Posts tonen met het label Steenwijk (1909). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Steenwijk (1909). Alle posts tonen

dinsdag 3 augustus 2010

Gids voor Steenwijk en omstreken: Voorwoord



VOORWOORD.
Waar wij de uitnoodiging tot U richten om aan Steenwijk een bezoek te brengen, doen wij dit in de overtuiging dat onze plaats door hare schilderachtige ligging wel in staat is, U in de zomermaanden eenige dagen van veel natuurgenot aan te bieden. De boschrijke omgeving, de heerlijke vergezichten over golvende bouw- en weidelanden, hier en daar afgewisseld door schoone waterpartijen; de op korten afstand gelegen uitgestrekte heidevelden; de rijke afwisseling in plantengroei in eene streek waar het "lage land" begrensd wordt door hooger gelegen gronden - zij brengen telken jare talrijke vreemdelingen, die hier voor korten tijd verblijven, in verrukking. Zij doen hen vol bewondering spreken over onze omgeving en hebben ons meer dan eens aangespoord de aandacht hierop in breeden kring te doen vestigen.
Moet de uitgave van dezen Gids worden beschouwd als een gevolg van de opwekking dezer belangstellende bezoekers - de Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer te Steenwijk hoopt dat de verschijning ervan krachtig moge bijdragen tot de bereiking van haar doel.

Het zijn niet alleen de bekoorlijke plekjes, onmiddellijk bij Steenwijk, die tot een herhaald bezoek uitnoodigen - ook de nabijheid van het in de groote schilderswereld zoo bekende en geliefde dorpje Giethoorn, met zijn pittoreske waterpartijen en andere natuurtafereelen, maakt Steenwijk aantrekkelijk voor ieder, die een open oog heeft voor indrukwekkend natuurschoon.
Het alom in den lande bekende Frederiksoord, waar de tuinbouw en bloementeelt zoo'n hooge trap van ontwikkeling heeft bereikt en waar de interessante stichting "de Maatschappij van Weldadigheid" is gevestigd; het boschrijke Havelte met de bloeiende hei en de oeroude hunnebedden; Steenwijkerwold met zijne golvende door bosch omgeven landerijen; de landgoederen de Woldberg, de Bult, de Baars en de Ehze; de oude zeehavenplaats Blokzijl, 3 keer per dag te bereiken met een keurig ingericht salonbootje; het op korten afstand gelegen Friesche dorp Noordwolde met zijne rijks-industrieschool voor rietvlechtwerk, de plaats waaruit jaarlijks honderdduizenden rieten stoelen en ander vlechtwerk naar Frankrijk en België worden gezonden; al deze oorden, zij roepen U toe: Komt naar Steenwijk, om voor korten tijd de stadslucht te ontvlieden en daarna met nieuwen lust, gesterkt door de frissche lucht van een gezonde landstreek, uw dagtaak weder op te nemen.
De Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer is ten volle bereid U alle gewenschte inlichtingen, die gij in dezen Gids te vergeefs mocht zoeken, te verschaffen. Uwe aanvrage gericht tot het Bestuur, zal omgaand worden beantwoord.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Algemene beschrijving

ALGEMEENE BESCHRIJVING.
Van het Zuiden komende, bereikt men Steenwijk per Staatsspoor over Zwolle, waar men in den regel plaats kan nemen in het voor Friesland bestemde gedeelte van den trein; het andere deel bestaat uit rijtuigen voor Groningen. Te Meppel heeft de scheiding plaats; het is dus verstandig zich hier te overtuigen van de goede richting. Het eerste station na Meppel is de halte Nijeveen, waar geene sneltreinen stilhouden. Daarna volgt Steenwijk, waar alle treinen stoppen.



Bij aankomst ziet men het plein vóór het station, versierd met een groot bloemperk en op eenige passen afstand ligt 't hôtel De Kroon, ondernemer de heer JAC. BIJKERK (stalhouderij). Links een breede allée met zware kastanjeboomen (de oude Stationsweg), voerende in 3 minuten langs de Ambachtsschool, met eene rechtsche ombuiging naar het hôtel Belle Vue van den heer H. WIERINGA Jr. (stalhouderij) ter rechter- en het hotel Varrenhorst (met groote concertzaal) van den heer N. BIJKERK, ter linkerzijde.
Verder rechts gaande, treedt men over een steenen overbrugging der stadsgrachten Steenwijks winkelstraat de Oosterstraat in, of men buigt vóór genoemde brug links om, voorbij een paar aardig gelegen villa's, waartegenover het café Onder de Linden met groote bovenzaal, van den heer JAN DE WIT. Eenige treden verder wordt het oog geboeid door den keurig aangelegden tuin van de villa Nijenstede, eigen aan den heer JAN TROMP MEESTERS.



Tezelfder zijde van de allée (den Meppeler straatweg), beplant met mooie eiken, bevindt zich de theetuin met uitspanning voor kinderen, eigen aan den heer J.J. BIJKERK en aan den anderen kant van het koetshuis van Nijenstede het pas gestichte Wijkgebouw, waartegenover de ingang van het aan de stad behoorende Slingerboschje, een hoewel kleine, zeer aangename wandelplaats, voorzien van zitbanken. Iets verder den straatweg volgende, voorbij de algemeene begraafplaats, de Driesprong, gevormd door den rijksweg naar Meppel (rechts), de Kallenkoter-allée (meer links) voerende naar Kallenkote (gemeente Steenwijkerwold) en Wapserveen (gemeente Havelte) en een zandweg, die ons over het spoor brengt naar landerijen en kleinere wandelwegen.



Keeren wij even naar het punt van uitgang terug. Van het spoorwegstation rechtuit gaande, komt men langs de Jan Hendrik Tromp Meestersstraat, bebouwd met fraaie woningen, voorbij de in den lande alom bekende meubelfabriek van de firma Gebr. MONSIEUR en ziet men aan zijn linkerzijde de schoone villa Zonnehoek en vóór zich de nieuwe Rijks Hoogere Burgerschool met 3-jarigen cursus. Rechtsaf langs den wal naar de Paardenmarkt, aan den linkerkant waarvan zich bevindt het hôtel van ouds Het Posthuis van den heer G.C. VAN HERPE, waarin tevens het expeditiekantoor van Van Gend & Loos gevestigd is en waar een brievenbus der Posterijen is geplaatst. Genoemd hotel links latende liggen, wandelt men over den Cornputsingel, met flinke heerenhuizen ter rechterzijde en aan den linkerkant de Openbare Lagere School B., het Nederl. Herv. Armenhuis en het kerkgebouw der Ned. Israël. Gemeente.
Aan het eind van dezen singel rechts ombuigende, de in Engelsch-landhuisstijl z.g. "cottage-stijl" gebouwde villa Ramswoerthe met groot park en waterpartijen, gebouwd naar plannen van den heer VAN GEND te Amsterdam; het park aangelegd door den tuinarchitect COPIJN, van de Groenekan bij Driebergen. Deze villa draagt een eigenaardigen naam. Tot 1899 stond hier een boerderij en graasden de koeien er in het malsche gras van het weiland ‘de Woerthe’, welke land een paar honderd jaar geleden behoorde aan den toenmaligen burgemeester van Steenwijk, RAM genaamd. De boerderij en het weiland zijn in korte jaren in een lustoord herschapen. Keur van heesters, zeldzame bloemen, volgroeide boomen, een volière, hertenkamp, bloemen- en vruchtenkweekerij naar de nieuwste methoden - het is alles als bij tooverslag ontstaan.



Brengen wij nu eerst een bezoek aan het centrum van Steenwijk, het fraaie en ruime marktplein, vanwaar men den regelmatigen bouw van de stad het best kan waarnemen.
Aan de Oostzijde vinden we het flinke Stadhuis, dat één geheel vormt met het daarachter staande Postkantoor, te zamen een gebouwencomplex van 18 X 40 meter. Dit stadhuis op zich zelf verdient het, dat wij er een oogenblikje bij stil staan. Het gebouw toch beschikt over vele ruime lokalen als, beneden: de Burgemeesterskamer, de Raadszaal, de Bodekamer, eene ruime vestibule, de Secretarie, de kamer van den Gemeente-Secretaris met brandvrije kluis, benevens een deel van de woning van den concierge. Twee verschillende trappen leiden naar boven. De 1e, in de vestibule, brengt ons in de oude kantonale gevangenis, welke uit drie ruime cellen bestaat, waarvan de eerste twee vermoedelijk dienst hebben gedaan voor gevangenen, wier misdaad niet groot was; het bezichtigen van de derde cel doet ons een andere conclusie trekken. Hier toch zijn de stevige wanden en de vloer, vervaardigd van zwaar eiken hout, doorschoten met dikke spijkers, die op kleine afstanden van elkaar zijn geslagen. In de wanden der eerste beide cellen hebben vele gevangenen hun namen vereeuwigd, door deze met een mes in het hout te snijden. Fouilleeren bleek toen nog niet in de mode te zijn, en misschien was het ook niet noodig: velen toch zaten er onschuldig, dat kan men duidelijk zien, want ze hebben naast den datum en duur van hun straftijd en den aard van het misdrijf het woord ‘onschuldig’ vermeld. Enkele oude geweren, groote trommen enz., die hier nog bewaard worden, voeren ons in gedachten naar den ouden tijd terug. Doch er is hier meer dat aan vroeger herinnert. Wanneer U ons volgt langs de andere trap, komen wij weer op een soort vestibule. De eerste deur recht voor ons draagt tot opschrift Nutszaal. Dit lokaal diende vroeger voor raadszaal. Die deur daar, waarop Secretarie staat, geeft toegang tot een kamer, waarin vroeger de gemeente Steenwijkerwold hare secretarie hield. De beide andere vertrekken, die men er, behalve de kamers, welke bij de woning van den concierge hooren, nog vindt, doen dienst voor de griffie van het Kantongerecht en voor het bureau van den gemeenteopzichter.
Nog een andere ingang van het stadhuis bevindt zich in het Waagstraatje. Hier vindt men de oude boterwaag, thans de centrale bewaarplaats van de brandbluschmiddelen. Uit de simpele opsomming der verschillende vertrekken met hun dienst moge reeds gebleken zijn dat het stadhuis tot velerlei doeleinden wordt gebruikt, nog duidelijker springt dit in 't oog als we nagaan, welke vele vergaderingen enz. hier worden gehouden, behalve die van het Bestuur der gemeente. Zoo vergaderen hier alle commissies van bijstand in het gemeentelijk beheer, zooals die vermeld zijn in het Jaarboekje voor Steenwijk, verder de Kamer van Koophandel en Fabrieken, de Brandweer, het College van Zetters voor de Personeele Belasting, idem voor de Bedrijfsbelasting, de Plaatselijke commissie voor de Ongevallenwet, de Gezondheidscommissie, de Vereeniging tot verbetering van de Volkshuisvesting ‘Algemeen Belang’, die tot Bestrijding der Bedelarij door Werkverschaffing, het Zieken- en Begrafenisfonds. In dit gebouw heeft plaats de loting voor de Nationale Militie, en houdt zitting de Militieraad, de ontvanger van het Waterschap Vollenhove, terwijl hier bovendien het Hoofdstembureau is voor het Kiesdistrict Steenwijk, waar ook de stemmingen plaats vinden. Het stadhuis staat in het centrum van de stad het is het centrum van alle officieele leven.
Langs de Noord-, West- en Zuidzijde van het marktplein treffen we voor het meerendeel winkelhuizen en in het midden van het plein een goed onderhouden bloemperk aan, waarboven flinke verlichting is aangebracht, op welke plaats des zomers eenige keeren avondconcerten worden gegeven door het Steenwijker Fanfare-corps, een muziekgezelschap dat zich in aller sympathie mag verheugen en wier verdienste reeds meer dan eens door mooie onderscheidingen op verschillende concoursen is erkend.
Op genoemd marktplein (de Groote Markt) wordt des Maandags veemarkt gehouden; het ruime plein schenkt dan tevens gelegenheid aan vele kooplieden om er hunne waren, uitgespreid op stalletjes of op den grond, aan den man te brengen. De Steenwijker veemarkt is alom bekend. Ver uit den omtrek trekken de veehouders met hun koeien en ander vee naar Steenwijk op, waar zij tegen betaling van een zeer klein marktgeld meestal koopers vinden. In den laatsten tijd krijgen wij op drukke marktdagen zelfs bezoek van buitenlandsche kooplieden, die het marktwezen tot grooten bloei brengen. Een treffend staaltje van levendigheid en drukken aanvoer vindt de lezer op nevensstaand kiekje, op den achtergrond waarvan de voorgevel van het stadhuis mooi uitkomt.



Nu wij hier van ons marktplein spreken, is het een goede plaats even te wijzen op een mooien ouden gevel, die zich onmiddellijk in de buurt bevindt. Aan de Noordzijde van het stadhuis - in het Waagstraatje treft men het oude waaggebouw, welks trapgevel prijkt met een afbeelding van Themis, het Stadswapen, de heilige Clemens en het jaartal 1642.
Aan den anderen kant in de Koningsstraat -ziet men ook nog een ouderwetschen trapgevel met het jaartal 1614; hiervan is het eigenaardige evenwel verloren gegaan door herstellingen, evenals dit is geschied met vele andere oude gebouwen. Een antiek stukje bouwwerk, waarvan op bladzijde 19 eene afbeelding voorkomt,treft men in de Scholestraat, dicht in de nabijheid.



Heeft men lust een aardige voorstelling te zien van een bekende episode uit Steenwijks verleden (op een andere plaats in dit boekje volgt hiervan een kleine beschrijving) dan bezie men de muurschildering van het tegenover de ingang van het stadhuis, in de Koningsstraat gelegen café VREDENDUIN, aangebracht door een stadgenoot.
In het genoemde Waagstraatje heeft men het gezicht op de Kleine Kerk, een bezienswaardig gebouw uit historische tijden, toebehoorende aan de Nederl. Herv. Gemeente.



Aan hetzelfde Kerkgenootschap behoort ook de Groote Kerk, waarvan men den zwaren monumentalen toren zeker reeds heeft waargenomen bij het verlaten van den trein. Muren van 1.50 Meter dikte hebben dezen kolossus voor den tand des tijds beveiligd. Een bestijging ervan is zeer loonend; men heeft een interessant uitzicht over beemd en bosch. Sedert den aanleg van de waterleiding dient deze toren - stadseigendom - tevens als waterreservoir, daarin op eene hoogte van 20 Meter op sterk metselwerk aangebracht door den ingenieur SCHOTEL uit Rotterdam, door wien het geheele werk van de waterleiding alhier is geprojecteerd. De Groote Kerk, die met genoemden toren één bouwwerk vormt, is bevloerd met vele zeer fraaie grafzerken en bezit een prachtig orgel. Oudtijds heette zij St. Clemenskerk, naar een der Apostolische vaderen: Clemens Romanus Primus, volgens de overlevering de derde bisschop te Rome na Petrus, die plm. 100 jaar na Christus geboorte leefde. De kerkelijke overlevering vermeldt, dat hij op last van keizer Trajanus aan een anker vastgemaakt in zee geworpen werd, doch dat het lijk van den martelaar weldra aan wal spoelde. Het Stadswapen geeft dezen bisschop in beeld.
Voor de ligging der andere kerken, openbare gebouwen, straten, pleinen, wallen enz. verwijzen wij naar den plattengrond op pag. 4.

Steenwijk heeft ruim 6000 inwoners, bezit gas- en waterleiding in eigen exploitatie, is intercommunaal aangesloten bij de telefoon, onderhoudt een druk verkeer met naburige gemeenten, zoowel te land als te water, staat over zee rechtstreeks in verbinding met Amsterdam en heeft sedert een paar jaren ook gemeenschap met het vaste kamp voor jaarlijksche militaire manoeuvres te Diever.
Behalve de openbare en bijzondere lagere scholen, heeft men er een goed-ingerichte Fröbelschool, een Aansluitingsschool van lager tot middelbaar onderwijs, een Rijks Hoogere Burgerschool met 3-jarigen cursus, een Ambachtsschool, die door ongeveer 100 leerlingen wordt bezocht en een Rijks-Normaalschool met Voorbereidende Klasse.
Steenwijk is de zetel van het hoofdkiesdistrict van dien naam; er is een kantongerecht, kantoor der registratie en domeinen, en der rijksbelasting, benevens een correspondentschap der Ned. Bank. Alles drukt er den stempel op van eene stad van eenige beteekenis.
Behalve de reeds genoemde hotels bij het station en aan de Oost- en Westzijde der stad, moeten nog vermeld: hotel Köss in de Oosterstraat, hotel BUSSCHER buiten de Woldpoort en twee gelegenheden voor logies in Volkskoffiehuizen: de eene in de Oosterstraat (onderneming van de Nat. Chr. Geh. Onth. Vereen.) de andere aan de Markt (particuliere onderneming).
Sedert de laatste jaren is voor drankbestrijding te Steenwijk veel gedaan en met groot succes, zoowel door bovengenoemde als door de Alg. Onth. Vereeniging.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Uit Steenwijks geschiedenis

UIT STEENWIJKS GESCHIEDENIS.
Steenwijk heeft een bekende geschiedenis. Reeds in 1141 wordt van Steenwijk gesproken en hoewel dus van ouden datum, is door brand en overstroomingen bijna alles van het eigenlijke karakteristieke verloren gegaan. In 1522 werd de stad vruchteloos door de Zwollenaren aangevallen. In 1523 werd ze door de Gelderschen verwoest. Den 18 October van het jaar 1580 begon de belegering door den Spaanschen legeraanvoerder RENNENBERG. De benarde tijd, dien de inwoners toen hebben doorgemaakt, wordt bezongen in een populair lied, dat bij historische gedenkdagen menigmaal is aangeheven en waarvan het eerste couplet aldus luidt:
't Was bang en naar in Steenwijks grijze veste,
Toen Rennenberg de stad belegerd had;
De nood klom hoog, onhoudbaar werd ten leste
De toestand van de burgerij der stad.
Dat was een bange tijd,
Dat gaf een harde strijd,
Bekend door de historie wijd en zijd.
De stad werd bij dit beleg met den grootsten heldenmoed verdedigd door JOHAN VAN DEN CORNPUT. De burgerij was voor een groot deel Spaanschgezind en de vestingwerken bevonden zich in een ongunstigen toestand, maar CORNPUT deed zijn volk zweren, dat niemand van overgave zou spreken zoolang hij zelf daarvan zweeg. Hij wist de muitzieke burgers in bedwang en den moed zijner onderhoorigen levendig te houden.


Afbeelding: Beleg van Steenwijk door Rennenberg (Jan Luyken) - afbeelding afkomstig uit Wikimedia Commons

Met overste NORRITS, die tot ontzet aanrukte, hield hij gemeenschap door middel van kogels, waarin brieven waren geborgen. Bovendien wist men elkaar naar een volledig plan seinen te geven met behulp van gekleurde doeken in de ramen en des nachts door lantaarns. Twee burgers en drie soldaten waagden hun leven tot behoud van de stad en begaven zich door de vijandelijke schildwachten heen tot NORRITS, waardoor dezen tevens de weg werd aangewezen om de communicatie met Steenwijk te onderhouden en het proviand in de stad steeds te blijven aanvullen.
RENNENBERG begreep, dat hij zijn oogmerk niet bereiken kon en brak het beleg 22 Februari 1581 op. Een jaar later (1582) viel Steenwijk echter in de macht der Spaanschgezinden door verraad van een landman, die TASSIS, den onderbevelhebber van VERDUGO, door list en verraad in de stad bracht. Zij bleef nu tien jaren in het bezit van de Spanjaarden, die haar aan de landzijde aanzienlijk versterkten.
In 1592 veroverde prins MAURITS Steenwijk weer en nu bleef de plaats in de macht der Staten tot 1672, toen ze door de Munsterschen bezet werd gehouden tot in October 1673.
In 1750 braken er eenige onlusten uit, voornamelijk door een zekeren FLEDDERUS veroorzaakt, die ‘met de koorde’ werd gestraft. (Het z.g. Galgenveld, liggende een half uurtje buiten de stad, ter linkerzijde van den Meppeler straatweg, ontleent zijn naam aan dit doodvonnis). De vrienden van FLEDDERUS hadden hun behoud alleen te danken aan de voorspraak van den prins. Later is de nagedachtenis van den ter dood veroordeelde op een openbare en plechtige wijze geëerd geworden.

Al is er van het oude Steenwijk door boven omschreven historische feiten weinig overgebleven, de oude vorm der stad is bijna onaangetast. De poorten zijn verdwenen, maar de wallen met omliggende grachten zijn nog aanwezig. Een aardig punt van deze wallen vindt men hier afgebeeld. De molen, die daar op eene groene verhevenheid prijkt, werd in 1908 door brand vernield, waarna het gemeentebestuur het terrein heeft aangekocht, om zooveel mogelijk te bevorderen dat dit fraaie gedeelte een schoon uiterlijk blijft behouden.



De grachten zijn door flinke stroomduikers met elkaar in verbinding gebracht en worden ververscht door het water van de Steenwijker Aa, een riviertje dat in Drenthe ontspringt en bij het gehucht Verlaat uitmondt in het Steenwijker Diep, het scheepvaartkanaal dat de stad met de Zuiderzee verbindt. Een gedeelte van de Aa doorstroomt het bovengenoemde park Ramswoerthe en vormt hier heerlijke waterpartijen, bevolkt door velerlei bekende en zeldzame watervogels. Des winters vermaakt een groot deel der ingezetenen zich op de ijsvlakten in het park, die soms worden verlicht en meermalen aan de jeugd een heerlijken winter-feestdag hebben geschonken.



De mooi begroeide, goed onderhouden wallen geven aan Steenwijk een schoon aanzien en worden gaarne voor algemeene wandelplaats aangewend; men vindt er bloemperken en zitbanken.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Korte wandelingen bij Steenwijk

KORTE WANDELINGEN BIJ STEENWIJK.

1. Langs de wallen of singels, door de buitenwijken en het Slingerboschje.
Ongeveer 30 minuten.

Op de wallen, overblijfselen van de vroegere vestingwerken, die aardig zijn aangelegd met gazons, heesters, bloemperken en enkele banken, vindt men nog een paar hooge gedeelten, die een mooi uitzicht geven. Een gedeelte (tusschen de Gasthuis- en Onnapoort) is nog in den primitieven toestand bewaard. Hier is in den Spaanschen tijd het historisch beroemde ‘schot van Steenwijk’ gevallen. Een wandeling alleen langs de wallen neemt 20 minuten. Neemt men er de buitenwijk en het Slingerboschje (Meppeler straatweg) bij, dan is er een goed half uur mee gemoeid.



2. Langs Meppeler straatweg, terug langs den spoorweg.
Ongeveer 30 minuten.

Men loopt voorbij het Kerkhof en slaat voor den Driesprong (zie pag. 9) links om door de peppellaan, die over de spoorbaan leidt. Bij dezen overweg heeft men rondom zich zeer mooie uitzichten. Over het spoor linksom, langs den Parallelweg terug.

3. Langs Kallenkoter-allée en Dennen-allée.
Ongeveer 1 uur.

Voor deze wandeling nemen we aanvankelijk denzelfden weg als bij 2 aangegeven. Bij den Driesprong houden we den linker straatweg (Kallenkoter-allée). Voorbij de uitspanning aan het eind dezer laan, verlaten we rechtuitloopende den straatweg en buigen na 5 minuten rechts om. Even blijven we rusten om van het mooie uitzicht te genieten over heide en kreupelhout, met in de verte het blinkend witte zand van den Havelterberg (Bisschopsberg). De lust bekruipt ons om dwars door de heide den weg naar Havelte in te slaan, doch onze wandelgids zegt dat dit een tocht voor een geheelen dag is. We trekken dus ons oog van dit bekoorlijke plekje af en volgen den zandweg (Dennen-allée geheeten naar eene vroegere beplanting). Deze aardige weg, in den voorzomer één bouquet van bloeiende brem, geeft zoo nu en dan een doorkijkje over schilderachtig groen- en bouwland. Bij den Meppeler straatweg gekomen, slaat men rechtsaf naar de stad terug, die vriendelijk achter het groene loover verscholen voor ons oprijst.

4. Kallenkoter-allée, Hazenpad, Hollandsche dijk.
Ongeveer 1 uur.

Meppelerweg tot aan den Driesprong, dan de Kallenkoter-allée nemen tot het einde (zie 3); de spoorbaan overschrijden en links het zandpad tusschen kreupelhout (Hazenpad) inslaan. Dit pad teneinde, houdt men weer links den landweg (Hollandschen dijk) waar men een paar banken vindt. De wandelweg loopt daarna spoedig evenwijdig met de spoorbaan. Men gaat verder den onder 2 genoemden Parallelweg of de peppellaan.
Deze wandeling kan met ongeveer 20 minuten worden verlengd op de volgende wijze: Over het spoor niet links afslaan maar doorloopen tot vóór het tolhek. Dan houdt men den zandweg links, die weer uitloopt op bovengenoemden Hollandschen dijk.

5. Langs Ramswoerthe naar Verlaat.
Ongeveer 1 1/4 uur.

Het begin van deze wandeling is buiten de Gasthuispoort. Bij de Maréchaussée-kazerne verlaten we den Zuidveenschen weg en houden den weg, die langs de buitenplaats Ramswoerthe loopt. Zoo nu en dan hebben we gelegenheid om een mooi kijkje in de tuinen van genoemd park te nemen. Een landweg voert ons over een brug naar de buurtschap Verlaat, alwaar we ons voor een paar centen laten overzetten, om aan den Noordkant van het Steenwijker Diep de terugreis te ondernemen. Op den heenweg ruime uitzichten over laaggelegen landerijen. Terug een schilderachtigen blik op Steenwijk, waarbij we onderwijl ons oog laten gaan over het bedrijvige leven dat Steenwijks industrie hier te aanschouwen geeft.

6. Langs het ‘Witte huis’ door het Veld.
Ongeveer 1 1/2 uur.

Meppelerweg tot den Driesprong. Nu den rijksstraatweg houden (rechts). Ter linkerzijde een groote driehoekige weide; ter rechterzijde het hooge gedeelte van den Steenwijker Kamp met het Katholieke Kerkhof. De weg begint te klimmen en biedt mooie vergezichten aan. Iets verder links het Witte huis. Nog even doorloopende slaan we juist voorbij de blauw-gele grenspaal Steenwijk-Steenwijkerwold links een voetpad in, dat voorbij eenige kleine boerderijtjes ‘keuterplaatsjes’ loopt. Linkshoudende doorsnijdt men een zandweg (Dennen-allée) en bereikt men evenwijdig gaande met de spoorbaan, de Kallenkoter-allée, die men in tegenovergestelde richting als bij 3 beschreven doorwandelt.



7. Rijksstraatweg richting Tuk, langs den Hooidijk; terug langs het Steenwijker Diep.
Ongeveer 1 uur.

Men verlaat Steenwijk door de Woldpoort en houdt een kwartier lang den straatweg. Vijf minuten na de Kapelbrug loopt aan den linkerkant een zandweg. Dezen volgende, gaat men links door een hek een landweg over in de richting van den runmolen der firma RIJKMANS (kenbaar aan zijn eigenaardigen vorm). Nu bereikt men de Noordzijde van het Steenwijkerdiep, waarlangs men terugwandelende een aardig kijkje heeft op een groot deel van Steenwijks industrie. Men komt in de stad terug op het punt, dat hieronder is afgebeeld.



8. Naar het eind van Kallenkote.
Heen en terug ongeveer 2 uur.

Men begint de wandeling van de Oosterpoort uit, voorbij eenige vriendelijke villa's en gaat ongeveer 10 minuten langs den Meppeler straatweg. Onderweg ziet men links het Slingerboschje, dat men zonder gevaar voor tijdverlies in deze wandeling kan opnemen. Even verder dan dit boschje ligt aan de linkerhand de straatweg naar Kallenkote (de Kallenkoter-alleé.) Ongeveer een kwartier lang volgt men dezen vriendelijken weg, waar in het voorjaar de haagdoorn bloeit en ge des zomers door een aangename koelte wordt verkwikt. Aan het eind van deze laan ligt eene uitspanning met speeltuin voor kinderen. Den aan onze rechterhand gelegen hollen zandweg laten we liggen en volgen den straatweg over het spoor, waar de buurtschap Kallenkote zich aan weerszijden uitstrekt.
Langs boerderijen, door veel kreupelhout omgeven, loopt men nog een klein half uur, waar men rechts den weg naar Havelte zou kunnen inslaan. Dit wordt echter voor een morgenwandeling te ver. Liever neme men dus denzelfden weg terug totdat men even voor den spoorweg aan de rechterhand het zoogenaamde Hazenpaadje vindt. Dit smalle boschpad loopt men door, verder den zandweg volgende evenwijdig met de spoorbaan, totdat men bij den ouden Stationsweg aankomt en het punt van uitgang spoedig weer bereikt.



9. Naar Zuidveen en Onna.
Ongeveer twee uur.

Men begint de wandeling bij de Gasthuispoort, gaat voorbij de buitenplaats Ramswoerthe, slaat even verder den straatweg links in, die voorbij de Maréchaussee-kazerne voert. Dezen weg vervolgt men tot het gehucht Zuidveen, waar men bij de lange huizenrij naar het Oosten (links) ombuigt. Na een kwartier langs denzelfden weg bereikt men Onna, dat door dezen straatweg wordt doorsneden. Eindelijk komt men aan den rijksweg naar Meppel, waar de hooge Steenwijker toren U zegt, welken kant gij moet inslaan. Nu nog een half uur en men is bij de stad terug. Deze wandeling biedt prachtige vergezichten over den golvenden Steenwijker Kamp, die, met velerlei veldvruchten prijkend, het oog boeit. Men kan de wandeling bekorten door in Zuidveen of in Onna een der vele landwegen te nemen, die over den Steenwijker Kamp leiden. Ook zeer loonend.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Grotere wandelingen

GROOTERE WANDELINGEN.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

10. Naar den Woldberg.

De wandeling begint als bij 7. Bij den Hooidijk houdt men den straatweg en ziet weldra de buurtschap Tuk voor zich. Het eerste gebouw is het Gemeentehuis van Steenwijkerwold, tevens de woning van den Burgemeester. Aan de andere zijde van Tuk verlaat men rechts den rijksstraatweg en komt over de spoorbaan in den Oosterhoek. Na korten afstand loopt de kunstweg uit op een zandweg, dien men direct weer verlaat door den weg aan de linkerhand in te slaan. Vijf minuten na de eerstvolgende boerderij links, bereikt men een vrij sterk klimmend pad, dat naar het hoogste punt van den Woldberg loopt, ‘de twee boompjes’. In dezelfde richting doorgaande, daalt men tusschen kreupelhout naar de uitspanning Brandenberg.



Deze uitspanning is ook om den berg heen te bereiken. Hiertoe houdt men den zandweg door den Oosterhoek rechtuit en slaat dan na plm. 15 minuten linksom. De heerlijke dennenlucht zal menig wandelaar van den gewonen weg afhalen, om, ronddolende door bosschen en langs mooi onderhouden wandelpaden, zelf zijn weg te gaan zoeken. Men zal telkens getroffen worden door prachtige panorama's. Hier en daar treft men banken. Men brengt hier gaarne een vollen dag zoek.

11. Over de IJzeren Brug naar den Woldberg of de Bult.

Deze wandeling is wat uitgestrekter dan de vorige. Men loopt als bij 10 door de buurtschap Tuk en houdt nu rechtuit den straatweg. Men passeert den grintweg naar Thij en even later het buitengoed Bergstein (beide links.) Bergstein voorbij, is men op het hoogste punt, waar een zitbank is geplaatst. (Mooi panorama). Na 10 minuten verder in dezelfde richting te hebben geloopen, ziet men rechts een herberg, op de schuurdeuren waarvan twee witte paarden zijn geschilderd. Tegenover ‘de witte paarden’ loopt links een straatweg naar Steenwijkerwold. Wij gaan nu evenwel aan den rechterkant den rijksstraatweg verlaten en bevinden ons op weg naar de ijzeren brug, die de beide bermen van de diep uitgegraven spoorbaan verbindt. Rechtdoor loopende, naderen we de school van de buurtschap De Baars, alwaar de straatweg in een zandweg uitloopt. Een eindje verder loopt onze weg rechts door het dennenboschje; we passeeren eerst rechts dan links een boerderijtje en naderen rechtsom de uitspanning Brandenberg, onder 10 genoemd. Slaan we op den laatsten zandweg linksom dan loopt onze wandeling naar De Bult, waaromtrent in een volgende beschrijving nadere bijzonderheden.

12. Uitgestrekte' wandeling over Tuk en de Baars naar het landgoed De Ehze.

De eerste helft wordt beschreven bij 11. De school op de Baars gepasseerd zijnde, houden we den zandweg rechtuit, den z.g. Oudeweg. Langs heidevelden en dennenbosschen bereiken we de Heerlijkheid de Ehze. Gelijk reeds in de algemeene beschrijving is opgemerkt zijn hier geen aangelegde wandelpaden. De groote aantrekkelijkheid schuilt hier in het rondzwerven door golvende heidevelden, die door vele wegen worden doorkruist. Van de Ehze komt men langs verschillende wegen weer op de Baars, de Bult of den Woldberg of kan men rechtstreeks langs een goeden kunstweg den weg bereiken, die Steenwijk met Frederiksoord verbindt. In dit laatste geval komt men door de buurtschap Eesveen, voorbij den ingang van 't landgoed de Bult. De verschillende wegen zijn hier moeilijk te beschrijven, maar zullen zooveel mogelijk door teekenen en wegwijzers worden verduidelijkt.

13. Naar De Bult en omgeving.

Wij nemen aan dat de tram al loopt en gaan voor 'n dubbeltje trammen tot het toegangshek van de Bult. Wat ons oog onderweg boeit, hebben we reeds meegedeeld op pag. 30. Bij het toegangshek vangt de wandeling aan. Na 5 minuten bereikt men ter linkerzijde de uitspanning. Den hoofdweg houdende treft men links verschillende wandelpaden, die naar een paar vijvers leiden en rechts op het eind van de allée een beukenbosch. Dit bosch ter linkerzijde langs wandelende, ziet men weldra een klimmenden weg, de Baars-allée, aan het eind waarvan een schilderachtig gelegen boerenwoning.



Ter weerszijden van de Baars-allée strekken zich groote heidevelden uit, hier en daar begroeid met dennenhout. Een heerlijk oord voor den rustzoekenden natuurbewonderaar; men doolt hier eenzaam rond door bloeiende hei en wordt af en toe opgeschrikt door fazant, haas of korhoen, die zich deze plaats als hun paradijs hebben uitgekozen. Aan den voet van dezen heideheuvel, dus daar waar de hoofdweg over de Bult zich links ombuigt, staat op een mooi uitzichtpunt een zitbank. Loopen wij deze bank voorbij, dan treffen we rechts een allée van Amerikaansche eiken, die in het najaar hun gouden gloed doen uitstralen tusschen het donkere dennengroen en loover van berk en eik. De eikenlaan volgende, passeert men na 5 minuten een boerderijtje, waarlangs een stijgende zandweg, die evenals de hiervoor genoemde Baars-allée naar een hooggelegen punt leidt, waar men wederom een bank vindt. Onmiddellijk aan het eind der eikenlaan buigt een zandweg door begroeid heideveld in linksche richting naar het zoogenaamde Goorveld, een door wegen en wandelpaden doorsneden stuk heideveld, waarvan een gedeelte in ontginning. Op een kruispunt van wegen staat eveneens een bank. Het laantje voor deze bank rechtuit voert naar de meermalen genoemde uitspanning Brandenberg.
Het terrein dat wij hierboven in ruwe trekken omschreven, is sedert jaren het geliefde oord van velen, die Steenwijk des zomers met vacantie of voor ontspanning bezoeken. Voor hen, die minder houden van dwalen, maar zich liever bepalen tot een rustigen dag buiten, wordt de genoemde uitspanning op de Bult, in welker onmiddellijke nabijheid lommerrijke wandelwegen zijn, aanbevolen.
Een mooie wandeling is ook de volgende. Bij de eerstgenoemde bank links ombuigen, den hoofdweg volgen tot den daarop rechthoekig loopenden zandweg, hier rechtsom gaan, waarna men aan het eind van dezen weg links naar Brandenberg gaat of rechts over het Goorveld terug naar de Bult. Onderweg treft men links de koele dennenbosschen, behoorende tot het landgoed de Woldberg.