donderdag 22 oktober 2009

Geïllustreerde gids voor Zwolle en Omstreken: Tweede wandeling door de stad

Tweede wandeling door de stad

Ons eerste doel is thans de Diezerstraat, die van de Markt uitgaande, leidt naar de Diezerpoortenbrug, Diezerpoortenplas en Diezerkade, allen zoo geheeten naar den polder de Dieze, naar die zijde linksaf gelegen.
Het gezicht in de Diezerstraat van af de Groote Markt is zeer schoon te noemen, wat bijzonderlijk te danken is aan de kromming halverwege de straat, waardoor de gevels van verschillenden bouwtrant ons met één blik in 't oog vallen. Onze voorvaderen hadden ontegenzeggelijk meer gevoel voor een fraaie straat dan wij: thans bouwt men de gevels zooveel mogelijk eenvormig en legt men de straten meest rechthoekig aan, hoewel moet worden erkend dat wat het eerste betreft, in den laatsten tijd een gunstige verandering zich openbaart.
De Diezerstraat kan als de hoofdstraat van Zwolle worden aangemerkt. Zij is de winkelstraat bij uitnemendheid; alle takken van winkelnering vindt men daar vertegenwoordigd, en verscheidene perceelen zijn in de laatste jaren door fraaie onderpuien of geheel nieuwe gevels uitermate verfraaid. Het is niet mogelijk in het bestek van dit boekje afzonderlijk stil te staan bij alle fraaie en goed voorziene magazijnen die men in deze straat aantreft; de bezoekers en inzonderheid de bezoeksters die van "winkels kijken" houden, kunnen hier aan deze hunne neiging botvieren.
Wanneer we enkele bij uitstek fraaie gevels of onderstukken uit den laatsten tijd willen noemen, dan kunnen we beginnen met die van den heer Ad. Hendriksen, zichtbaar van de Groote Markt; aan dezelfde zijde der straat, iets verder, het keurig ingerichte meubelmagazijn van de firma Schoemaker & Zonen; het modemagazijn van den heer H. van Eelen; den ijzerwinkel van den heer Stroink op den hoek der Spiegelsteeg , enz. Meer als een eigenaardige liefhebberij is misschien de versiering te beschouwen van het huis gemerkt F 25, dicht bij de Broerenstraat, waar niet meer of minder dan de twaalf apostelen in den voorgevel prijken. Meerdere huizen in de Diezerstraat, hoewel gerestaureerd, dragen nog hunne oude kenteekenen: ze allen op te noemen gaat niet, doch de meesten vallen den opmerkzamen wandelaar wel in 't oog.
Het hoofdgebouw in de Diezerstraat is het Gouvernementsgebouw, staande aan de zuidzijde der straat dicht bij de Smeden. In dit kloeke en breede huis, in 1874 in zijn tegenwoordigen vorm gebouwd, zijn de verschillende bureaux van het bestuur der provincie gevestigd. Aan het hoofd van dit bestuur staat de HoogEdelgestrenge Heer P. Lycklama à Nijeholt, oud-burgemeester van Leeuwarden en Rotterdam, met ingang van 1 December 1893 als Commissaris der Koningin in de provincie Overijssel benoemd, ter opvolging van den uit Groningen gekomen, doch spoedig weer vertrokken Jhr. Mr. J.A.A. van Panhuys. Aan de provinciale griffie zijn werkzaam 23 ambtenaren en bedienden. In het gebouw bevinden zich ook de lokalen van het Rijks archief; de daarvoor benoodigde ruimte is niet toereikend, waarom in 1894 door het Rijk van de gemeente is overgenomen de Sassenpoort, waarover later, die na verbouwing tot bewaarplaats van dat archief zal worden ingericht.
De open ruimte naast het gouvernementsgebouw is ontstaan door de amoveering van het sedert 1878 niet meer in gebruik zijnde paleis van den Gouverneur van Overijssel; deze ruimte zal, met die, vrijkomende door het vermoedelijk af te breken gebouw op den hoek der Roodehaansteeg, waarin thans de vergaderingen der Provinciale Staten worden gehouden, worden bestemd voor den bouw eener nieuwe vergaderzaal der Provinciale Staten met sectiekamers enz., kamer voor den Commissaris der Koningin, alsmede ter verbreeding der Roodehaansteeg. Voor het uitvoeren dier werken is op de Rijks begrooting voor 1895 als eerste termijn uitgetrokken een bedrag van f 15000.
Voorbij de Mandjessteeg heet de straat Smeden, alzoo geheeten omdat gedurende lange tijden alleen in dit gedeelte der stad het smidsberoep mocht worden uitgeoefend. In het perceel E 16, onlangs aangekocht door het Leger des Heils, zullen voortaan de samenkomsten dier vereeniging plaats hebben. Linksaf slaande gaan wij door de Korte Smeden naar het Eiland, aan het einde van welke straat de Broerenkerk is te vinden.
Deze naam komt af van de predikbroeders, die in vroeger eeuwen hier hun klooster hadden en wier naam verkort nog voortleeft in Broerenstraat en -kerk, de Broeren en Achter de Broeren. Zelfs de aangrenzende kazerne voor artillerie en infanterie heet naar hen in de wandeling de Broerenkazerne. Het Predikheerenklooster werd gesticht in 1465, naast de Broerenkerk, door den Engelschman Alanus de Rupe. Na de Hervorming is het klooster als zooveel andere van de Roomsch Katholieken afkomstige gebouwen, van zijne oorspronkelijke bestemming beroofd, en naar het gebruik dat men van de verschillende deelen maakte, veranderd. De kerk kwam in het jaar 1610 aan de Hervormden; in 1824 schonk de heer P. Queysen haar een orgel; de naam en het wapen van den schenker zijn er op geschilderd, benevens dit versje :
Treed, sterv'ling, treed eerbiedig nader
En wijd bij orgeltoon uw lied
Aan Hem, die als weldadig Vader,
Op al zijn scheps'len nederziet.
Evenals de O.L.V. kerk diende ook de Broerenkerk in den onrustigen revolutietijd in het laatst der vorige en het begin van deze eeuw tot paardenstal en exercitielokaal gedurende den winter.



Op het open plein achter de Broerenkerk vindt men den ingang der kazerne, en ziet men tevens de Synagoge, gesticht in 1758 en hersteld in 1860, die haar ingang in de Waterstraat heeft. Alles ziet er hier in den omtrek onoogelijk uit, en wij haasten ons naar de Vischpoortenplas, steken die over in schuinsche richting en bevinden ons dan op het Aa-plein, waar al spoedig onze aandacht getrokken wordt door het lokaal der Vereeniging voor Christelijke belangen, dat in 1869 in gebruik genomen, tot vergaderzaal dient voor allerlei christelijke vereenigingen, de jongelingsvereeniging "de Heer is onze Banier" bovenaan. Des winters hebben beneden op Dinsdagavond predikbeurten plaats; zondagsscholen worden er in gehouden, die druk worden bezocht enz.
Ook vindt men op dit plein aan dezelfde zijde het Geschiedkundig Overijsselsch Museum (zie blz. 13) dat een bezoek alleszins waard is. De schilderstukken, gravures, wapens, zegels enz., hebben allen betrekking op de provincie Overijssel.
Vervolgens rechtsom de Steenstraat inslaande en ten einde loopende, bevinden wij ons op den Buitenkant, alwaar de aanlegplaats is voor verschillende beurtschepen, alsmede het kantoor der Zwolsche en Rotterdamsche Schroefstoombootmaatschappij. De huizen zijn hier bijna allen ter hoogte van de eerste verdieping een weinig uitgebouwd; oorspronkelijk tegen den stadsmuur gelegen, hebben ze dientengevolge meest allen weinig diepte. Links het water, de Thorbeckegracht geheeten, houdend, komen we aan de Nieuwe Stadsherberg, met steiger, vroeger dienende voor de stoombooten op Amsterdam, en weder op het Rodetorenplein. Dit plein, in de laatste jaren aanzienlijk vergroot, dient thans hoofdzakelijk in de kermisweek tot het plaatsen van spellen e.d.g., die wegens hunne grootte moeilijk ergens anders kunnen opgeslagen worden.
Wij gaan de Nieuwstraat in, komen voorbij de Christelijke Bewaarschool in de dwarsloopende Steenstraat en vervolgens langs het gebouw der St. Joseph-vereeniging (vroeger R. K. kerk) in de daarmede evenwijdig loopende Roggenstraat. Op den hoek dezer nauwe doch vrij drukke winkelstraat wordt ons oog geboeid door de fraaie, in 1892-93 gebouwde Sint Michaelskerk, met schoonen, 78 meter hoogen toren en het beeld van dien heilige op den hoek. De hoofdingang bevindt zich in de Roggenstraat; de woorden Quis ut Deus, d.w.z. "Wie is gelijk God?" leest men boven de deuren.
Jammer dat de omgeving niet vergunt een photografie van dit gebouw te nemen, waarom wij genoodzaakt waren de afbeelding naar een teekening te maken; stond het niet zoo tusschen de huizen ingesloten, het zou gewis beter effect maken. Maar de grond is hier duur en voor den bouw heeft men gedurende tal van jaren, vele huizen aan elkander palende, moeten aankoopen om de noodige ruimte te bekomen. De architect is de heer Nicolaas Molenaar van 's Hage, de bouwsom beliep ruim 1 1/4 ton gouds.
De stijl van het fraaie bouwwerk is de Gothische der 14de eeuw; het is inwendig voorzien van een verwarmingstoestel door middel van heete lucht; het toezicht op den bouw werd uitgeoefend door den opzichter, thans timmerman hier ter stede, den heer A. van Dieden. In dit bedehuis zal eerlang een monument worden geplaatst voor den in de nabijheid van Zwolle geleefd hebbenden Thomas à Kempis, den auteur van het alom bekende boekje “Over de navolging van Christus" en dien wij later uitvoeriger zullen ter sprake brengen.

In de Roggenstraat bevindt zich ook het R.K. Weeshuis, in 1850 aldaar van uit de Goudsteeg overgebracht. De Nieuwstraat verder doorwandelend langs de zijde der kerk, komen we voorbij de Spiegelsteeg - op den hoek de photografie-inrichting van den heer G. Kingma - in de Broerenstraat. Even linksaf slaande, staan wij voor het Weeshuis der Hervormde gemeente. Dit huis, een gewezen nonnenklooster uit de 15de eeuw, staande op den hoek der Broeren- en Bitterstraat, erlangde in 1736 zijne tegenwoordige bestemming, doch met dit onderscheid, dat toenmaals alleen kinderen werden opgenomen van ouders, die geen burgerrecht bezaten; in Januari 1795 kwamen hier ook de z.g.n. burgerweezen onder dak, toen het huis, waarin deze tot dien tijd verpleegd werden, tijdelijk ingericht werd tot hospitaal voor het Engelsche leger, dat de wijk moest nemen voor de Fransche en Bataafsche troepen. Bij besluit van de Representanten des Zwolschen volks van den 17 October 1795, werd deze combinatie der verschillende weezen bestendigd. Een 60tal vinden er thans eene uitstekende verpleging; de inkomsten zijn van dien aard, dat ook het huis zelf zoowel van binnen als van buiten goed ingericht is en onderhouden wordt.
Thans keeren wij op onze schreden terug en gaan de Broerenstraat uit, steken de Diezerstraat over en komen door de Nieuwe Brouwersteeg op het Gasthuisplein. Dit ruime plein draagt zijn naam naar het Binnen Gasthuis, waarover straks meer. De steeg uitkomende, valt ons oog terstond op de reeks gebouwen die het R.K. Gesticht van Liefde uitmaken, waarin ongeveer een veertigtal Zusters van Liefde zich wijden aan werken van barmhartigheid. Het gesticht beslaat een grooten plek gronds, komt zelfs uit aan de beide aangrenzende straten de Vijfhoek en de Wolweverstraat, en staat in Zwolle algemeen zeer gunstig aangeschreven. Aan een groot aantal kinderen wordt door de Zusters onderricht verstrekt in de gewone vakken van het lager onderwijs en in de handwerken, terwijl er ook een burgerbewaarschool aan verbonden is. De grootste vermaardheid dankt het gesticht aan de uitstekende ziekenverpleging der zusters, die zich tot voor korten tijd uitstrekte over patienten van alle geloofsbelijdenissen. In Mei van dit jaar evenwel is het besluit genomen alléén Roomsch Katholieken op te nemen; de gelegenheid die van gemeentewege geboden wordt in het sinds 1883 bestaande Sophia-Ziekenhuis, is daarop zeker van invloed geweest.
De eerste Zusters van liefde kwamen in 1844 van Tilburg in Zwolle aan; zij namen haar intrek in de pastorie in de Rozemarijnstraat (tusschen Nieuw- en Bitterstraat). Daar weldra meerdere kwamen, moest men naar ruimer gelegenheid tot huisvesting, tevens terrein voor de werkzaamheden, uitzien, en men vond dit in een branderij "de 'Windhond" genaamd, die in 1846 in eigendom aan de Zusters overging. De pastoor H. van Kessel, aartspriester van Salland en Drenthe, legde den eersten steen van het verbouwde perceel (9 Juni 1847). Door voortdurenden aankoop van nieuwe perceelen werd het Gesticht langzamerhand aanzienlijk vergroot. De kleine doch schoone kapel, van buiten gedeeltelijk door een muur verborgen, werd in 1887 plechtig ingewijd door Mgr O.A. Spitzen.
In den Vijfhoek bevindt zich het R.K. Oude mannen en vrouwenhuis, in de Wolweverstraat de burgerbewaarschool en naaischool, die beide met het Liefdegesticht in verband staan. In laatstgenoemde straat vindt men ook de kerk der Doopsgezinden, die reeds in de tweede helft der 16de eeuw zich in Zwolle bevonden, doch toenmaals in 't geheim hunne samenkomsten moesten houden. Voor het einde der 17de eeuw diende de tegenwoordige kerk hun reeds tot gemeenschappelijke godsdienstoefening ; in 1846 zag men zich verplicht het bedehuis te vergrooten, omdat de toenmalige predikant, Ds. L. ten Cate Coster, door zijne rechtzinnige prediking ook van andere kerken veel toeloop had; dit was evenzeer het geval met zijn opvolger, Ds. Taco Kuiper, doch onder de meer moderne prediking der latere leeraars nam dit een einde en is 't gebouw thans meer dan voldoende voor de behoefte.
Nog vindt men in deze straat de onaanzienlijke Herinkshuizen, dagteekenende van 1783, toen de weduwe van den heer J.C. Herink bij testament bepaalde dat in haar huis zes vrouwen, drie van den Lutherschen en evenzooveel van den Gereformeerden godsdienst, vrije woning en tien stuivers toelage per week zouden genieten. Thans staat dit huis onder het bestuur van het Gasthuis, en vergunnen de inkomsten bovengenoemde voorrechten aan slechts vier vrouwkens.
Op den hoek der Wolweverstraat staat de likeurstokerij van de heeren Doijer & Van Deventer, en zóó zien wij ons weer verplaatst tegenover het straks reeds genoemde Binnen Gasthuis.
Het woord "gasthuis" doet ons terstond de bestemming van dit huis beseffen. Oorspronkelijk - en dat reeds in het begin der 14e eeuw - werden in dit huis arme vreemdelingen als "gasten" opgenomen en verzorgd, doch in lateren tijd en nog heden, werd aan ouden van dagen, ook gehuwden, vaste woning in dit huis gegeven, nog veraangenaamd door een kleine maandelijksche toelage. Dat er steeds liefhebbers genoeg zijn, om een door sterfgeval opengekomen plaats in te nemen, zal gewis niemand bevreemden.
Aan het Gasthuisplein grenst de Oude Vischmarkt, aldus geheeten omdat weleer op deze plaats - half plein, half straat - uitsluitend visch mocht worden geveild; thans vindt dit op het Roode Torenplein plaats (zie blz. 43). Na nog even gewezen te hebben op het fraaie gebouw aan uwe linkerhand, de Pius-societeit, dagteekenend van 1887, vervolgen wij onze wandeling, om die, op de Groote Markt aangekomen, een wijle te staken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen