woensdag 23 juni 2010

Per auto en te voet (1919): Wandeling 19

Wandeling No. 19



PER AUTO.
Men rijdt op den weg Hengelo-Delden tot aan den ingang van de ‘Laan’ langs het kasteel; de auto gaat daarna door Delden en bij wegwijzer no. 1238 rechtsaf (100 M. vóór de R.-K. kerk) den grintweg op naar Deldenerbroek en wacht bij de eerste brug (de Backenhagenbrug), na gekeerd te hebben. 3 K.M.

WANDELING. Kaart No. 11. - 7.5 K.M.
We wandelen de prachtige laan van Twickel in, grootendeels uit eiken bestaande, en waarvan het rechte gedeelte ruim 2 K.M. lang is. Wandelen we door tot voor het kasteel, dan zien we dit links van de Laan; een breede brug over de gracht verleent toegang tot het hoofdgebouw en het door de vleugels, stallen en koetshuizen omgeven voorplein.
Het vierkante gebouw maakt een statigen indruk; met zijn beide torens vormt het een onregelmatig geheel, zeer waarschijnlijk uit verschillende tijden afkomstig; de zware, vierkante toren, vroeger van een gekanteelden omgang voorzien, bevat de oude gerichtskamer, waar eertijds de Drosten zitting hielden, en die thans het familie-archief bevat. In den voorgevel, in 1561 gebouwd met onderdeelen in renaissance-stijl, is de zondeval van den mensch met daarboven het bezoek der Oostersche Wijzen en de ster, die hun den weg wijst, voorgesteld. De groote zaal beslaat de geheele breedte van het gebouw; daar en in de andere zalen worden vele oude schilderijen en kunstvoorwerpen, waaronder fraaie, bronzen beelden, aangetroffen. In de kelders vindt men de vroegere gevangenissen, waar in lang vervlogen dagen velen zijn opgesloten geweest.
Het om het kasteel gelegen park is een bezoek overwaard. Om toegang te verkrijgen, kan men in een der hotels of op de Rentmeesterij een kaart bekomen à f 0.25 en zich aanmelden aan het rechts van de brug naar het kasteel gelegen hek, waar op uw schellen een der tuinknechts u rondgeleidt; het park is echter alleen van 1 Mei tot 15 October op Woensdag- en Zaterdagmiddag nà 1 uur te bezichtigen. Een beschrijving van het park te geven, laten wij hier achterwege; de prachtige boomgroepen, eiken, beuken, kastanjes, ceders, een prachtige acacia, een groote lariks, het gezicht over een grooten vijver, het meer genoemd, op de achterzijde van het kasteel, de groote wildbaan, enz., enz., alles spreekt te zeer voor zichzelf om er hier een voorstelling van te kunnen geven, die de werkelijkheid nabij komt.
We gaan daarna de Laan een eindje terug en linksaf een pad in, dat langs de groote weide heen loopt, met de prachtigste boompartijen aan beide zijden. Rechts aanhoudend, komen we langs een groep boomen, waaronder een groot granietblok is neergelegd; in dat blok is een gedenksteen, met opschrift bevestigd, ter herinnering aan den tuinarchitect E. Petzold, die na het optreden van den tegenwoordigen eigenaar van Twickel geroepen werd om in het bosch, dat al te dicht werd, opruiming te houden. Er is toen heel wat hout gevallen, maar daardoor werd licht en lucht in het bosch gebracht, en vele der wonderschoone , doorzichten zijn toen ontstaan.
Aan de brug brug over de beek gekomen, slaan we linksaf door een gedeelte van het bosch, waar we ook op de vorige wandeling kwamen, waar de hooge, rechte stammen van beuken, eiken en dennen elkaar afwisselen, terwijl overal het lichtgroene onderhout en rhododendrons de ruimten tusschen de stammen vullen. Een beekje loopt onder den weg door, die verderop dichter langs de open weide loopt en dan de recht op het kasteel aanloopende laan kruist. Het pad buigt naar links en, na een brugje te zijn overgegaan. houden we rechts en volgen dan vrij dicht den oever van het beekje, totdat zich dit verbreedt en een schilderachtige waterpartij vormt, het Kreeftengat genoemd. Rustig en stil is het hier onder het hooge geboomte en als we rechtsaf de beide bruggen overgegaan en op den anderen oever van het beekje stroomop een pad volgen, vinden we op een hoogte een steenen bank, waar we met genoegen eenige oogenblikken luisteren naar de vele geluiden, die in de stilte van het bosch te hooren zijn.
Onze wandeling vervolgend, verlaten we voor eenige oogenblikken het mooie beekje en slaan op den driesprong dicht bij de bank links het pad in, dat ons, links houdend, binnen eenige minuten op den weg van Borne naar Delden brengt. Hier slaan we weer linksaf en zien dan spoedig twee bruggen voor ons aan het begin van een donkere, met hooge dennen bezette laan.



We gaan de bruggen over en volgen dan dadelijk rechtsaf een mooien weg langs de Twickeler vaart, die ons hij den Noordmolen brengt, een zeer schilderachtig plekje tusschen de vaart en de Oelerbeek gelegen. De molen zelf is een vierkant gebouw, voor een groot deel met klimop begroeid, en werd, toen het scheprad nog in wezen was, als oliemolen gebezigd; in dien tijd lieten de boeren uit Azeloo en in de nabijheid wonende hier hun oliezaad slaan en hoorde men het gedreun van den molen in de stilte van het woud. Nu hoort men alleen nog het ruischen van het water, dat in de waterkom neerstort, die in de schaduw van de hooge boomen van dit prachtige, rustige landschap is gelegen. We volgen nu over de brug linksaf den anderen oever van de vaart, waar eiken en dennen elkaar afwisselen. soms eigenaardig gevormd, zich over het water heen buigend, met hooge jeneverbesstruiken er tusschen. Tusschen zwaarder en jonger hout door, glinstert in de diepte het beekje, totdat we 't langs het laatste gedeelte van den weg uit het oog verliezen. We komen nu op een zandweg met fietspad uit, waar we links afslaan, om spoedig aan de Almelosche brug de vaart terug te zien. Ook dit is een prachtig punt, waar beuken- en dennenlanen, de wegen naar Borne, Almelo en Delden, samenkomen. Hier loopt de leiding der Twickelsche watervoorziening onder de vaart door, en vinden we den bekenden driehoek van den wandelweg, dien we nu in de richting Diepenheim volgen. Wij gaan niet de brug over, maar blijven de vaart langs den rechteroever volgen, waar het even mooi blijft op den weinig betreden boschweg; een kilometer verder staan we bij de Waninkbrug, eveneens een mooi punt. (Men kan verder ook den rechteroever van de vaart blijven volgen; het pad loopt over het erf van een boerderij, en volgt daarna den oprijweg van een aldaar nieuwgebouwde villa van den heer Scholten.)
De weg, dien we volgen als we ons door de driehoekjes laten leiden, is woester en loopt door een stuk heide; het duurt eenigen tijd voordat we op den viersprong komen, dicht hij de boerderij van Jolink, waar we rechts afslaan en dan, rechtuit gaande, den grintweg bereiken. Op den grintweg rechtsaf staan we weldra bij de Backenhagenbrug, waar we voor het laatst een aardig kijkje hebben op de in de diepte stroomende Twickelervaart.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen