Posts tonen met het label Borne (1897). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Borne (1897). Alle posts tonen

zondag 19 juli 2009

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Voorwoord, Inleiding (en achtergrondinformatie)

Achtergrondinformatie

In en om Hengeloo, Borne en Delden verscheen in 1897. Aan het boek is een wandelkaart toegevoegd. De auteur is Viator. Achter het pseudoniem Viator (= wandelaar, reiziger) schuilde Hendrik Magdalenus Bruna (Hasselt 8 juni 1840 - Hengelo 10 augustus 1906).
H.M. Bruna studeerde theologie te Groningen en werd net als zijn vader Gerhardt Bruna (1810-1886) predikant. Hij kwam via Hellendoorn, Heumen, Wijchen en Purmerend in Hengelo terecht, waar hij van 3 december 1893 tot aan zijn dood predikant was.
Naast zijn predikantschap verrichtte hij ook veel journalistiek werk.
Wat Overijsselse lectuur betreft, schreef hij in zijn Hellendoornse periode onder het pseudoniem Paganus: Wolfskampen-Dine, een Tafereel uit het Twentsch Volksleven. (Nijmegen, Adolf Blomhert, 1872). Hierin onder meer een zeer gedetailleerde beschrijving van Zwolle (p. 81-125).

Onder het pseudoniem Viator schreef hij in zijn Hengelose periode nog: Het Kasteel Boekeloo: roman uit Twente. (Utrecht, A.W. Bruna en Zoon, 1902) en Anna en Johanna (Nijkerk Callenbach, 1901).

Hieronder volgt nu in hoofdstukken de ongewijzige weergave van In en om Hengeloo, Borne en Delden, te beginnen met het voorwoord van de schrijver.





VOORWOORD.
Op verzoek van den uitgever belastte ik mij met de samenstelling van dezen Gids. Wat zoude ik gaarne nog een aantal wandelingen in het beschrevene gedeelte hebben vermeld en den kring nog wat hebben verwijd, maar ik overschreed reeds de mij toegestane ruimte. Om dezelfde reden moest ook de vermelding van velerlei bijzonderheden, de historie betreffende, achterwege blijven. Wellicht geeft een latere druk gelegenheid, te doen wat nu niet kon.

Ofschoon er geen pad in staat, dat ik niet zelf wandelde met de kaart in de hand, zijn toch verkeerde namen of aanwijzingen mogelijk. Daarom houd ik mij zeer aanbevolen voor de aanwijzing van onjuistheden.

Wie den Gids gebruiken wil, doet het best hem eerst door te lezen, omdat, ter voorkoming van herhalingen, de wandelingen slechts van een kant uit zijn geschreven. Hij zal dan, naar ik vertrouw, blijken een bruikbaar leidsman te zijn door onze schoone streken. Mogen de wandelingen daardoor den lezer evenveel genot verschaffen, als zij 't mij deden, ik zou niet vruchteloos hebben geschreven.
VIATOR.

INLEIDING

Het wordt in ons land gelukkig meer en meer de gewoonte, in stede van in de verte het schoone te zoeken, ook aan de minder stoute, maar daarom niet minder bevallige streken van ons vaderland de aandacht te schenken. En nu vacantie- en uitstapjes-kaarten, rondreis-biljetten en andere goedkoope reisgelegenheden een uitstapje voor meer bescheiden beurzen bereikbaar maakten, zijn verschillende streken van ons land, tot dusver aan het meerendeel onbekend gebleven, de aandacht gaan trekken, die zij ongetwijfeld in hooge mate verdienen.

Zulk een onbekend land is Twente. Jaren geleden, toen 't alleen langs zandwegen bereikbaar was, heette het de Achterhoek, waarvan men alleen wist, dat er veel wild werd gevonden en de Deventer markt wist van de eieren, die er werden aangevoerd en de linnens, die er gesponnen werden in den winter op de eenzame boerderijen door den dorpswever geweven, door de boerin op het grasveld uitgespannen en gebleekt. Later werd het beter, toen de straatwegen werden aangelegd, die in Hengeloo zich kruisten en de diligence van Arnhem op Lingen over Lochem en Oldenzaal reed, even als van Zwolle uit, in verbinding met de boot op Amsterdam, de postwagen over Nijverdal naar Almeloo en Enschede reed. Toch wijst men er in Hengeloo nog den ouden L. Wilmink, die in zijn jeugd een vrachtwagen reed op Amsterdam. 's Maandagsmorgens vroeg vertrekkende om Zaterdag 's avonds laat terug te zijn. Met de straatwegen raakte Twente uit zijn isolement en begon de huisnijverheid plaats te maken voor de fabrieksnijverheid. Maar eerst toen de spoorwegen kwamen en in verschillende richtingen het doorsneden, toen de eene fabrieksschoorsteen voor, de andere na, de lucht inrees en Twente maakte tot het ‘nijvere Twente’, toen had de algeheele ommekeer plaats, die van den ouden Achterhoek een welvarend en belangrijk gewest maakte. Toch bleef er nog veel van het oude bewaard en men behoeft nog niet zoo ver van de brandpunten der nijverheid te gaan om de hoeven te vinden als voor een paar eeuwen, waar zonder afscheiding de boer met vrouwen kinderen, knecht en meid, paarden en rundvee niet alleen onder een dak, maar ook in de zelfde ruimte wonen. Voor een ouderwetschen boer is zulk een ‘lös hoes’, waar hij gezeten naast den haard zijn geheele boerderij, zoover die binnen de muren is, kan overzien en de vrouw, terwijl de meid aan den draaienden kraan den ketel met veevoeder boven het vuur wegdraait, gelegenheid heeft haar oog te laten gaan over haar geheele personeel, de kippen en den hofhond incluis.

Een merkwaardig land is Twente met zijn prachtig eikenhout en zijn uitgestrekte esschen naast op paleizen gelijkende villa's en vorstelijke parken, zijn eenzame heiden en dreunende en gonzende fabrieken; de vereeniging van den ouden en den nieuwen tijd, voor een liefhebber van natuurschoon en den beoefenaar van folklore beide, een bezoek overwaard. Moge onze korte aamwijzing, want een beschrijving durven we deze weinige bladzijden niet te noemen, menigeen aansporen er een bezoek te brengen. Wij durven hem de verzekering geven, dat hij zich zijn bezoek niet zal beklagen.

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Borne

Borne

Wanneer wij van Hengeloo komen, 't zij wij den fraai beschaduwden straatweg volgden, 't zij wij den ouden weg hadden gekozen, wij zouden de brug over zijn gekomen over de beek, die hier Bornesche A heet, en nadat eerst een poosje 't uitzicht door hakhout ter zijde van den weg ons is benomen, weldra Borne voor ons zien met zijn torenspitsen, zijn fabriekschoorsteenen en zijn molen op den voorgrond. Borne is al zeer oud. Reeds in 1200 wordt het genoemd en heette toen Burgunde, waaruit sommigen hebben afgeleid, dat het door iemand uit het Bourgondische huis zou gesticht zijn. Het laatste gedeelte van den weg is zonnig, doch hierin zal weldra verandering komen, daar 't Rijk voornemens is, ook dit gedeelte met boomen te beplanten.


Foto: Gezicht op Borne, Hengeloosche straatweg

Weldra hebben wij de Dorpstraat voor ons en zien het huis van Doctor Eekman met zijn vriendelijken tuin rechts van ons. Even verder, links, hebben wij de damastweverij van de firma S. Spanjaard, waar een weg afgaat, de Zwarte weg, die achter 't geheele dorp omloopt en ter hoogte der R.-Kath. kerk uitkomt en ook op verschillende plaatsen weder verbonden is aan de Dorpsstraat. Aan dien weg staat de fabriek van den heer Hofstede Crull, die het dorp van electrisch licht voorziet, want Borne is een der weinige plaatsen in ons land, waar men niet alleen voor de winkels en woningen, maar ook voor de straatverlichting electriciteit bezigt en overal zien wij aan palen - deels aan die van den telegraaf - de kurketrekkerachtig gewonden draden, die ’s avonds de duisternis moeten verdrijven. Weldra hoopt men ook telefonisch met Hengeloo te zijn verbonden, waarvoor concessie is verleend, maar de Waterstaat maakt bezwaar tegen het plaatsen der palen langs den weg. Aan dien achterweg vinden we ook nog een ouderwetsch Twentsch huis, waar de balk boven de groote schuurdeur het opschrift draagt: O God, bewaert het huys voor brant en voor de vernylende hant. Ao. 1728.28 Maart. Een soortgelijk opschrift kwam vroeger ook voor op de deur der oude brouwerij.


Boven: Fragment van bijbehorende wandelkaart (1897). Klik er op voor vergroting.
Onder: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1881-'82, herzien in 1903.


Wij volgen de Dorpsstraat en treffen eerst het groote huis van mevr. L.S. Spanjaard en even verder het Post- en Telegraafkantoor en daartegenover eene nieuwe villa, Villa Elisabeth, van den heer Albert Spanjaard. Voor deze staat een gebouw, dat het jaarcijfer MDCCCLIX in den gevel heeft. Het is de oude school, toebehoorende aan de Herv. gemeente en die, nu zij als school geen dienst meer doet, voor bibliotheek, Zondagschool, enz. gebezigd wordt en waar somtijds uitvoeringen van rederijkerskamers of muziekvereenigingen worden gegeven. Een ander daar ter plaatse staand huis draagt nog den naam organisthuis. Even verder bereiken wij de Markt, een niet geheel regelmatig plein, waar de Doopsgezinde pastorie, het Raadhuis en het Hôtel de Keizerskroon met zijn vooruitspringende schuur een plaats vinden.

Van de Markt af de Dorpsstraat volgende, die nu den naam van Nieuwstad draagt en waar eenige fraaie winkels onze aandacht trekken, zien wij weldra voor ons de nieuwe R.- Kath. kerk, gewijd aan H. Stephanus.
Deze kerk ligt tusschen twee wegen, de eene, rechts, voert naar Zenderen en Almeloo, de andere, links, naar 't Station, terwijl nog een derde weg, Bolkshoek, zich afbuigt naar den Zwarten weg, een veel door de kerkgangers gebezigd pad. Langs de Kerk naar 't Station gaande, krijgen wij rechts de pastorie, het klooster der Zusters van Liefde met zijn scholen, eene in aanbouw zijnde villa van den burgemeester, Jhr. E. J. J. S. van Bönninghausen en dan de groote fabriek der H.H. Spanjaard, tot het weven van katoenen en linnen stoffen. Nog eene fraaie villa, met torens en tinnen, van den heer S. Spanjaard, daarnaast het vriendelijke landhuis van den heer Meyling, te midden van een fraai aangelegden tuin, van omvang grooter dan menig buiten en er tegenover nog een groot heerenhuis van den heer B. Spanjaard en wij staan aan den overweg van den spoorweg, terwijl een paralelweg ons in weinige oogenblikken aan 't Station brengt.


Foto: Gezicht op Borne vanuit den overweg nabij het Station

Dit is het nieuwe gedeelte van Borne. Waren we echter, in plaats van de Dorpsstraat te volgen, tegenover de damastweverij, rechts af de straat, die den naam van Ennekendijk voert, ingegaan, wij zouden het oude Borne hebben gezien, een wirwar van kronkelende straatjes en steegjes, als een spinneweb, waarvan de Herv. Kerk ongeveer het middelpunt uitmaakt. Aan genoemde straat treffen wij eerst het nieuwe gebouw der R.-K. Werklieden-vereeniging en iets verder een huis uit de vorige eeuw, met een groote vierkante deur en een gevelversiering van zandsteen, waarop een groen geverfde krans prijkt met het jaar 1779. Daar woont de Notaris van Uden. Naast hem staat de Synagoge, kenbaar aan het opschrift in Hebreeuwsche karakters en daartegenover de Bornesche boterfabriek. Iets verder treffen wij links het onaanzienlijke bedehuis der Doopsgezinden en dan draait de weg af en verloopt zich in een zandweg naar Oldenzaal.

In dit gedeelte van Borne vinden wij nog een groot aantal ouderwetsche huizen met hooge houten puntgevels en groote schuurdeuren, met muren van vakwerk en allen zoo zonderling dooreenstaande of ze er neergeworpen waren. Van een rooilijn hebben de ontwerpers geen flauw denkbeeld gehad. Daar treffen wij plotseling een fraaie groote boerderij met een schaduwrijk eikenbosch er naast, de Meijershof geheeten, waar even als op Espelo vroeger de beheerder van het dorp woonde, niet onwaarschijnlijk door Weleveld's heer daar geplaatst. Aan den hof zijn nog door tal van huizen recoguitien verschuldigd o. a. moet de Doopsgezinde kerk er jaarlijks 2 jonge hanen leveren, van den leeftijd, dat zij op den rand van een emmer kunnen springen, een bepaling van leeftijd, die ook elders o. a. in het Rijk van Nijmegen, in oude erfpachtbrieven voorkomt.

Gaan wij het hek door en volgen het voetpad dat over den Meijerhof voert dan komen wij aan de Jurrienstraat. Deze verdeelt zich hier in twee wegen, de eene voert naar Saasveld en Gammelke en naar een buitentje Hemelhorst, bekend om de daar staande beelden van St. Johannes en St. Bernardus, de andere rechts naar de Hoogebrug en verder naar Dulder en Hertme, welken weg wij bij een volgende wandeling buiten Borne zullen bezien. De Jurriënstraat loopt uit op de Koppelsbrink en komt nagenoeg op hetzelfde punt voor het Hôtel uit als de Dorpsstraat.

Even voor de brug over een beek ligt bijna geheel weggestopt achter een paar onaanzienlijke huizen de Herv. Pastorie, een flink huis met een grooten tuin, dat ter zijde uitzicht heeft naar 't R. K. kerkhof en den weg naar Hertme. Is er nu weinig van te zien, omdat het een eind van de straat afligt, onder den vorigen bewoner, Ds. J. C. van de Velde, die er ten vorige jare uit werd grafwaarts gedragen, juist op den dag dat hij 50 jaar als predikant te Borne had gestaan, was er niets van te zien, tengevolge van het zware en hooge hout, dat haar geheel verborg. Zijn opvolger maakte wat ruimte. De straat die de pastorie verbindt met de kerk heeft den zoeten naam van Suikerstraat. Ook van de Dorpsstraat loopt een weg, Horst, naar de kerk, even verder dan de Ennekendijk langs de school, terwijl van deze laatste weer een straatje loopt naar de Villa Elisabeth. Wij zullen de linkerstraat niet ingaan, maar de straat nog een eindje volgen tot wij kort voor de Markt een huis treffen, waar de agent woont der firma van Gend en Loos. Het is echter niet in die hoedanigheid, dat wij den heer Boswinkel wenschen te spreken, maar daar hij koster is der Herv. kerk, moeten wij bij hem ons vervoegen, om de kerk te zien en deze is die moeite waard. Reeds van verre toont zij haar fraaie torenspits, tot voor weinige jaren, toen nog niet overal nieuwe R. kath. kerken waren verrezen met hooge torens, zoo niet de hoogste, dan toch een der hoogste van Twente.

Als we nu door een steegje, dat ons langs de nieuwe catechiseerkamer voert de kerk naderen, ontsluit ons onze geleider het hek en daarna een betrekkelijk lage zijdeur en wij staan in het gebouw. 't Is een oude kerk met kruisgewelven en daar de bogen zonder de minste ornamentatie zijn, laat zich de ouderdom der kerk daaruit eenigzins bepalen. Zij zal vermoedelijk uit het laatst der 14e eeuw zijn. De kerk bestaat uit twee beuken of schepen, achter het eene, vóór afgesloten door den toren, staat een enigzins verhoogd koorgedeelte, waar een aantal zerken met de namen Schele en Hambroek de laatste rustplaats aanwijzen der vroegere heeren van Weleveld. O.a. is er begraven Radboud Herman Schele, op dat kasteel geboren, die den groothertog van Toscane diende en in 1651 op de groote vergadering in den Haag de provincie Overijssel vertegenwoordigde. Ook vindt men er in den muur gemetseld een zerk, waarop vermeld wordt dat twee kinderen van zekeren heer Schele, die verdronken zijn in de gracht, er begraven werden. Jammer genoeg is er van de meeste der zerken slechts weinig leesbaar, zij zijn onder de banken verborgen en ook de laatstgenoemde is door een bank bijna geheel onzichtbaar. De heeren van Weleve1d hebben zich veel aan de kerk laten gelegen liggen. Twee der drie torenklokken zijn geschenken van hen, evenals een zilveren avondmaalsbeker en ook hadden zij stem in de beroeping van den predikant. Zoo wordt vermeld dat zekere Radboud Hendrik van Hambroek, heer van Weleveld, de goedsheeren, die met den kerkeraad de benoeming hadden, convoceerde.

Jammer dat de nieuwerwetsche ijzeren ramen, al hebben ze ook een z.g. gothischen vorm, de oude steenen hebben vervangen. Wat ecbter ongeschonden - tenzij men de bedekking met een witte en gele verflaag schennis noemen wil - bleef, is de predikstoel, een kunststuk uit zandsteen gebouwd. Aan vier zijden dragen de spiegels opgebeitelde opschriften. Math. 28 : 18-20, Job. 13 : 20, Joh. 15 : 26 en 27 en Joh. 16 : 13, Gal. 1 à 9, terwijl de deur van eikenhout in denzelfden trant bewerkt is en 2 Tim. 2 : 15 tot opschrift heeft. Volgens een oude overlevering zou deze preekstoel door middel van een Dominicaner monnik, die er in verborgen was, zijn zonden hebben gebiecht in 1672, toen de Munsterschen ook Borne bezet hadden. De kerk heeft een klein maar welluidend orgel en sinds onheuchelijke jaren is de betrekking van organist er in dezelfde familie.
Wij willen nu onzen geleider dank zeggen voor zijne inlichtingen en ons een oogenblik gaan verfrisschen om dan eens buiten Borne te gaan zien.

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Naar Hertme en Zenderen

Naar Hertme en Zenderen


Boven: Fragment van bijbehorende wandelkaart (1897). Klik er op voor vergroting.
Onder: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1881-'82, herzien in 1903.


Als wij Borne uitgaan, langs den Koppelsbrink, komen wij spoedig op een weg, die ons naar de Hooge Brug voert, die haren naam met eere draagt. We hebben dan het kerkhof aan onze linkerkant laten liggen. Op die brug zien wij voor ons den esch en daarachter met een bosch tot achtergrond, eene groote nieuwe boerderij van Misdorp, derwaarts leidt een voetpad door den esch, tusschen twee wegen. Den weg volgende, komen wij aan een driesprong, de Kruisselbrink, rechts voert de weg naar Dulder, een fraaie weg, eerst door dennen, met een goed voetpad langs den weg tot een brug, die de scheiding der gemeente Borne uitmaakt, dan door de heide met fraaie partijen, o.a. een meertje aan den voet van den heuvel, waarop een molen. Te Dulder krijgen wij rechts het kerkje te zien van de heerlijkheid Saasveld, waar men nog weet te verhalen van den tijd, toen 't kasteel er nog stond, waar nu de kerk staat, een berucht roofslot, en verder in den esch komen de wegen van Borne over Saasveld en Dulder weer samen om naar het Stift Weerseloo te voeren, waar de oude kerk nog bleef van het in 1152 gestichte klooster, oorspronkelijk door Benedictijner monniken, later door nonnen bewoond en na de Hervorming een stift voor adelijke dames, waarvan vele in de kerk begraven liggen en waarvan het nog den naam draagt. Die weg zou ons echter te ver voeren; wij gaan daarom linksaf langs den reeds genoemden Misdorp, verder door een fraaie eiken laan, waar links een voetpad naar de kerk van Hertme leidt. Een weinig verder weer een tweesprong, rechts gaat het naar den reeds genoemden weg op Weerseloo, links langs den Loodiek, (naar de Loo, een der 3 Borne besproeiende beken) met links weiland, die recht op een fraaie boerderij aanloopt van Meyer. Daarvoor buigt zich de weg om en even verder treffen we een laan meteen voetpad er naast, dat ons bij de kerk te Hertme brengt. 't Is een vriendelijk gebouwtje onder een zelfde rood pannendak met de pastorie en met een houten torentje. Een wit plafond, links van 't altaar een beeId, rechts de predikstoel en de doopvont, zonder opsiering, vriendelijk daar gelegen aan den grooten, met een singel omgeven tuin, waarin een vijver geheel in overeenstemming met het landschap. In de vlakbijgelegen herberg verhaalde men ons, men wilde er eene nieuwe en groote kerk bouwen. 't Zou jammer zijn van die omgeving.
Naast die herberg loopt een weg op Albergen en Tubbergen en voor langs op Zenderen. Wij kiezen dezen en gaan eerst op 't Welerveld, thans eene bezitting van den heer Dikkers te Almeloo, vroeger eene havezate, gesticht door het geslacht van Ruinen en later door huwelijk gekomen aan de Schele's, tot in 1725 de Hambroek's het kochten, die 30 jaar later uitstierven. 't Is een vrij zandige weg, met een goed voetpad er langs onder eikenboomen links, later rechts, door het kreupelhout. Links houden wij heide, rechts een esch met een achtergrond van dennen, tot wij een kruisweg krijgen. Recht vooruit gaat een voetpad naar Weleveld, links de weg op Misdorp. Wij gaan rechts tot het dennenbosch en dan daarlangs. Het voetpad voert langs de boerderij van de Haan.


Foto: Gezicht op den Koepel van 't Welerveld te Zenderen

Na de heide begint de esch en wij zien daarboven de koepel van de oude havezate reeds in de lucht steken. Rechts ligt eene boerderij van Knoef. Volgden wij het voetpad, schuin overstekende, ook de rijweg, die de twee rechthoekszijden volgde, is mooi in 't hout gelegen. Het pad voert tot vlak voor het terrein van het gesloopte kasteel, dat zeer mooi in 't hout ligt. Bij den nu komenden driesprong voert de weg rechtsaf dieper Zenderen in, links af over de brug naar den straatweg. Bij den koepel staan prachtige kastanjeboomen. Als wij nu den weg naar Zenderen kiezen en daartoe een pad nemen om een hoek af te snijden, bespeuren wij, dat wij een klooster naderen aan de ons daar ontmoetende paters. Het zijn de geschoeide Karmelieten, die een vroeger buiten het Hulscher kochten en er hun klooster bouwden. De weg loopt langs een nieuw huis van Dijkman en dan treffen wij het bij het klooster behoorende gymnasium, dat, schoon nog pas voor een jaar geopend, reeds vergrooting behoeft. Op het gymnasium volgt het eigenlijke klooster en dan eene fraaie kerk. Daar bereiken wij den straatweg. Aan de overzijde zien wij een oogenschijnIijk lang gestrekt gebouw met een spits torentje. Dat is het klooster der zusters.

Wij slaan de straatweg rechtsom, treffen eerst de coöperatieve boterfabriek ‘de Eendracht’, dan de school, een kerkje in den trant als dat van Hertme maar minder schilderachtig gelegen en nog eenvoudiger. Het draagt het Jaartal 1798 en heeft geen pastorie. De dienst wordt er gedaan door den pastoor van Hertme.
In de herberg van Haarhuis rusten we uit. We kunnen haar gemakkelijk herkennen aan de heg van palm, geknipt met een paar hanen en in de ruime gelagkamer vinden wij den schoorsteen bekleed met ouderwetsche tegeltjes waarvan elk een bijbelsche voorstelling bevat, terwijl als ornament een vogel in een kooi, uit een 6tal tegels bestaande, daarin is aangebracht Ook de lambriseering bestaat uit tegels maar deze zijn van den nieuweren tijd.

Tegenover deze herberg loopt een weg naar de halt van den spoorweg en naar een bezitting van de familie Palthe uit Almeloo met name Storkserf. Wij zullen haar niet gaan zien, want het tegenwoordig overal verrijzende verbod van toegang grijnst ons ook daar aan, als wij voorbij de boerderij de laan willen opgaan.
Wij wandelen nu den straatweg langs en naderen Borne weer, na onderweg nog opgemerkt te hebben den weg die van Weleveld daar uit komt. Eerst krijgen wij den molen met het bijgelegen landgoed van den heer Dikkers, dan de zeepfabriek van den heer Rierink, vervolgens een vriendelijk huisje van den heer Ledeboer en daarnaast een groot huis met een ijzeren poort en daartegenover gelegen koetshuis van de heeren Spanjaard en bij de R. C. kerk van Borne zijn we weer op bekend terrein.

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Van Borne naar Delden

Van Borne naar Delden

Wanneer wij van Borne naar Delden willen wandelen, kunnen wij drie wegen kiezen, den eenen meer oostelijk over Buren, den anderen meer westelijk over Azeloo en een derden daartusschen in. Wij kiezen den laatsten en verlaten Borne, bij de villa van den heer Meijling, den spoorweg overstekend. Wilden wij naar Azeloo, wij zouden tegenover de villa van de heeren Spanjaard, aan den Almelooschen straatweg, langs diens koetshuis hebben kunnen inslaan en zouden dan ten westen van 't Station een overweg hebben gevonden, Die weg leidt langs het Israëlitische kerkhof en is een zonnige weg door de heide. Wij willen dan maar liever een kleinen omweg maken en kiezen den reeds genoemden overweg, beoosten het Station.


Boven: Fragment van bijbehorende wandelkaart (1897). Klik er op voor vergroting.
Onder: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1881-'82, herzien in 1903.


Dadelijk over den spoorweg treffen wij de machinefabriek der firma Ledeboer rechts, en vervolgens de weverij, vroeger van de HH. Kleijn en Ledeboer, nu toebehoorende aan eene vennootschap en den naam dragende van Bornesche stoomweverij en ververij. Nu volgen aan de rechterzijde twee heerenhuizen, waanvan het eene, bewoond door den heer Kleijn, een aaadig trapgeveltje heeft. Aan de linkerzijde zien wij een fabrieksschoorsteen op enen kleinen afstand van den weg, dat is het tichelwerk, de steenbakkerij van den heer Morselt, waar men een ringoven heeft, zoodat men voortdurend kan bakken. Een weinig verder staat, rechts aan den weg, aan een plas, door de Bornesche jeugd 's winters als ijsbaan, 's zomers als zwemkom gebruikt, een klein onoogelijk gebouwtje met een schoorsteen. In elk ander deel des lands zouden we meenen een klein stoomgemaal te hebben, maar dat verwachten we hier in de heide allerminst. Toch is 't er een. Maar even als een Hollander onder eenen watermolen verstaat een molen, die 't water wegmalen moet en men in Twente daarentegen er eenen molen onder verstaat, die door water gedreven wordt, zoo is ook dit stoomgemaal niet bestemd, om den plas leeg te malen, maar dient alleen, om in tijden van droogte, als de fabrieken der HH. Spanjaard gebrek aan water hebben, deze van uit dien plas er van te voorzien. De weg was vroeger een min of meer verharde zandweg en wordt nu in goeden staat gebracht. Zoo ver hij op Bornsch gebied ligt, is hij van een daar langs loopend voetpad afgescheiden door paaltjes, waar deze ophouden, begint de weg eigendom te worden van Twickel. Wij volgen dezen weg, rechts en links met dennen afgewisseld. Al spoedig krijgen wij een vijfsprong, rechts gaat een weg naar Azeloo, links naar Buren en bet Schild, tusschen den weg, dien wij afkwamen en dien naar Azeloo voert de weg door het Bornesche Veld in de richting naar Zenderen. Wij zien dan ook al spoedig in de verte een rood dak tegen 't bosch afsteken aan de linkerzijde, dat onder Buren behoort.
Daar begint de weg van Twickel en houdt Borne op. Wij krijgen eene eikenlaan, waar wij onder door, ter zijde de rossige heide zien en fraaie partijen en krijgen weder een afweg rechts naar Azeloo, dien wij zullen onthouden.

Den weg vervolgend, treffen wij daar ter zijde rechts in 't bosch groote hoopen steen en en puin. Daar laat de eigenaar van Twickel, als er geen ander werk voor de arbeiders is, steenen tot puin stukslaan, om er de wegen mede te verharden en daar de Twentsche steen over 't algemeen hoog rood gekleurd is, kan men de wegen die er mede zijn bewerkt gemakkelijk kennen. We zullen er verschillende ontmoeten. Daarop volgt een weide, die 's winters als ijsbaan wordt gebruikt door de Bornesche jongelingschap. We krijgen dan zeer kort van elkander twee bruggen, waar de beide beeken naar Azeloo stroomende, onderdoorloopen en bespeuren dat wij meer en meer het kasteel naderen. De boomen worden grooter, de dennen aan den weg worden ware woudreuzen, die kaarsrecht omhoog zich verheffen en links en rechts van ons breidt het bos er zich uit. Wij kunnen bijna de verzoeking niet weerstaan er in af te dwalen, maar volgen nu echter den weg en krijgen een brug over de Twickeler vaart. Steeds houden wij hooge denneboomen langs den weg van welke sommige scheef over de aangrenzende sloot hangen. Bij een open plek komen rechts fraaie boomgroepen in een weide in 't gezicht. De weg buigt zich nu S-vorming dicht langs de sloot, die met palen en een ijzeren stang is afgezet. Nog een huis ter rechter zijde en wij zien voor ons den handwijzer aan de groote laan, waar wij op uitkomen juist tegenover den moestuin.

Wij gaan nu links af, merken eerst nog den weg op die langs den moestuin loopt en naar den Watertoren en Hoogspel voert en gaan langs de fraaie tuinmanswoning de laan af naar Delden. Weldra is de weg niet meer door een muur - maar door een fraai ijzeren hek begrensd en wij hebben de wildbaan van het eigenlijke park ter zijde, waar wij groote troepen herten zien grazen, tot wij rechts van ons het kasteel zien verrijzen. Daar tegenover ligt de groote boerderij en een eind verder een paar vriendelijke huisjes Alpha en Omega geheeten, grootendeels onder klimop verscholen, en wij zijn aan 't eind der laan. In een uurtje is van Borne uit het stadje te bereiken.

Willen wij niet den kortsten weg gaan maar een fraaieren, dan zouden wij den weg kunnen kiezen over Azeloo. Even nadat de weg van Twickel begon kregen wij een kruisweg. Die voert links naar Buren, rechtsaf juist, waar een paaltje, ‘verboden toegang’ verbiedt het hout nevens den weg te betreden, voert een weg naar een boerderijtje (Bokdam), waar een hek den weg afsluit om 't vee in de daarachter gelegen weide tegen te houden, juist bij dat hek is een eikenboom, een tweede weide volgt met mooie boomgroepen, ter wille van 't vee afgerasterd en de weg leidt verder over een nieuwe brug over de Oelerbeek weder in een weide met eikenboomen omzoomd en ook hier en daar met afzonderlijke boomgroepen en voert door een hek op den Azelooschen weg.

Linksaf gaande zouden wij al spoedig den Azeloosche watermolen, den Noordermolen hebben bereikt en rechtsaf gaande zouden wij langs de vroegere havezaten Dubbelink en Graes achter om den Azelooschen esch zijn gekomen, die hoog gelegen ons een zeer schoon uitzicht op Borne geeft en waar een weg links ons naar de school voert. Maar dat zon ons nu te ver voeren. Wij gaan tegenover het hek, waar wij den weg bereikten een pad in dat ons dwars door een heideveld met dennen aan de ‘Schipvaart’ of Twickelervaart brengt. Daarlangs vervolgen wij den weg. Linksom gaande kwamen wij langs die vaart op den zelfden weg naar den Molen uit. Die weg langs de vaart is een rijweg en zeer schoon, de vaart zelve ligt tusschen hoog hout, meest dennen, en daar de weg hoog oploopt langs den zoom der vaart, die wij links in de diepte houden, terwijl rechts over het bouwland twee boerderijen, de een geheel in 't hout de andere meer open zich aan ons voordoen, de reeds genoemde havezaten. De weg loopt nu van de vaart af en brengt ons op een langen weg, rechts afgaande zouden we spoedig de school ter rechter zijde krijgen en kunnen dan daarlangs een weg inslaan, die ons in de eigenlijke buurtschap brengt.
Willen wij de wandeling in die richting verder uitstrekken, dan kunnen wij den weg vervolgen, die ons weer achter in den esch brengt, op sommige punten een mooie holle weg en zoo om die buurtschap heengaan of ook , voor de school langs een driehoek omloopen, die een fraai landschap te zien geeft.

Wij gaan nu linksom en bereiken al spoedig een brug, de Almeloosche brug, over de vaart. Daar komen 3 wegen samen, de eene, een roode weg, met puin verhard, naar Almeloo, de 2e, de weg van Azeloo, die wij afkwamen en daartusschen nog een 3e, die 't veld ingaat.
Den rooden weg vervolgend, tusschen dennen met mooie doorzichten en rechts en links veldwegen door de Berghuisbraak. Weldra houden de dennen op en begint zwaarder hout te komen, een zijweg links voert weder naar den Watermolen, de weg is hier omzoomd met lariksen, die echter weldra vervangen worden door zware eikenboomen en daar begint het bosch. Reuzenbeuken verheffen loodrecht hunne stammen hemelwaarts en welven hun bladerdak over den weg; wij maken eene kromming en hebben de lange laan voor ons.
Als we nog even omzien, zien wij, dat daar ook 2 of eigenlijk 3 wegen samenkomen, de weg van de Almeloosche brug rechts, een andere, die afvoert in de richting naar Bakkenhagen en daartusschen een naar eene boerderij, Kamphuis, die juist aan 't eind van den weg voor ons in 't hout zich opdoet. Die tweede weg loopt achter de Deldener esch om, terwijl 't begin der laan ook dezen ter zijde houdt.

Dadelijk aan 't begin der laan krijgen wij rechts een groep forsche eiken. Even verder ligt een heuvel met jong opgaand hout beplant, de berg, in den esch en dan krijgen wij links twee vierkante vijvers.
Tegenover den tweeden vijver, juist als de straatweg begonnen is en den rooden puinweg heeft vervangen, ligt eene groote keisteen ter zijde van den weg. Een krans van eikenboomen is om hem heen geplant en hij draagt tot opschrift: Getrokken door 12 paarden ben ik uit Azelo gekomen 23 February 1845. Niet onwaarschijnlijk is het de deksteen geweest van eene oude heidensche offertafel of van een steenen graf, zoo als men die in Drente bij Eext vindt. Wij kunnen nu de laan vervolgen, langs den moestuin van het kasteel, door een muur van den weg gescheiden en komen dan weer uit op het punt, waar de gewone weg van Borne op de laan komt. Achter dezen steen over den Berg gaande, krijgen wij rechts voor ons het erve Wannink, de modelboerderij van Twickel. Daarbij staat een groep van 3 zeer zware eikenboomen. Daaraan is nog een historische merkwaardigheid verbonden. Naar de overlevering wil, zouden daar in den tijd der Hervorming hagepreeken zijn gehouden, zij heeten: de heilige eiken.


Foto: Gezicht op de Watermolen in Azeloo

Wij hebben een paar malen den Watermolen of Noordermolen genoemd en die partij is te schoon, om er niet even heen te gaan. De molen zelf is een vierkant gebouw en werd, toen het scheprad nog in wezen was, waarvan nu de overblijfselen ons aan de vroegere bestemming herinneren, gebezigd als oliemolen. De boeren uit Azeloo en de nabijheid lieten er hun oliezaad slaan en in de stilte van het woud klonk de dreun van den stamper. Nu behoort ook dat tot het verledene en de molen dient als bergplaats, maar is gelukkig voor het landschap gespaard en even als die van Oele herhaaldelijk het voorwerp geweest van de belangstelling van schilders, die hem op doek of paneel hebben vereeuwigd. Wij hadden van de Almeloosche brug aanstonds er heen kunnen gaan, doch nu wij zoover de laan reeds zijn opgewandeld, zullen wij, even voorbij den grooten steen gekomen, links afslaan. 't Is een gemakkelijk te kennen roode puinweg. Na enkele minuten krijgen we ter linkerzijde een boerderij met eikenhout ter zijde en een weide er voor, waar wij onder de boomen een tafel met glazen er op en stoelen er om heen zien staan. In het huis is boven de voordeur een steen ingemetseld met den naam Möllinkswoner. Wij toeven er even en de boerin sehenkt ons een glas melk en als wij den weg vervolgen, hebben wij met enkele schreden den molen voor ons, die aan de eene zijde geheel met klimop begroeid is. Schilderachtig ligt het gebouwtje daar aan den waterkom tusschen de twee bruggen, over de Twickelervaart en de Oeler beek, in de schaduw van de hooge boomen, in alle richtingen een prachtig rustig landschap aan ons oog vertoonend. Op dit punt komen verschillende wegen bijeen. De eene weg gaat langs de vaart op, Noordwaarts en verdeelt zich dan rechts doorgaande naar Azeloo langs het punt, waar wij uit de weide op den weg kwamen, links zich ombuigend tot vlak voor de Almeloosche brug bij Lamaker. Een andere over de brug over de vaart zijn wij afgekomen en brengt ons bij den grooten steen en over de beek gaande, den weg vervolgend, zouden we op den weg van Borne naar Delden zijn uitgekomen. Ook als wij weder over de vaart gaan en den laatst ons nog overblijvenden weg kiezen, komen wij op dien weg uit juist voorbij de brug. We konden zelfs nog een eind afsnijden, wanneer wij over een vonder, rechts van ons, het pad volgden, dat zou ons al spoedig nabij de groote vaart op den zelfden weg hebben gebracht en eveneens bij den handwijzer op de laan hebben doen uitkomen.

Nog een weg van Borne naar Delden mag niet onvermeld blijven, die over Buren, een buurtschap tusschen beide plaatsen gelegen aan de zijde van Hengeloo. Wij konden ook van deze laatste plaats uit derwaarts wandelen als wij bij Welberg op den Bornschen straatweg insloegen of als wij bij Asveld den zandweg namen, die ons eveneens op dezen weg zou hebben gebracht. Wij zouden dan even voorbij een boerderij, met een heg om den tuin, waar een slagboom over den weg ligt de beek zijn overgegaan en vervolgens den spoorweg bij het daar staande wachthuisje, om dan dadelijk rechtsom te slaan, (rechtuitgaande zouden wij bij 't Hof van Holland op den Deldenschen straatweg komen). Wij konden ook even voor de spoorweg den breeden grasweg rechts verkiezen, die daar verder paralel met den spoorweg loopt en over een volgenden overweg ons over dezen brengt. Wij volgen den eerstgenoemden weg tot wij een brug overgaan. Rechts van ons hebben wij een wit huis, het Schild, en daar langs gaande zouden wij, bij Klaas aan de brug langsgaande, den Bornschen weg hebben bereikt. Even voorbij het Schild komt ook de weg van Borne op dezen weg uit, die juist buiten het dorp van den straatweg naar Hengeloo zich afbuigt en langs de Lemerij loopt. Er is nog een korter pad, dat ingaat naast de villa van den heer S. Spanjaard en over den Steenoven loopt en iets verder op den weg naar Buren uitkomt.

Als wij dan de brug bij 't Schild over zijn en linksom gaan, krijgen wij een dubbele laan voor ons uit. Aan den weg ligt links eene boerderij en de weg slingert zich door eschgronden en boerderijen tot een tweesprong, rechts, langs een dennenboseh, komt het pad van Borne op den grooten weg. Weldra zien wij voor ons een jachtpaal van Twickel op een 5sprong tegen den esch staan. Wij kunnen de beide wegen langs den paal gaan maar kiezen den linkschen, waar in de verte het hooge hout ons wenkt. Daar bij dien paal hebben wij nog een mooi uitzicht op Borne.
De weg gaat eerst tusschen laag hout, dat den esch aan ons oog onttrekt en als de weg open wordt, zien wij achter den esch een achtergrond van dennenhout, links krijgen wij eene boerderij, terwijl de opgolvende esch rechts een schoon uitzicht biedt en weldra krijgen wij voor ons eene groote boerderij. Dat is Buren, dat aan den geheele buurtschap zijnen naam gaf, een zeer oude boerderij, een der grootste ‘losse huizen’ die men vindt en welker bewoners u pachtbrieven en pachtboekjes van 4 eeuwen zouden kunnen toonen. Daar gaat de weg langs weiden met de prachtigste boomgroepen, die men zich denken kan, met doorzichten in alle richtingen, die verrukkelijk zijn. Vlak voor deze boerderij verdeelt zich de weg, links gaat op Carelshaven, rechtdoor komen wij uit op het punt, waar wij van Woolde uit de dennenlaan van Twickel insloegen; de 4e weg gaat in de richting van Borne. Wij houden dezen weg, maar kunnen niet laten, telkens te blijven staan, even om ons heen te zien. Zulk een wonderschoon landschap als dit hebben wij er nog geen gehad op alle onze wandelingen, prachtige boomen, eiken en dennen en wilgen, rechts - links hoogopgaande eschgronden en afdalende weiden, aan alle zijden omzoomd met dennenbosch, waar donkere eiken en zilveren wilgen op den voorgrond treden - ginds in de verte, rechts voor ons uit een eiken boomgroep en daar langs den zoom der weide gaan wij door langs het dennenbosch, dat daar straks den gezichtseinder afsloot.

Nog eenmaal willen wij omkijken om een laatsten blik te werpen op dit eenig schoone landschap, met zijn weiden met roodbont vee, grazend of zich strekkend in de schaduw der knoestige eiken, die in een waterplas zich spiegelen, aan alle zijden heerlijke doorlichten biedend; op die golvende eschen met dennen omzoomd, wier zwaargevulde halmen zich wiegelen in den avondwind, op al dat schoons, daar in een kort bestek bijeen dat onze pen niet naar waarde beschrijven kan; nog een laatsten blik en langs het dennenbosch komen wij voor een weg. Recht voor ons herinnert ons een verbodpaaltje, dat wij op Twickels gebied zijn, als hadden ons dat niet de prachtige eiken verteld. Wij konden rechts gaan om Burinkhoek heen, krijgen Borne rechts ter zijde; tusschen een dennenbosch links en een eikenboom rechts gaan wij door, laten een paar zijwegen ter linker, van welke de eerste ons bij het kasteel zou brengen, liggen en hebben den weg van Borne naar Delden voor ons, juist tegenover den weg naar Bokdam. Wij kunnen nu links naar Twickel en Delden of rechts naar Borne wandelen.