Posts tonen met het label 3. Gids voor Steenwijk en omstreken (1909). Alle posts tonen
Posts tonen met het label 3. Gids voor Steenwijk en omstreken (1909). Alle posts tonen

dinsdag 3 augustus 2010

Gids voor Steenwijk en omstreken: Voorwoord



VOORWOORD.
Waar wij de uitnoodiging tot U richten om aan Steenwijk een bezoek te brengen, doen wij dit in de overtuiging dat onze plaats door hare schilderachtige ligging wel in staat is, U in de zomermaanden eenige dagen van veel natuurgenot aan te bieden. De boschrijke omgeving, de heerlijke vergezichten over golvende bouw- en weidelanden, hier en daar afgewisseld door schoone waterpartijen; de op korten afstand gelegen uitgestrekte heidevelden; de rijke afwisseling in plantengroei in eene streek waar het "lage land" begrensd wordt door hooger gelegen gronden - zij brengen telken jare talrijke vreemdelingen, die hier voor korten tijd verblijven, in verrukking. Zij doen hen vol bewondering spreken over onze omgeving en hebben ons meer dan eens aangespoord de aandacht hierop in breeden kring te doen vestigen.
Moet de uitgave van dezen Gids worden beschouwd als een gevolg van de opwekking dezer belangstellende bezoekers - de Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer te Steenwijk hoopt dat de verschijning ervan krachtig moge bijdragen tot de bereiking van haar doel.

Het zijn niet alleen de bekoorlijke plekjes, onmiddellijk bij Steenwijk, die tot een herhaald bezoek uitnoodigen - ook de nabijheid van het in de groote schilderswereld zoo bekende en geliefde dorpje Giethoorn, met zijn pittoreske waterpartijen en andere natuurtafereelen, maakt Steenwijk aantrekkelijk voor ieder, die een open oog heeft voor indrukwekkend natuurschoon.
Het alom in den lande bekende Frederiksoord, waar de tuinbouw en bloementeelt zoo'n hooge trap van ontwikkeling heeft bereikt en waar de interessante stichting "de Maatschappij van Weldadigheid" is gevestigd; het boschrijke Havelte met de bloeiende hei en de oeroude hunnebedden; Steenwijkerwold met zijne golvende door bosch omgeven landerijen; de landgoederen de Woldberg, de Bult, de Baars en de Ehze; de oude zeehavenplaats Blokzijl, 3 keer per dag te bereiken met een keurig ingericht salonbootje; het op korten afstand gelegen Friesche dorp Noordwolde met zijne rijks-industrieschool voor rietvlechtwerk, de plaats waaruit jaarlijks honderdduizenden rieten stoelen en ander vlechtwerk naar Frankrijk en België worden gezonden; al deze oorden, zij roepen U toe: Komt naar Steenwijk, om voor korten tijd de stadslucht te ontvlieden en daarna met nieuwen lust, gesterkt door de frissche lucht van een gezonde landstreek, uw dagtaak weder op te nemen.
De Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer is ten volle bereid U alle gewenschte inlichtingen, die gij in dezen Gids te vergeefs mocht zoeken, te verschaffen. Uwe aanvrage gericht tot het Bestuur, zal omgaand worden beantwoord.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Algemene beschrijving

ALGEMEENE BESCHRIJVING.
Van het Zuiden komende, bereikt men Steenwijk per Staatsspoor over Zwolle, waar men in den regel plaats kan nemen in het voor Friesland bestemde gedeelte van den trein; het andere deel bestaat uit rijtuigen voor Groningen. Te Meppel heeft de scheiding plaats; het is dus verstandig zich hier te overtuigen van de goede richting. Het eerste station na Meppel is de halte Nijeveen, waar geene sneltreinen stilhouden. Daarna volgt Steenwijk, waar alle treinen stoppen.



Bij aankomst ziet men het plein vóór het station, versierd met een groot bloemperk en op eenige passen afstand ligt 't hôtel De Kroon, ondernemer de heer JAC. BIJKERK (stalhouderij). Links een breede allée met zware kastanjeboomen (de oude Stationsweg), voerende in 3 minuten langs de Ambachtsschool, met eene rechtsche ombuiging naar het hôtel Belle Vue van den heer H. WIERINGA Jr. (stalhouderij) ter rechter- en het hotel Varrenhorst (met groote concertzaal) van den heer N. BIJKERK, ter linkerzijde.
Verder rechts gaande, treedt men over een steenen overbrugging der stadsgrachten Steenwijks winkelstraat de Oosterstraat in, of men buigt vóór genoemde brug links om, voorbij een paar aardig gelegen villa's, waartegenover het café Onder de Linden met groote bovenzaal, van den heer JAN DE WIT. Eenige treden verder wordt het oog geboeid door den keurig aangelegden tuin van de villa Nijenstede, eigen aan den heer JAN TROMP MEESTERS.



Tezelfder zijde van de allée (den Meppeler straatweg), beplant met mooie eiken, bevindt zich de theetuin met uitspanning voor kinderen, eigen aan den heer J.J. BIJKERK en aan den anderen kant van het koetshuis van Nijenstede het pas gestichte Wijkgebouw, waartegenover de ingang van het aan de stad behoorende Slingerboschje, een hoewel kleine, zeer aangename wandelplaats, voorzien van zitbanken. Iets verder den straatweg volgende, voorbij de algemeene begraafplaats, de Driesprong, gevormd door den rijksweg naar Meppel (rechts), de Kallenkoter-allée (meer links) voerende naar Kallenkote (gemeente Steenwijkerwold) en Wapserveen (gemeente Havelte) en een zandweg, die ons over het spoor brengt naar landerijen en kleinere wandelwegen.



Keeren wij even naar het punt van uitgang terug. Van het spoorwegstation rechtuit gaande, komt men langs de Jan Hendrik Tromp Meestersstraat, bebouwd met fraaie woningen, voorbij de in den lande alom bekende meubelfabriek van de firma Gebr. MONSIEUR en ziet men aan zijn linkerzijde de schoone villa Zonnehoek en vóór zich de nieuwe Rijks Hoogere Burgerschool met 3-jarigen cursus. Rechtsaf langs den wal naar de Paardenmarkt, aan den linkerkant waarvan zich bevindt het hôtel van ouds Het Posthuis van den heer G.C. VAN HERPE, waarin tevens het expeditiekantoor van Van Gend & Loos gevestigd is en waar een brievenbus der Posterijen is geplaatst. Genoemd hotel links latende liggen, wandelt men over den Cornputsingel, met flinke heerenhuizen ter rechterzijde en aan den linkerkant de Openbare Lagere School B., het Nederl. Herv. Armenhuis en het kerkgebouw der Ned. Israël. Gemeente.
Aan het eind van dezen singel rechts ombuigende, de in Engelsch-landhuisstijl z.g. "cottage-stijl" gebouwde villa Ramswoerthe met groot park en waterpartijen, gebouwd naar plannen van den heer VAN GEND te Amsterdam; het park aangelegd door den tuinarchitect COPIJN, van de Groenekan bij Driebergen. Deze villa draagt een eigenaardigen naam. Tot 1899 stond hier een boerderij en graasden de koeien er in het malsche gras van het weiland ‘de Woerthe’, welke land een paar honderd jaar geleden behoorde aan den toenmaligen burgemeester van Steenwijk, RAM genaamd. De boerderij en het weiland zijn in korte jaren in een lustoord herschapen. Keur van heesters, zeldzame bloemen, volgroeide boomen, een volière, hertenkamp, bloemen- en vruchtenkweekerij naar de nieuwste methoden - het is alles als bij tooverslag ontstaan.



Brengen wij nu eerst een bezoek aan het centrum van Steenwijk, het fraaie en ruime marktplein, vanwaar men den regelmatigen bouw van de stad het best kan waarnemen.
Aan de Oostzijde vinden we het flinke Stadhuis, dat één geheel vormt met het daarachter staande Postkantoor, te zamen een gebouwencomplex van 18 X 40 meter. Dit stadhuis op zich zelf verdient het, dat wij er een oogenblikje bij stil staan. Het gebouw toch beschikt over vele ruime lokalen als, beneden: de Burgemeesterskamer, de Raadszaal, de Bodekamer, eene ruime vestibule, de Secretarie, de kamer van den Gemeente-Secretaris met brandvrije kluis, benevens een deel van de woning van den concierge. Twee verschillende trappen leiden naar boven. De 1e, in de vestibule, brengt ons in de oude kantonale gevangenis, welke uit drie ruime cellen bestaat, waarvan de eerste twee vermoedelijk dienst hebben gedaan voor gevangenen, wier misdaad niet groot was; het bezichtigen van de derde cel doet ons een andere conclusie trekken. Hier toch zijn de stevige wanden en de vloer, vervaardigd van zwaar eiken hout, doorschoten met dikke spijkers, die op kleine afstanden van elkaar zijn geslagen. In de wanden der eerste beide cellen hebben vele gevangenen hun namen vereeuwigd, door deze met een mes in het hout te snijden. Fouilleeren bleek toen nog niet in de mode te zijn, en misschien was het ook niet noodig: velen toch zaten er onschuldig, dat kan men duidelijk zien, want ze hebben naast den datum en duur van hun straftijd en den aard van het misdrijf het woord ‘onschuldig’ vermeld. Enkele oude geweren, groote trommen enz., die hier nog bewaard worden, voeren ons in gedachten naar den ouden tijd terug. Doch er is hier meer dat aan vroeger herinnert. Wanneer U ons volgt langs de andere trap, komen wij weer op een soort vestibule. De eerste deur recht voor ons draagt tot opschrift Nutszaal. Dit lokaal diende vroeger voor raadszaal. Die deur daar, waarop Secretarie staat, geeft toegang tot een kamer, waarin vroeger de gemeente Steenwijkerwold hare secretarie hield. De beide andere vertrekken, die men er, behalve de kamers, welke bij de woning van den concierge hooren, nog vindt, doen dienst voor de griffie van het Kantongerecht en voor het bureau van den gemeenteopzichter.
Nog een andere ingang van het stadhuis bevindt zich in het Waagstraatje. Hier vindt men de oude boterwaag, thans de centrale bewaarplaats van de brandbluschmiddelen. Uit de simpele opsomming der verschillende vertrekken met hun dienst moge reeds gebleken zijn dat het stadhuis tot velerlei doeleinden wordt gebruikt, nog duidelijker springt dit in 't oog als we nagaan, welke vele vergaderingen enz. hier worden gehouden, behalve die van het Bestuur der gemeente. Zoo vergaderen hier alle commissies van bijstand in het gemeentelijk beheer, zooals die vermeld zijn in het Jaarboekje voor Steenwijk, verder de Kamer van Koophandel en Fabrieken, de Brandweer, het College van Zetters voor de Personeele Belasting, idem voor de Bedrijfsbelasting, de Plaatselijke commissie voor de Ongevallenwet, de Gezondheidscommissie, de Vereeniging tot verbetering van de Volkshuisvesting ‘Algemeen Belang’, die tot Bestrijding der Bedelarij door Werkverschaffing, het Zieken- en Begrafenisfonds. In dit gebouw heeft plaats de loting voor de Nationale Militie, en houdt zitting de Militieraad, de ontvanger van het Waterschap Vollenhove, terwijl hier bovendien het Hoofdstembureau is voor het Kiesdistrict Steenwijk, waar ook de stemmingen plaats vinden. Het stadhuis staat in het centrum van de stad het is het centrum van alle officieele leven.
Langs de Noord-, West- en Zuidzijde van het marktplein treffen we voor het meerendeel winkelhuizen en in het midden van het plein een goed onderhouden bloemperk aan, waarboven flinke verlichting is aangebracht, op welke plaats des zomers eenige keeren avondconcerten worden gegeven door het Steenwijker Fanfare-corps, een muziekgezelschap dat zich in aller sympathie mag verheugen en wier verdienste reeds meer dan eens door mooie onderscheidingen op verschillende concoursen is erkend.
Op genoemd marktplein (de Groote Markt) wordt des Maandags veemarkt gehouden; het ruime plein schenkt dan tevens gelegenheid aan vele kooplieden om er hunne waren, uitgespreid op stalletjes of op den grond, aan den man te brengen. De Steenwijker veemarkt is alom bekend. Ver uit den omtrek trekken de veehouders met hun koeien en ander vee naar Steenwijk op, waar zij tegen betaling van een zeer klein marktgeld meestal koopers vinden. In den laatsten tijd krijgen wij op drukke marktdagen zelfs bezoek van buitenlandsche kooplieden, die het marktwezen tot grooten bloei brengen. Een treffend staaltje van levendigheid en drukken aanvoer vindt de lezer op nevensstaand kiekje, op den achtergrond waarvan de voorgevel van het stadhuis mooi uitkomt.



Nu wij hier van ons marktplein spreken, is het een goede plaats even te wijzen op een mooien ouden gevel, die zich onmiddellijk in de buurt bevindt. Aan de Noordzijde van het stadhuis - in het Waagstraatje treft men het oude waaggebouw, welks trapgevel prijkt met een afbeelding van Themis, het Stadswapen, de heilige Clemens en het jaartal 1642.
Aan den anderen kant in de Koningsstraat -ziet men ook nog een ouderwetschen trapgevel met het jaartal 1614; hiervan is het eigenaardige evenwel verloren gegaan door herstellingen, evenals dit is geschied met vele andere oude gebouwen. Een antiek stukje bouwwerk, waarvan op bladzijde 19 eene afbeelding voorkomt,treft men in de Scholestraat, dicht in de nabijheid.



Heeft men lust een aardige voorstelling te zien van een bekende episode uit Steenwijks verleden (op een andere plaats in dit boekje volgt hiervan een kleine beschrijving) dan bezie men de muurschildering van het tegenover de ingang van het stadhuis, in de Koningsstraat gelegen café VREDENDUIN, aangebracht door een stadgenoot.
In het genoemde Waagstraatje heeft men het gezicht op de Kleine Kerk, een bezienswaardig gebouw uit historische tijden, toebehoorende aan de Nederl. Herv. Gemeente.



Aan hetzelfde Kerkgenootschap behoort ook de Groote Kerk, waarvan men den zwaren monumentalen toren zeker reeds heeft waargenomen bij het verlaten van den trein. Muren van 1.50 Meter dikte hebben dezen kolossus voor den tand des tijds beveiligd. Een bestijging ervan is zeer loonend; men heeft een interessant uitzicht over beemd en bosch. Sedert den aanleg van de waterleiding dient deze toren - stadseigendom - tevens als waterreservoir, daarin op eene hoogte van 20 Meter op sterk metselwerk aangebracht door den ingenieur SCHOTEL uit Rotterdam, door wien het geheele werk van de waterleiding alhier is geprojecteerd. De Groote Kerk, die met genoemden toren één bouwwerk vormt, is bevloerd met vele zeer fraaie grafzerken en bezit een prachtig orgel. Oudtijds heette zij St. Clemenskerk, naar een der Apostolische vaderen: Clemens Romanus Primus, volgens de overlevering de derde bisschop te Rome na Petrus, die plm. 100 jaar na Christus geboorte leefde. De kerkelijke overlevering vermeldt, dat hij op last van keizer Trajanus aan een anker vastgemaakt in zee geworpen werd, doch dat het lijk van den martelaar weldra aan wal spoelde. Het Stadswapen geeft dezen bisschop in beeld.
Voor de ligging der andere kerken, openbare gebouwen, straten, pleinen, wallen enz. verwijzen wij naar den plattengrond op pag. 4.

Steenwijk heeft ruim 6000 inwoners, bezit gas- en waterleiding in eigen exploitatie, is intercommunaal aangesloten bij de telefoon, onderhoudt een druk verkeer met naburige gemeenten, zoowel te land als te water, staat over zee rechtstreeks in verbinding met Amsterdam en heeft sedert een paar jaren ook gemeenschap met het vaste kamp voor jaarlijksche militaire manoeuvres te Diever.
Behalve de openbare en bijzondere lagere scholen, heeft men er een goed-ingerichte Fröbelschool, een Aansluitingsschool van lager tot middelbaar onderwijs, een Rijks Hoogere Burgerschool met 3-jarigen cursus, een Ambachtsschool, die door ongeveer 100 leerlingen wordt bezocht en een Rijks-Normaalschool met Voorbereidende Klasse.
Steenwijk is de zetel van het hoofdkiesdistrict van dien naam; er is een kantongerecht, kantoor der registratie en domeinen, en der rijksbelasting, benevens een correspondentschap der Ned. Bank. Alles drukt er den stempel op van eene stad van eenige beteekenis.
Behalve de reeds genoemde hotels bij het station en aan de Oost- en Westzijde der stad, moeten nog vermeld: hotel Köss in de Oosterstraat, hotel BUSSCHER buiten de Woldpoort en twee gelegenheden voor logies in Volkskoffiehuizen: de eene in de Oosterstraat (onderneming van de Nat. Chr. Geh. Onth. Vereen.) de andere aan de Markt (particuliere onderneming).
Sedert de laatste jaren is voor drankbestrijding te Steenwijk veel gedaan en met groot succes, zoowel door bovengenoemde als door de Alg. Onth. Vereeniging.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Uit Steenwijks geschiedenis

UIT STEENWIJKS GESCHIEDENIS.
Steenwijk heeft een bekende geschiedenis. Reeds in 1141 wordt van Steenwijk gesproken en hoewel dus van ouden datum, is door brand en overstroomingen bijna alles van het eigenlijke karakteristieke verloren gegaan. In 1522 werd de stad vruchteloos door de Zwollenaren aangevallen. In 1523 werd ze door de Gelderschen verwoest. Den 18 October van het jaar 1580 begon de belegering door den Spaanschen legeraanvoerder RENNENBERG. De benarde tijd, dien de inwoners toen hebben doorgemaakt, wordt bezongen in een populair lied, dat bij historische gedenkdagen menigmaal is aangeheven en waarvan het eerste couplet aldus luidt:
't Was bang en naar in Steenwijks grijze veste,
Toen Rennenberg de stad belegerd had;
De nood klom hoog, onhoudbaar werd ten leste
De toestand van de burgerij der stad.
Dat was een bange tijd,
Dat gaf een harde strijd,
Bekend door de historie wijd en zijd.
De stad werd bij dit beleg met den grootsten heldenmoed verdedigd door JOHAN VAN DEN CORNPUT. De burgerij was voor een groot deel Spaanschgezind en de vestingwerken bevonden zich in een ongunstigen toestand, maar CORNPUT deed zijn volk zweren, dat niemand van overgave zou spreken zoolang hij zelf daarvan zweeg. Hij wist de muitzieke burgers in bedwang en den moed zijner onderhoorigen levendig te houden.


Afbeelding: Beleg van Steenwijk door Rennenberg (Jan Luyken) - afbeelding afkomstig uit Wikimedia Commons

Met overste NORRITS, die tot ontzet aanrukte, hield hij gemeenschap door middel van kogels, waarin brieven waren geborgen. Bovendien wist men elkaar naar een volledig plan seinen te geven met behulp van gekleurde doeken in de ramen en des nachts door lantaarns. Twee burgers en drie soldaten waagden hun leven tot behoud van de stad en begaven zich door de vijandelijke schildwachten heen tot NORRITS, waardoor dezen tevens de weg werd aangewezen om de communicatie met Steenwijk te onderhouden en het proviand in de stad steeds te blijven aanvullen.
RENNENBERG begreep, dat hij zijn oogmerk niet bereiken kon en brak het beleg 22 Februari 1581 op. Een jaar later (1582) viel Steenwijk echter in de macht der Spaanschgezinden door verraad van een landman, die TASSIS, den onderbevelhebber van VERDUGO, door list en verraad in de stad bracht. Zij bleef nu tien jaren in het bezit van de Spanjaarden, die haar aan de landzijde aanzienlijk versterkten.
In 1592 veroverde prins MAURITS Steenwijk weer en nu bleef de plaats in de macht der Staten tot 1672, toen ze door de Munsterschen bezet werd gehouden tot in October 1673.
In 1750 braken er eenige onlusten uit, voornamelijk door een zekeren FLEDDERUS veroorzaakt, die ‘met de koorde’ werd gestraft. (Het z.g. Galgenveld, liggende een half uurtje buiten de stad, ter linkerzijde van den Meppeler straatweg, ontleent zijn naam aan dit doodvonnis). De vrienden van FLEDDERUS hadden hun behoud alleen te danken aan de voorspraak van den prins. Later is de nagedachtenis van den ter dood veroordeelde op een openbare en plechtige wijze geëerd geworden.

Al is er van het oude Steenwijk door boven omschreven historische feiten weinig overgebleven, de oude vorm der stad is bijna onaangetast. De poorten zijn verdwenen, maar de wallen met omliggende grachten zijn nog aanwezig. Een aardig punt van deze wallen vindt men hier afgebeeld. De molen, die daar op eene groene verhevenheid prijkt, werd in 1908 door brand vernield, waarna het gemeentebestuur het terrein heeft aangekocht, om zooveel mogelijk te bevorderen dat dit fraaie gedeelte een schoon uiterlijk blijft behouden.



De grachten zijn door flinke stroomduikers met elkaar in verbinding gebracht en worden ververscht door het water van de Steenwijker Aa, een riviertje dat in Drenthe ontspringt en bij het gehucht Verlaat uitmondt in het Steenwijker Diep, het scheepvaartkanaal dat de stad met de Zuiderzee verbindt. Een gedeelte van de Aa doorstroomt het bovengenoemde park Ramswoerthe en vormt hier heerlijke waterpartijen, bevolkt door velerlei bekende en zeldzame watervogels. Des winters vermaakt een groot deel der ingezetenen zich op de ijsvlakten in het park, die soms worden verlicht en meermalen aan de jeugd een heerlijken winter-feestdag hebben geschonken.



De mooi begroeide, goed onderhouden wallen geven aan Steenwijk een schoon aanzien en worden gaarne voor algemeene wandelplaats aangewend; men vindt er bloemperken en zitbanken.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Steenwijkerwold

Als een gordel om Steenwijk ligt de gemeente Steenwijkerwold, 9871 H.A. groot, bestaande uit tal van gehuchten, met veel golvend terrein, water en bosschen; een landstreek voor jagers en visschers om van te watertanden.
Op den rijksweg naar Heerenveen, ligt ter rechterzijde, even vóór het gehucht Tuk, het gemeentehuis met burgemeesterswoning. Een kwartiertje verder - voorbij den grintweg naar Oldemarkt - het op een heuvelachtig terrein gelegen landhuis Bergstein.



Van dit punt strekt zich achterwaarts ter linkerzijde een heerlijk panorama uit in de richting van Steenwijk. Om dit goed te kunnen zien begeve men zich eenige schreden door het landhek nabij de bank. Een half uur in gelijke richting doorwandelende, bereikt men de spoorweghalte Willemsoord, eene nederzetting der Maatschappij van Weldadigheid. In het gehucht Gelderingen (telefonisch met Steenwijk verbonden) bevindt zich het groote, in fraaien stijl gebouwde R.C. gesticht ‘de Voorzienigheid’ met pensionaat en inwoning voor oud en jong, tot een getal van bijna 400. Aan die stichting is verbonden eene R.C. lagere school en een opleidingsschool voor het lager onderwijs.
In den Noordhoek van Steenwijkerwold (te bereiken over Willemsoord of over Eesveen) ligt het landgoed de Ehze met uitgestrekte bosschen en ontginningen. Het was vroeger een bijzondere heerlijkheid. De oude Heeren van Eese, van wier slot in het begin dezer eeuw nog overblijfselen waren te zien, waren machtige edelen. De heerlijkheid, vroeger behoorende aan de familie RAESFELD en VAN RECHTEREN, behoort thans aan de familie BRANTS te Zutphen. Hoewel dit landgoed niet van speciale wandelwegen is voorzien, is een bezoek eraan toch zeer loonend. De verschillende landwegen bieden den wandelaar veel natuurschoon. Voor eene nadere bezichtiging wende men zich tot den aldaar wonenden werkbaas, die gaarne bereid is den bezoeker in te lichten en rond te leiden.
Aan de Ehze aansluitend strekt zich het groote landgoed de Woldberg uit, toebehoorende aan den heer Mr. SCHLINGEMANN, rechter te Leeuwarden. Dit boschrijke oord is van Steenwijk uit het gemakkelijkst te bereiken over het reeds genoemde gehucht Tuk of over de gemeene weide der gemeente Steenwijk de Woldmeenthe, ingang bij langs de gasfabriek, verder onder den spoortunnel door. Door het heuvelachtig terrein (hoogste punt bij de z.g. ‘twee boompjes’) prachtige vergezichten. Een zeer indrukwekkend panorama spreidt zich uit in de richting van Steenwijk met Noordelijke omgeving. Het zorgvuldige onderhoud aan wandelpaden en bosschen geeft dit buitengoed een prettig aanzien. De vrijgevigheid van den eigenaar, door altijd onbelemmerde wandeling toe te staan over zijn groote terreinen, doet hem den dank oogsten van iederen Steenwijker en tallooze bezoekers van buiten. Wij kunnen hier niet alle mooie plekjes noemen, die dit oord stempelen tot een der bekoorlijkste streken van de Noordelijke provinciën. Men zal er met groote voldoening een vollen dag rondzwerven in dennenlucht door bosch en veld en telkens getroffen worden door een verkwikkende atmospheer en mooie uitzichten. Eene uitspanning, behoorende aan den heer J.W. BRANDENBERG, biedt een aangename landelijke rustplaats aan. (Specialiteit van den ondernemer: pannekoeken voor gezelschappen à 35 ct. per persoon, hoeveelheid naar verkiezing!)
Aan de Oostzijde van de Woldberg ligt - eveneens in de gemeente Steenwijkerwold - het landgoed ‘de Bult en de Baars’, met mooien aanleg van bosch, vroeger behoorende aan de familie VAN DER HOOP te Groningen. De wegen en wandelpaden loopen, ter plaatse waar beide landgoederen aan elkaar grenzen, geheel in elkaar; beide bezittingen zijn als 't ware een natuurlijk geheel en vormen door hunne gunstige ligging wel een wandelterrein of zomerverblijf bij uitnemendheid.
De Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer heeft het zich dan ook ten taak gesteld in de eerste plaats deze terreinen onder de aandacht van het natuurminnend publiek te brengen en den bezoeker enkele onontbeerlijke gemakken te bezorgen door het aanbrengen van wegwijzers en banken. Het is haar ernstig voornemen aan deze eerste werkzaamheden eene groote uitbreiding te geven, zoo te dezer plaatse als in de vele andere schoone oorden van Steenwijks omgeving. Zij rekent daarbij op den blijvenden steun van de ingezetenen, die haar in haar eerste optreden ruimschoots is geschonken.

Het landgoed ‘de Bult en de Baars’ is in 1908 in perceelen verkocht en aan verschillende eigenaren toegewezen. Het gevolg hiervan is, dat het complex moeielijk als zoodanig zal kunnen blijven bestaan. Naar het zich laat aanzien, blijft een mooi gedeelte evenwel, in de eerste jaren althans, in wezen. Laat ook hier de hoop worden uitgesproken dat niet alle natuurschoon - zooals op zoovele andere plaatsen in den lande - geofferd worde aan den eisch eener uitsluitend practische exploitatie!



Een wandeling van Steenwijk naar de Bult neemt drie kwartier langs den Eesveenschen weg. Links en rechts ziet men veel groenland en water, gevolg van vervening. Door de Heide-Maatschappij wordt het groote werk voorbereid om de rechts van dien weg gelegen gronden, voor rekening van de gemeente Steenwijk, in te polderen, waardoor een stuk land van plm. 100 hectare zal worden drooggelegd, geschikt voor winstgevende cultures. Op den weg tot het ingangshek zijn op ongeveer gelijke afstanden 3 zitbanken aangebracht. De bestrate allée leidt van het hek naar het heerenhuis met wandeltuin en mooi opgaand houtgewas, een en ander op genoemden publieken verkoop aangekocht door den heer J. DE WIT uit Steenwijk, die er eene uitspanning van heeft gemaakt. De wandelingen van hier uit naar den grooten vijver, naar de op een heuvel gelegen koepel van De Baars (van ouds het jagershuisje), in de verschillende bosschen en door de prachtige uitgestrekte heidevelden, zullen aan iederen bezoeker de grootst mogelijke voldoening verschaffen. Binnenkort zal Steenwijk met de Bult door een tramweg verbonden zijn en daardoor de aantrekkelijkheid van dit buitenverblijf sterk worden vermeerderd.



Langs de Zuidzijde van Steenwijk strekken zich uit de dorpen Zuidveen en Onna, waardoor ook een aangename wandelweg loopt. Oostwaarts het reeds genoemde Kallenkote en Westwaarts ‘het lage land’ met de buurtschappen Eind van ‘t Diep, Wetering en Muggenbeet, een landstreek met veel uitgeveende plassen en vaarten, voor een groot deel de bakermat van de ontzaggelijke partijen turf (z.g. baggelaar en sponturf) die de gemeente Steenwijkerwold jaarlijks uitvoert naar Holland en Friesland. Op een andere plaats in dezen Gids - bij de beschrijving van "Korte Wandelingen" of "Daguitstapjes in de Omgeving" - zal de lezer enkele bijzonderheden omtrent deze buurtschappen vermeld vinden. Evenzoo wordt daar¬voor verwezen naar eene korte beschrijving van twee andere in de nabijheid gelegen gemeenten, n.l. Giethoorn en Havelte en naar eene terreinbeschrijving van Frederiksoord, stichting der Maatschappij van Weldadigheid, behoorende tot de gemeente Vledder. In deze ‘algemeene beschrijving’ vinden wij eerst nog gelegenheid iets te zeggen van genoemde stichting te Frederiksoord. Wij worden hiertoe geleid door de volgende belangrijke mededeeling.
Een tramweg - waarvoor het Rijk een subsidie verleent van 1 1/2 millioen gulden, in wetsontwerpen vastgelegd, waarvoor de provinciën Overijsel, Friesland en Drenthe en verschillende belanghebbende gemeenten eveneens subsidies hebben toegezegd en waarvan het nog ontbrekende kapitaal door particuliere fondsen wordt gevormd - zal Steenwijk verbinden met tal van gemeenten, die tot heden geïsoleerd lagen. Deze tram zal geëxploiteerd worden door de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij en zal loopen langs de Bult, door Eesveen, Nijensleek, Frederiksoord, Noordwolde, Makkinga, Oosterwolde en Smilde naar Assen. Mogen wij hopen dat de tram spoedig rijdt, opdat wij op gemakkelijke wijze een bezoek kunnen brengen aan Frederiksoord, den zetel der Maatschappij van Weldadigheid, genoemd naar prins Frederik.



Kent gij het doel van deze stichting? Generaal Johannes van den Bosch verkondigde omstreeks het jaar 1815 de stelling ‘De aarde is dankbaar, goed bewerkt geeft zij den arbeider brood’. In zijne beschouwingen ging hij aldus verder: 190.000 H.A. woeste grond, in de Noordelijke provinciën van Nederland gelegen, kunnen bewerkt worden door menschen uit alle deelen van het land, die werken willen, maar geen werk kunnen vinden. Leidt ze op tot landbouwers op die woeste gronden en - hebben ze daar het landbouwbedrijf geleerd - brengt ze dan in de gewone maatschappij terug, waar ze als kleine boeren en grondontginners hun verkregen kennis in toepassing kunnen brengen. Op deze wijze gekoloniseerd, zullen bovendien de uitgestrekte heidevelden en woeste vlakten de woonplaats worden van eene gelukkige bevolking, die door eigen arbeid in haar onderhoud voorziet. Zijn ideaal was het pauperisme te overwinnen.
Het landgoed Westerbeeksloot, gelegen plm. 1 1/2 uur van Steenwijk, op Drentschen bodem (het daarop staande huis wordt thans bewoond door den geneesheer der Maatschappij van Weldadigheid), dat van den heer R.A.L. NOBEL was aangekocht, werd het uitgangspunt der onderneming, die in 1818 als rechtspersoon werd erkend, onder den naam van Vereeniging de Maatschappij van Weldadigheid. Over het geheele land werden Afdeelingen dezer Maatschappij opgericht en ook de Regeering en de Vorstelijke familie betoonden groote sympathie met het werk. Er werd een groot aantal kleine boerenwoningen gebouwd (‘hoeven’) waarbij 3 Hectare grond werd gevoegd. De berekening was, dat na verloop van 16 jaren iedere hoeve de capaciteit zou hebben om een gezin te voeden en te onderhouden. De praktijk leerde evenwel, dat woeste grond een schat aan mest verslindt en dat de armen der steden, door de Afdeelingen in de koloniën gebracht, niet spoedig op de drie Hectaren in eigen onderhoud konden voorzien. Het schoone denkbeeld van den stichter werd alzoo niet verwezenlijkt, maar de eenmaal in de Maatschappij van Weldadigheid ondergebrachte personen gingen een vaste bevolking vormen. Na verloop van jaren is er door de toepassing van den wetenschappelijken landbouw, door de aanwending van hulpmeststoffen, een geheel andere toestand ontstaan, die de stichting der Maatschappij van Weldadigheid thans stempelt tot een model van landontginning en boerenbedrijf. Werd het oorspronkelijke doel dus niet bereikt, de Maatschappij van Weldadigheid blijft nochthans eene belangrijke instelling, die om meer dan één reden de aandacht trekt van landgenoot en buitenlander. Voor de opvoeding der kinderen van de thans 1800 zielen sterke bevolking, wordt uitstekend gezorgd. De leerplicht tot 14-jarigen leeftijd bestond reeds lang voor de leerplichtwet.



Frederiksoord zelf is een lustoord. In het hotel bestaat goede gelegenheid voor logies en kan men zich uitstekend restaureeren. Er zijn talrijke fraai aangelegde wandelpaden, lommerrijke bosschen, be¬zienswaardige ontginningen, modelboerderijen en eene bloemen-, planten- en groentenkweekerij, die alleen een bezoek aan Frederiksoord, waard is. Deze laatste behoort tot de Gerard Adriaan van Swieten Tuinbouw¬school, eene inrichting van onderwijs met daaraan verbonden groote cultuurterreinen, gelegen tegenover genoemd hotel en onder geleide te bezichtigen. De Directeur der Maatschappij van Weldadigheid schrijft meermalen excursies uit ter bezichtiging van de uitgestrekte bezittingen, waar op het gebied van den landbouw veel merkwaardigs is te zien. Voor een bezoek aan Frederiksoord wordt verder verwezen naar de beschrijving achterin dezen gids.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Korte wandelingen bij Steenwijk

KORTE WANDELINGEN BIJ STEENWIJK.

1. Langs de wallen of singels, door de buitenwijken en het Slingerboschje.
Ongeveer 30 minuten.

Op de wallen, overblijfselen van de vroegere vestingwerken, die aardig zijn aangelegd met gazons, heesters, bloemperken en enkele banken, vindt men nog een paar hooge gedeelten, die een mooi uitzicht geven. Een gedeelte (tusschen de Gasthuis- en Onnapoort) is nog in den primitieven toestand bewaard. Hier is in den Spaanschen tijd het historisch beroemde ‘schot van Steenwijk’ gevallen. Een wandeling alleen langs de wallen neemt 20 minuten. Neemt men er de buitenwijk en het Slingerboschje (Meppeler straatweg) bij, dan is er een goed half uur mee gemoeid.



2. Langs Meppeler straatweg, terug langs den spoorweg.
Ongeveer 30 minuten.

Men loopt voorbij het Kerkhof en slaat voor den Driesprong (zie pag. 9) links om door de peppellaan, die over de spoorbaan leidt. Bij dezen overweg heeft men rondom zich zeer mooie uitzichten. Over het spoor linksom, langs den Parallelweg terug.

3. Langs Kallenkoter-allée en Dennen-allée.
Ongeveer 1 uur.

Voor deze wandeling nemen we aanvankelijk denzelfden weg als bij 2 aangegeven. Bij den Driesprong houden we den linker straatweg (Kallenkoter-allée). Voorbij de uitspanning aan het eind dezer laan, verlaten we rechtuitloopende den straatweg en buigen na 5 minuten rechts om. Even blijven we rusten om van het mooie uitzicht te genieten over heide en kreupelhout, met in de verte het blinkend witte zand van den Havelterberg (Bisschopsberg). De lust bekruipt ons om dwars door de heide den weg naar Havelte in te slaan, doch onze wandelgids zegt dat dit een tocht voor een geheelen dag is. We trekken dus ons oog van dit bekoorlijke plekje af en volgen den zandweg (Dennen-allée geheeten naar eene vroegere beplanting). Deze aardige weg, in den voorzomer één bouquet van bloeiende brem, geeft zoo nu en dan een doorkijkje over schilderachtig groen- en bouwland. Bij den Meppeler straatweg gekomen, slaat men rechtsaf naar de stad terug, die vriendelijk achter het groene loover verscholen voor ons oprijst.

4. Kallenkoter-allée, Hazenpad, Hollandsche dijk.
Ongeveer 1 uur.

Meppelerweg tot aan den Driesprong, dan de Kallenkoter-allée nemen tot het einde (zie 3); de spoorbaan overschrijden en links het zandpad tusschen kreupelhout (Hazenpad) inslaan. Dit pad teneinde, houdt men weer links den landweg (Hollandschen dijk) waar men een paar banken vindt. De wandelweg loopt daarna spoedig evenwijdig met de spoorbaan. Men gaat verder den onder 2 genoemden Parallelweg of de peppellaan.
Deze wandeling kan met ongeveer 20 minuten worden verlengd op de volgende wijze: Over het spoor niet links afslaan maar doorloopen tot vóór het tolhek. Dan houdt men den zandweg links, die weer uitloopt op bovengenoemden Hollandschen dijk.

5. Langs Ramswoerthe naar Verlaat.
Ongeveer 1 1/4 uur.

Het begin van deze wandeling is buiten de Gasthuispoort. Bij de Maréchaussée-kazerne verlaten we den Zuidveenschen weg en houden den weg, die langs de buitenplaats Ramswoerthe loopt. Zoo nu en dan hebben we gelegenheid om een mooi kijkje in de tuinen van genoemd park te nemen. Een landweg voert ons over een brug naar de buurtschap Verlaat, alwaar we ons voor een paar centen laten overzetten, om aan den Noordkant van het Steenwijker Diep de terugreis te ondernemen. Op den heenweg ruime uitzichten over laaggelegen landerijen. Terug een schilderachtigen blik op Steenwijk, waarbij we onderwijl ons oog laten gaan over het bedrijvige leven dat Steenwijks industrie hier te aanschouwen geeft.

6. Langs het ‘Witte huis’ door het Veld.
Ongeveer 1 1/2 uur.

Meppelerweg tot den Driesprong. Nu den rijksstraatweg houden (rechts). Ter linkerzijde een groote driehoekige weide; ter rechterzijde het hooge gedeelte van den Steenwijker Kamp met het Katholieke Kerkhof. De weg begint te klimmen en biedt mooie vergezichten aan. Iets verder links het Witte huis. Nog even doorloopende slaan we juist voorbij de blauw-gele grenspaal Steenwijk-Steenwijkerwold links een voetpad in, dat voorbij eenige kleine boerderijtjes ‘keuterplaatsjes’ loopt. Linkshoudende doorsnijdt men een zandweg (Dennen-allée) en bereikt men evenwijdig gaande met de spoorbaan, de Kallenkoter-allée, die men in tegenovergestelde richting als bij 3 beschreven doorwandelt.



7. Rijksstraatweg richting Tuk, langs den Hooidijk; terug langs het Steenwijker Diep.
Ongeveer 1 uur.

Men verlaat Steenwijk door de Woldpoort en houdt een kwartier lang den straatweg. Vijf minuten na de Kapelbrug loopt aan den linkerkant een zandweg. Dezen volgende, gaat men links door een hek een landweg over in de richting van den runmolen der firma RIJKMANS (kenbaar aan zijn eigenaardigen vorm). Nu bereikt men de Noordzijde van het Steenwijkerdiep, waarlangs men terugwandelende een aardig kijkje heeft op een groot deel van Steenwijks industrie. Men komt in de stad terug op het punt, dat hieronder is afgebeeld.



8. Naar het eind van Kallenkote.
Heen en terug ongeveer 2 uur.

Men begint de wandeling van de Oosterpoort uit, voorbij eenige vriendelijke villa's en gaat ongeveer 10 minuten langs den Meppeler straatweg. Onderweg ziet men links het Slingerboschje, dat men zonder gevaar voor tijdverlies in deze wandeling kan opnemen. Even verder dan dit boschje ligt aan de linkerhand de straatweg naar Kallenkote (de Kallenkoter-alleé.) Ongeveer een kwartier lang volgt men dezen vriendelijken weg, waar in het voorjaar de haagdoorn bloeit en ge des zomers door een aangename koelte wordt verkwikt. Aan het eind van deze laan ligt eene uitspanning met speeltuin voor kinderen. Den aan onze rechterhand gelegen hollen zandweg laten we liggen en volgen den straatweg over het spoor, waar de buurtschap Kallenkote zich aan weerszijden uitstrekt.
Langs boerderijen, door veel kreupelhout omgeven, loopt men nog een klein half uur, waar men rechts den weg naar Havelte zou kunnen inslaan. Dit wordt echter voor een morgenwandeling te ver. Liever neme men dus denzelfden weg terug totdat men even voor den spoorweg aan de rechterhand het zoogenaamde Hazenpaadje vindt. Dit smalle boschpad loopt men door, verder den zandweg volgende evenwijdig met de spoorbaan, totdat men bij den ouden Stationsweg aankomt en het punt van uitgang spoedig weer bereikt.



9. Naar Zuidveen en Onna.
Ongeveer twee uur.

Men begint de wandeling bij de Gasthuispoort, gaat voorbij de buitenplaats Ramswoerthe, slaat even verder den straatweg links in, die voorbij de Maréchaussee-kazerne voert. Dezen weg vervolgt men tot het gehucht Zuidveen, waar men bij de lange huizenrij naar het Oosten (links) ombuigt. Na een kwartier langs denzelfden weg bereikt men Onna, dat door dezen straatweg wordt doorsneden. Eindelijk komt men aan den rijksweg naar Meppel, waar de hooge Steenwijker toren U zegt, welken kant gij moet inslaan. Nu nog een half uur en men is bij de stad terug. Deze wandeling biedt prachtige vergezichten over den golvenden Steenwijker Kamp, die, met velerlei veldvruchten prijkend, het oog boeit. Men kan de wandeling bekorten door in Zuidveen of in Onna een der vele landwegen te nemen, die over den Steenwijker Kamp leiden. Ook zeer loonend.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Grotere wandelingen

GROOTERE WANDELINGEN.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

10. Naar den Woldberg.

De wandeling begint als bij 7. Bij den Hooidijk houdt men den straatweg en ziet weldra de buurtschap Tuk voor zich. Het eerste gebouw is het Gemeentehuis van Steenwijkerwold, tevens de woning van den Burgemeester. Aan de andere zijde van Tuk verlaat men rechts den rijksstraatweg en komt over de spoorbaan in den Oosterhoek. Na korten afstand loopt de kunstweg uit op een zandweg, dien men direct weer verlaat door den weg aan de linkerhand in te slaan. Vijf minuten na de eerstvolgende boerderij links, bereikt men een vrij sterk klimmend pad, dat naar het hoogste punt van den Woldberg loopt, ‘de twee boompjes’. In dezelfde richting doorgaande, daalt men tusschen kreupelhout naar de uitspanning Brandenberg.



Deze uitspanning is ook om den berg heen te bereiken. Hiertoe houdt men den zandweg door den Oosterhoek rechtuit en slaat dan na plm. 15 minuten linksom. De heerlijke dennenlucht zal menig wandelaar van den gewonen weg afhalen, om, ronddolende door bosschen en langs mooi onderhouden wandelpaden, zelf zijn weg te gaan zoeken. Men zal telkens getroffen worden door prachtige panorama's. Hier en daar treft men banken. Men brengt hier gaarne een vollen dag zoek.

11. Over de IJzeren Brug naar den Woldberg of de Bult.

Deze wandeling is wat uitgestrekter dan de vorige. Men loopt als bij 10 door de buurtschap Tuk en houdt nu rechtuit den straatweg. Men passeert den grintweg naar Thij en even later het buitengoed Bergstein (beide links.) Bergstein voorbij, is men op het hoogste punt, waar een zitbank is geplaatst. (Mooi panorama). Na 10 minuten verder in dezelfde richting te hebben geloopen, ziet men rechts een herberg, op de schuurdeuren waarvan twee witte paarden zijn geschilderd. Tegenover ‘de witte paarden’ loopt links een straatweg naar Steenwijkerwold. Wij gaan nu evenwel aan den rechterkant den rijksstraatweg verlaten en bevinden ons op weg naar de ijzeren brug, die de beide bermen van de diep uitgegraven spoorbaan verbindt. Rechtdoor loopende, naderen we de school van de buurtschap De Baars, alwaar de straatweg in een zandweg uitloopt. Een eindje verder loopt onze weg rechts door het dennenboschje; we passeeren eerst rechts dan links een boerderijtje en naderen rechtsom de uitspanning Brandenberg, onder 10 genoemd. Slaan we op den laatsten zandweg linksom dan loopt onze wandeling naar De Bult, waaromtrent in een volgende beschrijving nadere bijzonderheden.

12. Uitgestrekte' wandeling over Tuk en de Baars naar het landgoed De Ehze.

De eerste helft wordt beschreven bij 11. De school op de Baars gepasseerd zijnde, houden we den zandweg rechtuit, den z.g. Oudeweg. Langs heidevelden en dennenbosschen bereiken we de Heerlijkheid de Ehze. Gelijk reeds in de algemeene beschrijving is opgemerkt zijn hier geen aangelegde wandelpaden. De groote aantrekkelijkheid schuilt hier in het rondzwerven door golvende heidevelden, die door vele wegen worden doorkruist. Van de Ehze komt men langs verschillende wegen weer op de Baars, de Bult of den Woldberg of kan men rechtstreeks langs een goeden kunstweg den weg bereiken, die Steenwijk met Frederiksoord verbindt. In dit laatste geval komt men door de buurtschap Eesveen, voorbij den ingang van 't landgoed de Bult. De verschillende wegen zijn hier moeilijk te beschrijven, maar zullen zooveel mogelijk door teekenen en wegwijzers worden verduidelijkt.

13. Naar De Bult en omgeving.

Wij nemen aan dat de tram al loopt en gaan voor 'n dubbeltje trammen tot het toegangshek van de Bult. Wat ons oog onderweg boeit, hebben we reeds meegedeeld op pag. 30. Bij het toegangshek vangt de wandeling aan. Na 5 minuten bereikt men ter linkerzijde de uitspanning. Den hoofdweg houdende treft men links verschillende wandelpaden, die naar een paar vijvers leiden en rechts op het eind van de allée een beukenbosch. Dit bosch ter linkerzijde langs wandelende, ziet men weldra een klimmenden weg, de Baars-allée, aan het eind waarvan een schilderachtig gelegen boerenwoning.



Ter weerszijden van de Baars-allée strekken zich groote heidevelden uit, hier en daar begroeid met dennenhout. Een heerlijk oord voor den rustzoekenden natuurbewonderaar; men doolt hier eenzaam rond door bloeiende hei en wordt af en toe opgeschrikt door fazant, haas of korhoen, die zich deze plaats als hun paradijs hebben uitgekozen. Aan den voet van dezen heideheuvel, dus daar waar de hoofdweg over de Bult zich links ombuigt, staat op een mooi uitzichtpunt een zitbank. Loopen wij deze bank voorbij, dan treffen we rechts een allée van Amerikaansche eiken, die in het najaar hun gouden gloed doen uitstralen tusschen het donkere dennengroen en loover van berk en eik. De eikenlaan volgende, passeert men na 5 minuten een boerderijtje, waarlangs een stijgende zandweg, die evenals de hiervoor genoemde Baars-allée naar een hooggelegen punt leidt, waar men wederom een bank vindt. Onmiddellijk aan het eind der eikenlaan buigt een zandweg door begroeid heideveld in linksche richting naar het zoogenaamde Goorveld, een door wegen en wandelpaden doorsneden stuk heideveld, waarvan een gedeelte in ontginning. Op een kruispunt van wegen staat eveneens een bank. Het laantje voor deze bank rechtuit voert naar de meermalen genoemde uitspanning Brandenberg.
Het terrein dat wij hierboven in ruwe trekken omschreven, is sedert jaren het geliefde oord van velen, die Steenwijk des zomers met vacantie of voor ontspanning bezoeken. Voor hen, die minder houden van dwalen, maar zich liever bepalen tot een rustigen dag buiten, wordt de genoemde uitspanning op de Bult, in welker onmiddellijke nabijheid lommerrijke wandelwegen zijn, aanbevolen.
Een mooie wandeling is ook de volgende. Bij de eerstgenoemde bank links ombuigen, den hoofdweg volgen tot den daarop rechthoekig loopenden zandweg, hier rechtsom gaan, waarna men aan het eind van dezen weg links naar Brandenberg gaat of rechts over het Goorveld terug naar de Bult. Onderweg treft men links de koele dennenbosschen, behoorende tot het landgoed de Woldberg.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een uitstapje naar het 'lage land'.

EEN UITSTAPJE NAAR HET ‘LAGE LAND’.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

Wanneer ge des zomers een dagje naar buiten wilt in een werkelijk stofvrije omgeving, dan moet ge U per Steenwijk I of per Major begeven naar het Eind van Diep, gelegen op ongeveer een uur stoomens vanaf Steenwijks haven. Nadat men eerst voorbij eenige fabrieken gevaren is, verdwijnt langzamerhand het fraaie panorama van Steenwijk achter boomen en krijgt men daarvoor de niet minder mooie gezichten op Steenwijkerwold in de plaats. Achter het gehucht Verlaat ziet men links in de verte de silhouetten van eenige eendenkooien verrijzen en rechts verschijnen achter het lage polderland, hier en daar gestoffeerd met een watermolentje, de spitse torentjes van Steenwijkerwold, te midden van geboomte op een hoogen zandrug. Maar van zand willen we ditmaal niets weten en we kijken daarom dichter bij onze boot rond. Aan alle kanten trekken de kleurrijke bloemen van het lage land onze aandacht en hier en daar staat een eigenwijze gruttto op een hoogen turfbult de voorbij varende boot aan te staren, wel wetende dat het ding met de zwarte pijp toch geen kwaad. zal doen. Geeft de stuurman een stoot op de fluit, dan vliegt de vogel op, luid z'n familie bij de ‘van’ roepende: ‘Grutto’ ‘Grutto’ en weldra komen ze met hennegies, strandloopers en tuteringen in troepen aangevlogen om even te zien wat hun zoete zomerrust verstoort. 't Is Juni; de jacht is nog gesloten en dus scheren ze zonder vrees langs en over de boot en zwenken daarna in prachtige vluchten weer terug naar hun waterig terrein om wormpjes en slakken te zoeken en de achtergebleven niet-nieuwsgierigen te vertellen dat er vreemdelingen op de boot zaten om hun doen en laten eens gade te slaan.
Een eindje verder is een baan, waar de verliefde kemphanen in bonte, schitterende pakjes hun liefdedansen uitvoeren en met hun uitstaande kragen en driftige passen een werkelijk krijgshaftig figuur maken. Komen we wat verder in den tijd dan zijn een groot deel der genoemde watervogels uit deze hunne broedplaatsen vertrokken en zien we de overgebleven meerkoeten duiken en al piepend heen en weer fladderen en koppels eenden lustig snaterend rondzwemmen. Weinig vermoeden ze van de jachtopening, die nabij is en waarop ze door amateur- en broodjagers geschoten mogen worden, behalve wanneer ze intijds binnen den kring van de eendenkooien op den achtergrond een veilig plekje hebben opgezocht om vandaar het schieten in de verte aan te hooren. Doch ook nu reeds kunnen ze verstoord worden en dat zal geschieden door de reizigers van de boot. We moeten daarvoor den stoomer aan het Eind van Diep, het doel van ons uitstapje, verlaten, maar eerst even genieten van het heerlijke gezicht de Wetering langs. In deze waterrijke streek gaat zelfs het postverkeer per schuitje, gelijk de lezer hieronder kan zien.



Na van deze fraaie waterpartij genoten te hebben stappen we in een punter, waarin een aantal hengels en een oude bloempot met pieren (‘pieren van het echte soort met gele kransjes om de koppen’, zooals Hildebrand ze in de Camera Obscura bij den Leidschen Peueraar aan een Engelschman laat zien.)
De bootsman boomt ons nu verder en als er een gunstig windje staat, zeilen we. 't Doel is 't een of andere ‘trekgat’ (uitgeveende plas) om daar te beproeven eenige waterbewoners te verschalken. ‘Maak, maak, maak’. Nauwelijks zijn we in het trekgat gekomen of luidkwakende fladdert een oude moedereend met hare jongen weg, om een rustiger plekje op te zoeken en aan een collega moedereend te vertellen hoe schandalig de rust van het ‘home’ verstoord is geworden. Neen, kwakers, om jullie is 't ons niet te doen; wij moeten den slanken rietvoorn en den baars met zilveren buik en donkeren rug hebben. En wil het niet bijten, omdat de wind noordelijk is, of de lucht te helder, of omdat er pas water gevallen is, of wat dan ook, dan gaan we door een labyrinth van slooten, waarin we steeds nieuwe toomen eendenkuikens verschrikt maken, naar het mooie Giethoornsche Meer, waar we nog even bij de Voornpolle (naam die veel goeds belooft) ons geluk zullen beproeven. En gelukt het ons noch daar, noch aan den meerkant tusschen het donkere wier eenige spartelende vischjes op het droge te halen, dan niet getreurd, maar 't zeil opgestoken om wat te spelevaren. Als de zon schijnt deugt 't weer beter daar voor, dan voor de hengelsport!



Proviand hebben we zelf meegenomen of anders een en ander bij aankomst te Eind van Diep bij bakker en caféhouder gekocht en als alles door ons opgepeuzeld is, waarvoor bij een dagje op 't water veel kans bestaat, gaan we in de schaduw van de een of andere polle of in 't malsche gras onze siësta houden en liggen turen of van de overzijde van het meer het bootje van Blokzijl ook aankomt om ons onderweg op te pikken, weer naar Steenwijk terug te voeren en ons gelegenheid te geven onder de zonnetent het heerlijke stofvrije dagje te overdenken.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een dagje naar Steenwijkerwold

EEN DAGJE NAAR STEENWIJKERWOLD.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

De Rijksstraatweg, die van Steenwijk uit noordwaarts gaat, biedt ons op twee plaatsen gelegenheid de buurtschap Gelderingen, meer en meer het middelpunt der gemeente Steenwijkerwold wordend, te bezoeken. Nauwelijks zijn wij Tuk gepasseerd, of een grintweg, linksaf voerend, brengt ons over de buurten Thij en Kerkbuurt naar ons doel. Een wegwijzer van den A.N.W.B. deelt ons mede, dat dit tevens de weg is, die naar Oldemarkt leidt. Het eerste gedeelte van dezen grintweg klimt vrij sterk, maar hebben we eenmaal het hoogste punt bereikt, dan worden wij ruimschoots beloond voor onze moeite, wanneer wij een oogenblik vertoeven op de plaats, waar de door Vreemdelingenverkeer geplaatste zitbank ons tot rusten noodigt. Vóór ons ligt dan Steenwijk met zijne omgeving van lage landen; op den voorgrond zien wij de fraaie boerderij Huize Bunzinge, terwijl liefhebbers van paarden doorgaans hun hart kunnen ophalen aan de fraaie dieren, die op een uitgestrekt weideveld onmiddellijk achter ons in grooten getale grazen tusschen ander vee.
Onzen weg vervolgende, bereiken wij vrij spoedig Thij, eene buurt, waar allerlei bedrijf wordt uitgeoefend. Smid en timmerman, bakker en schoenmaker hebben hier hunne werkplaatsen, terwijl de stoomzuivelfabriek De Eendracht de bedrijvigheid nog aanmerkelijk verhoogt. Thij is eene buurt, waar de huizen zijn gebouwd in een tijd, toen men van rooilijnen nog geen verstand scheen te hebben. Intusschen schaadt deze wanorde niet, 't geheel maakt geen onaangenamen indruk, zooals ons kiekje bewijst.



Stijgen en dalen is in dit gedeelte van Steenwijkerwold schering en inslag. Zijn wij klimmende tot ons rustpunt gekomen, dalende tot Thij, thans moeten we weer naar boven, tot daar, waar de Hervormde Kerk staat, tot Kerkbuurt dus. Even voorbij de kerk komen we aan een viersprong. Onze grintweg wordt gekruist door een straatweg, die komt van den Rijksstraatweg, dien wij zooeven bij Tuk verlieten. Hadden wij daar den straatweg gehouden tot de plaats, waar de herberg De Witte Paarden gevonden wordt, duidelijk kenbaar aan een tweetal steigerende paarden op de schuurdeuren afgebeeld, dan zou de weg, vandaar linksaf gaande, ons ook naar dit kruispunt hebben gebracht. Den grintweg vervolgende, zouden wij Oldemarkt bereiken. Voorloopig gaan wij liever linksaf, na nog even te hebben verwijld op dit werkelijk fraaie punt, vooral fraai, wanneer in den zomertijd het hoog geboomte van kerkhof en naburige pastorie in vollen bladertooi prijkt.



Spoedig bereiken we nu Gelderingen. Deze buurtschap heeft in de laatste jaren eene aanmerkelijke uitbreiding ondergaan. Tal van nieuwe huizen, ze beginnen reeds in de Kerkbuurt, zijn in den laatsten tijd hier gebouwd. Het voornaamste gebouw echter, dat hier verrees, is het gesticht De Voorzienigheid, door herhaalde uitbreiding geworden tot een gebouw met nagenoeg 100 Meter gevellengte. 't Is nog geen vijftien jaar geleden, dat de Zeereerwaarde Heer C.G. MUITEMAN, Pastoor der parochie Steenwijkerwold, het grootsche plan opvatte, in zijne gemeente eene stichting in het leven te roepen, waarin ouden van dagen, waarin ook kinderen zouden kunnen worden opgenomen, waarvan de verpleging in het gezin te kostbaar of onmogelijk was. Aan eerwaarde Zusters werd de verpleging opgedragen en nu reeds bevat het gebouw bijna vier honderd bewoners. Aan bijna veertig Zusters is de verzorging toevertrouwd van tal van oude mannen en vrouwen, aan tal van kinderen, die er in de gelegenheid zijn gesteld uitstekend onderwijs te genieten, zoodat eene bloeiende kostschool mede in de stichting is opgenomen. Sinds 1 Mei 1904 is er zelfs eene Kweekschool voor onderwijzeressen, die reeds meer dan 60 leerlingen telt, uit alle oorden des lands naar hier gekomen, om zich te bekwamen voor de onderwijzers-akte en die in de nuttige handwerken. Een elf-tal onderwijzers en onderwijzeressen zijn verbonden aan de scholen in de stichting De Voorzienigheid.
Wie van dwalen houdt, in den zin van schijnbaar doelloos rondloopen, kan van dit middelpunt in alle richtingen aan zijn lust voldoen. En, indien hij liefhebber is der natuur, tegelijk genieten van het vele, dat plantenrijk en dierenrijk, het eerste vooral, zoo ruimschoots te genieten geven. Zelden zagen wij op zoo klein bestek zoo groote verscheidenheid van gewassen. In hetzelfde bouquet zal men kunnen verzamelen de heide en de moerasplant, daar ze op geen kwartieruurs afstand van elkaar overvloedig voorkomen. Het geheele jaar door schenkt de natuur hier het aanzijn aan de schoonste harer kinderen, de bloemen. Reeds in Februari luidt er het sneeuwklokje, Maart brengt zijn speenkruid en viooltje, April en Mei brengen anemonen, orchideeën, dotterbloemen en waterviolieren, maar Juni vooral geeft hier een bloemenschat te bewonderen zooals bijna nergens.
Zijt gij plantenliefhebber, verlaat dan den straatweg, die voorbij het gesticht De Voorzienigheid voert naar de buurtschappen Molenhoek, Basse en Westenwold, verlaat den straatweg overal, waar een zandweg noord- of zuidwaarts gaat. Een gids die u bijna nergens in den steek laat, is altijd te uwer beschikking, indien ge misschien bevreesd zijt, dat ge den rechten weg niet zult terugvinden. Immers, waar ge ook zijt, overal zal, indien het dichte geboomte het uitzicht niet te veel belemmert, het gesticht De Voorzienigheid voor uw oogen oprijzen, daar dit kolossale gebouw op een der hoogste punten der gemeente is geplaatst.



Maar ook al bekoren u de bloemen niet in die mate, dat ge alleen terwille daarvan den hoofdweg zoudt willen verlaten, ook in menig ander opzicht zult ge kunnen genieten. Hoe schoon ligt het lage polderland met zijne wateren en molens aan uw voet, wanneer ge zuidwaarts zijt afgeweken; hoe heerlijk komt u de dennenlucht tegemoet, wanneer ge noordwaarts gaande den grintweg naar Oldemarkt hebt bereikt; hoe dikwijls heeft u intusschen een heerlijk schaduwplekje tot rusten verlokt, tot rusten op het zachte mos, terwijl de vogels in de struiken u gratis hunne schoonste liederen voorzingen? Ook den Koning der zangers, den nachtegaal, zult gij in dit concert niet missen, wanneer een zachte Mei-avond u hier brengt. Menig plekje, voor een schilder om van te watertanden, zal hier uw oog boeien, al begrijpt de eenvoudige landman, die hier met harden arbeid zijn brood verdient, niet, wat de vreemdeling voor schoons ziet in zijn omgeving. Hij heeft alleen oog voor zijne te veld staande rogge en haver, voor zijne aardappelen, voor zijn vee, en terwijl hij de opbrengst bij den oogst berekent en den prijs voor zijn slachtvee bepaalt, staat gij het schoone te bewonderen, dat de licht- en donkergroen gekleurde akkers op dit golvend terrein aanbieden.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Giethoorn

GIETHOORN.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1884, herzien in 1904.

Zeer merkwaardig is een uitstapje van Steenwijk naar Giethoorn. Met een rijtuig laat men zich in een halfuur langs den straatweg rijden tot café Prinsen of Kleene, huurt daar een vaartuig (bok of punter) en laat zich van hieruit door het dorp ‘boomen’. Jongeren zullen beter doen het dorp per fiets langs Kleene binnen te rijden, de kar te stallen bij Bakker of Sloothaak, een punter of roeiboot te huren en zelf zich te boomen of te roeien door wat niet onaardig genoemd wordt, steeds meer, 't Hollandsch Venetië; straks varen zij 't dorp uit langs Volkensvaart en komen op het z.g. Bovenwijde, een heerlijke plas om er te zwemmen, te visschen, te zeilen; bij Jan Bals is mooie gelegenheid om 't dorp weer binnen te komen. (Handwijzers maken mogelijk, dat de vreemdeling op het water gemakkelijk zich oriënteert).



Van 't dorp zelf het volgende: 't Is een veenkolonie - de oer-veenkolonie, - strekt zich uit in de richting Noord-Zuid, over een lengte van 1 1/2 uur, telt 2000 inwoners. Vroeger stond er een Franciscaner convent en naar het heet, zouden monniken hier het eerst turf hebben gestoken. Een deel van het dorp heet nog ‘het Klooster’. Tot het begin der 14e eeuw lagen de venen van Giethoorn ongerept; doch omstreeks dien tijd zijn ze door den Utrechtschen bisschop weggeschonken aan een troep z.g. Flagellanten, een dweepzieke godsdienstige secte in die dagen; sedert werden ze St. Maartensmannen genoemd. Hun dienstbare verplichtingen hebben voortgeduurd tot 1624, in welk jaar ze tegen afkoop van geld zijn afgeschaft.
In 1825 werd het dorp door een watervloed geteisterd: het reusachtig terrein, dat thans door de watermolens wordt drooggehouden, is toen door den vloed verzwolgen. Vroeger stond er een slot, de Daalhof, dat in de 17e eeuw is afgebroken. Het typische van het dorp is geboren uit het feit, dat de oude verveners het land hebben ontveend blijkbaar niet naar een te voren vastgesteld plan, maar naar ieders lust en behoefte. Vandaar de ontelbare slooten, grachten, vonders en bruggen, welke laatste, zoo rustiek mogelijk, aan het dorp een fantastisch voorkomen geven; het hout vooral maakt de water¬partijen telkens weer tot idylleachtig sprookjesland, waarvan onderstaande fotografie een aardig beeld geeft.



't Geheele verkeer geschiedt te water: bakker, slager, winkelier en manufacturier venten per punter bij hun klanten; het hooi wordt per bok of punter van het land gehaald en opgetast op het erf; koeien, varkens, schapen, geiten reizen alle per punter van 't eene stuk land naar het ander; 't is het noodzakelijk moeten: een straatweg is er niet; slechts een voetpad, onderbroken door tallooze vonders, langs de vaart; de vaart is de straatweg der bewoners.
Deze laatsten hebben hun type zeer merkbaar bewaard; naar het uiterlijk: men ziet het dadelijk, ze zijn geen Friezen, Drenten of Overijselaars ; naar hun kleeding: op schipperswijze nonchalant-schilderachtig; naar hun temperament: vol vuur en levendigheid, dat vreemd afsteekt bij de friesche stugheid, de overijselsche stroefheid en de drentsche flegmatiek van rondom. Hun middelen van bestaan zijn: hooibouw, veeteelt, vischvangst, turfmaken, riethandel, terwijl een negen¬tal eendenkooien, die het dorp van verre omkransen, Giethoorn een welbekend en naam verschaffen in de poelierswereld.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een uitstapje naar Frederiksoord

EEN UITSTAPJE NAAR FREDERIKSOORD
Wanneer wij vanuit Steenwijk een bezoek brengen aan Frederiksoord, komen wij door de gehuchten Eesveen en Nijensleek. Bij den ingang van Frederiksoord ziet de bezoeker aan den linkerkant een bord, waarop met groote letters Maatschappij van Weldadigheid. De grintweg is aan weerszijden beplant met beukeboomen. De eerste woning aan den rechterkant is de Boekhouderswoning. Daar recht tegenover vindt men een prachtige laan en aan het eind daarvan het huis Westerbeek, indertijd door Graaf JOHANNES VAN DEN BOSCH, thans door den Geneesheer in de Maatschappij van Weldadigheid bewoond.



Teruggaande naar den grintweg, om dien verder te volgen, krijgen wij spoedig de brug in 't gezicht en daarbij het logement met Directeurswoning, waartegenover de Gerard Adriaan van Swieten Tuinbouwschool. Willen wij een poosje uitrusten van de wandeling en den inwendigen mensch wat versterken, dan biedt de schaduw der linden voor het hotel daarvoor goede gelegenheid, met een prachtig uitzicht op de Tuinbouwschool. Aan den overkant der vaart ziet men een eeuwenoude linde, een sieraad voor Frederiksoord; haar kruin kan zeker wel aan 500 personen schaduw geven.



Zijn wij voldoende uitgerust, dan gaan wij eerst een kijkje nemen in de Tuinbouwschool. Wat ziet het er hier keurig uit, wat een schat van bloemen, planten en vruchten. Alles is naar den eisch des tijds ingericht. Een wandeling door den tuin loont de moeite wel en de leeraren zijn steeds bereid U de noodige inlichtingen te verstrekken. Wij zouden hier wel een dag kunnen doorbrengen maar de tijd gaat voort en we willen meer zien van de Maatschappij van Weldadigheid.





Wilt U een Ansicht uit Frederiksoord aan een Uwer familieleden of kennissen verzenden - ze zijn hier te krijgen en bij den uitgang van den tuin ziet ge het Rijkspostkantoor. Wij wandelen verder. Spoedig zien wij recht voor ons het dorp Vledder, maar neen daar moeten wij niet wezen, wij gaan den grintweg verlaten en volgen den straatweg. Het eerste gebouw aan den rechterkant is de vroegere Boschbouwschool, thans ingericht voor het Algemeen Bureau der Maat¬schappij van Weldadigheid en voor woning van den Secretaris. Even verder vindt men de woning van den Opzichter der Gebouwen met den Timmerwinkel, waarin reeds veel jongelieden het timmeren hebben geleerd. Daarna komen wij voorbij een der Rijksscholen met onderwijzerswoning. (In de Maatschappij van Weldadigheid zijn 5 dergelijke scholen). Vervolgens vinden wij aan den rechterkant een paar vrijboeren¬woningen en daarna, aan weerszijden van den weg, de arbeiderswoningen. Hierachter bevinden zich weidekampen, waarin prachtig vee graast. Dit vee behoort thuis op Hoeve Willem III, die ter linker¬kant van den weg ligt. Heeft men lust daar ook een kijkje te nemen? Voor een liefhebber is dit bepaald aan te raden. Men krijgt dan een klein overzicht van hetgeen op 't gebied van landbouw en veehouding in de Maatschappij van Weldadigheid wordt gedaan. Wij gaan verder en komen voorbij de Ned. Herv., de Roomsch Katholieke Kerk en Rustoord I, een gebouw waarin oude menschen (man en vrouw) die niet meer kunnen werken, hun laatste levensdagen slijten.
Welk statig gebouw verrijst daar voor ons oog? Dat is Rustoord II, waarin ook ouden van dagen worden verpleegd. Willen wij even een kijkje nemen? De vader en moeder zullen U gaarne alles laten zien.
Wij zouden verder kunnen gaan, maar willen niet langer den hoofdweg volgen. We gaan rechtsaf over de brug en volgen nu verder een zandweg. 't Is waar, hier is niet zooveel merkwaardigs te zien, maar toch zal een wandeling langs dezen weg, al is die niet zoo effen, U niet berouwen. Hier kan men zien wat door noeste vlijt al is tot stand te brengen. Wij volgen nu den Hooiweg, die evenwijdig loopt aan den straatweg, zoo straks door ons bewandeld, en gaan dan terug langs een anderen weg. Rechts ziet men akkers met golvend graan, aardappelen, koolrapen, mangelwortelen of iets anders, aan den linkerkant welig groeiend hakhout. Onwillekeurig zult U vragen was dit vroeger heideveld en het antwoord daarop is: ja, zoover Uw oog ziet was alles heide, waarop de heideschapen alleen hun karig voedsel konden vinden.



Zoo komen wij op den grintweg terug en daar de zon al mooi naar het Westen gaat, zijn wij genoodzaakt onze wandeling te staken en naar het logement terug te keeren, ten einde op tijd in Steenwijk te kunnen zijn. Wil men morgen meer zien van de Maatschappij van Weldadigheid of wil men liever een kijkje nemen in het Vledderveen? In het logement kan men goed logeeren en wij hebben dan 's avonds nog tijd om het Sterrebosch, in de onmiddellijke nabijheid van het Hotel, te bewandelen. Wij stappen dan morgenvroeg om 9 uur op en zullen een wandeling maken door de beukenlaan naar de Mr. Naamen van Eemneslaan. De woningen welke wij nu voorbij komen, zijn alle vrijboerenwoningen. Bij iedere woning behoort ongeveer 3 H.A. land, dat door den vrijboer wordt bebouwd. Wij gaan nu weer rechtsaf en komen in de Kerkhoflaan, een fraaie allée met ter weerszijden een dubbele rij prachtig groeiende beuken. Wij komen nu voorbij de manden- en stoelenmakerij en zullen daar even een kijkje nemen. Mocht U Uwe familieleden een blijvend aandenken uit Frederiksoord willen zenden, dan kunt U hier terecht. Wenscht U een stoel waarin men in het lommer der boomen een middagslaapje wil doen, U hebt maar voor het uitzoeken; wilt U een badstoel, een ziekenstoel, een korenwan, een werk- of bloemenmand, U kunt hier te kust en te keur.
Wij zijn nu weer op de plaats waar wij gisteren den straatweg hebben verlaten en zullen dezen thans nog een eindje volgen, om een kijkje te nemen in de stoomzuivelfabriek ‘Deli’ en in de boerderij ‘Prinses Marianne’, en trekken daarna, door de P.W. Janssenlaan, op naar het Vledderveen.



Zoover Uw oog reikt, niets dan heide, met hier en daar een woning of hut, waarbij een stuk grond met reeds welig tierende gewassen. Zooals U ziet, staan hier verschillende nette arbeiderswoningen, maar er zijn ook vele die den naam van woning niet verdienen. Het zijn hutten, voor een gedeelte van plaggen opgezet. Wilt U eens binnen treden? Maar pas op, stoot Uw hoofd niet, want de ingang is klein en de zolder, als die er is, is laag. Het ziet er hier sober uit, maar de menschen hebben geleerd zich met weinig te kunnen redden en leven gelukkig. Velen zijn er die hun sobere woning niet voor een stadswoning zouden willen ruilen.
Ziet U daar in de verte dien toren? Dat is dezelfde dien U gisteren bij het Algemeen Bureau hebt kunnen zien: de toren van de kerk te Vledder. Wij zullen onze wandeling recht door het Vledderveen daarheen maken en de heidebewoners in hun dagelijksch doen en laten gadeslaan. Zooals men ziet is de Vledderkerk al van zeer ouden datum; de toren biedt de kraaien een schoone gelegenheid om er te nestelen en prijkt boven met een vlierstruik, die daar welig tiert. Wij volgen nu den grintweg en zijn over ongeveer 20 minuten in het logement te Frederiksoord.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Naar Havelte

Over Frederiksoord kan men een rijtoer maken naar Havelte langs de in de uitgestrekte heidevelden liggende Hunnebedden. Hoewel deze toer zeer interessant is, worden sommigen misschien afgeschrikt door den grooten afstand en zullen zij er de voorkeur aan geven Havelte te bezoeken per rijtuig van Steenwijk, langs den Meppeler straatweg, 't zij geheel tot de kom van het dorp, 't zij tot aan de prise d'eau van de Steenwijker waterleiding en dan wandelen langs den Ruiterweg over Darp. Langs den Ruiterweg, die eerlang zal worden bestraat, heeft men mooie vergezichten over korenvelden, afgewisseld door bosch en heide. Daar waar deze weg en de weg naar Wapserveen elkaar kruisen, gaat men - van den Steenwijker straatweg komende - links over den Havelterberg langs de Hunnebedden naar Wapserveen, rechts naar Havelte. Ook kan men een anderen weg volgen: bij de prise d'eau doorgaan tot even over de hoogte, waar een zandweg links afslaat (telefoonpalen); hier passeert men de buurtschap Eursinge.
Een andere goede gelegenheid om Havelte te bereiken is van Steenwijk per spoor naar de halte Nijeveen en vandaar wandelen langs den Veendijk of langs de Smildervaart (de eerste weg is de kortste).



Havelte is een der mooiste dorpen van Drenthe, met heerlijke wandelingen in de bosschen. Aan de Brink is een goede uitspanning. Bezienswaardig is o.a. het landgoed Oversinghe van den Commissaris der provincie Drenthe, Mr. LINTHORST HOMAN. In de onmiddellijke omgeving bevinden zich de reeds genoemde Hunnebedden. Een geliefkoosde wandeling voor de bezoekers van Havelte is die naar den z.g. Konijnenberg, gelegen achter het gemeentehuis en de pastorie. Op het hoogste punt geniet men van een mooi vergezicht over de weilanden langs de Smildervaart en op de dennenbosschen van Uffelte (goede wandelpaden en bank). De Konijnenberg is te bereiken door het dorp en langs het gemeentehuis of van genoemde uitspanning op de Brink langs schilderachtige landwegen.



Voor hen, die zich wat langer te Havelte kunnen ophouden, is een bezoek aan de ontginningen van de Nederlandsche Heidemaatschappij in het naburige Uffelte aan te bevelen. Links van den weg, langs de Smildervaart, ziet men tegen de bosschen een aardig huis, gedekt met roode pannen, de vriendelijke woning van den boschbaas. Deze is gaarne bereid de bezoekers rond te geleiden, wijzende op alles wat de ontginning en boschcultuur betreft en op welke wijze in slechts weinige jaren de heidevelden en zandverstuivingen in bosschen herschapen zijn. Door deze ontginningen zijn breede wegen aangelegd. In de naaste toekomst, als de stoomtram langs de Smildervaart loopt, zal dit oord zeker veel bezoekers trekken. De jeugdige Havelter vereeniging Het Rijwielpad beoogt het doel het verkeer per rijwiel te bevorderen door het aanleggen en onderhouden van goede paden, gelijk men er reeds vele vindt langs mooi beschaduwde landwegen. Ook wordt gezorgd voor het plaatsen van talrijke wegwijzers.