vrijdag 2 oktober 2009

Gids voor Deventer en omstreken: Langs den Boxbergerweg over Hoenlo naar de Haere

LANGS DEN BOXBERGERWEG OVER HOENLO NAAR DE HAERE
Reeds vroeg uit de veeren gehaald door den kellner, die de opdracht had ontvangen ons tegen 5 uur te wekken, komt er een gevoel in ons op, geheel in strijd met alle goede voornemens die den vorigen avond onder den indruk van het vele genotene zijn gevormd. Eenigzins ontevreden in onzen heerlijken slaap te zijn gestoord, springen we toch ten bedde uit, wel wetende dat een tweede kloppen op de deur, bij niet spoedige verschijning zal volgen, want Jan heeft daaromtrent strenge bevelen ontvangen.
Komaan! fluks gekleed en aan 't ontbijt begonnen; eenmaal de maag gevuld komt men tot geheel andere gedachten, de geest wordt opgewekter en het lichaam veerkrachtiger, vooral wanneer men op het balkon van het hotel met volle teugen de frissche morgenlucht kan inademen. De menschelijke traagheid is overwonnen en we zijn al spoedig verdiept in onzen gids, om ons op de hoogte te stellen van 't geen deze dag ons belooft.


Boven: Fragment van wandelkaart behorende bij de gids.
Onder: Fragment van Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1882, herz. in 1911.


De tocht, die we ons voorgenomen hebben heden te doen, staat boven dit hoofdstuk vermeld; toch zal het noodig zijn mede te deelen, dat deze een aanvang neemt bij de Leeuwenbrug, om na den spoorweg te zijn overgegaan langs de afrastering van den Locaal-Spoorweg Willem III ons te begeven naar de kerkhoven, die zeer praktisch, op een zelfde punt buiten de stad vereenigd, in een oogwenk alles te zien geven wat er merkwaardigs te vinden is.
Gulhartig komen we tot de erkentenis dat we ons daarbij niet lang behoeven op te houden en zetten we al spoedig onze wandeling voort, waarbij we van op den Galgenbelt een heerlijk panorama genieten. Van hier zien we tevens de villa met daarachter gelegen bierbrouwerij van waar men eveneens een prachtig vergezicht heeft. Eene loftuiting op het brouwsel zou minder gepast zijn, daar dit eene verheerlijking in zich sluit en daar we toch niet overtuigd zijn, dat het bier wat hier gebrouwen wordt - ofschoon van goede kwaliteit - den boventoon mag voeren boven andere biersoorten, willen we ons van eene beoordeeling onthouden, doch moeten erkennen, dat het als lafenis voor dorstige keelen zeer aanbevelenswaardig is.
Wanneer de brouwerij gepasseerd is komen we langs den kronkelenden kunstweg al spoedig aan den goed belommerden Boxbergerweg, waar we bij de tol gelegenheid hebben om links afslaande naar Diepenveen onze schreden te richten. Dit ligt evenwel niet in ons plan voor heden en daarom volgen we den langen rechten weg, welke zich daar voor ons uitstrekt, om achtereenvolgens een bezoek te brengen aan de landgoederen "de Hoek, Eikendaal, Zorgvliet, Eikelhof", waarvan we wel niets merkwaardigs weten mede te deelen, doch die der bezichtiging overwaard zijn. Na de bezichtiging van de buitenplaats "de Hoek" willen we een weinig van den weg afwijken om het in de nabijheid daarvan nieuw gebouwde Klooster op de Vulik te bezichtigen, welk Klooster aan de orde der Trappisten behoort, die eenige jaren geleden hun verblijf hielden op Frieswijk.


Fragment van Wandelkaart van Deventer en omstreken. Uitgave R.Borst, 1901.

We vervolgen onzen tocht tot waar we den kunstweg naar Olst aan onze linkerhand naderen, die ons door eene schoone vruchtbare landstreek voert, doorsneden door de spoorbaan die de hoofdstad der provincie aan onze wakkere en zoo welvarende koopstad Deventer verbindt.
Moge den spoorwegreiziger het vroolijke en opwekkende van het landschap boeien, dat hem in bonte afwisseling welbebouwde korenvelden, grasrijke weilanden, deftige landgoederen, uitgestrekte boomgaarden, sierlijke villa's en vriendelijke dorpen te zien geeft, wij wandelaars genieten oneindig meer, want wat hij voorbijvliegt, wordt door ons met alle aandacht aanschouwd en het vele schoone beter opgemerkt.
Wie het er op waagt deze schoone streek te doorwandelen zonder groote verwachtingen te koesteren omtrent gespaarde oudheden, die zal niet teleurgesteld worden. Van de menigte edele huizen nog in de vorige eeuw op de kaarten van Overijssel en dit deel van Salland voorkomende, zijn verreweg de meesten gesloopt en die er nog over zijn, zijn zoozeer vernieuwd of verbouwd, dat er van hun oudheid geen spoor meer terug te vinden is. Hierop voorbereid en dus gewaarborgd tegen het gevaar, om ons te veel voor te stellen, vervolgen we onzen tocht. De kunstweg van af de Hooge Kamp naar Olst is even als de Boxbergerweg aan beide zijden met boomen beplant, welke een heerlijken schaduw werpen, die ons in staat stelt het afwisselend terrein behoorlijk te overzien. Daar naderen we het schoone landgoed Spijkerbosch, welks fraaie huis met het daarom vlietende watertje een heerlijk gezicht oplevert, vooral wanneer men daarop den blik richt door de allée van trotsch geboomte, die de hoofd toegang vormt.
Iets verder gekomen zien we de toren van de R.C. kerk van Olst gebouwd op de plaats, waar tot in het begin dezer eeuw de Havezathe Boskamp lag en zouden we den kunstweg voor ons volgende, in 't dorp aankomen. Een bezoek aan Olst ligt niet in onze bedoeling, waarom we bij de Koekoeksbrug links wenden ten einde een bezoek te brengen aan den huize Hoenlo met zijn statig geboomte en fraaie bosch- en waterpartijen.



Langs statige beukenrijen, korenvelden en akkermaalsboschjes leidt de weg van Olst naar Diepenveen naar het deftige huis. De zijgevel van grijsrooden baksteen vertoont zich tusschen het hooge hout van het uitgestrekte bosch, dat met smaakvolle waterpartijen is versierd. Eene frissche weide met vee, door schoone beuken omlijst, vormt den voorgrond. De voorgevel van het breede huis is wit bepleisterd, met grijze pilasters, stoep en frontespies. De brug over de buitengracht leidt naar den ingang. Recht tegenover het front van het huis loopt een lange, rechte kunstweg, die voor eenige jaren nog eene prachtige laan was, waarvan thans nog slechts enkele fiere boomen bij de brug zijn gespaard. Hierdoor is het witte huis van Hoenlo voor wie van Diepenveen nadert reeds van verre zichtbaar. Aan de overzijde van den weg bevindt zich een ouderwetsch huis met fraai geboomte, sedert 't jaar 1801 in het bezit der familie Teding van Berkhout. Albertus de Hunlo komt onder de Overijselsche edelen voor en was in 1213 een der getuigen toen de bisschop in dat jaar aan Zwolle stadsrechten verleende. In de 16e eeuw was Hoenlo in 't bezit der Van Laer's en in de 18e behoorde het aan de Haersolte's en aan de Wijborgs. Het goed onderhouden eerwaardige landgoed telt dus reeds eene geschiedenis van ten minste zeven eeuwen.
Wij volgen den breeden en zonnigen kunstweg die tusschen met houtgewas omzoomde weiden en akkers over de spoorbaan loopt en verder tusschen akkermaalsbosschen doorslingert.
Weinige huizen worden hier aangetroffen, slechts hier en daar eene woning in 't open veld of een enkele boerderij aan den weg. We gaan niet voor de tweede maal de spoorbaan over: want de weg zou ons naar de plaats voeren waar vroeger de Havezathe Hengforde heeft gestaan, die sedert jaren gesloopt is. We zien op de jachtpalen "Dumbar" en "Voute" en 't blijkt dus dat de grond thans behoort onder de uitgestrekte landgoederen de Haere en Nijendaal.



Een zandige dwarsweg voert ons tusschen het hout door over het grondgebied van de Haere en leidt ons naar het Heerenhuis. Alvorens dit in oogenschouw te nemen willen we eerst in het bosch dezer havezathe een weinig rondwandelen om de statige lanen, de prachtige boomen en heestergroepen te bewonderen die hier in zoo grooten getale aanwezig zijn. Blijkbaar is het, dat aan dit prachtige landgoed in de laatste jaren weinig zorg is besteed. Wij naderen het bewoonde gedeelte, te zien aan de meerdere zorg welke besteed is aan de paden, die elkander kruisen, de bloeiende heesters hier geplant, de waterwerken zich in het groen verliezende, de bloemtuin, die daar uit het hout opdoemt, waarbij het huis met zijne gazons en ruime gracht gelegen is. Een brug voert naar het voorplein tusschen de beide vleugels ingesloten. Bij een vroeger bezoek zagen we sporen van verwaarloozing en verval, vooral wat de gebouwen betreft; thans wordt ons oog getroffen door eenige meerdere zorg aan het hoofdgebouw besteed al zijn er nog half afgebroken gebouwen of wel enkele waar opbouw werd gestaakt. Zoo zien we den ronden toren, die in den jare 1870 begonnen, waarschijnlijk tot verdediging of tot retraite heeft moeten dienen, ten minste volgens loopende geruchten, was hij daarvoor bestemd. Wanneer het ons vergund ware, binnen te treden zouden we zien, dat al de kamers uitkomende op de gangen, die op de beide verdiepingen de breedte van het hoofdgebouw tusschen de vleugels innemen, heerlijke uitzichten hebben. We zouden dan tevens ontwaren, dat een groot aantal meubels, sieraden en kunstschatten, vroeger aanwezig, thans zijn verdwenen om er nimmer terug te keeren. Langs het huis gaande komen we eenige oogenblikken later aan den breeden grintweg, die tusschen steenen pilaren ons het park doet verlaten en ons tegelijkertijd voorbij het als een Zwitsersch Châlet gebouwde en met klimopplanten rijk begroeide portiershuis naar den Sallandschen dijk voert.

Zie ook: Van Wijhe naar Diepenveen
Uit: Wandelingen door Nederland met pen en potlood/ door J. Craandijk en P.A. Schipperus. - Haarlem : Kruseman en Tjeenk Willink, 1882. - Deel 6.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen