dinsdag 3 augustus 2010

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een uitstapje naar het 'lage land'.

EEN UITSTAPJE NAAR HET ‘LAGE LAND’.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

Wanneer ge des zomers een dagje naar buiten wilt in een werkelijk stofvrije omgeving, dan moet ge U per Steenwijk I of per Major begeven naar het Eind van Diep, gelegen op ongeveer een uur stoomens vanaf Steenwijks haven. Nadat men eerst voorbij eenige fabrieken gevaren is, verdwijnt langzamerhand het fraaie panorama van Steenwijk achter boomen en krijgt men daarvoor de niet minder mooie gezichten op Steenwijkerwold in de plaats. Achter het gehucht Verlaat ziet men links in de verte de silhouetten van eenige eendenkooien verrijzen en rechts verschijnen achter het lage polderland, hier en daar gestoffeerd met een watermolentje, de spitse torentjes van Steenwijkerwold, te midden van geboomte op een hoogen zandrug. Maar van zand willen we ditmaal niets weten en we kijken daarom dichter bij onze boot rond. Aan alle kanten trekken de kleurrijke bloemen van het lage land onze aandacht en hier en daar staat een eigenwijze gruttto op een hoogen turfbult de voorbij varende boot aan te staren, wel wetende dat het ding met de zwarte pijp toch geen kwaad. zal doen. Geeft de stuurman een stoot op de fluit, dan vliegt de vogel op, luid z'n familie bij de ‘van’ roepende: ‘Grutto’ ‘Grutto’ en weldra komen ze met hennegies, strandloopers en tuteringen in troepen aangevlogen om even te zien wat hun zoete zomerrust verstoort. 't Is Juni; de jacht is nog gesloten en dus scheren ze zonder vrees langs en over de boot en zwenken daarna in prachtige vluchten weer terug naar hun waterig terrein om wormpjes en slakken te zoeken en de achtergebleven niet-nieuwsgierigen te vertellen dat er vreemdelingen op de boot zaten om hun doen en laten eens gade te slaan.
Een eindje verder is een baan, waar de verliefde kemphanen in bonte, schitterende pakjes hun liefdedansen uitvoeren en met hun uitstaande kragen en driftige passen een werkelijk krijgshaftig figuur maken. Komen we wat verder in den tijd dan zijn een groot deel der genoemde watervogels uit deze hunne broedplaatsen vertrokken en zien we de overgebleven meerkoeten duiken en al piepend heen en weer fladderen en koppels eenden lustig snaterend rondzwemmen. Weinig vermoeden ze van de jachtopening, die nabij is en waarop ze door amateur- en broodjagers geschoten mogen worden, behalve wanneer ze intijds binnen den kring van de eendenkooien op den achtergrond een veilig plekje hebben opgezocht om vandaar het schieten in de verte aan te hooren. Doch ook nu reeds kunnen ze verstoord worden en dat zal geschieden door de reizigers van de boot. We moeten daarvoor den stoomer aan het Eind van Diep, het doel van ons uitstapje, verlaten, maar eerst even genieten van het heerlijke gezicht de Wetering langs. In deze waterrijke streek gaat zelfs het postverkeer per schuitje, gelijk de lezer hieronder kan zien.



Na van deze fraaie waterpartij genoten te hebben stappen we in een punter, waarin een aantal hengels en een oude bloempot met pieren (‘pieren van het echte soort met gele kransjes om de koppen’, zooals Hildebrand ze in de Camera Obscura bij den Leidschen Peueraar aan een Engelschman laat zien.)
De bootsman boomt ons nu verder en als er een gunstig windje staat, zeilen we. 't Doel is 't een of andere ‘trekgat’ (uitgeveende plas) om daar te beproeven eenige waterbewoners te verschalken. ‘Maak, maak, maak’. Nauwelijks zijn we in het trekgat gekomen of luidkwakende fladdert een oude moedereend met hare jongen weg, om een rustiger plekje op te zoeken en aan een collega moedereend te vertellen hoe schandalig de rust van het ‘home’ verstoord is geworden. Neen, kwakers, om jullie is 't ons niet te doen; wij moeten den slanken rietvoorn en den baars met zilveren buik en donkeren rug hebben. En wil het niet bijten, omdat de wind noordelijk is, of de lucht te helder, of omdat er pas water gevallen is, of wat dan ook, dan gaan we door een labyrinth van slooten, waarin we steeds nieuwe toomen eendenkuikens verschrikt maken, naar het mooie Giethoornsche Meer, waar we nog even bij de Voornpolle (naam die veel goeds belooft) ons geluk zullen beproeven. En gelukt het ons noch daar, noch aan den meerkant tusschen het donkere wier eenige spartelende vischjes op het droge te halen, dan niet getreurd, maar 't zeil opgestoken om wat te spelevaren. Als de zon schijnt deugt 't weer beter daar voor, dan voor de hengelsport!



Proviand hebben we zelf meegenomen of anders een en ander bij aankomst te Eind van Diep bij bakker en caféhouder gekocht en als alles door ons opgepeuzeld is, waarvoor bij een dagje op 't water veel kans bestaat, gaan we in de schaduw van de een of andere polle of in 't malsche gras onze siësta houden en liggen turen of van de overzijde van het meer het bootje van Blokzijl ook aankomt om ons onderweg op te pikken, weer naar Steenwijk terug te voeren en ons gelegenheid te geven onder de zonnetent het heerlijke stofvrije dagje te overdenken.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een dagje naar Steenwijkerwold

EEN DAGJE NAAR STEENWIJKERWOLD.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1921.

De Rijksstraatweg, die van Steenwijk uit noordwaarts gaat, biedt ons op twee plaatsen gelegenheid de buurtschap Gelderingen, meer en meer het middelpunt der gemeente Steenwijkerwold wordend, te bezoeken. Nauwelijks zijn wij Tuk gepasseerd, of een grintweg, linksaf voerend, brengt ons over de buurten Thij en Kerkbuurt naar ons doel. Een wegwijzer van den A.N.W.B. deelt ons mede, dat dit tevens de weg is, die naar Oldemarkt leidt. Het eerste gedeelte van dezen grintweg klimt vrij sterk, maar hebben we eenmaal het hoogste punt bereikt, dan worden wij ruimschoots beloond voor onze moeite, wanneer wij een oogenblik vertoeven op de plaats, waar de door Vreemdelingenverkeer geplaatste zitbank ons tot rusten noodigt. Vóór ons ligt dan Steenwijk met zijne omgeving van lage landen; op den voorgrond zien wij de fraaie boerderij Huize Bunzinge, terwijl liefhebbers van paarden doorgaans hun hart kunnen ophalen aan de fraaie dieren, die op een uitgestrekt weideveld onmiddellijk achter ons in grooten getale grazen tusschen ander vee.
Onzen weg vervolgende, bereiken wij vrij spoedig Thij, eene buurt, waar allerlei bedrijf wordt uitgeoefend. Smid en timmerman, bakker en schoenmaker hebben hier hunne werkplaatsen, terwijl de stoomzuivelfabriek De Eendracht de bedrijvigheid nog aanmerkelijk verhoogt. Thij is eene buurt, waar de huizen zijn gebouwd in een tijd, toen men van rooilijnen nog geen verstand scheen te hebben. Intusschen schaadt deze wanorde niet, 't geheel maakt geen onaangenamen indruk, zooals ons kiekje bewijst.



Stijgen en dalen is in dit gedeelte van Steenwijkerwold schering en inslag. Zijn wij klimmende tot ons rustpunt gekomen, dalende tot Thij, thans moeten we weer naar boven, tot daar, waar de Hervormde Kerk staat, tot Kerkbuurt dus. Even voorbij de kerk komen we aan een viersprong. Onze grintweg wordt gekruist door een straatweg, die komt van den Rijksstraatweg, dien wij zooeven bij Tuk verlieten. Hadden wij daar den straatweg gehouden tot de plaats, waar de herberg De Witte Paarden gevonden wordt, duidelijk kenbaar aan een tweetal steigerende paarden op de schuurdeuren afgebeeld, dan zou de weg, vandaar linksaf gaande, ons ook naar dit kruispunt hebben gebracht. Den grintweg vervolgende, zouden wij Oldemarkt bereiken. Voorloopig gaan wij liever linksaf, na nog even te hebben verwijld op dit werkelijk fraaie punt, vooral fraai, wanneer in den zomertijd het hoog geboomte van kerkhof en naburige pastorie in vollen bladertooi prijkt.



Spoedig bereiken we nu Gelderingen. Deze buurtschap heeft in de laatste jaren eene aanmerkelijke uitbreiding ondergaan. Tal van nieuwe huizen, ze beginnen reeds in de Kerkbuurt, zijn in den laatsten tijd hier gebouwd. Het voornaamste gebouw echter, dat hier verrees, is het gesticht De Voorzienigheid, door herhaalde uitbreiding geworden tot een gebouw met nagenoeg 100 Meter gevellengte. 't Is nog geen vijftien jaar geleden, dat de Zeereerwaarde Heer C.G. MUITEMAN, Pastoor der parochie Steenwijkerwold, het grootsche plan opvatte, in zijne gemeente eene stichting in het leven te roepen, waarin ouden van dagen, waarin ook kinderen zouden kunnen worden opgenomen, waarvan de verpleging in het gezin te kostbaar of onmogelijk was. Aan eerwaarde Zusters werd de verpleging opgedragen en nu reeds bevat het gebouw bijna vier honderd bewoners. Aan bijna veertig Zusters is de verzorging toevertrouwd van tal van oude mannen en vrouwen, aan tal van kinderen, die er in de gelegenheid zijn gesteld uitstekend onderwijs te genieten, zoodat eene bloeiende kostschool mede in de stichting is opgenomen. Sinds 1 Mei 1904 is er zelfs eene Kweekschool voor onderwijzeressen, die reeds meer dan 60 leerlingen telt, uit alle oorden des lands naar hier gekomen, om zich te bekwamen voor de onderwijzers-akte en die in de nuttige handwerken. Een elf-tal onderwijzers en onderwijzeressen zijn verbonden aan de scholen in de stichting De Voorzienigheid.
Wie van dwalen houdt, in den zin van schijnbaar doelloos rondloopen, kan van dit middelpunt in alle richtingen aan zijn lust voldoen. En, indien hij liefhebber is der natuur, tegelijk genieten van het vele, dat plantenrijk en dierenrijk, het eerste vooral, zoo ruimschoots te genieten geven. Zelden zagen wij op zoo klein bestek zoo groote verscheidenheid van gewassen. In hetzelfde bouquet zal men kunnen verzamelen de heide en de moerasplant, daar ze op geen kwartieruurs afstand van elkaar overvloedig voorkomen. Het geheele jaar door schenkt de natuur hier het aanzijn aan de schoonste harer kinderen, de bloemen. Reeds in Februari luidt er het sneeuwklokje, Maart brengt zijn speenkruid en viooltje, April en Mei brengen anemonen, orchideeën, dotterbloemen en waterviolieren, maar Juni vooral geeft hier een bloemenschat te bewonderen zooals bijna nergens.
Zijt gij plantenliefhebber, verlaat dan den straatweg, die voorbij het gesticht De Voorzienigheid voert naar de buurtschappen Molenhoek, Basse en Westenwold, verlaat den straatweg overal, waar een zandweg noord- of zuidwaarts gaat. Een gids die u bijna nergens in den steek laat, is altijd te uwer beschikking, indien ge misschien bevreesd zijt, dat ge den rechten weg niet zult terugvinden. Immers, waar ge ook zijt, overal zal, indien het dichte geboomte het uitzicht niet te veel belemmert, het gesticht De Voorzienigheid voor uw oogen oprijzen, daar dit kolossale gebouw op een der hoogste punten der gemeente is geplaatst.



Maar ook al bekoren u de bloemen niet in die mate, dat ge alleen terwille daarvan den hoofdweg zoudt willen verlaten, ook in menig ander opzicht zult ge kunnen genieten. Hoe schoon ligt het lage polderland met zijne wateren en molens aan uw voet, wanneer ge zuidwaarts zijt afgeweken; hoe heerlijk komt u de dennenlucht tegemoet, wanneer ge noordwaarts gaande den grintweg naar Oldemarkt hebt bereikt; hoe dikwijls heeft u intusschen een heerlijk schaduwplekje tot rusten verlokt, tot rusten op het zachte mos, terwijl de vogels in de struiken u gratis hunne schoonste liederen voorzingen? Ook den Koning der zangers, den nachtegaal, zult gij in dit concert niet missen, wanneer een zachte Mei-avond u hier brengt. Menig plekje, voor een schilder om van te watertanden, zal hier uw oog boeien, al begrijpt de eenvoudige landman, die hier met harden arbeid zijn brood verdient, niet, wat de vreemdeling voor schoons ziet in zijn omgeving. Hij heeft alleen oog voor zijne te veld staande rogge en haver, voor zijne aardappelen, voor zijn vee, en terwijl hij de opbrengst bij den oogst berekent en den prijs voor zijn slachtvee bepaalt, staat gij het schoone te bewonderen, dat de licht- en donkergroen gekleurde akkers op dit golvend terrein aanbieden.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Giethoorn

GIETHOORN.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1884, herzien in 1904.

Zeer merkwaardig is een uitstapje van Steenwijk naar Giethoorn. Met een rijtuig laat men zich in een halfuur langs den straatweg rijden tot café Prinsen of Kleene, huurt daar een vaartuig (bok of punter) en laat zich van hieruit door het dorp ‘boomen’. Jongeren zullen beter doen het dorp per fiets langs Kleene binnen te rijden, de kar te stallen bij Bakker of Sloothaak, een punter of roeiboot te huren en zelf zich te boomen of te roeien door wat niet onaardig genoemd wordt, steeds meer, 't Hollandsch Venetië; straks varen zij 't dorp uit langs Volkensvaart en komen op het z.g. Bovenwijde, een heerlijke plas om er te zwemmen, te visschen, te zeilen; bij Jan Bals is mooie gelegenheid om 't dorp weer binnen te komen. (Handwijzers maken mogelijk, dat de vreemdeling op het water gemakkelijk zich oriënteert).



Van 't dorp zelf het volgende: 't Is een veenkolonie - de oer-veenkolonie, - strekt zich uit in de richting Noord-Zuid, over een lengte van 1 1/2 uur, telt 2000 inwoners. Vroeger stond er een Franciscaner convent en naar het heet, zouden monniken hier het eerst turf hebben gestoken. Een deel van het dorp heet nog ‘het Klooster’. Tot het begin der 14e eeuw lagen de venen van Giethoorn ongerept; doch omstreeks dien tijd zijn ze door den Utrechtschen bisschop weggeschonken aan een troep z.g. Flagellanten, een dweepzieke godsdienstige secte in die dagen; sedert werden ze St. Maartensmannen genoemd. Hun dienstbare verplichtingen hebben voortgeduurd tot 1624, in welk jaar ze tegen afkoop van geld zijn afgeschaft.
In 1825 werd het dorp door een watervloed geteisterd: het reusachtig terrein, dat thans door de watermolens wordt drooggehouden, is toen door den vloed verzwolgen. Vroeger stond er een slot, de Daalhof, dat in de 17e eeuw is afgebroken. Het typische van het dorp is geboren uit het feit, dat de oude verveners het land hebben ontveend blijkbaar niet naar een te voren vastgesteld plan, maar naar ieders lust en behoefte. Vandaar de ontelbare slooten, grachten, vonders en bruggen, welke laatste, zoo rustiek mogelijk, aan het dorp een fantastisch voorkomen geven; het hout vooral maakt de water¬partijen telkens weer tot idylleachtig sprookjesland, waarvan onderstaande fotografie een aardig beeld geeft.



't Geheele verkeer geschiedt te water: bakker, slager, winkelier en manufacturier venten per punter bij hun klanten; het hooi wordt per bok of punter van het land gehaald en opgetast op het erf; koeien, varkens, schapen, geiten reizen alle per punter van 't eene stuk land naar het ander; 't is het noodzakelijk moeten: een straatweg is er niet; slechts een voetpad, onderbroken door tallooze vonders, langs de vaart; de vaart is de straatweg der bewoners.
Deze laatsten hebben hun type zeer merkbaar bewaard; naar het uiterlijk: men ziet het dadelijk, ze zijn geen Friezen, Drenten of Overijselaars ; naar hun kleeding: op schipperswijze nonchalant-schilderachtig; naar hun temperament: vol vuur en levendigheid, dat vreemd afsteekt bij de friesche stugheid, de overijselsche stroefheid en de drentsche flegmatiek van rondom. Hun middelen van bestaan zijn: hooibouw, veeteelt, vischvangst, turfmaken, riethandel, terwijl een negen¬tal eendenkooien, die het dorp van verre omkransen, Giethoorn een welbekend en naam verschaffen in de poelierswereld.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Een uitstapje naar Frederiksoord

EEN UITSTAPJE NAAR FREDERIKSOORD
Wanneer wij vanuit Steenwijk een bezoek brengen aan Frederiksoord, komen wij door de gehuchten Eesveen en Nijensleek. Bij den ingang van Frederiksoord ziet de bezoeker aan den linkerkant een bord, waarop met groote letters Maatschappij van Weldadigheid. De grintweg is aan weerszijden beplant met beukeboomen. De eerste woning aan den rechterkant is de Boekhouderswoning. Daar recht tegenover vindt men een prachtige laan en aan het eind daarvan het huis Westerbeek, indertijd door Graaf JOHANNES VAN DEN BOSCH, thans door den Geneesheer in de Maatschappij van Weldadigheid bewoond.



Teruggaande naar den grintweg, om dien verder te volgen, krijgen wij spoedig de brug in 't gezicht en daarbij het logement met Directeurswoning, waartegenover de Gerard Adriaan van Swieten Tuinbouwschool. Willen wij een poosje uitrusten van de wandeling en den inwendigen mensch wat versterken, dan biedt de schaduw der linden voor het hotel daarvoor goede gelegenheid, met een prachtig uitzicht op de Tuinbouwschool. Aan den overkant der vaart ziet men een eeuwenoude linde, een sieraad voor Frederiksoord; haar kruin kan zeker wel aan 500 personen schaduw geven.



Zijn wij voldoende uitgerust, dan gaan wij eerst een kijkje nemen in de Tuinbouwschool. Wat ziet het er hier keurig uit, wat een schat van bloemen, planten en vruchten. Alles is naar den eisch des tijds ingericht. Een wandeling door den tuin loont de moeite wel en de leeraren zijn steeds bereid U de noodige inlichtingen te verstrekken. Wij zouden hier wel een dag kunnen doorbrengen maar de tijd gaat voort en we willen meer zien van de Maatschappij van Weldadigheid.





Wilt U een Ansicht uit Frederiksoord aan een Uwer familieleden of kennissen verzenden - ze zijn hier te krijgen en bij den uitgang van den tuin ziet ge het Rijkspostkantoor. Wij wandelen verder. Spoedig zien wij recht voor ons het dorp Vledder, maar neen daar moeten wij niet wezen, wij gaan den grintweg verlaten en volgen den straatweg. Het eerste gebouw aan den rechterkant is de vroegere Boschbouwschool, thans ingericht voor het Algemeen Bureau der Maat¬schappij van Weldadigheid en voor woning van den Secretaris. Even verder vindt men de woning van den Opzichter der Gebouwen met den Timmerwinkel, waarin reeds veel jongelieden het timmeren hebben geleerd. Daarna komen wij voorbij een der Rijksscholen met onderwijzerswoning. (In de Maatschappij van Weldadigheid zijn 5 dergelijke scholen). Vervolgens vinden wij aan den rechterkant een paar vrijboeren¬woningen en daarna, aan weerszijden van den weg, de arbeiderswoningen. Hierachter bevinden zich weidekampen, waarin prachtig vee graast. Dit vee behoort thuis op Hoeve Willem III, die ter linker¬kant van den weg ligt. Heeft men lust daar ook een kijkje te nemen? Voor een liefhebber is dit bepaald aan te raden. Men krijgt dan een klein overzicht van hetgeen op 't gebied van landbouw en veehouding in de Maatschappij van Weldadigheid wordt gedaan. Wij gaan verder en komen voorbij de Ned. Herv., de Roomsch Katholieke Kerk en Rustoord I, een gebouw waarin oude menschen (man en vrouw) die niet meer kunnen werken, hun laatste levensdagen slijten.
Welk statig gebouw verrijst daar voor ons oog? Dat is Rustoord II, waarin ook ouden van dagen worden verpleegd. Willen wij even een kijkje nemen? De vader en moeder zullen U gaarne alles laten zien.
Wij zouden verder kunnen gaan, maar willen niet langer den hoofdweg volgen. We gaan rechtsaf over de brug en volgen nu verder een zandweg. 't Is waar, hier is niet zooveel merkwaardigs te zien, maar toch zal een wandeling langs dezen weg, al is die niet zoo effen, U niet berouwen. Hier kan men zien wat door noeste vlijt al is tot stand te brengen. Wij volgen nu den Hooiweg, die evenwijdig loopt aan den straatweg, zoo straks door ons bewandeld, en gaan dan terug langs een anderen weg. Rechts ziet men akkers met golvend graan, aardappelen, koolrapen, mangelwortelen of iets anders, aan den linkerkant welig groeiend hakhout. Onwillekeurig zult U vragen was dit vroeger heideveld en het antwoord daarop is: ja, zoover Uw oog ziet was alles heide, waarop de heideschapen alleen hun karig voedsel konden vinden.



Zoo komen wij op den grintweg terug en daar de zon al mooi naar het Westen gaat, zijn wij genoodzaakt onze wandeling te staken en naar het logement terug te keeren, ten einde op tijd in Steenwijk te kunnen zijn. Wil men morgen meer zien van de Maatschappij van Weldadigheid of wil men liever een kijkje nemen in het Vledderveen? In het logement kan men goed logeeren en wij hebben dan 's avonds nog tijd om het Sterrebosch, in de onmiddellijke nabijheid van het Hotel, te bewandelen. Wij stappen dan morgenvroeg om 9 uur op en zullen een wandeling maken door de beukenlaan naar de Mr. Naamen van Eemneslaan. De woningen welke wij nu voorbij komen, zijn alle vrijboerenwoningen. Bij iedere woning behoort ongeveer 3 H.A. land, dat door den vrijboer wordt bebouwd. Wij gaan nu weer rechtsaf en komen in de Kerkhoflaan, een fraaie allée met ter weerszijden een dubbele rij prachtig groeiende beuken. Wij komen nu voorbij de manden- en stoelenmakerij en zullen daar even een kijkje nemen. Mocht U Uwe familieleden een blijvend aandenken uit Frederiksoord willen zenden, dan kunt U hier terecht. Wenscht U een stoel waarin men in het lommer der boomen een middagslaapje wil doen, U hebt maar voor het uitzoeken; wilt U een badstoel, een ziekenstoel, een korenwan, een werk- of bloemenmand, U kunt hier te kust en te keur.
Wij zijn nu weer op de plaats waar wij gisteren den straatweg hebben verlaten en zullen dezen thans nog een eindje volgen, om een kijkje te nemen in de stoomzuivelfabriek ‘Deli’ en in de boerderij ‘Prinses Marianne’, en trekken daarna, door de P.W. Janssenlaan, op naar het Vledderveen.



Zoover Uw oog reikt, niets dan heide, met hier en daar een woning of hut, waarbij een stuk grond met reeds welig tierende gewassen. Zooals U ziet, staan hier verschillende nette arbeiderswoningen, maar er zijn ook vele die den naam van woning niet verdienen. Het zijn hutten, voor een gedeelte van plaggen opgezet. Wilt U eens binnen treden? Maar pas op, stoot Uw hoofd niet, want de ingang is klein en de zolder, als die er is, is laag. Het ziet er hier sober uit, maar de menschen hebben geleerd zich met weinig te kunnen redden en leven gelukkig. Velen zijn er die hun sobere woning niet voor een stadswoning zouden willen ruilen.
Ziet U daar in de verte dien toren? Dat is dezelfde dien U gisteren bij het Algemeen Bureau hebt kunnen zien: de toren van de kerk te Vledder. Wij zullen onze wandeling recht door het Vledderveen daarheen maken en de heidebewoners in hun dagelijksch doen en laten gadeslaan. Zooals men ziet is de Vledderkerk al van zeer ouden datum; de toren biedt de kraaien een schoone gelegenheid om er te nestelen en prijkt boven met een vlierstruik, die daar welig tiert. Wij volgen nu den grintweg en zijn over ongeveer 20 minuten in het logement te Frederiksoord.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Naar Havelte

Over Frederiksoord kan men een rijtoer maken naar Havelte langs de in de uitgestrekte heidevelden liggende Hunnebedden. Hoewel deze toer zeer interessant is, worden sommigen misschien afgeschrikt door den grooten afstand en zullen zij er de voorkeur aan geven Havelte te bezoeken per rijtuig van Steenwijk, langs den Meppeler straatweg, 't zij geheel tot de kom van het dorp, 't zij tot aan de prise d'eau van de Steenwijker waterleiding en dan wandelen langs den Ruiterweg over Darp. Langs den Ruiterweg, die eerlang zal worden bestraat, heeft men mooie vergezichten over korenvelden, afgewisseld door bosch en heide. Daar waar deze weg en de weg naar Wapserveen elkaar kruisen, gaat men - van den Steenwijker straatweg komende - links over den Havelterberg langs de Hunnebedden naar Wapserveen, rechts naar Havelte. Ook kan men een anderen weg volgen: bij de prise d'eau doorgaan tot even over de hoogte, waar een zandweg links afslaat (telefoonpalen); hier passeert men de buurtschap Eursinge.
Een andere goede gelegenheid om Havelte te bereiken is van Steenwijk per spoor naar de halte Nijeveen en vandaar wandelen langs den Veendijk of langs de Smildervaart (de eerste weg is de kortste).



Havelte is een der mooiste dorpen van Drenthe, met heerlijke wandelingen in de bosschen. Aan de Brink is een goede uitspanning. Bezienswaardig is o.a. het landgoed Oversinghe van den Commissaris der provincie Drenthe, Mr. LINTHORST HOMAN. In de onmiddellijke omgeving bevinden zich de reeds genoemde Hunnebedden. Een geliefkoosde wandeling voor de bezoekers van Havelte is die naar den z.g. Konijnenberg, gelegen achter het gemeentehuis en de pastorie. Op het hoogste punt geniet men van een mooi vergezicht over de weilanden langs de Smildervaart en op de dennenbosschen van Uffelte (goede wandelpaden en bank). De Konijnenberg is te bereiken door het dorp en langs het gemeentehuis of van genoemde uitspanning op de Brink langs schilderachtige landwegen.



Voor hen, die zich wat langer te Havelte kunnen ophouden, is een bezoek aan de ontginningen van de Nederlandsche Heidemaatschappij in het naburige Uffelte aan te bevelen. Links van den weg, langs de Smildervaart, ziet men tegen de bosschen een aardig huis, gedekt met roode pannen, de vriendelijke woning van den boschbaas. Deze is gaarne bereid de bezoekers rond te geleiden, wijzende op alles wat de ontginning en boschcultuur betreft en op welke wijze in slechts weinige jaren de heidevelden en zandverstuivingen in bosschen herschapen zijn. Door deze ontginningen zijn breede wegen aangelegd. In de naaste toekomst, als de stoomtram langs de Smildervaart loopt, zal dit oord zeker veel bezoekers trekken. De jeugdige Havelter vereeniging Het Rijwielpad beoogt het doel het verkeer per rijwiel te bevorderen door het aanleggen en onderhouden van goede paden, gelijk men er reeds vele vindt langs mooi beschaduwde landwegen. Ook wordt gezorgd voor het plaatsen van talrijke wegwijzers.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Blokzijl

BLOKZIJL.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1888, herzien in 1904.

Stadje aan de Zuiderzee met ruim 1500 inwoners. Het gebruikelijke ‘stil’, 't geen voor de meeste steden gelegen aan de Zuiderzee staat, behoeft er niet voor, daar er, dank zij de verschillende industrieën, gewoonlijk nog al heel wat drukte is. Het stadje dateert uit het midden van de 16e eeuw, toen een kanaal gegraven werd van Muggenbeet naar de Zuiderzee. Dit kanaal kwam tot stand op aansporing van JAN VAN LIGNY, graaf van Aremberg. Waar deze waterverbinding den zeedijk bereikte, werd een sluis gelegd, dien men den naam van Groot-Zijl gaf, doch die later Blokzijl werd genoemd, waarschijnlijk ten gevolge van de daaraan gebezigde grondstoffen (blokken hardsteen). Blokzijl behoorde toen onder de gemeente Ambt-Vollenhove, waardoor het thans ook nog geheel is ingesloten. Na de belegering van Steenwijk werd de sluis, waarbij een buurt met haven ontstaan was, door Sonoy versterkt. Den 18den Januari 1609 ontving Blokzijl van Prins Maurits het recht om een waag op te richten; 10 dagen later ontving het een wapenschild. Het kreeg toen ook een afzonderlijke regeering en den 19 October 1672 van prins Willem Hendrik van Nassau, stadsrechten. Onder het Fransche bestuur vormde Blokzijl een eigen mairie; onder Koning Willem I werd het weder met de nabuurschap vereenigd onder den naam Vollenhove en Blokzijl. Deze vereeniging bleef echter maar weinige jaren in stand.
De in 1609 gestichte waag is in of omstreeks 1826 afgebroken. Zij voerde een opschrift dat van Blokzijls snelle opkomst getuigenis geeft:
Blokzijl heeft meer schepen in getal Dan Overijssel heel en al.

De oude vestingwerken zijn verdwenen, doch het stadje, waarvan de havenkom een groot deel beslaat, is door grachten van het omliggend platteland gescheiden. De oppervlakte, die bijna geheel bebouwd is, bedraagt 16 H.A. Op ongeveer een kwartier gaans van het stadje is het strand van de Zuiderzee, in de onmiddellijke nabijheid van het havenlicht, dat zich ruim 1000 M. in zee uitstrekt en zeer goed te bereiken is. Het strand onderscheidt zich van de zandige stranden door haar kleibodem, die bij de langdurigste droogte zelfs, geen stof in de ademhalingsorganen van de wandelaars doet binnendringen, maar enkel de zuivere frissche zeelucht. Vanaf den zeedijk heeft men prachtige vergezichten over de Zuiderzee en het z.g.n. binnenland.



De hierbij afgedrukte foto's geven enkele punten uit de gemeente weer. De eerste geeft U, staande voor het gemeentehuis waarvoor het kanon geplaatst is, een gezicht op den toren der Ned. Herv. Kerk. De toren is voor hen die niet tegen een beetje klauteren opzien, toegankelijk en biedt een prachtig panorama over den omtrek. In de N. H. Kerk, de eerste in Nederland gebouwde hervormde kruiskerk, bevindt zich een prachtig gestoelte, dat uitmunt door het buitengewoon mooie snijwerk. De tweede foto geeft U een beeld op de zoogenaamde Bierkade. Het laatste huis is een hôtel, tevens café.



Plaat 3 schenkt U een blik op de aanlegplaats van de booten op Steenwijk en Zwartsluis; komende van Steenwijk ziet gij voor U de schutsluis, waarachter de havenkolk gelegen is.



Het stadje heeft vele schilderachtige plekjes en jaarlijks komen er dan ook schilders om deze op doek te brengen. Verder zijn er nog vele zeer mooie oude geveltjes, die over 't algemeen in zeer goeden staat verkeeren en een kijkje ruimschoots waard zijn.

Zij, die een wandeling willen maken, kunnen o.a. naar Muggenbeet en zullen daar prachtige waterpartijen vinden en schilderachtige huisjes voorbijkomen. Van Muggenbeet kan men per boot of naar Blokzijl of naar Steenwijk terugkeeren. Bovendien is er ruimschoots gelegenheid tot visschen, en liefhebbers van hengelen kunnen er nog menig vischje verschalken.
Blokzijl is op verschillende manieren te bereiken: vanuit Amsterdam per zeeboot, vanuit Zwolle per Steenwijk I en vanuit Steenwijk met de stoomboot Major, die in elk opzicht naar de eischen des tijds is ingericht en driemaal daags van en naar Steenwijk vaart. Daar de vreemdelingen die Blokzijl bezochten er zich steeds over verbaasden dat er aan de Zuiderzee nog zulk een lief vriendelijk stadje lag, durven wij ook gerust een bezoek aan Blokzijl met warmte aanbevelen.

Gids voor Steenwijk en omstreken: Vollenhove

VOLLENHOVE.


Boven: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1888, herzien in 1904.

Vanuit Blokzijl; waar men met het bootje van 8 uur uit Steenwijk tegen half 10 is aangekomen, kan men in een goed uur loopens over den zeedijk een andere stad aan de Zuiderzee bereiken en wel de stad Vollenhove.



De veranderde toestanden en de zee hebben de plaats veel van hare vroegere belangrijkheid doen verliezen. Ook wat haar omvang betreft, is zij door den invloed der zee sterk achteruitgegaan, hetgeen wel blijkt uit het feit dat de Groote Kerk, die thans aan de binnenhaven staat, zich vroeger in het midden der stad bevond. De liefhebber van vergezichten over land en zee tegelijk kan hier op zijne wandeling langs den zeedijk z'n hart ophalen.
Van de talrijke Havezathen die hier vroeger waren, zijn er slechts enkele over. Oldruitenborgh met de ruïne van Toutenburg in Stad-Vollenhove en de Oldenhof, daarbuiten in Ambt-Vollenhove, zijn de eenige, die den bezoeker nog prachtige boschpartijen bieden.
In de plaats Vollenhove zelf treft men hier en daar nog zeer fraaie gevels uit de 17de eeuw aan.



Een der mooiste gebouwen is wel het Raadhuis, verbonden met het café SEIDEL, waarin een vertrek, de zoogenaamde zeekamer, een heerlijk gezicht over haven en zee te genieten geeft.
Wanneer men lust krijgt wat op het zilte nat te dobberen, er is hier goede gelegenheid! Zoo kan men, mits drie dagen van te voren kennis gevende aan het Bestuur der Ver. tot Bev. v. h. Vreemdelingverkeer te Steenwijk en Omstreken, een boot gereed vinden, die U b.v. naar Schokland zal voeren. Het is hiervoor gewenscht in Vollenhove te overnachten, waartoe in Hotel VAN DER VEEN goede gelegenheid bestaat. Heeft men na afloop genoeg van het water en wil men dus niet langs denzelfden weg terug naar Steenwijk, het punt van uitgang, dan kan men met paard en wagen reizen en een heel aardige rijtoer maken, waarbij men door Sint Jans Klooster, een schilderachtig gehucht komt en een heel eind tusschen het Belter- en Beulakerwijde (groote waterplassen) doorrijdt. En terwijl men bij het aanschouwen van den schelpenweg en het kostbare heiwerk tusschen deze twee meren aan het mijmeren gaat over den strijd der menschen tegen het natte element, krijgt men weldra, via Giethoorn, Steenwijks toren in het gezicht en is men na twee uur rijden weer in de oude veste terug.

Iets uit de geschiedenis van Vollenhove.
In het jaar 943 schonk keizer Otto de eerste aan den Utrechtschen bisschop Bolderikus den 15en het bosch Vollenhove, dat van een woud in een bewoonbare landstreek veranderde. Bisschop Godefridus 28 stichtte in 1165 een kasteel op het land van Vollenhove. In 1354 schonk bisschop Jan van Arkel stadrechten aan de plaats. De langwerpig vierkant gevormde stad had eene oppervlakte van 21 Hect. Volgens oude kaarten waren er drie straten, in de richting van oost naar west: de Groenstraat (de zuidelijke), de Bisschopsstraat (de middenste) en de Kerkstraat (de noordelijke). Later kwam er nog bij de Visschersstraat, die ontstaan is door het dempen van 3/5 gedeelte van de noordelijke gracht. Het bovengenoemde kasteel, gelegen in het westeinde, was opgebouwd van zware muren, van buiten deels van tufsteen, deels van gebakken klei, van binnen gevuld met veldkeien en dichtgegoten met cement. De toren, van dezelfde constructie, was zóó hoog, dat hij bij heldere lucht op het eiland Urk goed zichtbaar was.
In 1309 is het slot door de Stellingwervers belegerd. De burgzaten staken bij een uitval het stormtuig in brand, waardoor meer dan 500 Friezen sneuvelden en de overigen de vlucht namen. Omtrent 1800 is de toren afgebroken en in 1854 is het oude slot Het Oldhuis door het Domein voor afbraak verkocht, nadat het ten tijde van Willem I en Willem II tot fabriek was gebruikt. Aan het opruimen is nog 4 jaar gewerkt. In 1830 zijn door het aanleggen van de buitenhaven de breede grachten met de zee in verbinding gebracht en in 1884 is het grootste deel van het terrein vergraven tot vergrooting van de binnenhaven. Van de drie poorten: de Landpoort aan de oostzijde, de Bentpoort aan den zuidkant en de Trompetterpoort ten westen van het kasteel, is ook niets meer te zien. In de nabijheid van het kasteel stond de St. Nicolaaskerk, ook wel Bovenkerk genoemd. Onder de zerksteenen van het hooge en lage koor bevinden zich de grafkelders, terwijl in de overige ruimten zich de met zerken gedekte graven bevinden. In den Franschen tijd zijn de wapens van deze steenen afgebikt. Een zerk bleef gespaard doordien men hem gedurende 12 jaar in een schuur wist te verbergen, nadat men hem eerst onderstboven op het graf had gelegd. Later is deze fraaie steen, prijkende met 16 wapens, door kerkvoogden in den muur op het lage koor gemetseld. Op het hooge koor vindt men nog een zeskanten steen van Rudolf van Diepholt, bisschop van Utrecht, waarvan de wapens zijn afgebikt. Op het randschrift leest men dat zijn ingewanden in Vollenhove rusten en zijn lijk in Utrecht begraven is. Het orgel dateert van 1687. - Naast de kerk staat de toren, waarin 3 klokken geluid werden. De nog aanwezige klok is gegoten in 1511 door Gerharus de Wou. Hij draagt tot randschrift:
Sanctus Nicolaus is mijn naem
Mijn ghelut zij Gode beqaem.
De Mariakerk of Kleine Kerk, staande in de Bisschopsstraat, is in 1200 gebouwd en in 1500 aan den toren vastgetimmerd. De aanwezige preekstoel is uit het verdronken dorp de Beulaker.
Het stadhuis en de Fransche school op het kerkplein zijn met mooie Bentheimer gevelsteenen versierd. In de Kerkstraat staat de R.C. Kerk, op oude kaarten ‘de Heilige Geest’ genoemd, toebehoorende aan het kerkgenootschap van dien naam en in 1805 opnieuw als kerk in gebruik genomen. De voornaamste havezathen binnen Vollenhove waren: Middachten, Oldhuis, Plattenburg, Westerold, Hagendorp, Marxveld, Lindenhout, Canvevelt, Neijerwal, Oldruitenborgh, Remenshuize, de Haere.
George Schenk van Toutenburg, in 1540 overleden, bouwde aan den zuidkant tegen de stadsgracht een kasteel, met breede grachten omgeven, dat hij Toutenburg noemde. Men vindt er nog een fraaien bouwval van. In 1787 is het gekocht door J.A. de Vos van Steenwijk van Neijerwal. In 1800 zijn de kasteelen Nijerwal en Toutenburg gekocht door A. Sloet van Oldruitenborgh, waardoor de drie havezathen met Benthuis en Cloosterhorst bij elkander de schoone wandeldreven van Oldruitenborgh zijn geworden. Aan den oostkant van de stadsgracht stond het klooster Clarenburg, waarnaast gelegen was de havezathe Iselmuiden. later de Rollecate genaamd; hieraan grenst het mooie landgoed
Tweeneijenhuizen met zijn prachtige wandelingen en bosschen. Op een half uur afstands van Vollenhove, aan den grintweg naar Zwolle, strekt zich uit het groote landgoed den Oldenhof.