel of deksteen van een grafkelder uit den voortijd.

Over de laan zijn ruime weivlakten met boomgroepen hier en daar en achter deze verrijst majestueus het groote bosch. De parkarchitect E. Petzold (1815-1891) had het goed begrepen, wat we lezen op een granietblok, tot zijn aandenken: ‘de bijl is de ijzeren teekenstift bij deze kunst’; juist die vrije groene vlakten verhoogen het effect.
Wie daar ronddwaalt in die schemerige hallen van eiken, beuken, dennen op een heerlijken zomermorgen bij 't zingen der vogeltjes, als de stemmen van merel en wielewaal klinken uit de groene diepten, die wordt een ander mensch als in 't gewoel der wereld. Lang vergeten herinneringen duiken op, schoone fantasiën verrijzen in onzen geest, 't is of de nimfen van het woud met zoete fluisterstemmen van de geheimen der natuur verhalen; langs de gouden zonnestralen, die spelen door de kruinen, klimmen onze gedachten omhoog naar een ongeziene wereld van luister en heerlijkheid.


Afbeelding: Weg naar Carelshaven


Afbeelding: Hotel Carelshaven bij Delden

Een boschpad rechts komt uit bij Carelshaven, nu een modern hotel-pension aan den mooien straatweg naar Hengelo, weleer een schippersherberg aan de Twickelsche vaart (sinds 1775). Die vaart is in 1771 gegraven op last van Carel George van Wassenaer, om het hout zijner bosschen te kunnen afvoeren naar de Regge. Naar hem en naar de haven, nu de kolk van een houtzaagmolen, werd de bijgelegen herberg zoo gedoopt. Van de scheepvaart is niet veel gekomen, maar Carelshaven werd later een beroemde uitspanning. Wondermooi is hier 't uitzicht op het bosch. Wanneer men tegenover de tuinmanswoning den weg naar Borne inslaat, komt men al gauw, waar de Azelosche beek en de Twickelsche vaart uit het bosch komen; rijzige dennen overwelven daar een eind weegs den weg. Linksaf komt men in de buurtschap Azelo, om haar landelijk schoon beroemd, en 't eerst aan den bekenden watermolen. In Azelo had men vroeger nog een paar havezathen, Dubbelinck en Graes, nu boerderijen.


Afbeelding: Watermolen bij Azelo


Afbeelding: Bij den Watermolen van Azelo

Rechtsaf dwaalt men door de mooie buurtschap Buren, ook door Petzold veel verfraaid. Aan den Bornschen weg in de hei ligt een kerkhofje, waar een hardlooper van den heer van Twickel moet begraven zijn, die in 1799 als spion werd doodgeschoten.


Afbeelding: De Heilige Boomen in den Esch

Bij den tuinmanswoning den grintweg links afslaande, zien we weldra den Deldener esch als een zachtglooiende heuvel voor ons. 't Is vruchtbare grond en de kern is tertiair. Bij 't graven der Twickelsche Vaart stiet men aan den weg naar Almelo op leembeddingen, waarin zeeschelpen, haaientanden en wervels van zoogvisschen gevonden werden en men was niet weinig verwonderd, dat op deze hoogte eens de zee golfde.
Daar staat de sierlijke watertoren voor ons. Niemand verzuime dien te beklimmen. Een trap van 179 treden brengt ons naar boven, op 't laatst door het groote reservoir heen; met een huivering zien we neer in den diepen bak, waarin 't water door de breking van 't licht groen lijkt. Op het plat, 45 c.M. hoog, verlustigen wij ons in het mooie uitzicht: de kleurige vakken van velden en tuinen, het stadje als uit een bouwdoos opgezet, de torens en heuvels in 't verschiet en de rookwolken der Twentsche fabrieken. Ginds zijn de heilige boomen, zware eiken, waar Lebuïnus al zou gepreekt hebben. Daar kronkelt de grintweg naar Bornerbroek en Almelo. Rechtuit voert een zandweg naar Deldenerbroek en Enter; in Deldenerbroek is 't kasteel Bakenhagen met grachten en geboomte rondom; toen Johan de Bake, eigenaar dezer havezathe, huwde met Anna Hagen, zijn ook hun namen gehuwd.


Afbeelding: Wiene bij Delden


Afbeelding: Stoelenmatter bij Wiene

Andere buurtschappen van Ambt-Delden zijn Bentelo, Wiene, Zeldam en Hengevelde alle met mooie bosschen en schilderachtige hofsteden met zware eiken, door de heeren van Twickel met veel piëteit gespaard. "Algemeen staat de bewoner van Zeldam als zonderling bekend", lezen we in een boek van 1841.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen