Posts tonen met het label Twente (1925). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Twente (1925). Alle posts tonen

woensdag 29 september 2010

Mooi Twenthe (1925): Achtergrondinformatie en voorwoord

ACHTERGRONDINFORMATIE
De eerste Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer werd in 1885 in Valkenburg opgericht. De eerste Overijsselse VVV was die van Kampen (11 december 1893), twee jaar later volgde Zwolle. In 1915 ontstond de in Amersfoort gevestigde Algemeene Nederlandsche Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer (ANVV), waarvan elf Overijsselse VVV’s lid werden: Almelo, Delden, Denekamp Deventer, Kampen, Oldenzaal, Olst, Ommen, Ootmarsum, Steenwijk en Zwolle. De ANVV stimuleerde het oprichten van Streek-VVV’s. Op 2 februari 1923 werd de Bond voor Vreemdelingenverkeer in Twente opgericht, waarvan het kantoor in Almelo kwam te staan, in een pand dat voortaan als het Verkeershuis zou worden aangeduid.
Een van de eerste doelstellingen was het uitbrengen van een toeristische gids. In 1925 verscheen Mooi Twenthe. Toch was het Bondsbestuur teleurgesteld over de medewerking vanuit de plaatsen in Twente. De beschrijvingen per plaats verschillen nogal qua omvang, alleen waar bekende auteurs als J.B. Bernink en A.J. Goldstein deze taak op zich namen, zijn de artikelen uitgebreider.
Ook was het bestuur ontevreden over de bijgevoegde kaart van rijwielpaden en verwees ze de kopers van de gids naar een kaart die in de maak was en binnenkort zou verschijnen. Dat was de Kaart van de Rijwielpaden in Twenthe, bewerkt door Mr. A.W. Stork. Van deze kaart zijn de hieronder getoonde kaartfragmenten bij de rijwieltochten afkomstig.





VOORWOORD
Bosch en heide, hoog en laag, oud en nieuw, trotsche kasteelen en eenvoudige boerenhuizen, ongerept natuurschoon naast moderne stedenbouw, hier een slingerend riviertje, daar een miniatuur-beekje, wuivende korenvelden en malsche weiden, om¬zoomd door hoog geboomte of door kreupelhout; grillige zandverstuivingen naast plantenweelde; doodsche stilte ginds, vogelleven hier; landelijke eenvoud de naaste buur van stadsgewoel; de met de nieuwste uitvindingen toegeruste fabrieksnijverheid in de onmiddellijke nabijheid van het oeroude ‘los hoes’ en het klepperend rad van den watermolen: ziedaar in het kort Twenthe, bij al te velen nog zoo weinig bekend. Of ja, toch wel, maar dan als belangrijk industriegebied. Wat voor schoons Twenthe verder biedt, hoe weinigen nog weten het, maar ook, hoevelen ontdekken het telkens weer, die afwisseling van veel en velerlei mooi. Dat mooie van Twenthe in steeds ruimer kring bekend te maken, is het doel van den Bond voor Vreemdelingenverkeer in Twenthe. En omdat doel te bereiken, kwam de alombekendheid van de Twenthsche grootindustrie den Bond maar wat goed te pas: Palthe en Molkenboer, alom in den lande bekend, zonden hunne duizenden klanten de aansporing: ‘Bezoekt Twenthe’. En dank zij deze dankbaar aanvaarde hulp, van genoemde firma's, kwamen in den loop van 1923 uit alle oorden des lands de verzoeken om inlichtingen over Twenthe het Bondsbureau overstelpen. En dat men over het werk van den Bond voldaan was, bleek uit de enthousiaste brieven, die wij ontvingen van hen, aan wie wij gegevens omtrent zwerftochten en zomerverblijf door en in Twenthe verschaft hadden.
Aangemoedigd door dit aanvankelijk succes, hebben wij besloten een Geïllustreerde Gids voor Twenthe uit te geven. En ondanks de vele moeilijkheden, die de uitgave van een der¬gelijk werk medebrengt - waaronder niet het geringste is te tellen de weinige medewerking, die wij zelf in Twenthe nog mochten krijgen - heeft de Bond doorgezet, al moet het ons van het hart, dat wij niet geslaagd zijn, zooals wij wel gewenscht hadden.
Daarom maakt nu onze gids geen aanspraak op volledigheid. Een betere kaart b.v. bleek zooveel voorbereiding te vereischen, dat wij vooreerst moeten volstaan met de rijwielpadkaart van Twenthe bij den gids aan te bieden. Een nieuwe kaart in vier kleurendruk is echter in bewerking bij den A.N.W.B.
Wie Twenthe goed wil zien, fietse of wandele er. En daarom hebben wij uitvoerige beschrijvingen van een elftal rijwieltochten gegeven, hoofdzakelijk langs rijwielpaden, waarvan Twenthe letterlijk wemelt, dank zij vooral ook de Rijwielpad Vereeniging Twenthe. Laten toch meer toeristen, dan nu het geval is, het nuttig werk van deze vereeniging waardeeren. Laten we toch niet de schande mogen beleven, dat, bij gebrek aan belangstelling van de Twenthenaren zelf, die het meest van den aanleg der rijwielpaden profiteeren, deze zoo onontbeerlijke vereeniging bij gebrek aan voldoende geldmiddelen, ophoudt te bestaan.
Wij hebben voor de beschreven tochten, de rijwielpaden gekozen, niet alleen, omdat men dan de meest intieme en mooie plekjes aandoet, maar vooral ook, omdat men dan gevrijwaard is voor het gevaar en het stof van de groote wegen. Moge men op het rijwielpad al eens moeten afstappen, omdat het pad wel eens wat smal, en bij voortdurende droogte op enkele plaatsen mul is, deze kleine ongerieven worden ruimschoots vergoed. Onze tochten zijn zoo ingericht, dat alle plaatsen in Twenthe eens of meermalen worden aangedaan. Men kan dus beginnen waar men wil en wil men niet alle elf tochten maken, welnu men combineere.
Naast deze rijwielpadenbeschrijving geven wij een korte beschrijving van een autotocht, welke beschrijving ook kan dienen voor hen, die met hun rijwiel de groote wegen houden.
De wandelaars verwijzen wij naar den Algemeenen Nederlandschen Wielrijdersbond, Toeristenbond van Nederland, wiens wandelweg Zwolle-Oldenzaal door een groot deel van Twenthe loopt, over anders niet toegankelijke terreinen. Om naast dezen, geheel door blauwe schildjes aangegeven wandelweg, nog een beschrijving van een wandeling door Twenthe te geven, zou overbodig zijn. En den wandelaar, die nog geen lid van den A.N.W.B. is, geven wij den raad, dit zoo spoedig mogelijk te worden, evenals den fietser, die een of meer van de door ons beschreven tochten maakt en telkens de wegwijzers van den A.N.W.B. als goede gidsen zal ontmoeten.
Onze gids bevat verder eene beschrijving van de verschillende plaatsen in Twenthe, dat wij misschien wat grooter genomen hebben, dan het in werkelijkheid is. Deze beschrijvingen zijn afkomstig van inwoners der betrokken plaatsen. Historische aanteekeningen laten wij voor dit werk achterwege. De enkele notitiën, die wij bij de rijwieltochten plaatsten, ontleenden wij aan het bekende werk van mr. G.J. Ter Kuile: Geschiedkundige aanteekeningen op de Havezathen van Twenthe. Wie meer van Twenthe wil weten, raadplege het werk van denzelfden schrijver over de Watermolens in Twenthe en Over proza en poëzie in Twenthe. Ook in Het land van katoen en heide van den heer Van Deinse en in Oet et land van aleer van mej. Elderink kan men aardige bijzonderheden vinden. Wat de verschillende plaatsen betreft, verwijzen wij naar de bestaande plaatselijke gidsen, bij het Bondsbureau verkrijgbaar en naar Ons Dinkelland van den heer J.B. Bernink, den welbekenden directeur van het natuurhistorisch museum Natura Docet te Denekamp, wiens bijdrage over de flora en fauna van Twenthe zeer zeker als eene groote aanwinst mag worden beschouwd.
Natuurlijk ontbreekt aan den gids niet eene lijst van Hotels en Pensions, welke lijst nog steeds voor uitbreiding vatbaar is. Ten slotte: wat gij niet in den gids kunt vinden, vraagt dat aan het Bondsbureau, dat volgaarne de meest uitgebreide inlichtingen omtrent Twenthe verschaft.
Met een woord van hartelijken dank voor allen, die hunne medewerking verleenden, zenden wij dezen gids de wereld in. Wij hopen, dat een tweede verbeterde en vermeerderde druk spoedig noodig zal blijken te zijn.

HET BESTUUR. VAN DEN BOND VOOR
VREEMDELINGENVERKEER IN TWENTHE.

Mooi Twenthe (1925): Flora van Twenthe

FLORA VAN TWENTHE
Mild en warm was het klimaat in Tertiairen tijd. Laurier en Oleander groeiden hier als nu aan de zoele kusten van de Cöte d'Azur. Maar dat is duizenden jaren geleden. Wolken uit koude streken temperden den gloed der zon. Regenvlagen kwamen van overzee de temperatuur verlagen. Rijn en Maas als een geweldige tweelingstroom overspoelde Hollands landouwen en herschiep ver over onze grenzen het land in een delta van Rijn-Maas. Slechts hier en daar doken uit den vloed wat heuvelruggen, zoo b.v. Oldenzaal-Ootmarsum-Uelsen van oude tertiaire klei. Omwoeld en doorspoeld werd deze rug door het stroomende water.
In rustige bochten bezonk het grint en zand, meegevoerd van de Ardennen en Duitsche Rijngebergten. Dit materiaal vinden wij terug ten Z. van Oldenzaal, bij Hengelo, bij Ootmarsum, in Nutter, Vasse en op den Mekkelenberg bij Almelo. Langzaam naderde nog grooter onheil uit andere richting. IJzige sneeuwmassa's daalden uit Scandinavië en Finland in de vlakte af. Zij schoven vooruit over Nd. Duitschland, gedreven door het steeds dikker wordende sneeuwijs, opgetast op Zwedens hoogten, uitpuilend naar alle kanten, evenals het deeg van den bakker tot een steile toren opgeworpen in den trog. Die schuivende ijsmassa werkte als een geweldige stoomploeg den grond doorwroetend, alle planten- en dierenleven vernietigend.
Duizenden jaren heeft dat ijs den bodem in zijn stevigen boei geklonken. Heel langzaam heeft het echter voor milder zonbestraling moeten wijken. Als een kleine vergoeding voor de aangerichte schade ons de Keileem achterlatende. Langzaam vielen hoogere plekken droog. Een geheel nieuwe Flora moest zich hier vestigen. Die kan alleen van uit de niet-verijste gebieden tot ons gekomen zijn. Die streken lagen ten Zuiden en Z.-Oosten van ons land. En evenals nu nog de kale zandvlakten het eerst door Korstmossen bewoond worden; - wij zien deze zelfs op steenen en glas! -zoo moet ook vroeger het eerste plekje droge grond door grijze Korstmossen met leven zijn getooid.
Wij dienen hiervoor te bedenken, dat de lucht de lichte mossporen wijd en zijd verbreidt.
Maar nog andere kiemen bevat de lucht en zaait ze over de aarde. Het zijn de fijne zaden der heide, de gevleugelde zaadjes van den en berk. Dit zijn de pioniers voor het bebosschingswerk in de wilde natuur. Ook daar wordt gezaaid, voor nog menschenvoet den bodem betreedt.
De plantkundige lezer weet, dat ook het water een machtig transportmiddel is. Niet alleen vervoert zij zaden van Gele Lisch en Plomp voor Zwarebloem en Pijlkruid, maar ook van allerlei oever- en landplanten ; zelfs van beuken en eiken neemt het water der rivieren de zaden mee en poot ze ver van haar groeiplaats aan vreemde oevers. Zoo is de Dinkel eeuwen en eeuwen door de vrachtvaarster geweest voor vele planten uit het bekken van Munster. Zij heeft haar oevers beplant met kinderen uit zonnige bergstreken van Midden Duitschland, met helroode Anjelieren, met paarse Knautia's en gele kussens van Sedum acre. Zij heeft de Gagea Spathacea, de Rapunzel en het Heelkruid geplant in de vochtige oeverbosschen van Hassinkhof in Beuningen en in de Achterhof op Singraven. En toen eenmaal de vogelwereld hier kon leven, zijn onze bessen etende vogels en het waterwild de verspreiders geworden van velerlei heesters en kruiden.



Door het waterhoudend zijn van den Twentschen bodem, (oude zeeklei en keileem) mogen wij logisch concludeeren, dat onze voorouderlijke grond zeer spoedig begroeid is geweest, veel spoediger dan b.v. de Veluwe en het Gooi. Een gevolg b.v. daarvan is o.a. dat hier nooit windkeien gevonden worden!
De Twentsche Flora is rijk en weelderig. Meer dan 500 soorten heesters en kruiden groeien er in de wilde plekjes. De cultiveering is de dood voor menige plant, voor menig insekt, voor menige vogel. Maar gelukkig zijn er nog veel van die woeste hoekjes vol ‘onkruid’, waar het heerlijk is te botaniseeren, om te zien naar de insekten, om te beluisteren de zang van allerlei zeldzame vogels.
Welk een genot is het niet te zien, in Mei de rose Andromeda-klokjes langs de heiplassen of de blauwe Lobelia's en Gentianen daar ter plaatse in Juli? Wie heeft er niet een verre reis voor over om in de Paaschvacantie de Geelster te zien op Austiberg naast de blauwe Maagdepalm of het. Goudveil langs een beekje aan diens oever, bij een bron in de Lutte en aan een slootkant te Ootmarsum en te Delden. Wie komt er niet met Pinksteren kijken naar de Zevenster, dat heilige bloempje, waarvan de sage in een van Grillparzers drama's is verwerkt en dat groeit bij Enschedé, bij Almelo en op de Hilgenhorst (= heilige hoogte) bij Denekamp. Ziet dit blanke bloempje met zeven blaadjes en zeven draadjes; doch pluk het niet, het is er op alle drie groeiplaatsen zeldzaam. En kent gij de Eenbes of Paris, met het mythologisch bekende appeltje, dat in Z.-Limburg voorkomt en hier onder kreupelhout in een Keileem boschje aan het kanaal in Weerselo zijn verst vooruitgeschoven voorposten heeft geplant? Weet gij, dat de Spitse Wolfsklauw, die slechts op drie plaatsen in Nederland voorkomt, dicht bij de Belvedère in het schoone heuvelland van de Lutte groeit? Daar prijkt ook de parapluachtige Boschpaardestaart, Gebogen Beukvaren, het Fraai Hertshooi, en het Heksenkruid.
Maar waarom er nog verder over uit te weiden? U kunt dit alles met plantenkaartje en al overduidelijk en geleidelijk beschreven vinden in het boekje ‘Ons Dinkelland’ door schrijver dezes reeds in 1800 exemplaren over heel Nederland verspreid. Het beschrijft niet alleen de flora, maar ook de fauna en de geologie van Oost-Twenthe. De vreemdeling, die Twenthe bezoekt zal onze rijke bloemenweelde zelfs in droge zomers opvallen. Hem er op te wijzen, dat er ook veel zeldzaams onder schuilt, moet voor den plantkundigen aangelegden snuffelaar een attractie te meer zijn, de vacantiedagen met loupe en determineerboek te verdoen.
J. B. BERNINK.

Mooi Twenthe (1925): Eerste rijwieltocht

EERSTE RIJWIELTOCHT
Bij het verlaten van het station Rijssen bemerken wij al dadelijk, dat wij in Twenthe zijn, in Twenthe, zooals het den vreemdeling dan toch welbekend is, als belangrijk industriegebied. Allereerst toch valt ons oog op de jutefabrieken der firma Ter Horst. Maar aangezien het er ons om te doen is, het, minder dan de Twentsche nijverheid bekende, natuurschoon van Twenthe op te zoeken, laten wij voor ditmaal de fabrieksgebouwen in den letterlijken en figuurlijken zin des woords links liggen, en bereiken al spoedig het middelpunt van Rijssen: het Schild, waaraan het Raadhuis en de oude Hervormde Kerk staan. De hotels Koenderink-Schutjen en De Kroon, eveneens daar te vinden, bieden gelegenheid, ons, voor wij den fietstocht door Twenthe aanvangen, te verfrisschen.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

De wegwijzer van den A.N.W.B. - een lichaam, dat ons telkens weer onschatbare diensten zal bewijzen op onzen verderen tocht - wijst ons welke richting wij moeten inslaan om Holten te bereiken. Die aanwijzing volgende, fietsen wij door het Haareind, een der meest typische gedeelte van Rijssen; vele huizen staan daar nog met het achtereind naar den weg gekeerd.
Op den driesprong vóór den spoorweg rijden wij rechtuit over den spoorweg en een klein eindje den grintweg naar Nijverdal op, om bij den molen het rijwielpad links in te slaan langs den Lichtenbergerweg. Biedt het Lichtenbergerveld, waarlangs ons pad voert, niet veel natuurschoon, vóór ons zien wij het beboschte heuvelland reeds uitnoodigend lokken. Wij rijden recht door, tot wij bij het dennenbosch zijn, waar wij het pad door de dennen volgen.
Men kan ook te voren linksaf een rijwielpad inslaan. Dit pad brengt ons bij den wegwijzer weer op de hoofdroute.
Wij komen uit op een breeden boschweg met rijwielpad, dat wij linksaf volgen, eerst door bosch, verder door heide. Bij den wegwijzer slaan wij rechtsaf langs den rand van Wulleberg en Blikkert. Afwisselend door dennen en heide en met nu en dan een mooi uitzicht naar het Oosten. Voorbij het landhuisje met rieten dak, dalen wij af naar Holten, dat wij reeds een tijdlang vóór ons zagen liggen.



Een eindje voorbij den wegwijzer wordt ons pad gekruist door een over den Holterberg aangelegden automobielweg. Wij kunnen dezen weg naar rechts volgen en komen dan dicht langs het hertenkolkje. Bij een steen, genummerd 10, vinden wij het rijwielpad van de Diepe Hel naar Holten, dat wij, links afslaande, bereiken. Volgt men den autoweg verder, dan komt men langs Huize den Berg van den heer A.Ph.R.C. baron Van der Borch van Verwolde, den burgemeester van Holten, bij de viaduct uit en bereikt onder deze door Holten. Men kan den autoweg, die de hoofdroute kruist, ook linksaf volgen en waar deze zich splitst rechts afslaan, Bij steen 18 komt men dan weer op de hoofdroute en kan of deze, of den autoweg verder volgen.
Na den spoorweg gekruist te hebben, rijden wij rechts langs het station en komen, vervolgens linksaf langs de zuivelfabriek rijdende, bij de kerk, midden in Holten uit. Hier slaan wij linksaf langs de hotels Holterman en Müller, het gemeentehuis en den molen. Bij den wegwijzer rijden wij rechtdoor den Markeloschen weg op, dien wij tot Markelo volgen. Aan onze rechterhand ligt de hooge Looker Enk, verder op de begroeide Beuzeberg of Zuurberg. Links en rechts van den weg blijft het terrein heuvelachtig en houtrijk.



Wil men ook naar Markelo gedeeltelijk langs rijwielpaden fietsen, dan rijde men bij den wegwijzer buiten Holten den weg naar Rijssen op. Na de spoorbaan gekruist te hebben, vindt men rechts een rijwielpad; er tegenover links komt eveneens een rijwielpad op den straatweg uit. Na een hoogen esch te zijn overgegaan en verschillende boerderijen te zijn gepasseerd, komen wij in een meer bebouwd terrein, waar wij op den viersprong linksaf slaan. Voorbij de boerderij Beltman rijden wij weer over een hoogen esch en slaan dan rechtsaf om langs bouwland, bosch en heide, den straatweg bij de Pop te bereiken en daar linksaf de hoofdroute te volgen.
In Markelo rijden wij rechtuit langs de kerk, waarachter de Markelerberg oprijst. Van dien berg hebben wij een mooi uitzicht. Vlak voor ons ligt het dorp, waaraan de berg zijn naam ontleent, terwijl wij meer rechts de Herikerberg met zijn donkere dennenbosschen ontwaren en daarvoor het golvend terrein van de Hulpe en de Hemmel. Ook Goor kan men zien liggen.
Bij het hotel Lichtendahl, waar tegenover het gemeentehuis ligt, slaan wij den rechtschen weg in door de buurtschap Beusbergen. Onze weg voert ons over een golvenden esch, links liggen de Hulpe en de Hemmel, verder noordelijk de Herikerberg. Wij rijden door de mooi gelegen buurt Stokkum en bereiken langs het station Markelo, dat wel wat heel ver van Markelo afligt, den grooten weg Diepenheim-Lochem. Wij mijden den drukken hoofdweg en fietsen bij den viersprong rechtuit door een mooie laan, die ons bij Huize Westerflier, bewoond door R. Graaf Schimmelpenninck, brengt.
Het tegenwoordige huis is in 1729 gebouwd door Joan van der Sluis. De familie Van der Sluis, die bij de oude sluis in de Schipbeek woonde, was door den houthandel rijk geworden. In 1530 wordt reeds een Joh. van Wermelo tot Westerflier genoemd. Later vindt men als bewoners de Van Hoevells tot Westerflier. Daar de eigenaars Katholiek waren, was Westerflier een z.g.n. slapende havezathe.
Wij rijden links om het huis heen en volgen verder het rijwielpad door een aardige laan, passeeren vlak bij het huis het bruggetje over de Regge, die hier in zijn prilste jeugd is en slaan na de bocht het dennenlaantje rechts met een rijwielpad in, om op den grintweg Diepenheim-Gelselaar uit te komen. Hier gaan wij linksaf en volgen den mooien, aan beiden zijden beboschten weg tot dicht bij Diepenheim. Bij den huize Warmelo van den heer Meijes, gaan we links het hek door, om langs de oprijlaan op den grooten weg bij het Kasteel Diepenheim, thans bewoond door Jhr. L.G. Schimmelpenninck, uit te komen.
Het huis Warmelo wordt het eerst genoemd in een charter van 1457. Het werd o.a. bewoond door de geslachten van Warmelo en Sloet. In 1883 werd het verkocht aan Louis Jules, Markiès d'Auriol, Prins van Parma. Het Huis Diepenheim is al vroeg bekend. In 1330 kwam het aan den Bisschop van Utrecht. Herhaaldelijk moest het huis eene belegering doorstaan. Na de afzwering van. Philips II werden de Staten van Overijsel eigenaren. Deze verkochten het aan Henrick Bentinck tot Werkeren. Een zijner nazaten liet het tegenwoordige huis bouwen. Later komt het huis door koop aan de Schimmelpenninck's. Merkwaardig is de achter het huis gelegen kasteelbelt, waartegen het kasteel gebouwd is.
De grintweg brengt ons verder in Diepenheim. Op den driesprong slaan wij links af langs het gemeentehuis. Wij kruisen den spoorweg en staan dan aan het begin van de oprijlaan van het kasteel Nijenhuis, eens het verblijf van den bekenden raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck, en thans nog door een nazaat bewoond. Het kasteel zien wij aan het eind der fraaie laan liggen.
Het Nijenhuis wordt het eerst genoemd in 1457, o.a. werd het bewoond door den protestantsche tak der Van Hoevells. Talrijke herinneringen bevat het huis aan dezen bekenden raadpensionanis uit den Napoleontischen tijd, Rutger Jan Schimmelpenninck. De tegenwoordige bewoner is L.H. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis. Door de terreinen van het Nijenhuis loopt de wandelweg van den A.N.W.B. Een heel mooi gedeelte, waartoe men, om er gebruik van te mogen maken, echter voorzien moet zijn van de toegangskaart van dien Bond. Aan het begin van de oprijlaan van Nijenhuis staat op de plaats van de oude havezathe Peckedam, thans de villa van dien naam.
Links af slaande, kunnen wij langs den grintweg Goor bereiken. Maar we hebben het er nu eenmaal op gezet de voorkeur te geven aan het rijwielpad en rijden dus bij het begin der laan van het Nijenhuis rechts.
Wie den grintweg naar Goor wil volgen - een zeer mooien weg, die langs de bosschen van het Nijenhuis en het Weldam loopt - sla bij de tweede bocht rechts de laan in langs Kasteel Weldam. Voorbij het kasteel, na het hek bij de boerderij doorgegaan te zijn, rijde men rechtuit tot den viersprong bij den spoorweg. Daar linksaf rijdende, bereikt men, langs de zuivelfabriek Weddehoen en den molen, Goor. Slaat men bij het gemeentehuis van Diepenheim linksaf een weg in, die later in een rijwielpad overgaat, dan komt men ten slotte dicht bij Goor op den grintweg uit.
Op den eersten den besten viersprong nemen wij den weg links, die ons langs de boschwachterswoning van het Nijenhuis bij den Watermolen van Diepenheim brengt, het laatste gedeelte langs een rijwielpad. Als we geluk hebben, kunnen we de schilderachtig gelegen molen in werking zien. Wij volgen nu verder het rijwielpad door een houtrijk terrein, gaan eerst rechtsaf en na de bocht bij de boerderij links. Na een bruggetje te zijn overgegaan, komen we, rechts afslaande, op een ander rijwielpad uit, dat we links volgen en dat ons door bosch en langs rustiek gelegen boerderijen, o.a. het ‘los hoes’ Groot Hedde, op een harden weg brengt, dien wij rechtuit volgen, om een eindje verder linksaf te slaan. Bij een boerderij gaan we het hek door en houden verder den fraaien weg door de Weldammerbosschen en langs het kasteel Weldam van den graaf van Aldenburgh Bentinck.



Weldam wordt reeds in een charter van 1389 vermeld. Het werd o.m. bewoond door de geslachten van Twickel en Ripperda. Toen Unico Willem graaf van Wassenaar tot Twickel het huis van den laatsten Ripperda erfde, kwamen Twickel en Weldam in eene hand. Veel werden huis en park verfraaid, toen het bewoond werd door W.C.Th.O. graaf van Aldenburg Bentinck en Waldeck-Limpurg, heer van Middachten, aan wiens zoon het kasteel thans behoort. Dicht bij het Weldam ligt het thans onbewoonde huis Wegdam, eens bewoond door het aloude geslacht der Van Coevorden's. Thans maakt het een deel uit van Weldam.
Bij de woning van den Rentmeester bereiken wij den grintweg Diepenheim-Goor, dien wij rechtsaf volgen. De weg loopt nog een eind langs de Weldammer bosschen, verder langs verschillende villa's en na den spoorweg gekruist te hebben, zijn we al spoedig in Goor, waar hotel De Engel ons gelegen¬heid biedt van onze vermoeidheid uit te rusten.

Laat niet als dank voor 't aangenaam verpoozen
Den eigenaar van 't bosch de schillen en de doozen.

Mooi Twenthe (1925): Tweede Rijwieltocht

TWEEDE RIJWIELTOCHT
Wij verlaten Goor aan de Westzijde en volgen vanaf de Hervormde Kerk den weg naar Markelo. Wij kruisen den spoorweg Neede-Hellendoorn, passeeren een villa en den watertoren van Goor en zijn al spoedig tusschen de bosschen van den Herikerberg, die vóór ons ligt. We moeten even een beetje steviger trappen om tegen den berg op te komen, maar onze moeite wordt dubbel beloond als we boven zijn en, vooral naar het Zuiden, van het mooie uitzicht genieten. Een bank geeft ons gelegenheid even uit te blazen en gunt ons langs den tegenoverliggenden hollen weg een aardig doorkijkje, tot zelfs naar Lochem. Nog mooier is het uitzicht van de achter ons liggende belvedère, die helaas niet toegankelijk is.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Men kan ook, van Goor komende, voordat men den berg opgaat, rechtsaf het rijwielpad inslaan, dat ons in de buurtschap Herike brengt. Bij den molen houde men rechts.
Wij dalen den berg af, langs de boerderij Montebello. Bij de pannebakkerij De Roohaan slaan we het fietspad rechts in. Bij de bocht van den weg gaat ons pad rechtsaf door de bosschen van den Brinkerhoek. Na de leemkuilen, waaruit de pannebakkerij hare grondstoffen haalt, te zijn voorbijgegaan, volgen we het rijwielpad verder over den hoogen zuideresch. Rechts ligt de schilderachtige buurt Herike. Bij den molen houden we links. Bij een tweeden molen rijden wij links langs de school en komen op den grintweg uit, we volgen deze slechts een klein eindje en volgen dan weer het eerste het beste rijwielpad aan onze linkerhand.
Men kan ook den grintweg door Elsen volgen en in het Hollands Schwarzwald rechtsaf de hoofdroute verder rijden.
Wij klimmen zoetjes aan den hoogen esch op en gaan vlak langs den Apenberg, links waarvan men den Friezenberg met zijn parapluievormige dennengroep ontwaart. Naar het zuiden kunnen wij van een mooi panorama genieten op de zoo juist verlaten Schoolbuurt en Herike, de bosschen van den Herikerberg en den Brinkerhoek en de heuvels bij Markelo. Oostelijk ziet men Elsen liggen.
Verder peddelende, dalen we, na reeds vanaf het hoogste punt de landhuisjes van het Schwarzwald in het vizier te hebben gekregen, geleidelijk. Wij volgen ten slotte het rijwielpad rechts door het bosch. Slaan we even op dit pad linksaf, dan komen we bij hotel Rijsserberg, waar men van het terras een verrassend mooi uitzicht heeft. Dicht bij zien we Rijssen, daarachter de Nijverdalsche fabrieken met als achtergrond den Hellendoornschen berg. In het westen rijst de Holterberg donker op en oostelijk ontwaren we het Hollands Schwarzwald, daarachter heel in de verte Almelo.
Wij volgen nu verder het rijwielpad door de dennen, kruisen den grintweg naar Markelo en bevinden ons weldra tusschen de idyllische huisjes van het Schwarzwald. Steeds door het bosch rechtuit rijdende, komen we, al dalende, op den weg Rijssen-Enter uit. Even rijden we linksaf en slaan dan den sintelweg aan onze rechterhand met fietspad in. Aan het eind van dezen weg buigen we even naar rechts en volgen dan het rijwielpad links langs de bosschen van den Oosterhof.
Na lang eigendom van de familie Van Ittersum te zijn geweest, is de Oosterhof later door aanhuwelijking aan de familie Coenen gekomen. De tegenwoordige eigenaar en bewoner is Jhr. F.A. Coenen van den Oosterhof.
Bij den spoorweg rijden we links af, achter den Oosterhof langs en belanden, langs het Parkgebouw rijdende, op den straatweg Rijssen-Wierden, waar we rechtsaf gaan. Bij den molen aan den overkant van de Regge volgen we het rijwielpad links.
Volge men nog een eind den straatweg, dan komt men tusschen de bosschages van den Grimberg en het Winkel. Het oude huis Grimberg is in het begin der 19e eeuw gesloopt. Het werd langen tijd bewoond door het geslacht Van Voerst. Laatste bewoner was een Duitscher, die in Amerika fortuin had gemaakt, de heer Nehrkorn. Slechts eenige grachten wijzen thans de plek, waar eens het huis stond. De tegenwoordige eigenaar is de heer Ter Horst te Rijssen.
Wij volgen eerst den loop van de Regge naar de mooi gelegen buurtschap Notter. Steeds rechtuit rijdende bereiken we den grintweg Wierden-Nijverdal, welke laatste plaats we reeds een tijdlang voor ons hebben zien liggen, tegen het heuvelland aan. De grintweg brengt ons over de Regge in Nijverdal, dat zijn naam met eere draagt.
Men kan ook in plaats van den grooten weg te volgen, het rijwielpad rechtuit rijden langs de bosschen van den Eversberg. Het oude huis van dien naam, lang de zetel van de familie van Heerdt, bestaat niet meer. Eigenaar van het tegenwoordige huis is de heer E.J. Veening, te Laren. Het rijwielpad loopt verder door de buurt Kollenstaart naar de ophaalbrug over de Regge, vanwaar een grintweg naar Hellendoorn loopt.



Wij doorkruisen Nijverdal in haar geheele lengte. Links ligt de Koninklijke Stoomweverij, er tegenover hotel Mensinga. Bij hotel Moddejonge gaan we over den lokaalspoorweg en zien dan den weg voor ons steil naar boven gaan. Maar we laten ons daardoor niet afschrikken, al is het geraden hier even naar boven te wandelen.
Lijkt de rit of de wandeling tegen den berg op u al te welletjes, dan kunt ge den fraaien grintweg naar Hellendoorn volgen langs het landgoed Duivencate van de familie Moquette.Boven op den berg ontvouwt zich een fraai panorama. Aan onze voeten ligt het Nijverdal, dat we zoo juist verlaten hebben. Verder weg zien we o.a. Rijssen en Almelo liggen. Ook naar het westen is het uitzicht ruim. Rechts van den weg afgaande, komen wij bij een ravijn, waardoor de spoorweg loopt.
Steeds freewheelende laten wij ons den berg afzakken. Aan de overzijde van het spoorwegravijn ligt de Klinkenbelt, nu eigendom van eene maatschappij tot exploitatie van landhuizen. Wij volgen nog een eind den, door de bosschen loopenden, grintweg - linksaf gaat een sintelweg door het bosch naar den Sprengenberg van de familie Palthe - om bij de viaduct aan onze rechterhand gekomen, het rijwielpad in te slaan, dat onder de viaduct doorloopt en dat ons grootendeels door de dennen op den grintweg Hellendoorn-Luttenberg brengt, waar we rechtsaf rijden. Op het hoogste punt van den weg hebben wij nog eenmaal een mooi uitzicht: naar het oosten op het vriendelijk gelegen Hellendoorn, westelijk o.a. op Luttenberg en Raalte, waarna wij, afdalende langs de villa van den burgemeester van Hellendoorn, den heer Meijboom en langs het station van den ‘Bello’, zooals de volksmond het lokaaltreintje noemt, ons zoetjesaan naar Hellendoorn laten glijden. Tegenover het station vinden we daar het hotel Bergzicht.

‘Moet gij op zij gaan voor een ander,
Doet dit rechts, of gij ramt elkander’.

Mooi Twenthe (1925): Derde rijwieltocht

DERDE RIJWIELTOCHT
De route, die wij nu volgen, brengt ons eigenlijk wel een beetje uit onzen koers en buiten Twenthe, maar het eerste gedeelte tot aan Den Ham biedt zoveel schoons, dat deze omweg waarlijk wel de moeite waard is. Voor ditmaal gaan we niet langs rijwielpaden, maar hoofdzakelijk langs harde, doch rustige wegen.
Wij volgen vanaf Hellendoorn den fraaien grintweg naar Ommen, langs den voet van den Hellendoornschen berg. Daarboven ligt in heerlijke dennenomgeving het Volkssanatorium Hellendoorn. Wij passeeren al spoedig de oprijlaan naar dat sanatorium en naar den Eelerberg van mevr. Vening Meinesz. Weldra zijn we weer tusschen de bosschen. Verderop zien we rechts de verstrooid liggende boerderijen van het gehucht Eelen en, na den hoogen esch rechts, van Rhaan.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Bij het Hankate gaan wij over het Overijselsch kanaal en zien verder den grintweg volgende, den Lemelerberg als een kolossus voor ons liggen. Bij het kerkje van Lemele houden wij rechts. De Lemelerberg houdt ons een geruimen tijd gezelschap en noodigt ons als het ware uit, om eens een bezoek boven te brengen. En al is het een heele klim, het bezoek loont de moeite zeer zeker. Wij doen 't beste als we tusschen de bosschen van het Huis Archem gekomen - we kunnen dit huis, eigendom van de familie Van der Wijck, niet zien liggen - linksaf de blauwe schildjes van den wandelweg van den A.N.W.B. volgen, den weg op tusschen de dennen door. De tocht naar boven is niet zoo heel gemakkelijk, maar boven wacht ons dan ook een schitterend panorama als belooning voor de klimpartij. Hoe meer we stijgen, hoe ruimer het uitzicht wordt, dat wel het fraaist is bij het triangulatiepunt. In het noorden ligt, vrij dicht bij, het oude, aan de Vecht en te midden der bosschen gelegen, stadje Ommen. Links daarvan ontwaren wij Vilsteren, Rechteren en Dalfsen, aan de zich als een zilveren lint door het landschap slingerende Vecht. Noordoostelijk zijn de bosschen rondom het kasteel Eerde. Nog verder weg kunnen wij Hardenberg zien liggen. Oostelijk ontdekken we Den Ham, Vriezenveen, Almelo en heel in de verte de heuvels bij Ootmarsum en Oldenzaal. Met den kijker kunnen we zelfs het slot Bentheim zien. Naar het zuiden liggen Lemele, de bosschen van de Eeler- en Hellendoornsche bergen, de fabrieken van Nijverdal en Rijssen. Westelijk van den Eelerberg verheft zich de Luttenberg met het gelijknamige dorpje, verder op zijn de fabrieken in het Lemelerveld, Raalte, Heino enz. Welken kant we ook uitkijken, naar alle zijden is het uitzicht ruim en telkens weer ontdekt ons oog andere torentjes en wijzen tal van fabrieksschoorsteenen er op, dat we dicht bij het nijvere Twenthe zijn. Bij helder weer kan men met den kijker zelfs Zutfen en de schepen op de Zuiderzee zien.
Na met moeite afscheid genomen te hebben van het verrassende panorama, zoeken wij onze rijwielen weer op. We volgen nog een eindweegs ,door bosch en heide den grintweg, gaan. bij de Nieuwebrug over de Regge en slaan bij den wegwijzer rechtsaf. Al spoedig zijn we te midden der Eerder bosschen. Gaan wij bij de eerste bocht rechts even door het draaihekje, dan komen we op den Hoogen Oever van den Regge, vanwaar we een aardig kijkje hebben op het riviertje.
De grintweg, dien we volgen, loont alleen reeds den omweg, dien wij gemaakt hebben. Aan beide zijden van den weg staat hoog dennen- en loofhout, dat wel het fraaist is als we bij de oprijlaan van het Kasteel Eerde zijn.
Vroeger stond hier een roofslot, dat in 1380 na een belege¬ring door den Bisschop van Utrecht is ingenomen en verbrand werd. Vanaf 1706 is het goed in handen van de Van Pallandts. De tegenwoordige eigenaar is Ph. D. baron van Pallandt van Eerde.
Nog een tijdlang rijden wij door de heerlijke bosschen, gaan dan over de Hammerwetering en zien weldra Den Ham voor ons liggen. Bij de kerk in Den Ham rijden we rechtsaf en volgen verder den grintweg, die ons langs de Zandstuive bij de brug over het kanaal en vervolgens in het dorpje Daarle brengt. Zoodra wij dit dorp met zijn hoogen esch achter den rug hebben, krijgen we een vrij eentonig stuk heide met veenplassen. Over deze heen zien wij links de fabrieken van de firma Jansen & Tilanus, daarachter Vriezenveen en meer zuidelijk Almelo. Bij den wegwijzer rijden wij rechtuit en komen dan tusschen de hooge esschen van het Hooge Heksel. Dan volgt weer een stukje heide en bosch met de Villa Het Vossenbosch van den heer B. Scholten te Almelo en met links steeds het gezicht op Vriezenveen en Almelo. Langs hoog bouwland. en door de buurt het Loo bereiken wij aan de overzijde van den spoorweg Wierden. Wij volgen, om den weg naar Almelo te vinden, de aanwijzingen van de bekende bondswegwijzers. Bij het hôtel De Zwaan slaan wij links den weg naar Almelo in. Even voorbij de weverij van de firma Ten Bos gaan we over de Hollandergraven en slaan vervolgens, daar de hoofdweg ons wel wat al te druk kan worden, het eerste wegje aan onzen rechterhand in. Het paadje langs dien weg is wel erg smalletjes, maar allengs wordt het breeder, om verderop in een sintelweg over te gaan, die achter den Bellinkhof langs loopt.
Steeds rechtuit rijdende, komen wij bij het Hinsenveld van den heer A.M. Tilanus aan de Almelosohe Aa, aan de overzijde waarvan het buiten Beeklust van de familie Ledeboer ligt. Wij volgen linksaf den loop van het stroompje. Na eene in het hooge hout gelegen boerderij, komen we bij een bruggetje en rijden rechtuit het smalle eikenlaantje in, dat ons in de Rohofstraat, tegenover het Bureau van den Bond van Vreemdelingenverkeer in Twenthe brengt. Linksaf slaande, bereiken wij de Wierdensche straat en deze rechts volgende, het Marktplein, het middelpunt van Almelo, met den aardige gevel van het waaggebouw en het Kantongerecht. Voor dit gebouw staande, overziet men aan beide zijden van het kanaal een groot gedeelte van de Almelosche industrie. Rechts een eindje van het kanaal af, ligt de ververij van Palthe, in den lande welbekend, eene bekendheid, waarvan ook de Bond voor Vreemdelingenverkeer profijt heeft mogen trekken. Doeltreffender reclame dan door middel van de firma Palthe en de firma Molkenboer te Oldenzaal, die onze reclamebiljetjes in hunne zendingen insloten, is zeker moeilijk denkbaar.
Tegenover het Kantongereoht staat het hôtel ‘Van ouds de Prins’. Gelegenheid om te logeeren is er in Almelo voldoende, want behalve genoemd hôtel bezit het nog de hôtels Schreuder en Grimme tegenover het station en de Gouden Leeuw en Centraal aan de Grootestraat. Op den hoek van deze straat en de Markt biedt Café Ludeking een aardig zitje. Ook in De Poort van Cleef aan de Veemarkt is gelegenheid tot logeeren, terwijl we, als wij een tochtje naar Vriezenveen maken, ons voor den rit kunnen sterken in café Klein Scheveningen van den heer Hartgers. Voor hen, die een pension boven een hôtel verkiezen, is het pension Nijkamp in de Brugstraat het aangewezen adres.

‘Wilt gij wie langzaam rijdt voorbij,
Doet dit dan aan zijn linkerzij’.

Mooi Twenthe (1925): Vierde rijwieltocht

VIERDE RIJWIELTOCHT
Vanaf het Kantongerecht rijden wij langs het waaggebouw, tevens raadzaal der gemeente Almelo, naar het brugje over de Almelosche Aa en komen zoo door de Schuttenstraat in de Grootestraat, den hoofdverkeersader der stad, eigenaardig genoeg hier Nieuwe Eind genaamd, in tegenstelling met het Oude Eind, dat er echter heel wat nieuwer en moderner uitziet.
Rechts afslaande passeeren wij het Post- en Telegraafkantoor. De Grootestraat lokt ons, tenzij wij winkelen willen, niet erg aan, want het is er op sommige tijden van den dag, vooral tijdens het in- en uitgaan der fabrieken, zeer druk en het plaveisel is nu niet zoo heel schitterend. Wij slaan daarom maar gauw de eerste straat aan onze linkerhand in, de stille Hofkampstraat. Aan het eind dezer straat vinden wij rechts een pad, dat ons buitenom op de Bornsche straat brengt, tegenover de nieuwe stadswijk De Riet. Wij volgen de aanwijzing van het rijwielpadbordje en rijden dus het Rietplein op en verder rechtdoor, langs Biezenstraat en Ouden Deldenschen weg. Bij de betonwoningen volgen wij het rijwielpad rechts en zijn meteen weer buiten op een aardig wegje, dat ons over een brugje en over de spoorbaan brengt. Direct hierover gaan wij linksaf en volgen het mooie rijwielpad door het Nijreesbosch.



Het flinke breede rijwielpad, waarop de Rijwielpadvereeniging Twenthe terecht trotsch mag zijn, loopt eerst door dennenbosschen, Als wij deze gepasseerd zijn, wordt het pad iets smaller. Weldra zijn wij bij de mooi in het hout gelegen boerderijen van Tusveld. Na de laatste boerderij wordt het pad bijzonder mooi. Hoe heerlijk rustig is het hier tusschen het geboomte, een echt stukje ongerepte natuur. Alleen des Zaterdags en Zondags, als heele slierten fietsers er op uittrekken naar de Twickelsche bosschen, kan het er wel eens druk zijn. Na het bosch wordt aan onze linkerhand het terrein meer open. Over de hei heen zien wij Borne met de fabrieken der firma Spanjaard, meer noordelijk ontwaren wij de torentjes der kloosters van Zenderen.
Op den zessprong slaan wij de richting Bornerbroek in, eerst door heide met dennen - links liggen de bosschen van de Haar van den heer Stork te Hengelo - verderop door aardige laantjes en langs mooie boerderijen. Voorbij de boerderij Groot Hedde, houden wij rechts aan op het torentje van Bornerbroek.
Men kan ook op den viersprong, bij de laatste boerderij van Tusveld, rechtsaf het fietspad volgen en komen dan door heide en dennen rijdende eveneens bij de kerk te Bornerbroek uit.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Verschillende rijwielpaden leiden van hier naar Enter. Wij kiezen het pad langs den molen. Een eindje voorbij deze buigt het pad naar links door de dennen en langs eenige in het groen gelegen boerderijen. Steeds rechtdoor rijdende langs mooie landelijke wegjes, komen wij tenslotte bij een groote boerderij met een heg erom. Wij gaan het erf van de Keurst, zooals deze boerderij heet, over en vinden, dit aan de andere zijde door een hekje verlatend, een aardig, tusschen bouwland en kreupelhout doorslingerend pad. Waar dit pad zich splitst, houden wij links en bereiken over een hoogen esch de kleine, doch mooi gelegen buurtschap IJpelo.
Men kan IJpelo ook bereiken, als men reeds vóór de Keurst rechtsaf slaat en komt dan langs het Mokkengoor, een schilderachtige plas, die echter des zomers zoo goed als droog ligt. Links houdende komen wij dan in IJpelo.
Bij de school gaan wij links over het brugje en volgen verder het steeds kronkelend rijwielpad, dat ons in de buurtschap Rectum op den grintweg Wierden-Enter brengt. Wij kruisen dien weg en vinden aan de overzijde weder een mooi fietspad naar den straatweg Wierden-Rijssen; waar wij op een mooi gedeelte van dien weg, bij de bosschen van den Grimberg uitkomen. Wij volgen dezen weg linksaf. Onmiddellijk na de brug over de Regge rijden wij links het rijwielpad langs den molen in. Na de spoorbaan gekruist te hebben, gaan wij weer links, kruisen nogmaals den spoorweg en rijden verder rechtuit langs den Leijerweerdsdijk. Waar bij een links gelegen boerderij de weg zich splitst, gaan wij rechtuit langs een mooi begroeid wegje. Na het brugje bij de boerderij Leijerweerd buigen wij naar rechts en volgen verder het rijwielpad naar den grintweg, die ons in zuidelijke richting in het klompenmakersdorp Enter brengt. Wij rijden dit aardige, in het groen gelegen dorp waar de menschen, die geen klompen maken, te tellen zijn, in zijn geheele lengte door tot na de bocht voorbij de Kath. kerk. Daar vinden wij links weder een rijwielpad, dat ons langs het Cartelaar en over de Regge bij Binnen Gerrit brengt. Op den driesprong - een heerlijk plekje om eens even onder het lommer uit te rusten - volgen wij het aardige wegje aan onze rechterhand. Na het bruggetje, zien wij links bij de laan naar de boerderij Wolves een eigenaardige tweelingbeuk, tot heel boven bezet met namen. Nog een eindweegs volgen wij het rijwielpad, dat bij droog weer wel eens wat mul kan zijn. Na nogmaals twee bruggetjes gepasseerd te hebben, slaan wij bij den viersprong rechtsaf. Bij den vijfsprong na de Hagmolenbeek wijst een wegwijzer ons verder ,den weg naar Goor.
Men kan hier ook linksaf rijden over Zeldam, een pad, dat echter moeilijker te vinden is. Bij den tweeden driesprong houden wij rechts langs mooi in het hooge hout gelegen boerderijen, gaan op den viersprong even rechts en slaan dan den eersten weg links in. Het is daar in Zeldam echt landelijk met al dat geboomte. Wij volgen verder het steeds kronkelend rijwielpad om tegenover de brug van Heeckeren uit te komen. Rechts om het Huis rijdende, bereiken wij aan het einde der oprijlaan Goor. Heeckeren, eens eene havezathe o.m. bewoond door de van Coevorden's, de van Hövells, de Bentincks en de familie van Hugenpoth tot Aerdt, het laatst door Jhr. G.W. Bosch van Drakenstein, is nu een klooster.

Mooi Twenthe (1925): Vijfde rijwieltocht

VIJFDE RIJWIELTOCHT
Wij rijden van Goor den fraaien weg naar Delden op. Links zien wij het witte huis Heeckeren. Al gauw zijn wij weer te midden der bosschen. Even voorbij mijlpaal 37 wordt deze weg gekruist door een rijwielpad. Wij slaan het pad aan onze rechterhand in, hetwelk ons langs een boerderij over den spoorweg brengt. Onmiddellijk na den spoorweg slaan wij linksaf, om echter dadelijk daarop het wegje rechts in te rijden.
Gaan wij nog even recht door, zoo komen wij bij het ‘los hoes’ 't Lammerink.
Ons pad loopt door bosch en heide en langs een mooi in het groen gelegen boerderij. Waar het pad door een ander rijwielpad gekruist wordt, volgen wij dit laatste rechts door het Wienerveld. Na nogmaals twee rijwielpaden gekruist te hebben, passeeren wij de Hartgeringsbeek en bereiken Kwartiersdorp. Steeds verder volgen wij rechtuit het veel afwisseling biedend rijwielpad door bosch en heide, over eenige bruggetjes en rustiek gelegen boerderijen, naar Hengevelde. Hier volgen wij linksaf den grintweg en bij den wegwijzer een eindje verder den mooien grintweg naar Delden.
In Hengevelde kan men ook bij de kerk links afslaande, onmiddellijk het rijwielpad rechts nemen. Na den duiker gaat men linksaf, kruist den grintweg naar Neede en volgt veder het door bosch en heide en langs boerderijen loopende rijwielpad door Boekelo. Men komt tenslotte op den weg naar Haaksbergen uit.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Bij de scherpe bocht vlak na het bruggetje verlaten wij den grintweg en kiezen het rijwielpad rechts. Wij houden links langs een molen en volgen het rijwielpad verder rechtuit door bosch en over een bruggetje, totdat wij op een pad door de heide uitkomen. Dit pad volgen wij een eindweegs, om bij den viersprong van rijwielpaden rechtsaf te slaan, eerst nog door hei, al spoedig door een houtrijke streek om ten slotte langs mooi in het hout gelegen boerderijen op den grintweg naar Haaksbergen uit te komen. Hier linksaf slaande bereiken wij spoedig Haaksbergen, waar wij in Hôtel Eijsink onderdak kunnen vinden. Wij rijden rechtuit langs de kerk en slaan dan linksaf, den grintweg naar Enschedé volgend. Wij houden den grintweg, die verderop door de hei loopt, tot na de brug, om dan linksaf het rijwielpad door de hei in te rijden. Na de heide volgt een meer begroeide streek. Waar ons pad door een ander gekruist wordt, rijden wij linksaf naar het aardig gelegen kerkje van Beckum. Een eindje volgen wij in noordelijke richting den grintweg tot voorbij het kerkhof vóór het brugje. Dan verruilen wij den grintweg voor het rijwielpad links, door bosch en heide. Waar links een groote boerderij ligt, slaan wij even voorbij de daartegenover gelegen boerderij het rijwielpad rechts in, dat ons door heide en bosch bij de boerderij Rannink op den harden weg en verder in Delden brengt. Daar rechtsaf slaande door het stadje, bereiken wij de gastvrije hôtels Hemmelder, In den Drost van Twenthe en Carelshaven.
Men kan vanaf Beckum komende, ook het rijwielpad rechtuit volgen. Men komt dan door Vossebrink tenslotte langs een grintweg, in Delden uit tegenover de laan van Twickel.

Mooi Twenthe (1925): Zesde rijwieltocht

ZESDE RIJWIELTOCHT
Aan de oostzijde van Delden het stadje verlatend, slaan wij bij den wegwijzer linksaf, naar de fraaie laan van Twickel. welke wij weldra bereiken.
Aan de linkerzijde zien wij alras het statige kasteel, met zijn schitterende bosschen en sappige weiden, zijn breede lanen, zijn heerlijk park, met wat niet al, dat het oog onvergetelijk boeit. Wilden wij een schildering geven van wat hier te genieten valt, wij zouden de pen van eenen Craandijk, den enthousiasten wandelaar door Nederland, moeten hebben. Is het wonder, dat heel Twenthe naar dit heerlijk oord trekt om hier de dagelijksche beslommeringen een oogenblik te vergeten.
En dat ook de vreemdeling, nog zoo weinig bekend met Twenthe's natuurschoon, van het bestaan van Twickel wel eens gehoord heeft.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

In 1347 kocht Herman van Twickelo ‘dat Huis te Eijsink’. Hij liet het oude huis afbreken en bouwde, iets dichter bij Delden, een nieuw, aan hetwelk voortaan zijn naam verbonden bleef. Na den dood van Johan de Rijke, gaat het goed, door huwelijk zijner dochter over op de van Raesfelts. Vervolgens komt het in het geslacht van Wassenaar en door huwelijk van Maria Cornelie Gravin van Wassenaar van Obdam met Mr. Jacob Derk Carel Baron van Heeckeren aan de van Heeckeren's. Tegenwoordige eigenaar is Dr. R.F. Baron van Heeckeren van Wassenaer.
Zeer aan te bevelen is een wandeling door de Twickeler bosschen, waar fietsen contrabande zijn. Ook het park om het kasteel is een bezoek overwaard. Het is tusschen 1 Mei en 15 October, des Woensdags en Zaterdagsmiddags te bezichtigen.

Wij volgen verder de Lange Laan. Links is de wildbaan van Twickel.
Een aardige omweg kan men maken, door bij den wegwijzer den weg naar Borne een eind te volgen. Voor het brugje slaan wij dan linksaf en volgt door het bosch den loop van de Twickelerbeek. Weldra is men bij den Noordmolen, een vroegeren oliemolen van Twickel. Helaas is het scheprad verdwenen. Maar het is hier een allerbekoorlijkst plekje. Van den watermolen terugkomende, rijde men over het brugje rechtsaf, waardoor men weder op de Twickeler laan uitkomt.



Aan het eind van de laan staat links een groote steen, die volgens het opschrift op 23 Februari 1845 door 12 paarden getrokken uit het naburige Azelo, daarheen is gebracht. Achter den Steen ziet men den Berg, en aan de overzijde van den weg liggen twee vijvers schilderachtig tusschen het geboomte. Voorbij den grooten steen buigt ons pad naar rechts en brengt ons door jonger hout en dennen bij de Almelosche brug. Een bank noodt op dit uitgezooht plekje, waar verschillende mooie lanen samenkomen, tot rusten. Verder rijden wij rechtuit.
Men kan ook rechtsaf slaan. Door een mooie dennenlaan komt men bij het kleine schooltje van Azelo. Daar rechtuit rijdende, bereikt men een pad, dat het onze kruist. Men kan hier óf links afslaande de hoofdroute weder bereiken, die men dan rechtsaf volgt, óf wel nog een eind rechtuit gaan en aan het eind van het rijwielpad linksaf weder op de hoofdroute komen.
Wij blijven nog een tijdlang tusschen de dennen, tot voorbij den zessprong, waarna rechts het terrein meer open wordt. Over de heide heen zien wij Borne en Zenderen met zijn beide kloosters. Waar de heide rechts ophoudt, krijgen wij weer een zeldzaam mooi stukje boschweg en bereiken vervolgens de buurt Tusveld, met zijne in het hooge hout verscholen liggende boerderijen. Wij rijden steeds rechtuit, het mooie, maar soms wel eens drukke rijwielpad volgend. Al spoedig zijn wij weder tusschen de dennen. Tegenover het Maatveld verlaten wij het rijwielpad en slaan, de boschweg in, die ons langs de villa van den heer Lamberts en een mooi gelegen boerderij bij den spoorweg brengt. Na dezen gekruist te hebben, volgen wij verder het rijwielpad langs den sintelweg, die recht toe recht aan op den Bornschen weg aanloopt. Wij komen bij de Bavinkshoeve, van den heer A. Scholten te Almelo uit.
Bij het Maatveld kunnen wij ook het rijwielpad verder rechtuit volgen en komen dan door het Nijreesbosch. Wij gaan over de spoorbaan en slaan bij de noodwoningen linksaf. Steeds rechtuit rijdende komen wij door het fraaie tuindorp De Riet, op den Bornschen weg uit, waar wij links houden. Bij de kiosk, waartegenover café de Poort van Cleef, volgen wij de Groote straat. Echter maar een klein eindje. Bij de smederij toch nemen wij liever de straat links, de Holtjesstraat, dan de slecht geplaveide Groote straat. Wij komen hier voorbij de fabriek der firma Bendien. Na de brug rechtsaf slaande, bereiken wij door de Marktstraat het Marktplein.
Wij volgen den drukken straatweg slechts een klein eindje, langs het deerlijk gehavende Bavinkel, dat tot voor kort nog zoo aardig in het geboomte lag. Een weinig verder slaan wij rechtsaf een sintelweg in, de Bolkshoekweg, een landelijk wegje, dat ons langs eenige boerderijen voert en dan linksaf buigt, langs het Paradijs. Na de bocht, waar een bank staat, rijden wij langs de Mariahoeve rechtuit over het hooge brugje over de Loolee. Onze weg komt op de Graven Allee uit. Wij volgen deze naar links.
Het is de moeite waard, rechtsaf de zeer mooie laan ten einde te rijden. De sintelweg gaat - aan de linkerzijde – over in een rijwielpad, dat door dennen loopende, bij de Veldsluis in het kanaal Almelo-Nordhorn uitkomt, bij de z.g. Pook. Aan de overzijde van het kanaal vinden wij het rijwielpad terug, dat door de heide naar den grintweg Almelo-Ootmarsum loopt. Wij volgen dezen weg in de richting Almelo, over den Mekkelenberg. Voorbij de nieuwe kerk der Maria Parochie, wordt de weg weldra meer en meer aan beide zijden bebouwd. Bij de school in het Sluitersveld, rijden wij linksaf tusschen de fabrieksgebouwen der firma Hedeman door, gaan over het loopbrugje en bereiken door een mooi laantje langs de Loo Lee de Gravenallee.
Aan beide zijden van den weg is het bosch van den Huize Almelo, dat wij, als wij den ouden tol bij het Jagertje gepasseerd zijn, recht voor ons zien liggen. Waar het bosch eindigt, gaan wij over de aardig slingerende Loolee en staan al spoedig aan den ingang van het zoo juist genoemde Huis Almelo.
Almelo is een oude Heerlijkheid, oorspronkelijk een onafhankelijk staatje. Reeds in 1297 wordt het Huis Almelo genoemd. In 1457 werd de heerlijkheid overgedragen aan Sweder van Heeckeren, die zich van Rechteren noemde. Ook nu nog behoort het aan de familie van dien naam. Tegenwoordig eigenaar en bewoner is Mr. A.P.L. Graaf van Rechteren Limpurg Almelo, Commissaris der Koningin in Overijsel.
Bij den ingang van Huize Almelo slaan wij linksaf langs de villa Castello en komen voorbij de H.B.S. in het hartje van Almelo, in de Groote straat. Wij volgen deze rechts voorbij het politiebureau en rijden verder door de Oranjestraat en door de Ootmarsumsche straat, aan het einde waarvan wij het kanaal naar Nordhorn passeeren. Over de brug rijden wij linksaf langs het kanaal en volgen bij de school het sintelpad in de richting der middenstandswoningen.
Waar de weg zich, achter de school, splitst, nemen wij den landweg links. Een eindje voorbij eene boerderij in de bocht, vinden wij aan onze linkerhand een aardig slingerpaadje, dat ons bij het café van den heer Hartgers op het rijwielpad naar Vriezenveen brengt. Wij volgen dit pad, dat na al het mooie, hetwelk wij al gezien hebben, weinig natuurschoon biedt. Maar het pad is in uitstekenden staat en wij verkiezen dit boven den grintweg om Vriezenveen te bereiken, ook al omdat wij dit eigenaardige dorp nu in zijn geheele lengte zullen doorrijden. Het allereerste gedeelte van het pad is trouwens, begroeid als het is, niet onaardig. Tegenover eene Groninger boerderij zien wij aan de overzijde van het kanaal een heele kolonie verrijzen. Daar is de Woesten, de groententuin van Almelo. Daarachter in het oosten zien wij Wierden liggen, met de fabriek der firma ten Bos. Rechts ligt in het geboomte Vriezenveen, terwijl wij voor ons den fabrieksschoorsteen van Jansen en Tilanus ontwaren. Nu nog maar een eindje en wij zijn in Vriezenveen, in het Westeinde. Hier slaan wij rechtsaf de Dorpsstraat van het zoo typisch gebouwde lang uitgestrekte dorp in. Ook aan Vriezenveen - het bezoek daaraan zal ons niet berouwen - komt een einde, en wij houden verder den grintweg naar Geesteren. Eerst gaat het door broeklanden en plassen, verderop door bosch en heide. In Geesteren rechtuit rijdende, bereiken wij bij een hoog gelegen molen, den weg Langeveen-Tubbergen.
Wil men een mooien, nog in werking zijnde watermolen zien, dan sla men bij de kerk te Geesteren het klinkerwegje links in. Steeds rechtuit rijdende - de klinkerweg gaat verderop over in een zandweg met rijwielpad,die binnenkort verhard zal worden - komt men bij den idyllisch gelegen molen van den ‘waterbakker’ uit. Bij het huis van den mulder rechtsaf slaande, bereikt men langs een rijwielpad den grintweg, die rechts naar Tubbergen leidt.
Op den grintweg gekomen, houden wij rechts. Aan onze rechterhand ligt weldra de hooge dorpsesch van Tubbergen. Even vóór dit dorp ligt de Eeshof. Aardig is het laantje, dat tegenover den ingang van deze havezathe naar den esch leidt.
In 1316 reeds vindt men den Eeshof te Tubbergen genoemd. Den naam Eschede, zooals de Eeshof eigenlijk heet, ontleent het aan het geslacht der Eschede's, die tot het begin der 19e eeuw het huis bewoonden. Bekend is het huis geworden, als geboorteplaats van den Katholieken staatsman en dichter Dr. H.J.A.M. Schaepman. Thans behoort het aan de familie Paehlig.
Onmiddellijk voorbij den Eeshof bereiken wij Tubbergen.

‘Moet gij links een weg inslaan,
Neemt dan steeds de ruimste baan.
Gaat uw weg rechts van de hand,
Houdt dan steeds den binnenkant’.

Mooi Twenthe (1925): Zevende rijwieltocht

ZEVENDE RIJWIELTOCHT
Wij rijden de niet al te breeden Hoofdstraat door, slaan bij den wegwijzer de richting Almelo in en volgen bij het brandspuithuisje het rijwielpad links.
Men kan ook bij den wegwijzer den grintweg rechtuit blijven volgen. Tegenover de boerderij Heerenbrink vindt men een weg, die langs de havezathe Herinckhave van de familie Von Bönninghausen tot Herinckhave, naar den grintweg Fleringen-Albergen leidt. Rechtsaf rijdende komt men langs dien grintweg in Albergen.
Ons pad loopt langs boerderijen door een aardig laantje, dan door een hollen weg, tusschen de hooge esschen, vervolgens een eindweegs door de heide.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Voor ons ligt het witte kerkje van Albergen, terwijl wij links het roode dak van het huis Herinckhave ontdekken en in de verte de heuvels bij Ootmarsum. Meer rechts ontwaren wij Almelo. Na langs het erf van een boerderijtje te zijn gereden, komen wij weer in het hooge bouwland, waar wij nu en dan een aardig uitzicht hebben. Bij het kerkje van Albergen, vinden wij den grintweg, die wij rechts volgen. Na de scherpe bocht voorbij het hulppostkantoor, slaan wij het rijwielpad links naar Zenderen in, een pad dat weder veel afwisseling biedt. Bij de steenbakkerij gaan wij over het kanaal en volgen dan aan de overzijde het rijwielpad rechtuit; eerst een eind door de heide en verderop, na een paar bruggetjes te zijn overgegaan, tusschen het hout. Even voorbij een groote boerderij aan onze rechterhand slaan wij linksaf door het boschje en bereiken over een rijwielpad door den esch Zenderen. Links zien wij het klooster en gymnasium der Karmelieten. Wij steken den straatweg over en volgen het smalle grintwegje aan de overzijde, dat ons bij de halte Zenderen brengt op eenigen afstand voorbij het nonnenklooster. Over den spoorweg rijden wij langs het buiten van Mevrouw Westerbeek en slaan dan linksaf, het rijwielpad naar Delden volgende langs den nieuwen aanleg van het Retraitehuis. Op een ander rijwielpad gekomen, volgen wij dit links. Na een hoogen esch, dalen wij af naar de Azelerbeek, rijden door een mooi stukje bosch en komen dan bij een groepje boerderijen, 't Leefert, waar wij rechtsaf buigen. Bij het wegwijzertje linksaf slaande, bereiken wij al spoedig Borne, dat wij na de bocht reeds zagen liggen. Wij komen op den Alme1oschen weg bij de villa van den heer Spanjaard uit en rijden rechtdoor tot de kerk, waar wij rechtsaf de Stationsstraat volgen.
Rijden wij echter rechtdoor, dan bereiken wij de Markt met hotel Keizerskroon, waar men in de veranda een leuk zitje heeft.
Wij komen voorbij den Boekhandel en Drukkerij De Bijenkorf van J. Over & Zoon, waar wij gelegenheid hebben onze onderweg genomen fotografische opnamen in de donkere kamer te ontwikkelen, rijden langs de fabrieken en de villa's van de heeren Spanjaard en zijn, na den spoorweg gekruist te hebben, al weder spoedig ‘in den buiten’ te midden van de Twickeler bosschen.
Wij volgen den mooien grintweg totdat wij - even voorbij de plaats waar rechts een fietspad op dien weg uitkomt - aan onze linkerhand bij een villa een breeden boschweg ontdekken. Dien weg volgende, komen wij bij een rijwielpad, dat onzen weg kruiste, dat wij rechts door het bosch volgen, om op een breede boschlaan uit te komen. Den prachtigen boschweg volgen wij langs de woning van den jager van Twickel. Weldra zien wij het kasteel Twickel in al zijn majesteit voor ons liggen. Heerlijk mooi is hier het bosch, waardoor de Twickelerbeek met de ‘verliefde boomen’ - bij het bruggetje - kronkelt.



Het bosch verlatende, rijden wij langs een sappige weide met fraai vee en komen, links houdende op de laan Twickel uit, waar wij links afslaan naar Delden. Wij volgen dan verder den straatweg naar Carelshaven.
Prachtig is ook van dezen weg het gezicht op de Twickeler bosschen. Na het bruggetje voorbij Carelshaven slaan wij het eerste rijwielpad rechts in, de blauwe schildjes van den wandelweg van den A.N.W.B. volgende over den spoorweg en vervolgens rechtuit rijdende door bosch en heide.
Bij den tweeden viersprong fietsen wij het rijwielpad rechts in, dat ons bij een mooi in het groen gelegen boerderij brengt en vervolgens linkshoudende over de Oelerbeek. Wij komen op een ander rijwielpad uit dat wij links door een mooie laan langs de school volgen. Nogmaals gaan wij over de beek en slaan onmiddellijk na de brug rechts af langs den watermolen van Oele.



Het pad is hier wel eens wat mul, doch een eindje voorbij den molen - die dikwijls in werking is - bereiken wij al weer den grintweg, die wij slechts een klein stukje naar links volgen. Bij de kromming rijden wij rechtuit langs het rijwielpad. Voorbij de woningen van de Nijverheid belanden wij in het bekende tuindorp 't Lansink. Bij het hotel rijden wij rechtuit, houden vervolgens links en komen, dan rechtuit rijdende, bij de machinefabriek van Gebrs. Stork uit. Dan fietsen wij linksaf onder het viaduct door en bereiken, daarop rechts rijdende, het station Hengelo.

‘Een sigaret in ‘t droge gras
Zet bosch en baas in zak en asch’.

Mooi Twenthe (1925): Achtste rijwieltocht

ACHTSTE RIJWIELTOCHT
De straat, die recht op het station Hengelo aanloopt, volgende, komen wij op den drukken Enschedeschen weg uit, waar wij links afslaan door Hengelo, de aanwijzingen van den A.N.W.B. wegwijzer volgende in de richting Delden. Al heel gauw buiten Hengelo begint de weg weer mooi te worden, vooral als wij de Twickeler bosschen hoe langer hoe meer naderen. Na de school van Woolde te zijn gepasseerd en twee bruggen te zijn overgegaan, slaan wij tegenover het pad, waarheen de blauwe A.N.W.B. schildjes wijzen, het rijwielpad rechts in.
Men kan ook vóór de school het rijwielpad rechts inslaan, achter de school langs. Bij de boerderij na de school rechtsaf rijdende komt men bij de mooi in het groen liggende boerderijen van Brinkhuis. Bij de derde boerderij aan de rechterhand buigt de weg naar links; verder rechtuit rijdende komt men weer op de hoofdroute.
Nadat wij den straatweg verlaten hebben, slaan wij een eindje verder op het kruispunt den weg in, die rechts langs een boerderij loopt. Hier zijn wij alreeds weder op terrein van Twickel. Links houdende, komen wij bij een viersprong, waar een hek, de laan aan onze linkerhand, afsluit. Wij volgen het wegje, dat tegenover het hek op den boschweg uitkomt en bereiken door het bosch de schilderachtig in het hooge hout gelegen boerderij Groot Buren, een z.g.n. ‘Los Hoes’. Verder het fietspad rechtuit volgende langs een landelijk wegje, houden wij, bij een paar huisjes gekomen, links. Na den spoorweg gekruist te hebben, bereiken wij weldra Borne.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Rechtsaf slaande komen wij op de Hengelosche straat uit, die linksaf naar de Markt leidt, waar wij de richting Weerselo volgen. Wij kiezen echter niet den grintweg, maar rijden, wanneer de hoofdweg scherp naar links afbuigt, rechtuit het rijwielpad op, over het brugje rijden we dan links langs verschillende boerderijen. Na nogmaals een brugje te zijn gepasseerd, houden wij wederom links en komen, steeds links houdende, met een bocht op den grintweg uit bij een café. Wij slaan den smallen weg tegenover het café in, een mooien boschweg, die ons bij het liefelijk gelegen kerkje van Hertme brengt. Tegenover dat kerkje buigt een rijwielpad rechts af. Dit pad volgende en steeds rechtuit rijdende, langs afwisselend natuurschoon, belanden wij tenslotte weer op den grintweg naar Weerselo, onmiddellijk bij het Molenven, door de heeren van Heek als natuurmonument ten geschenke gegeven aan het Museum Natura Docet te Denekamp. Wij verlaten den grintweg onmiddellijk weer en slaan het rijwielpad links in, dat ons door Dulder tenslotte toch weder op den grintweg brengt.
Volgt men den grintweg rechtuit, met rechts het Molenven en links een heuvelachtig stukje heide, waar het heerlijk rusten is en vanwaar men een mooi gezicht op het ven heeft, dan komt men in Saesveld. Men kan daar het laantje naar de kerk inslaan, om voor de kerk linksaf rijdende, door een aardig laantje den grintweg weder te bereiken en verder rechtuit rijdende Weerselo.
Wij volgen den grintweg rechtuit en bevinden ons weldra te Weerselo. Bij den wegwijzer slaan wij de richting Tubbergen in.
Een aardige omweg is, als men bij den wegwijzer rechtsaf rijdt, naar het in zoo'n rustige omgeving gelegen kerkje van Het Stift. Daar rijde men verder langs de school en het gemeentehuis, waar men, links afslaande, langs een aardig wegje den Oldenzaalschen weg bereikt. Hier rechtsaf gaande, bereikt men Nijstad, met een ouden standermolen, die helaas zal verdwijnen, tenzij de pogingen om den laatsten molen van dit type in den Oosthoek te redden, slagen. Men volge verder het rijwielpad dat van den molen naar de kerk leidt. Daar sla men dan linksaf en langs boerderijen en door heide, bereikt men dan de Dubbele sluis in het kanaal Almelo-Nordhorn.
Bij den molen slaan wij het rijwielpad rechts in, hetwelk ons door heide bij de Dubbele sluis brengt. Aan de overzijde van het kanaal volgen wij het rijwielpad, dat op de brug aanloopt, langs een aardigen landweg. Steeds dit pad rechtuit volgende, komen wij in Reutum op den grintweg uit. Wij volgen dezen 1inks langs de kerk.
Op den grintweg Almelo-Ootmarsum gekomen slaan wij even rechtsaf, om al dadelijk aan onze linkerhand het rijwielpad naar Vasse te vinden, een heel mooi pad met veel afwisseling: na de buurtschap Haarle eerst over een hoogen esch en heide met uitzicht rechts op het Ootmarsumsche heuvelland, vervolgens door bosch met schilderachtig gelegen boerderijen. Nog een eindje en wij zijn in Vasse, waar wij bij de dames Wermelink een prachtgelegenheid vinden om eens uit te blazen. Daar in Vasse is heel wat te wandelen en alvorens verder te rijden, doet men wel één of meerdere der door gekleurde pijltjes aangegeven wegen eens te volgen.
Na genoeg in de buurt rondgekeken te hebben, bestijgen wij weer ons stalen ros en volgen den grintweg naar Ootmarsum. Links zien wij op den Braamberg de villa van den heer Jannink uit Enschedé liggen. Verderop bereiken wij de boerderij de Mastmet watermolen en molenkom.
Bij den korenmolen, iets verder dan de Mast, even linksaf slaande, komt men bij een tweeden watermolen, de Hazelbekke, met bijzonder mooien molenkolk.
Zoo langzamerhand stijgen wij en het uitzicht wordt steeds ruimer. Bij den wegwijzer kiezen wij den linkschen weg langs de school. Vooral even voorbij deze school is het uitzicht schitterend en ook verder op den zigzag dalenden weg blijft een prachtig panorama ons vergezellen: rechts o.a. op Ootmarsum, links op Nordhorn. Rechts van ons zien wij den oorsprong van een beekje. Te Oud-Ootmarsum slaan wij rechtsaf en bereiken langs de damastfabriek het aloude stadje Ootmarsum met de hotels Tubantia en de la Poste.
Eene minder gemakkelijke, maar wat natuurschoon betreft, zeer fraaie route van Vasse naar Ootmarsum is de volgende: In Vasse het fietspad langs de kerk volgen. Voorbij de kerk vindt men rechts een voetpad aangeduid door blauwe pijltjes. Dit brengt ons bij den Tutenberg en den Braamberg, beide, vooral de laatste, met de villa erop, met mooi uitzicht. Wij volgen nog een eind weegs de pijltjes door het bosch, steeds stijgend. Bij het bouwland gekomen, waar de pijltjes linksaf gaan, rijden wij rechtdoor. Aan de overzijde van den esch houden wij links naar de te midden van het bosch gelegen boerderij Weersink en volgen daar verder rechtuit een boschweg, die ons op de hooge heide brengt. Prachtig is hier het uitzicht. Voor ons ligt heel duidelijk Nordhorn met zijn vele fabrieksschoorsteenen. Ook het slot te Bentheim kunnen wij met het bloote oog ontwaren. Een eindweegs, dien weg op, wijzen bruine pijltjes een pad aan onze rechterhand in. Deze aanwijzing volgende - echter ga men hier te voet, daar het pad sterk daalt - bereiken wij langs de bronnen van de Mos¬beek de boerderij Meerbekke. Hier gaan wij rechtuit. Waar de pijltjes naar rechts afbuigen, vinden wij aan onze linkerhand een pad, dat ons langs een kolk bij de wasscherij Springendal brengt. Hier slaan wij rechts af en bereiken langs een fietspad door bosch en heide den grintweg,dien wij volgen naar Ootmarsum.

Mooi Twenthe (1925): Negende rijwieltocht

NEGENDE RIJWIELTOCHT
Alvorens Ootmarsum te verlaten, brengen wij eerst een bezoek aan den Kuiperberg, gelegen op den weg naar Almelo. Daar de weg steil is, laten wij de rijwielen liever onder de goede hoede van de hoteliers Beukers of Kip en wandelen door het stadje naar den Almeloschen weg en den berg op. Een wegwijzertje ‘Kuiperberg’ wijst ons een paadje aan, dat wij volgen om de oude Israëlitische begraafplaats heen. Dan komen wij op een plek, waar twee banken staan en waar een schitterend panorama zich aan ons oog ontvouwt. Het mooist is het uitzicht in het kreupelhout, waar dan ook mettertijd een oriënteertafel door den A.N.W.B. geplaatst wordt; er wellicht al staat, als wij er ons bezoek afsteken.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)


Ootmarsum ligt vlak voor ons, daarachter zien wij het torentje en de molens van Lattrop en nog verder Oostelijk Nordhorn met zijn vele fabrieken. Meer links ontwaren wij den vierkanten toren van Veldhausen en dicht erbij het spitse torentje van Neuenhaus. Rechts van Ootmarsum zien wij Tilligte liggen, daarachter Brandlecht en de hooge rug van den Isterberg. Rechts van dezen laatsten ontdekken wij, ook met het bloote oog, het slot te Bentheim, Gildehaus met zijn hooge molens, daaropvolgend de heuvels bij de Lutte, links waarvan wij Denekamp kunnen zien. Geheel rechts vertoont zich duidelijk de hooge toren van de St. Plechelmuskerk te Oldenzaal en nog verder op wijzen ons de talrijke fabrieksschoorsteenen de ligging van Lonneker, Enschede, Hengelo en Borne.
Niet zonder moeite verlaten wij dit uitgezocht punt en aanvaarden den terugtocht naar Ootmarsum, onderweg een kijkje nemende in den Engelstuin, geëxploiteerd door den eigenaar van hotel Tubantia. Wij bestijgen onze rijwielen weer en volgen den kronkelenden grintweg naar Denekamp. Bij de Beuzekolk komen wij bij een brugje over een smal stroompje, dat ons vreemd doet opzien tegen een voetbrug, die hier langs den weg loopt. Des winters evenwel, als de weg wel eens door dat zelfde kleine ding onder water kan staan, blijkt die loopplank nuttige diensten te kunnen bewijzen. Bij den wegwijzer slaan wij rechtsaf naar Tilligte, waarvan wij het kerkje reeds dicht bij ons zien.
Men kan bij den wegwijzer ook rechtuit den grintweg volgen, die over den Dinkel en een ouden arm van dit aardige riviertje naar Lattrop leidt. Hier slaat men dan rechts den grintweg naar Denekamp in. Ongeveer halfweg, na een scherpe bocht, kan men rechts een fietspad inslaan, dat door Noord-Deurningen loopt, verder langs de boterfabriek aan het kanaal en vervolgens op den grintweg uitkomt, waarna men rechtuit rijdende Denekamp bereikt.
Een eind voorbij de school van Tilligte en even verder dan een groote boerderij, slaan wij aan onze rechterhand een pad door het bosch in.
Als men op den door bruine pijltjes aangeduiden boschweg gekomen, even rechtsaf gaat, komt men bij het los hoes Scholtenhave, welks vriendelijke bewoners gaarne een kijkje in het eigenaardige interieur toestaan.
Ons pad brengt ons bij het kanaal naar Nordhorn en vindt zijne voortzetting aan de overzijde.
Slaat men aan de overzijde links af, langs het kanaal, dan kan men den Dinkel onder het kanaal zien doorloopen. Het kanaal verder volgende, bereikt men den grintweg naar Denekamp.
Wij volgen het aardige landwegje rechtuit en buigen aan het eind linksaf, over het brugje en de mooie laan in, die ons bij den dubbelen watermolen van het Singraven brengt. Het Singraven zelf ligt iets verder.
Den naam Singraven vindt men reeds in 1381. Het goed was onder meer in het bezit van de Van Tweckelo's, van de graven van Bentheim en de familie Sloet. Nadat het vervolgens bewoond werd door de familie Roessink Udink, is het ten slotte overgegaan in handen van den tegenwoorolgen eigenaar Mr. W.F.J. Laan.
Het rijwielpad verder volgende, bereiken we langs het station van de stoomtram Denekamp, waar wij op den Oldenzaalschen weg uitkomen. Na een kijkje in het fraaie dorp te hebben genomen, verlaten wij dit langs genoemden weg.
Even buiten Denekamp ligt het bekende museum Natura Docet. Een bezoek daaraan verzuime men niet. In den directeur, den heer Bernink, zal men een vriendelijken gids vinden, steeds bereid u langs zijne keurverzameling te leiden en u een blik te doen slaan in de wonderen der natuur. Als ge de natuur nog niet liefhebt, begint die liefde zonder twijfel in het museum Bernink.
Den straatweg verder volgende langs de Bögelskamp, een voormalige havezathe, vinden we den Dinkel terug en daaraan de gezellige uitspanning Dinkeloord. waar gelegenheid bestaat op den Dinkel te roeien. Achter Dinkeloord bevindt zich het Sterrenbosch, er tegenover het Borchtbosch met den Borch Beuningen, eveneens vroeger een havezathe, thans bewoond door den heer Van Wulfften Palthe. Bij den wegwijzer bij de stopplaats Beuningen slaan wij het rijwielpad rechts naar Rossum in, een pad, dat weer veel afwisseling biedt en keurig onderhouden is. Onderweg passeeren we het Everlo, eens de woonplaats der familie Sloet. Alleen het bouwhuis is van het oude slot over. Op den grintweg te Rossum gekomen, slaan we rechtsaf en rijden verder langs de kerk en als we deze voorbij zijn, rechtuit het rijwielpad op, dat we volgen in de richting Lemselo, totdat we bij een viersprong van paden komen, waar we linksaf rijdende, door heide en bouwland op den grintweg uitkomen, die ons, als we rechtuit rijden, al spoedig in Oldenzaal brengt, waar de hotels De Gouden Leeuw en De Kroon ons een onderdak kunnen verschaffen.
De bekende wegwijzers met het vliegend rad doen ons door Oldenzaal gemakkelijk den weg naar Enschedé vinden. Voorbij de nieuwe katholieke kerk en de fabrieken van Gelderman kruisen wij tweemaal den spoorweg en slaan dan onmiddellijk linksaf een weg in, die, als we steeds rechtuit gaan, overgaat in een aardig slingerend voetpad, dat op den grintweg naar Losser uitkomt. Hier slaan wij rechtsaf om even voorbij mijlpaal 2 een rijwielpad te vinden, dat ons met een bocht op den mooien grintweg Oldenzaal-Lonneker brengt. Wij volgen dezen weg in zuidelijke richting langs den Lonnekerberg en bereiken al spoedig Lonneker. We laten het eigenlijke dorp rechts liggen en blijven den hoofdweg volgen. Voorbij de fraaie buitenplaats Het Amelink van de familie Blijdenstein, slaan we rechtsaf langs dat landgoed en rijden vervolgens recht door langs het Bouwhuis van den heer J.F. Scholten. Wij volgen verder de blauwe schildjes van den A.N.W.B. door een laan langs den rand van het bouwland en gaan bij den spoorwegovergang linksaf, om op den Oldenzaalschen weg uit te komen. Rechtsaf rijdende langs de kerk bereiken we, na den spoorweg gekruist te hebben, al spoedig het hartje van het nijvere Enschede, het Nederlandsche Manchester, waar de hotels Muller en Zwijnenberg en Gassner gelegenheid bieden frissche krachten voor den volgenden dag te verzamelen.

Mooi Twenthe (1925): Tiende rijwieltocht

TIENDE RIJWIELTOCHT
Inplaats van den spoorweg over te gaan, slaan we evenwel rechtsaf door de Molenstraat. Bij het politieposthuis gaan we over de spoorbaan, en slaan onmiddellijk rechtsaf om langs het station het Volkspark te bereiken. Na dit fraaie park bezichtigd te hebben, rijden wij, terugkeerend, rechts langs het park, slaan dan linksaf en volgen daarna rechtsuit de tramrails door de Rembrandtlaan. Bij den wegwijzer rijden wij rechtuit de Marktstraat in en komen zoo op de Markt, waarop het stadhuis staat. Na een kijkje genomen te hebben in de Twentsche oudheidskamer, volgen wij verder de tramrails en komen door een druk gedeelte van Enschede, met vele fraaie winkels, ten slotte op de Gronausche straat, een mooie naar Glanerbrug leidende weg, met aan beide zijden fraaie villa's. Bij mijlpaal 73, slaan we den weg rechtsaf in, om bij den viersprong het rijwielpad te kiezen links. Waar dit pad zich splitst, rijden we rechtsaf, langs bosch, heide en bouwland en voorbij bevallig gelegen boerderijen. Steeds rechtuit rijdende, kruisen wij een grintweg, den Kuipersilijk.
Ons pad buigt vervolgens naar rechts, waarna we onmiddellijk over de spoorlijn op den grintweg naar Broekheurne uitkomen. Wij volgen dezen weg in zuidelijke richting langs het Stroink. Een eind verder slaan wij rechtsaf langs de school. We volgen den weg, totdat wij bij het eind van een klinkerweg komen, slaan dezen in, en vinden een eindje verder links een rijwielpad door de heide, dat ons op den grintweg naar Usselo brengt. Wij slaan, op dezen weg gekomen, linksaf en zijn na den hoogen Usseleresch te zijn overgegaan, al spoedig in Usselo. Even voorbij de bocht slaan we den grintweg rechts in en volgen dezen weg, totdat aan onze rechterhand weder een harde weg afbuigt. Dien laatste slaan we in.
Recht door rijdende, komen we, met links de bosschen van het Tesink van de familie van Heek, langs de stoombleekerij bij den spoorweg. Na den spoorweg gekruist te hebben, slaan we rechtsaf een rijwielpad door heide en bosch in. Nadat we de Twekkeler beek zijn gepasseerd, gaat ons pad weer over den spoorweg en brengt ons bij de brug over de Elsbeek in Twekkelo, waar we dan rechtuit den grintweg volgen.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Bij de halte Usselo slaan we linksaf over de spoorbaan er rijden dan rechtuit den grintweg naar Hengelo op. De weg slingert mooi door bosch en bouwland, verderop langs het landgoed Het Stroot van den heer Van Heek, naar de fraai gelegen buurt Twekkelo. Wij volgen nog een eindweegs den mooien en vrij rustigen grintweg, kruisen nogmaals den spoorweg en slaan op den viersprong voorbij de Waarbeek rechtsaf het rijwielpad in, dat ons op den straatweg Hengelo-Enschede brengt. Men is bezig hier een klinkerweg aan te leggen. Hier slaan wij rechtsaf. Bij mijlpaal 65 verlaten wij den drukken straatweg en kiezen het rijwielpad aan onze linker¬hand. Vóór het brugje gaan wij weder rechts, door het Drienerveld, bij een viersprong een rijwielpad wederom links door heide en bosch. Na het derde brugje slaan wij rechtsaf langs het Leutink door bosch en heide. Op den viersprong van rijwielpaden houden wij rechts, langs de bosschen bij het Espelo. Even vóór de oprijlaan naar den Hof Espelo volgen wij den verharden weg links langs het Overmaat. Bij het cafétje gaan wij linksaf op Lonneker aan, waar wij weder linksaf rijden langs een harden weg, die tegenover den Lonnekerberg uitkomt. Wij volgen dan het rijwielpad naar de steenfabriek, waar wij op den grintweg naar Oldenzaal uitkomen. Dezen volgen wij linksaf tot de zandsteenfabriek, slaan dan rechtsaf langs de steenbakkerij, kruisen den grintweg met trambaan en volgen verder het wegje rechtuit, langzaam stijgende.
In het bosch van Boerskotten buigen wij naar links, volgen dan een eind de reeds meer ontmoette blauwe schildjes langs het Peterink met tegenover gelegen koepel. Fraai is hier het uitzicht. Bij den koepel buigen wij rechtsaf en nog steeds de schildjes volgende, bereiken wij door mooie lanen den spoorweg. Aan de overzijde daarvan slaan wij bij het cafétje linksaf door de Landrebenallee - rechts ligt de Koppelboer - naar het Kalheupink van den heer Gelderman. Bij den wegwijzer slaan wij rechtsaf om langs de Klieverik van den heer van Wulfften Palthe den grintweg te bereiken. Wij moeten hier nogal klimmen, maar het fraaie uitzicht beloont onze moeite. Verder volgen wij den grintweg in oostelijke richting. Ook hier, waar het tegen den Tankenberg opgaat, is de weg vrij steil. Op dien berg ligt de villa Egheria, van den heer H.E. ten Cate uit Almelo. Indien wij van den grintweg even in de richting van Egheria wandelen langs de blauwe schildjes, ontplooit zich weldra voor ons oog een weidsch panorama over een groot deel van Twenthe.
Den grintweg verder volgende, bereiken wij het welbekende hotel het Zwaantje, in De Lutte. De wandeling van hieruit naar de Belvedere op de Hooge Lutte verzuime men vooral niet.

Mooi Twenthe (1925): Elfde rijwieltocht

ELFDE RIJWIELTOCHT
Schuin tegenover het Zwaantje vinden wij een laan, afgesloten door een hek met het opschrift Het Kruisselt. Deze laan slaan wij in langs de fraaie villa. Als wij het bosch hebben verlaten is er aan onze rechterhand een bank, vanwaar wij een prachtig uitzicht hebben, o.a. op het slot te Bentheim en op Gronau. Onzen weg vervolgend komen wij bij het Beernink, waar wij linksaf buigen. Steeds door mooie sparrenlanen, eiken- en beukenbosschen rijdend, bereiken wij, langs de boerderij Munnikhof, de hoog gelegen villa Koppelboer. Neemt hier eens even een kijkje op het diepgelegen spoorwegravijn. Na den Koppelboer daalt de weg vrij sterk; voorzichtigheid is hier dus geraden.
Langs de Landrebenallee, die wij uit onze vorige route ken¬nen, komen wij weder bij het Kalheupink uit, waar wij ditmaal linksaf slaan. Even vóór De Haer slaan wij het wegje rechts in dat langs die villa loopt en rijden na de tramlijn gekruist te hebben, linksaf om bij de Protestantsche kerk in Oldenzaal uit te komen. Vlak erbij ligt de bezienswaardige Oldenzaalsche Oudheidkamer. Het straatje tegenover de kerk slaan wij in en bij de Plechelmuskerk gekomen, rijden wij rechtsaf langs het gemeentehuis naar de Markt. De aanwijzing der bondswegwijzers gehoorzamende, bereiken wij den straatweg naar Denekamp, een om beurten stijgende en dalende weg, die veel weg heeft van een montagne russe. Daardoor is die weg, die kaarsrecht op Denekamp aanloopt, heelemaal niet saai, zoo als andere rechte wegen. Integendeel, het is een zeer mooie weg. Even buiten Oldenzaal kunnen wij van een fraai uitzicht over een groot deel van Twenthe genieten. Aan de vele fabrieksschoorsteenen herkennen wij Hengelo, Borne en Almelo, terwijl wij meer naar het Noorden het heuvelland bij Ootmarsum zich zien afteekenen. Bovendien kunnen wij nog allerlei torentjes ontwaren. Ook naar het Oosten is het uitzicht op den Tankenberg met de villa Egheria fraai. Verder naar het Noorden wordt ons oog geboeid door de beboschte hoogten van de Hooge Lutte. Voor ons zien wij den toren van Denekamp beurtelings verdwijnen en te voorschijn komen. Voorbij den wegwijzer te Beuningen komen wij op bekend terrein. Langs Borchtbosch, Sterrebosch, Dinkeloord, Beugelskamp en Natura Docet bereiken wij Denekamp. Bij de Katholieke kerk slaan wij rechtsaf, wederom de bekende blauwe schildjes volgende, die ons langs een aardig kronkelend rijwielpad door Berghem in de echt ouderwetsche buurtschap Mekkelhorst brengen. Verschillende wegwijzertjes doen ons van hier den weg langs Groot en Klein Beverberg naar het Lutterzand gemakkelijk vinden.


Kaart van de rijwielpaden in Twenthe. 1926 (2x klikken voor vergroting)

Door de dennenbosschen rijdende, bereiken wij eene zandverstuiving, van welks hoogten wij kunnen zien, hoe grillig de loop van den Dinkel is en ook, hoe woest het vreedzame stroompje wel eens kan zijn. Het rijwielpad volgen wij nog een eindweegs door de dennen en rijden, het bosch verlatende, verder steeds rechtuit. Nog eenmaa1 passeeren wij den Dinkel en bereiken, altijd maar rechtuit rijdende, den grooten weg naar Bentheim. Heel even rijden wij hier rechtsaf, doch slaan bij den wegwijzer alweer linksaf. Bij de kerk van de Lutte volgen wij links den grintweg naar Losser, die door bosch en heide loopt.
Te Losser, waar hôtel Smit ons een welkome verpoozing biedt, rijden wij rechtsaf langs de kerk en als wij deze voorbij zijn, wederom rechts naar de Katholieke kerk. Hier slaan wij linksaf om het eerste het beste wegje rechts met rijwielpad in te slaan. Spoedig zijn wij weder te midden van bosch en heide.
Na het brugje over de Elsbeek wordt ons pad door een ander rijwielpad gekruist. Wij volgen dit laatste linksaf door de heide, kruisen den spoorweg en komen, langs de kerk van Glanerbrug dicht bij het douanekantoor op den weg van Enschede naar Gronau uit. Wij volgen dezen weg rechts door Glanerbrug. Al spoedig echter vinden wij aan onze rechterhand een fietspad, dat ons langs een bosch over den spoorweg brengt. Na dezen gekruist te hebben, gaan wij even links, maar dan dadelijk daarop weer rechts, een rijwielpad door bosch en heide volgend, totdat wij op een harden weg uitkomen. Hier slaan wij linksaf door het bosoh van de Hooge Boekel. Als wij het bosch verlaten hebben, slaan wij linksaf, kruisen andermaal den spoorbaan en bereiken tenslotte langs de Algemeene Begraafplaats den weg naar Gronau weder. Slaan wij dan rechtsaf, zoo zijn wij weldra in Enschede en daarmede aan het eind van onzen zwerftocht door Twenthe.