Posts tonen met het label Steenwijkerwold (1909). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Steenwijkerwold (1909). Alle posts tonen

dinsdag 3 augustus 2010

Gids voor Steenwijk en omstreken: Steenwijkerwold

Als een gordel om Steenwijk ligt de gemeente Steenwijkerwold, 9871 H.A. groot, bestaande uit tal van gehuchten, met veel golvend terrein, water en bosschen; een landstreek voor jagers en visschers om van te watertanden.
Op den rijksweg naar Heerenveen, ligt ter rechterzijde, even vóór het gehucht Tuk, het gemeentehuis met burgemeesterswoning. Een kwartiertje verder - voorbij den grintweg naar Oldemarkt - het op een heuvelachtig terrein gelegen landhuis Bergstein.



Van dit punt strekt zich achterwaarts ter linkerzijde een heerlijk panorama uit in de richting van Steenwijk. Om dit goed te kunnen zien begeve men zich eenige schreden door het landhek nabij de bank. Een half uur in gelijke richting doorwandelende, bereikt men de spoorweghalte Willemsoord, eene nederzetting der Maatschappij van Weldadigheid. In het gehucht Gelderingen (telefonisch met Steenwijk verbonden) bevindt zich het groote, in fraaien stijl gebouwde R.C. gesticht ‘de Voorzienigheid’ met pensionaat en inwoning voor oud en jong, tot een getal van bijna 400. Aan die stichting is verbonden eene R.C. lagere school en een opleidingsschool voor het lager onderwijs.
In den Noordhoek van Steenwijkerwold (te bereiken over Willemsoord of over Eesveen) ligt het landgoed de Ehze met uitgestrekte bosschen en ontginningen. Het was vroeger een bijzondere heerlijkheid. De oude Heeren van Eese, van wier slot in het begin dezer eeuw nog overblijfselen waren te zien, waren machtige edelen. De heerlijkheid, vroeger behoorende aan de familie RAESFELD en VAN RECHTEREN, behoort thans aan de familie BRANTS te Zutphen. Hoewel dit landgoed niet van speciale wandelwegen is voorzien, is een bezoek eraan toch zeer loonend. De verschillende landwegen bieden den wandelaar veel natuurschoon. Voor eene nadere bezichtiging wende men zich tot den aldaar wonenden werkbaas, die gaarne bereid is den bezoeker in te lichten en rond te leiden.
Aan de Ehze aansluitend strekt zich het groote landgoed de Woldberg uit, toebehoorende aan den heer Mr. SCHLINGEMANN, rechter te Leeuwarden. Dit boschrijke oord is van Steenwijk uit het gemakkelijkst te bereiken over het reeds genoemde gehucht Tuk of over de gemeene weide der gemeente Steenwijk de Woldmeenthe, ingang bij langs de gasfabriek, verder onder den spoortunnel door. Door het heuvelachtig terrein (hoogste punt bij de z.g. ‘twee boompjes’) prachtige vergezichten. Een zeer indrukwekkend panorama spreidt zich uit in de richting van Steenwijk met Noordelijke omgeving. Het zorgvuldige onderhoud aan wandelpaden en bosschen geeft dit buitengoed een prettig aanzien. De vrijgevigheid van den eigenaar, door altijd onbelemmerde wandeling toe te staan over zijn groote terreinen, doet hem den dank oogsten van iederen Steenwijker en tallooze bezoekers van buiten. Wij kunnen hier niet alle mooie plekjes noemen, die dit oord stempelen tot een der bekoorlijkste streken van de Noordelijke provinciën. Men zal er met groote voldoening een vollen dag rondzwerven in dennenlucht door bosch en veld en telkens getroffen worden door een verkwikkende atmospheer en mooie uitzichten. Eene uitspanning, behoorende aan den heer J.W. BRANDENBERG, biedt een aangename landelijke rustplaats aan. (Specialiteit van den ondernemer: pannekoeken voor gezelschappen à 35 ct. per persoon, hoeveelheid naar verkiezing!)
Aan de Oostzijde van de Woldberg ligt - eveneens in de gemeente Steenwijkerwold - het landgoed ‘de Bult en de Baars’, met mooien aanleg van bosch, vroeger behoorende aan de familie VAN DER HOOP te Groningen. De wegen en wandelpaden loopen, ter plaatse waar beide landgoederen aan elkaar grenzen, geheel in elkaar; beide bezittingen zijn als 't ware een natuurlijk geheel en vormen door hunne gunstige ligging wel een wandelterrein of zomerverblijf bij uitnemendheid.
De Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer heeft het zich dan ook ten taak gesteld in de eerste plaats deze terreinen onder de aandacht van het natuurminnend publiek te brengen en den bezoeker enkele onontbeerlijke gemakken te bezorgen door het aanbrengen van wegwijzers en banken. Het is haar ernstig voornemen aan deze eerste werkzaamheden eene groote uitbreiding te geven, zoo te dezer plaatse als in de vele andere schoone oorden van Steenwijks omgeving. Zij rekent daarbij op den blijvenden steun van de ingezetenen, die haar in haar eerste optreden ruimschoots is geschonken.

Het landgoed ‘de Bult en de Baars’ is in 1908 in perceelen verkocht en aan verschillende eigenaren toegewezen. Het gevolg hiervan is, dat het complex moeielijk als zoodanig zal kunnen blijven bestaan. Naar het zich laat aanzien, blijft een mooi gedeelte evenwel, in de eerste jaren althans, in wezen. Laat ook hier de hoop worden uitgesproken dat niet alle natuurschoon - zooals op zoovele andere plaatsen in den lande - geofferd worde aan den eisch eener uitsluitend practische exploitatie!



Een wandeling van Steenwijk naar de Bult neemt drie kwartier langs den Eesveenschen weg. Links en rechts ziet men veel groenland en water, gevolg van vervening. Door de Heide-Maatschappij wordt het groote werk voorbereid om de rechts van dien weg gelegen gronden, voor rekening van de gemeente Steenwijk, in te polderen, waardoor een stuk land van plm. 100 hectare zal worden drooggelegd, geschikt voor winstgevende cultures. Op den weg tot het ingangshek zijn op ongeveer gelijke afstanden 3 zitbanken aangebracht. De bestrate allée leidt van het hek naar het heerenhuis met wandeltuin en mooi opgaand houtgewas, een en ander op genoemden publieken verkoop aangekocht door den heer J. DE WIT uit Steenwijk, die er eene uitspanning van heeft gemaakt. De wandelingen van hier uit naar den grooten vijver, naar de op een heuvel gelegen koepel van De Baars (van ouds het jagershuisje), in de verschillende bosschen en door de prachtige uitgestrekte heidevelden, zullen aan iederen bezoeker de grootst mogelijke voldoening verschaffen. Binnenkort zal Steenwijk met de Bult door een tramweg verbonden zijn en daardoor de aantrekkelijkheid van dit buitenverblijf sterk worden vermeerderd.



Langs de Zuidzijde van Steenwijk strekken zich uit de dorpen Zuidveen en Onna, waardoor ook een aangename wandelweg loopt. Oostwaarts het reeds genoemde Kallenkote en Westwaarts ‘het lage land’ met de buurtschappen Eind van ‘t Diep, Wetering en Muggenbeet, een landstreek met veel uitgeveende plassen en vaarten, voor een groot deel de bakermat van de ontzaggelijke partijen turf (z.g. baggelaar en sponturf) die de gemeente Steenwijkerwold jaarlijks uitvoert naar Holland en Friesland. Op een andere plaats in dezen Gids - bij de beschrijving van "Korte Wandelingen" of "Daguitstapjes in de Omgeving" - zal de lezer enkele bijzonderheden omtrent deze buurtschappen vermeld vinden. Evenzoo wordt daar¬voor verwezen naar eene korte beschrijving van twee andere in de nabijheid gelegen gemeenten, n.l. Giethoorn en Havelte en naar eene terreinbeschrijving van Frederiksoord, stichting der Maatschappij van Weldadigheid, behoorende tot de gemeente Vledder. In deze ‘algemeene beschrijving’ vinden wij eerst nog gelegenheid iets te zeggen van genoemde stichting te Frederiksoord. Wij worden hiertoe geleid door de volgende belangrijke mededeeling.
Een tramweg - waarvoor het Rijk een subsidie verleent van 1 1/2 millioen gulden, in wetsontwerpen vastgelegd, waarvoor de provinciën Overijsel, Friesland en Drenthe en verschillende belanghebbende gemeenten eveneens subsidies hebben toegezegd en waarvan het nog ontbrekende kapitaal door particuliere fondsen wordt gevormd - zal Steenwijk verbinden met tal van gemeenten, die tot heden geïsoleerd lagen. Deze tram zal geëxploiteerd worden door de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij en zal loopen langs de Bult, door Eesveen, Nijensleek, Frederiksoord, Noordwolde, Makkinga, Oosterwolde en Smilde naar Assen. Mogen wij hopen dat de tram spoedig rijdt, opdat wij op gemakkelijke wijze een bezoek kunnen brengen aan Frederiksoord, den zetel der Maatschappij van Weldadigheid, genoemd naar prins Frederik.



Kent gij het doel van deze stichting? Generaal Johannes van den Bosch verkondigde omstreeks het jaar 1815 de stelling ‘De aarde is dankbaar, goed bewerkt geeft zij den arbeider brood’. In zijne beschouwingen ging hij aldus verder: 190.000 H.A. woeste grond, in de Noordelijke provinciën van Nederland gelegen, kunnen bewerkt worden door menschen uit alle deelen van het land, die werken willen, maar geen werk kunnen vinden. Leidt ze op tot landbouwers op die woeste gronden en - hebben ze daar het landbouwbedrijf geleerd - brengt ze dan in de gewone maatschappij terug, waar ze als kleine boeren en grondontginners hun verkregen kennis in toepassing kunnen brengen. Op deze wijze gekoloniseerd, zullen bovendien de uitgestrekte heidevelden en woeste vlakten de woonplaats worden van eene gelukkige bevolking, die door eigen arbeid in haar onderhoud voorziet. Zijn ideaal was het pauperisme te overwinnen.
Het landgoed Westerbeeksloot, gelegen plm. 1 1/2 uur van Steenwijk, op Drentschen bodem (het daarop staande huis wordt thans bewoond door den geneesheer der Maatschappij van Weldadigheid), dat van den heer R.A.L. NOBEL was aangekocht, werd het uitgangspunt der onderneming, die in 1818 als rechtspersoon werd erkend, onder den naam van Vereeniging de Maatschappij van Weldadigheid. Over het geheele land werden Afdeelingen dezer Maatschappij opgericht en ook de Regeering en de Vorstelijke familie betoonden groote sympathie met het werk. Er werd een groot aantal kleine boerenwoningen gebouwd (‘hoeven’) waarbij 3 Hectare grond werd gevoegd. De berekening was, dat na verloop van 16 jaren iedere hoeve de capaciteit zou hebben om een gezin te voeden en te onderhouden. De praktijk leerde evenwel, dat woeste grond een schat aan mest verslindt en dat de armen der steden, door de Afdeelingen in de koloniën gebracht, niet spoedig op de drie Hectaren in eigen onderhoud konden voorzien. Het schoone denkbeeld van den stichter werd alzoo niet verwezenlijkt, maar de eenmaal in de Maatschappij van Weldadigheid ondergebrachte personen gingen een vaste bevolking vormen. Na verloop van jaren is er door de toepassing van den wetenschappelijken landbouw, door de aanwending van hulpmeststoffen, een geheel andere toestand ontstaan, die de stichting der Maatschappij van Weldadigheid thans stempelt tot een model van landontginning en boerenbedrijf. Werd het oorspronkelijke doel dus niet bereikt, de Maatschappij van Weldadigheid blijft nochthans eene belangrijke instelling, die om meer dan één reden de aandacht trekt van landgenoot en buitenlander. Voor de opvoeding der kinderen van de thans 1800 zielen sterke bevolking, wordt uitstekend gezorgd. De leerplicht tot 14-jarigen leeftijd bestond reeds lang voor de leerplichtwet.



Frederiksoord zelf is een lustoord. In het hotel bestaat goede gelegenheid voor logies en kan men zich uitstekend restaureeren. Er zijn talrijke fraai aangelegde wandelpaden, lommerrijke bosschen, be¬zienswaardige ontginningen, modelboerderijen en eene bloemen-, planten- en groentenkweekerij, die alleen een bezoek aan Frederiksoord, waard is. Deze laatste behoort tot de Gerard Adriaan van Swieten Tuinbouw¬school, eene inrichting van onderwijs met daaraan verbonden groote cultuurterreinen, gelegen tegenover genoemd hotel en onder geleide te bezichtigen. De Directeur der Maatschappij van Weldadigheid schrijft meermalen excursies uit ter bezichtiging van de uitgestrekte bezittingen, waar op het gebied van den landbouw veel merkwaardigs is te zien. Voor een bezoek aan Frederiksoord wordt verder verwezen naar de beschrijving achterin dezen gids.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een dagje naar Steenwijkerwold

EEN DAGJE NAAR STEENWIJKERWOLD.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

De Rijksstraatweg, die van Steenwijk uit noordwaarts gaat, biedt ons op twee plaatsen gelegenheid de buurtschap Gelderingen, meer en meer het middelpunt der gemeente Steenwijkerwold wordend, te bezoeken. Nauwelijks zijn wij Tuk gepasseerd, of een grintweg, linksaf voerend, brengt ons over de buurten Thij en Kerkbuurt naar ons doel. Een wegwijzer van den A.N.W.B. deelt ons mede, dat dit tevens de weg is, die naar Oldemarkt leidt. Het eerste gedeelte van dezen grintweg klimt vrij sterk, maar hebben we eenmaal het hoogste punt bereikt, dan worden wij ruimschoots beloond voor onze moeite, wanneer wij een oogenblik vertoeven op de plaats, waar de door Vreemdelingenverkeer geplaatste zitbank ons tot rusten noodigt. Vóór ons ligt dan Steenwijk met zijne omgeving van lage landen; op den voorgrond zien wij de fraaie boerderij Huize Bunzinge, terwijl liefhebbers van paarden doorgaans hun hart kunnen ophalen aan de fraaie dieren, die op een uitgestrekt weideveld onmiddellijk achter ons in grooten getale grazen tusschen ander vee.
Onzen weg vervolgende, bereiken wij vrij spoedig Thij, eene buurt, waar allerlei bedrijf wordt uitgeoefend. Smid en timmerman, bakker en schoenmaker hebben hier hunne werkplaatsen, terwijl de stoomzuivelfabriek De Eendracht de bedrijvigheid nog aanmerkelijk verhoogt. Thij is eene buurt, waar de huizen zijn gebouwd in een tijd, toen men van rooilijnen nog geen verstand scheen te hebben. Intusschen schaadt deze wanorde niet, 't geheel maakt geen onaangenamen indruk, zooals ons kiekje bewijst.



Stijgen en dalen is in dit gedeelte van Steenwijkerwold schering en inslag. Zijn wij klimmende tot ons rustpunt gekomen, dalende tot Thij, thans moeten we weer naar boven, tot daar, waar de Hervormde Kerk staat, tot Kerkbuurt dus. Even voorbij de kerk komen we aan een viersprong. Onze grintweg wordt gekruist door een straatweg, die komt van den Rijksstraatweg, dien wij zooeven bij Tuk verlieten. Hadden wij daar den straatweg gehouden tot de plaats, waar de herberg De Witte Paarden gevonden wordt, duidelijk kenbaar aan een tweetal steigerende paarden op de schuurdeuren afgebeeld, dan zou de weg, vandaar linksaf gaande, ons ook naar dit kruispunt hebben gebracht. Den grintweg vervolgende, zouden wij Oldemarkt bereiken. Voorloopig gaan wij liever linksaf, na nog even te hebben verwijld op dit werkelijk fraaie punt, vooral fraai, wanneer in den zomertijd het hoog geboomte van kerkhof en naburige pastorie in vollen bladertooi prijkt.



Spoedig bereiken we nu Gelderingen. Deze buurtschap heeft in de laatste jaren eene aanmerkelijke uitbreiding ondergaan. Tal van nieuwe huizen, ze beginnen reeds in de Kerkbuurt, zijn in den laatsten tijd hier gebouwd. Het voornaamste gebouw echter, dat hier verrees, is het gesticht De Voorzienigheid, door herhaalde uitbreiding geworden tot een gebouw met nagenoeg 100 Meter gevellengte. 't Is nog geen vijftien jaar geleden, dat de Zeereerwaarde Heer C.G. MUITEMAN, Pastoor der parochie Steenwijkerwold, het grootsche plan opvatte, in zijne gemeente eene stichting in het leven te roepen, waarin ouden van dagen, waarin ook kinderen zouden kunnen worden opgenomen, waarvan de verpleging in het gezin te kostbaar of onmogelijk was. Aan eerwaarde Zusters werd de verpleging opgedragen en nu reeds bevat het gebouw bijna vier honderd bewoners. Aan bijna veertig Zusters is de verzorging toevertrouwd van tal van oude mannen en vrouwen, aan tal van kinderen, die er in de gelegenheid zijn gesteld uitstekend onderwijs te genieten, zoodat eene bloeiende kostschool mede in de stichting is opgenomen. Sinds 1 Mei 1904 is er zelfs eene Kweekschool voor onderwijzeressen, die reeds meer dan 60 leerlingen telt, uit alle oorden des lands naar hier gekomen, om zich te bekwamen voor de onderwijzers-akte en die in de nuttige handwerken. Een elf-tal onderwijzers en onderwijzeressen zijn verbonden aan de scholen in de stichting De Voorzienigheid.
Wie van dwalen houdt, in den zin van schijnbaar doelloos rondloopen, kan van dit middelpunt in alle richtingen aan zijn lust voldoen. En, indien hij liefhebber is der natuur, tegelijk genieten van het vele, dat plantenrijk en dierenrijk, het eerste vooral, zoo ruimschoots te genieten geven. Zelden zagen wij op zoo klein bestek zoo groote verscheidenheid van gewassen. In hetzelfde bouquet zal men kunnen verzamelen de heide en de moerasplant, daar ze op geen kwartieruurs afstand van elkaar overvloedig voorkomen. Het geheele jaar door schenkt de natuur hier het aanzijn aan de schoonste harer kinderen, de bloemen. Reeds in Februari luidt er het sneeuwklokje, Maart brengt zijn speenkruid en viooltje, April en Mei brengen anemonen, orchideeën, dotterbloemen en waterviolieren, maar Juni vooral geeft hier een bloemenschat te bewonderen zooals bijna nergens.
Zijt gij plantenliefhebber, verlaat dan den straatweg, die voorbij het gesticht De Voorzienigheid voert naar de buurtschappen Molenhoek, Basse en Westenwold, verlaat den straatweg overal, waar een zandweg noord- of zuidwaarts gaat. Een gids die u bijna nergens in den steek laat, is altijd te uwer beschikking, indien ge misschien bevreesd zijt, dat ge den rechten weg niet zult terugvinden. Immers, waar ge ook zijt, overal zal, indien het dichte geboomte het uitzicht niet te veel belemmert, het gesticht De Voorzienigheid voor uw oogen oprijzen, daar dit kolossale gebouw op een der hoogste punten der gemeente is geplaatst.



Maar ook al bekoren u de bloemen niet in die mate, dat ge alleen terwille daarvan den hoofdweg zoudt willen verlaten, ook in menig ander opzicht zult ge kunnen genieten. Hoe schoon ligt het lage polderland met zijne wateren en molens aan uw voet, wanneer ge zuidwaarts zijt afgeweken; hoe heerlijk komt u de dennenlucht tegemoet, wanneer ge noordwaarts gaande den grintweg naar Oldemarkt hebt bereikt; hoe dikwijls heeft u intusschen een heerlijk schaduwplekje tot rusten verlokt, tot rusten op het zachte mos, terwijl de vogels in de struiken u gratis hunne schoonste liederen voorzingen? Ook den Koning der zangers, den nachtegaal, zult gij in dit concert niet missen, wanneer een zachte Mei-avond u hier brengt. Menig plekje, voor een schilder om van te watertanden, zal hier uw oog boeien, al begrijpt de eenvoudige landman, die hier met harden arbeid zijn brood verdient, niet, wat de vreemdeling voor schoons ziet in zijn omgeving. Hij heeft alleen oog voor zijne te veld staande rogge en haver, voor zijne aardappelen, voor zijn vee, en terwijl hij de opbrengst bij den oogst berekent en den prijs voor zijn slachtvee bepaalt, staat gij het schoone te bewonderen, dat de licht- en donkergroen gekleurde akkers op dit golvend terrein aanbieden.