zaterdag 30 april 2011

Kampen (1925): Bouwkundige monumenten

BOUWKUNDIGE MONUMENTEN.

Dat de Keizervrije Hanzestad Kampen, die in 1495 door Keizer Maximiliaan tot Keizerlijk vrije Rijksstad werd verheven en reeds vóór 1397 het recht van eigen Munt bezat, een merkwaardige geschiedenis moet hebben, is begrijpelijk. Immers, die oude handelssteden, veelal ontstaan op de hoogst gelegen plaatsen aan onze rivieren, hebben een "natuurlijke groei" gehad, welke dikwerf tot verrassend artistieke uitkomsten heeft geleid. Velen zullen zich herinneren, die oude marktpleinen en mooi zich buigende straten en grachten, waarvan door menigen artistieken gevel de waarde nog wordt verhoogd. Het schilderachtige silhouet van Kampen, dat vanaf den rechter IJsseloever het oog bekoort, wordt vooral sprekend door zijn torenspitsen en dan is het wel de sobere maar elegante piramidale spits van den Boventoren, met daaraan gebouwde Bovenkerk, die al spoedig de aandacht trekt.
De Bovenkerk, aan St. Nicolaas gewijd, is uit een bouwkundig oogpunt het merkwaardigste bouwwerk der stad en een der belangrijkste monumenten van ons land. Wanneer het oorspronkelijk kleine Romaansche kerkje, waaruit in den loop der eeuwen het grootsche gebouw van thans zich heeft ontwikkeld, op deze plek werd gesticht, is niet juist op te geven. Echter meent men aan de hand van verschillende stijlvormen en beschrijvingen de stichting van genoemd Romaansch kerkje te moeten stellen in de 11e eeuw. Met den bloei der stad nam natuurlijk het zielental toe. Gevolg daarvan was vergrooting der kerk. Dit geschiedde in verschillende eeuwen, dus door verschillende geslachten en iedere generatie drukte zich uit in den geest van haar tijd. Wij vinden aan het gebouw dan ook zoowel Romaansche als vroeg- en laat-gothieke-, aan 't koorhek Renaissance- en aan het orgel barokke stijlvormen. De Romaansche kerk werd ± 1345 vergroot. De meest belangrijke vergrooting geschiedde na 1369 in welk jaar schepenen en Raad der stad met den bouwmeester RUTGER MICHIELSZOON van Keulen een overeenkomst sloten. Deze geniale bouwmeester is het geweest, die, dank zij zijn opleiding door goedgeschoolde architecten in de Bouwhut van den Keulschen Dom, Kampen's verheven koorbeuk schiep. Dit juweel van gothieke architectuur te beschrijven laat ons bestek niet toe. Men ga het zien, zoowel in- als uitwendig en men verlustige zich in de weelderig geprofileerde van groefsteen opgetrokken pijlers, in de elegante muurcolonetten, waaruit zich buigend ontwikkelen de booglijnen van het met fresco's versierde netgewelf. Hoewel de koorbeuk zich boven kooromgang en kapellenkrans verheft, mist zij, en dat is merkwaardig, toch de luchtbogen, die aan de buitenzijde de zijwaartsche gewelfdruk zouden moeten opvangen. De bouwmeester heeft die lucht- of schraagbogen echter wel bedoeld te maken, dit blijkt uit de aan de buitenzijde aanwezig zijnde aanzetstukken. Welicht hebben de beperkte geldmiddelen het noodig gemaakt een minder kostbare oplossing te zoeken. En die vond de meester door in de koorbeuk, ter hoogte waar de kromme gewelfribben hare geboorte hebben, horizontale trekankers te doen aanbrengen. Hierdoor echter lijdt de heerlijke ruimtewerking van dit kunstwerk met zijn teergevoelige lijnen en subtielen schaduwval.
Het monument wordt inwendig bekroond door gemetselde kruis- en netgewelven, heeft vijf beuken of schepen, dwarsschip, twee portalen, koorbeuk, waaromheen kooromgang met kapellenkrans. Hiervan zijn het de portalen en de twee buitenste zijschepen, tusschen toren en transept, welke tot de laatste vergrooting behooren. In de 80er en 90er jaren der vorige eeuw werden koorbeuk en transeptgevels op initiatief van den kunstzinnigen predikant, tevens pres. kerkvoogd, A.G. VAN ANROOY, gerestaureerd door den architect I. GOSSCHALK van Amsterdam, met den vermaarden DR. P.J.H. CUYPERS als rijksadviseur. Zoo ver het gebouw uitwendig met kleine steentjes is bemetseld is dit een schending van omstreeks 1860. De toren, waarvan archiefbronnen melden, dat hij zou zijn rechtgezet, afgebroken en in de 17e eeuw herbouwd, bezit nog zijn oorspronkelijke gothieke muren. Op technische en constructieve gronden moet o.i. worden aangenomen, dat die archiefstukken een verkeerde voorstelling van zaken geven. De ranke torenspits werd in 1808 door den stadsarchitect ABR. MART. SORG er op aangebracht. De toren is in weerwil van zijn soberheid en eenvoud toch van een imposante werking. In de kerk vindt men, behalve de merkwaardige steenen zitbank in de koorbeuk, het met Renaissance-ornament besneden koorhek, de rijkgebeeldhouwde in kalksteen en vermoedelijk door Vlamingen vervaardigde preekstoel, de drie fraaie
Renaissance koperen lichtkronen, ook het beroemde in barokstijl opgetrokken orgel. - Voorts ziet men hier in de kapellenkrans achter het koor sierlijk gesmeede grafhekken en het laat-Romaansche steenen doopvont, terwijl achter in het midden van den kooromgang in 1909 een koperen gedenkplaat is aangebracht voor den "grössten
Glockenkunstler der Geschichte" GEERT VAN WOU, van Kampen, die hier ter stede dit kunstvak op zoo eervolle wijze uitoefende, aldaar overleed en op deze plaats werd te ruste gelegd 23 December 1527.


Foto: De Broederkerk

De Broederkerk is het eenige bouwwerk, hetwelk is overgebleven van het voormalige klooster der Franciscaners-minderbroeders, die het in de 15e eeuw in gebruik hadden. Dit klooster omvatte, behalve genoemde kerk, ook de gebouwen, welke hebben gestaan op de plaats waar wij nu de gehoorzaal, de school aan de Nieuwe Markt, de voorm. Latijnsche school, (hoek Nieuwe Markt-Nieuwstraat) en het Politiebureau aantreffen. Dit kerkgebouw, een merkwaardig overblijfsel van laat-Middeleeuwsche baksteenbouw, is wel sober van architectuur, maar die soberheid draagt in zich voornaamheid. - Dit Franciscaner klooster bestond reeds in 1325, maar door de zorgeloosheid der kloosterlingen brandden in 1473 de kloostergebouwen en ook de kerk af. - Nadat de broeders hadden beloofd te zullen leven naar den regel der observantie, steunde ook de stad finantieel den herbouw, waarmede reeds in 1473 een aanvang werd gemaakt. Echter werd die belofte niet nagekomen en het gevolg hiervan was, dat Paus Sixtus IV een onderzoek deed instellen, het klooster deed reorganiseeren en de schuldigen straffen. Na al deze moeilijkheden kon het klooster in 1480 opgenomen worden in de Keulsche provincie dezer orde. De bouw der kerk en andere gebouwen had plaats van 1473 tot 1490. Uitwendig zien wij aan het Oostelijk gedeelte - wat voor vergaderlokaal (het Broederhuis genaamd) dienst doet en waar nu het Burgerlijk Armbestuur is gevestigd - de spitsboog op vrij gelukkige wijze door half cirkelvormige houten ramen gevuld. Het eigenlijke kerkgebouw van thans (eigendom van en in gebruik bij de N.H. gemeente) heeft ook nog de oorspronkelijke spitsbogen der vensters, maar die zijn op onoordeelkundige wijze door ijzeren ramen met glas gevuld. Het Oostelijk deel van het oorspronkelijk kerkgebouw (aan de voorm. Botermarkt) bezit twee veelhoekige koorafsluitingen, waartusschen, wat zeldzaam voorkomt, op schilderachtige wijze de traptoren is aangebracht. De kerk bestaat uit twee evenhooge schepen (beuken), gescheiden door cirkelvormige pijlers met bladkapiteelen voorzien, waarop de bogen der steenen kruisgewelven haar oorsprong hebben Op de daknok zien wij als "dakruiter" het klokketorentje.
In de zooeven genoemde kamer van het Burgerlijk Armbestuur vindt men o.a. nog een op paneel geschilderd H. Avondmaal (1574) van Mechteld Lichtenberg, Echtgen. van Egbert Toe Boecop.
De hierboven vermelde Latijnsche school is een gebouw, hetwelk in zijn constructie van gewelven, moer- en kinderbalken, alsmede in zijn daklijnen nog den 15en eeuwschen bouwtrant doet zien. Het karakteristieke poortje (1631) met trap en fraai gesmeed hek zijn echter uit het Renaissance tijdperk. De zandlooper heeft het bijschrift HORA RUIT. Het Latijnsche opschrift SEMENARIUM ECCLESIAE AC REIPUBLICAE COGNITIO LINGUARUM CLAVIS SCIENTIAE, wijst nog op de oorspronkelijke bestemming van dit gebouw, hetwelk tot voor korten tijd voor lagere school werd gebruikt.


Foto: Klapbrug over de Burgel (op de achtergrond fe Lieve Vrouwe-Kerk)

De O.L. Vrouwe- of Buitenkerk was aanvankelijk aan de H. Apostelen, later aan de H. Maagd gewijd. Sedert 1580 werd het gebouw voor den Hervormden eeredienst bestemd, doch Koning Lodewijk Napoleon gaf in 1809 de kerk aan de Roomsch-Katholieken terug. Reeds in 1387 wordt melding gemaakt van een school aan deze kerk verbonden. Het gebouw, vermoedelijk in het begin der I3e eeuw gesticht, heeft drie evenhooge beuken, is dus evenals de Broederkerk, zooeven genoemd, een hallekerk. Het dwarsschip (transept) is een weinig voorspringend. Het koor en de zijschepen eindigen aan de Oostzijde in veelhoekige absiden. Aan de Zuidzijde van het koor bevindt zich de fraaie sacristie met rijke waterspuwers en stergewelven. De beuken der kerken worden (evenals die der meergenoemde Broederkerk) gescheiden door ronde pijlers met bladkapiteelen en achtkante voetstukken. Het gebouw is van steenen kruisgewelven voorzien. In de I4e eeuw is de kerk vergroot en het was de hiervoren genoemde Keulsche bouwmeester RUTGER MICHIELSZ. VAN KEULEN, die in 1369 aan dit kerkgebouw werkte, en zeer waarschijnlijk deze sierlijke sacristie schiep. Het priesterkoor werd gerestaureerd omstreeks 1895 door den reeds genoemden architect Dr. P.J.H. Cuypers, terwijl men aan het energiek en beleidvol optreden van wijlen pastoor J.M. Gerrits dankt de restauratie, uitgevoerd door H. Kroes, architect te Amersfoort, der vensters, kolommen en gedeeltelijk die van het Noordelijk portaal. De toren aan de Westzijde was oorspronkelijk hooger. In 1607 stortte de spits met een deel der muren in. En in 1867 werd deze toren op onoordeelkundige wijze hersteld.

Wanneer wij den Broerweg op wandelen, valt al spoedig de aandacht op de Doopsgezinde Kerk, die vermoedelijk in 't laatst der 15e eeuw werd gesticht als kloosterkerk van het St. Annaklooster, behoorende aan de Cellezusters der orde van St. Augustinus. Zij werden, naar hare kleeding, ook Zwarte Zusters genoemd. Deze kerk bestaat uit een schip, heeft aan de Groenestraat een veelhoekige koorafsluiting (absis), verder aan de Noordzijde een zeer kunstvaardig gemetselde wenteltrap en een klokketorentje (dakruiter) op de daknok. De oorspronkelijke vensters zijn gedeeltelijk dichtgemetseld en overigens met gemetselde stijlen en maaswerk, waarin gekleurd glas, gevuld. Het ingangspoortje, een werk van genoemden stadsarchitect Abr. Mart. Sorg, dagteekent van ± 1820. In deze kerk bevindt zich een Renaissance-preekstoel (1611) en een modern, maar smaakvol, orgel (1898), hetwelk een ontwerp is van S.P. Bakker.
Van 1595 tot 1818 was dit gebouw eigendom der voorm. Waalsche gemeente. In 1823 werd de Doopsgezinde gemeente eigenaresse, die tot heden dan ook dit kerkje in gebruik heeft.

Aan de overzijde der straat (Broederweg) vindt men een zeer fraai en goed geconserveerd Oud-Hollandsch Hoekhuis, waar, naar alouden trant, een bakker woont. Dit hoekhuis bezit een zeldzaam fraaien Renaissance-trapgevel met zeer gevoelig gehouwen beeldhouwwerk: Demeter (Landbouw) en Dionysus (Wijnbouw) voorstellende, verder kruisvensters, horizontale banden en een door kleur en lijn mooi gestemd gevelvlak.
Weer van de overzijde der Doopsgezinde kerk zien wij een groot nieuw, met toren versierd gebouw van voorname allure. Dit is thans Het Hospitium voor Studenten der Theologische school. Tot 1923 was er het hotel Des Pays Bas gevestigd, welk hotel van 1851 op de Nieuwe Markt en van 1888 tot 1923 op den Broerweg te dezer plaatse aanwezig was en 62 jaren door de familie Breyinck werd geëxploiteerd. Het gebouw, opgetrokken in moderne Renaissance is een ontwerp van wijlen den Amsterdamschen architect A.C. BOERMA, die het in r888 voor rekening der genoemde familie Breyinck bouwde.
Van de drie kerkgebouwen der Gereformeerde Kerk is dat bij het Plantsoen, ontworpen door den kerkenbouwer TJ. KUIPERS, het belangrijkste. Het is niet alleen een zeer ruim en bruikbaar bedehuis, maar ook is het een monumentaal bouwwerk, dat met zijn gemoderniseerd middeleeuwsch karakter een voornamen indruk maakt.

Verder vindt men te Kampen nog de Dordtsch Gereformeerde-, de Oud-gereformeerde- en de Chr. gereformeerde kerk, welke echter allen uit een bouwkundig oogpunt onbelangrijk zijn. Dan moeten nog worden vermeld de Synagoge (1847) aan de IJsselkade en de Ev. Luth. kerk (1843) aan den Burgwal bij de Nieuwe Markt. Beide gebouwen, ontworpen door den stads-architect N. PLOMP, zijn opgetrokken in den klassieken trant van de 40er jaren der vorige eeuw. Vooral de Ev. Luth. kerk mag in zijn soort een geslaagd werk heeten. Het heeft goede verhoudingen en de portiek geeft den gevel een mooien schaduwval. Ook het interieur met het sierlijke orgel bezit een voorname rust.


Foto: De Broederpoort (buitenzijde)


Foto: De Cellebroederspoort (binnenzijde)

De Broederpoort (1615) met haar vier slanke torenspitsen en de Cellebroederspoort (1617) met twee massieve torens, zijn ontworpen door THOMAS BERENDTSZ, gezworen landmeter van Overijssel, die op de middeleeuwsche voet de poorten optrok.
Deze gebouwen, beide aan het Plantsoen grenzende, bezitten den stijl der Hollandsche Renaissance van het begin der 17e eeuw, zijn zeer belangrijke monumenten en van bizondere schilderachtige werking, die vooral wordt veroorzaakt, door de elegante torenspitsen, de rijk versierde en kleurrijke gevelvlakken.


Foto: De Witte of Koornmarktspoort (gezien vanaf de IJsselkade)

Van een soberder, doch meer krachtig karakter is de 14-eeuwsche, geheel in baksteen opgetrokken Koornmarktspoort, de nog eenig overgebleven IJsselpoort der middeleeuwsche vesting. Het is een eenvoudig doch voornaam bouwwerk, dat in zijn uittandingen onder de torenspitsen geestige proeven van metselaarskunst te zien geeft.
Wandelen wij van deze poort langs de IJsselkade tot aan de IJsselbrug dan zien wij vandaar het schepentorentje met het Nieuwe- en Oude Raadhuis.


Foto: Het Oude Raadhuis

Het laatst genoemde is wel een der merkwaardigste raadhuizen van ons land en de Oude schepenzaal wordt, wat haar beeldhouwwerk aangaat, in West-Europa niet overtroffen. Het gebouw, na den brand van 1543 grootendeels herbouwd, is opgetrokken in den overgangsstijl die de laat-Gothiek aan de Renaissance verbindt en het werd gerestaureerd in de jaren 1895- 1905. Rijke daktraceeringen, geprofileerde kruisvensters en elegante hoektorentjes sieren de gevels aan Oudestraat en Voorstraat. Eerstgenoemde gevel krijgt een zeer rijk karakter door de met baldakijns bekroonde beelden van Karel de Groote (de Moed?), Alex. de Groote (de Kracht?') de Matigheid, de Trouw, de Gerechtigheid en de Weldadigheid voorstellende. De ranke topgevel wordt bekroond door dunne pinakels en in het midden ziet men de merkwaardig gemetselde schroeflijnvormige schoorsteen. Het aan de Voorstraat grenzende schepentorentje is door zijn gothieke en Renaissance vormenspraak van een bizonder geestig karakter.


Foto: Schoorsteenmantel in de Schepenzaal van het oude Raadhuis

Ons bestek dwingt ons tot beperking, maar toch willen wij even hier nog noemen de Oude Schepenzaal, welke vanaf het nieuwe Raadhuis te bereiken is. In deze zaal vindt men de in kalksteen opgetrokken en met meesterlijk beeldhouwwerk versierde schouw (1545) van den beroemden Vlaamschen beeldhouwer COLYN VAN CAMERIJCK. Hier wordt het oog bekoord door het in edel wagenschot uitgevoerde beeldhouwwerk van den beroemden schepenstoel van MR. VREDERICK, den stadskistenmaker; hier wordt men getroffen door het gevoelige modellée der engelfiguurtjes, die PETER VAN CRANENDONCK schiep. Verder zien wij hier Oude Vaandels van schuttersvendels, de bekende "rol", waar de advocaten voor pleitten en in de vitrine vindt men het beroemde gildezilver en andere voor Kampen merkwaardige antiquiteiten.
Het Nieuwe Raadhuis was in vroeger eeuwen het Stadswijnhuis, thans is het de zetel van het stadsbestuur. Het gebouw is uitwendig niet van bizondere beteekenis, alleen de laat-empire hoofdtravée aan de Oudestraat, een ontwerp van meergenoemden Sorg, verdient de aandacht. Inwendig treft de deftige burgemeesterskamer, de traphal (1916), de trouwzaal (1888) en de Raadzaal. De verschillende wanden worden versierd door belangrijke schilderijen, waaronder er voorkomen van onze eerste meesters en een fraai gobelin, terwijl in de Raadzaal en de daaraan grenzende Commissiekamer de levensgroote conterfeitsels onzer Oranje's en die der Friesche Stadhouders prijken, waarvan enkelen aan Mierevelt worden toegeschreven.


Foto: Gezicht op de Nieuwe Toren (vanaf de Nieuwe Markt)

In de nabijheid van het Raadhuis, over het fraaie Postkantoor, verheft zich hoog boven zijn omgeving uit de Nieuwe Toren, met zijn Carillon van den beroemden FRANÇOIS HEMONY. Deze toren werd gebouwd in 1649-1664 naar het ontwerp van den vermaarden Amsterdamschen architect PHILIP VINGBOONS. Dit bouwwerk, gerestaureerd in 1923-1925, is typisch voor den stijl der late Hollandsche Renaissance uit de 2e helft der 17e eeuw en het is van die periode een fraai representatief monument.
Des Maandagsochtends en Vrijdagsavonds wordt Hemony's carillon bespeeld. Dan is het een genot, wanneer men op het balcon der Buiten-Societeit zit, terwijl de witte speeljachten over den IJssel scheren, belangstellend te luisteren. Vooral des Vrijdags, als alles verstilt en precies 6 uur de vroolijke klokkenklanken vallen in den vredigen zomeravond, wanneer "de beiaard zingt" en die klanken dan wegsmelten over de oude stad en den imposanten IJsselstroom.


Foto: Het Gothische Huis

Dicht bij dezen toren spreekt tot den opmerkzamen bezoeker de uiterst zeldzame en mooie gevel van het reeds genoemde, aan de Oudestraat gelegen Gothische huis. Dit gebouw, zooals er ons land maar enkele kan aanwijzen, had sinds onheugelijke jaren binnen zijn muren gevestigd het bedrijf van graanhandelaar en winkelier. Het is dus een koopmanshuis en nog wel een uit het Hanzetijdperk. Dit Goth. huis is een zeer merkwaardig en schitterend overblijfsel der laat-gothieke woningbouw en opgetrokken in de fraaie stijlvormen van die periode der Vlaamsche Kunst,welke aan het bouwmeestersgeslacht KELDERMANS herinneren doet. En nu was het een goede gedachte om, behalve het museum der stichting "Campen", hier ook onder te brengen de Openbare Leeszaal met bibliotheek. Deze inrichtingen (geopend 9 Febr. 1921) zijn voor het lezend en studeerend Kamper publiek in den korten tijd van haar bestaan al onmisbaar geworden.
Nog een, en wel zeer oude en hoogst nuttige instelling moet hier worden genoemd, n.l. de aan den Burgwal en Boven-Nieuwstraat gelegen Vereenigde Gast- en Proveniershuizen, bestaande uit het onder een dak gebrachte St. Catharina-, St. Geertruids- en H. Geestgasthuis. Deze "godshuizen", reeds in de 14e eeuw gesticht, zal de oppervlakkige bezoeker niet spoedig opmerken, omdat de gebouwen hoofdzakelijk "van de weg-af" zijn gelegen.
Om een vriendelijk tuintje, dat ons de Vlaamsche Bagijnhofjes in herinnering roept, rijen zich de mooi gebouwde, proper-witte huisjes met 18e eeuwsche geveltoppen, met boven- en onderdeuren, versierd door blinkend gepoetst koperwerk. Aan den Burgwal vindt men nog rijkgebeeldhouwde 17e eeuwsche dakkapellen, welke afkomstig zijn van het voormalige H. Geest-gasthuis, destijds over de N. Markt gelegen. Van het interieur moet worden genoemd de Regentenkamer, alwaar een zeer zeldzaame verzameling schilderijen, waaronder z.g. primitieven, wordt bewaard.
Nog andere inrichtingen voor ouden van dagen zijn de z.g. "Vergaderingen", (in Holland Hofjes geheeten) waar een klein aantal, gewoonlijk weduwen, haar ouden dag doorbrengen. Hoewel Kampen vroeger wel een achttiental "vergaderingen" bezat, zijn die grootendeels verdwenen en anderen weer tot één gesticht samengevoegd. Maar de Vergadering In Bethlehem (1631), is een der weinige, welke nog haar zelfstandigheid hebben behouden. Zij is gelegen aan de Buiten-Nieuwstraat; daar ziet men haar prachtig geveltje met sierlijk beeldhouwwerk, waarvan de Kerstnacht vooral het oog bekoort.


Foto: Het Weeshuis aan de Vloeddijk (thans in gebruik voor de School voor Verlofsofficieren)

Spraken wij zooeven over hulpbehoevende ouden van dagen, ook voor de onverzorgde jeugd bezit Kampen in Het Burgerweeshuis op den Vloeddijk een mooie instelling. Het gebouw, dat wij thans kennen, dagteekent van 1891, is comfortabel en ruim ingericht, en gebouwd naar het ontwerp van de Zwolsche architecten W. en F.C. Koch. Het bezit ruime leer- en speellokalen en al datgene wat noodig is voor opvoeding en ontspanning. Op deze plek, waar reeds in 1460 het St. Bregitten-Convent werd gesticht, was in 1657 in het oude gebouw het Arme Weeshuis of Kinderhuis gevestigd, dat, zooals het berijmde opschrift boven het oude poortje vermeldt, in 1719 weer werd verbouwd. Het oude weeshuis heeft echter in 't begin der vorige eeuw als Kazerne dienst moeten doen, maar in 1842 werd het gebouw weer tot weeshuis bestemd. De weezen van het Groot Burger weeshuis zijn ook hier in 1923 ondergebracht. Eenige oude schilderijen, waaronder een 15e eeuwsche triptiek, die de regentenzaal sieren, zijn van het G.B. Weeshuis afkomstig.

Wij zouden niet volledig zijn, wanneer wij hier niet noemden het Ziekenhuis Engelenbergstichting, de school voor verlofs-officieren met de monumentale gevel aan de Koornmarkt en het gebouw voor H.B. School (thans Lyceum) en Gymnasium. Van het nieuwe gebouw der Theolog. School wordt hierachter gesproken.


Foto: Het Ziekenhuis "De Engelenberg-Stichting"

Het ziekenhuis, gebouwd op een gedeelte van het stadsplantsoen en gedempte Singelgracht, naar de plannen van den architect W. KROMHOUT CZN., werd in 1916 in gebruik genomen. Het draagt een modern karakter en bevat alles wat een thans goed ingericht ziekenhuis behoeft. Het wordt omgrensd door een fraaien tuin en is rustig gelegen aan het Plantsoen, beide aangelegd door den bekenden tuinarchitect Leonard A. Springer van Haarlem. Door een legaat van MEVR. VAN DIGGELEN, geb. ENGELENBERG kon voor het grootste gedeelte in de bouw- en oprichtingskosten voorzien worden; het ontbrekende betaalde de gemeente.
In de onmiddellijke nabijheid ziet men hier de H.B. School met het daaraangebouwde Gymnasium. Dit bouwwerk van den stads-architect wijlen W. Koen, werd ongeveer 1883 gesticht. Het ademt den geest van zijn tijd. De klassieke vormen, die hier wat dor aandoen, zijn domineerend. Echter kenmerkt dit gebouw toch een zekere rust en voornaamheid. Voor het onderwijs is dit schoolgebouw goed ingericht. Het bezit, behalve zijn groot aantal leslokalen, ruime laboratoria, groote teekenzalen, natuurkundige cabinetten enz.

Wij zouden hier nog kunnen herinneren aan vele merkwaardige iooonhuisgevels, welke versierd zijn door fraai beeldhouwwerk, maar wij moeten ons bekorten. Alleen willen wij even vermelden de prachtige Kruisdragende Christus (1538), welke boven den ingang van het vroegere ziekenhuis (laatstelijk Mil. hospitaal) aan den Vloeddijk bij de Molenstraat, wordt aangetroffen. Dit Ziekenhuis, vroeger "Calvariën" geheeten, was aanvankelijk "Het Pesthuis op de Belt", dat in 1538 gesticht werd door EILART CROMME, "pilgherum van Herusalem": Van CROMME hangt het portret thans in de regentenkamer der Engelenbergstichting.

A.J. Reijers

Kampen (1925): Het Kamper-Eiland

HET KAMPER-EILAND EN OMGEVING.

Er is zeker geen tweede Gemeente in ons land aan te wijzen die een dergelijk aaneengesloten uitgestrekt landelijk bezit heeft als de Gem. Kampen. In de omgeving domineert dan ook dit Gemeentelijk bezit en maakt, dat in de geheele gemeente Kampen slechts een zeer klein aantal eigenerfde boeren wordt aangetroffen, terwijl zich ook overigens slechts zeer weinig land in handen van particulieren bevindt. In een wijde boog strekken zich deze landerijen uit, Zuidwaarts, Noordwaarts en Westwaarts van de stad, slechts hier en daar onderbroken door een perceel in eigendom bij een particulier. Evenals het ontstaan van de grond zelf, ligt ook de oorsprong van het eigendomsrecht, dat de stad Kampen uitoefent, ver terug in 't grijze verleden. De bodem is geheel van alluvialen oorsprong, ontstaan als ze is door de voortdurende overstroomingen van de zee en den IJssel, welke laatste in zijn watermassa's onafgebroken slib aanvoerde dat hier in de delta langzaam bezonk. Hier en daar ontstonden kleine eilanden die door de voortdurende aanslibbing langzaam grooter werden.
Vrij algemeen wordt aangenomen, dat Kampen als nederzetting dateert van omstreeks 1200. Deze nederzetting vond op een eiland in den mond van den IJssel een geschikte gelegenheid voor de uitoefening van het landbouwbedrijf en de visscherij. Deze gronden, door de zee gevormd en bij hoogen waterstand telkens overstroomd, waren eigendom van den landsheer, die zorgvuldig zich dergelijke gronden voorbehield en zijn aanwasrechten deed gelden. Het landsheerlijk gezag werd uitgeoefend door de bisschoppen van Utrecht, die allengs het oppergezag over geheel Salland verkregen. De toestand was dus oorspronkelijk deze, dat alle gronden in de naaste omgeving van Kampen eigendom waren van Utrechts bisschop, zoomede de schorren en aanwassen in de mond van den IJssel en langs de kust. Deze toestand moet niet bevredigd hebben, vooral niet toen spoedig het vlek Kampen zich begon uit te breiden en de behoefte aan land zich sterker deed gevoelen. Het feit, dat Kampen medegewaard was in de marke van Mastenbroek, kon hierin eenigszins voorzien.
Opmerkelijk is wel het feit, dat schijnbaar in Kampen nimmer gemeenschappelijk grondbezit, in den vorm eener onverdeelde marke, heeft bestaan. Zulks in afwijking met overal elders in Overijsel, waar juist deze oud-Germaansche vorm van grondbezit diep wortel had geschoten. De omgeving behoorde tot de regalia en was dus eigendom van den landsheer. Deze laatste moest echter rekening houden met het zich ontwikkelende vlek Kampen, waar de behoefte aan grond zich steeds sterker deed gevoelen. We zien dan ook dat tusschen 1250 en 1267 (de juiste datum is niet bekend) bisschop Hendrik van Vianden aan de burgerij van Kampen toestaat, de gronden ten zuiden van de stad (de broeken en andere weiden) te gebruiken tegen een jaarlijksche uitkeering van vijf solidi gewone munt. Ook nu ontstonden geen markegronden daar deze concessie niet geschiedde ten behoeve van markegenooten of een bepaalde groep van burgers, doch aan het stadsbestuur.
In 1364 werd de Marke van Mastenbroek verdeeld waarin Kampen voor een aanmerkelijk deel gewaard was, en waarbij Kampen zijn aandeel in die gronden afstond aan bisschop Jan van Arkel in ruil voor de Kampereilanden met het daartoe behoorende aanwasrecht. In 1364 was dus reeds het landelijk bezit der gemeente zeer uitgebreid. Door aanslibbing is de oppervlakte echter nog aanmerkelijk toegenomen en heeft zoo na eeuwen de vorm aangenomen die het thans bezit.
De landerijen der gemeente liggen als gezegd, in een wijden kring ten Zuiden, Westen en Noorden van de stad. Westelijk van de stad vindt men een 8-tal gemeenschappelijke weiden benevens 25 boerenerven, alsmede complexen los land. Rechts van den IJssel en verder begrensd door 't Ganzendiep, vindt men het eigenlijke Binneneiland, waarvan weer door het Regterdiep de z.g.n. Kattenwaard als een apart eilandje met 4 boerderijen, wordt afgescheiden. De Mandjeswaard met 14 boerderijen ligt ten Noord-Oosten van het Binneneiland en wordt omspoeld door 't Ganzendiep en de Goot, terwijl dan nog aan de rechteroever van de Goot de polder "de Pieper" ligt, welke polder ook grootendeels eigendom is van de Gem. Kampen.
De hoogteligging van den bodem varieert van ongeveer A. P. tot 1 M. + A. P. en hooger, de meeste gronden 0.50 M. + A. P. De bodem is van uitstekende hoedanigheid en bestaat uitsluitend uit kleigrond. Over 't algemeen is de kleigrond niet bijzonder zwaar en daarom dan ook van nature geschikt zoowel voor weiland als voor bouwland. 't Laatste wordt echter weinig gevonden daar de gronden niet voldoende tegen overstrooming beschermd worden. Wel is het geheel met dijken omgeven, doch deze zijn gemiddeld niet hooger dan 2.15 M. + A. P. Voor de zomermaanden is deze bescherming voldoende doch tijdens de wintermaanden bij storm kan het water rijzen tot 3 M. + A. P. en hooger.

De landerijen der Gemeente zouden als volgt kunnen worden ingedeeld: algemeene weiden, erven, losse landerijen, biesvelden en rietland.

De stadsweiden liggen met uitzondering van ééne weide (Seveningen) alle aan den linker oever van den IJssel. Zeer dicht bij de stad liggen de 4 Broekweiden en de Greente, dienende resp. tot weide voor het vee van de Groot- en Buitenburgers, die daarop tegen een door den Raad vast te stellen weidegeld en onder de door dit College te stellen voorwaarden melkvee mogen opslaan.

Iets verder verwijderd liggen nog 3 andere gemeenschappelijke weiden n.l. het Hagenbroek, de Nieuwe Weide en de Melm terwijl op het z.g.n. Binneneiland nog een gemeenschappelijke weide (Seveningen) wordt gevonden. Op deze laatste 4 weiden mogen ook ingezetenen, niet-grootburgers, vee opslaan, zij 't dan tegen een hooger tarief.

De gemeenschappelijke weiden hebben in totaal een oppervlakte van ruim 760 H.A. Wordt in een jaar zeer weinig vee aangeboden dan wordt een gedeelte gehooid. Het beheer berust bij een College van Weidemeesters uit en door den Raad benoemd.
De opslag was over de laatste jaren als volgt:
1920 in totaal 1645 stuks vee.
1921 ,, 1385 ,,
1922 ,, 1926 ,,
1923 ,, 1367 ,,
1924 ,, 1359 ,,
Dit vee was afkomstig van groot-burgers en van ingezetenen. Inwoners uit andere gemeenten mogen geen vee opslaan. In 1924 maakten 117 groot-burgers van hun recht om vee op te slaan gebruik. Het dagelijksch opzicht is opgedragen aan oppassers, die
eveneens voor het regelmatig verslaan moeten zorgdragen. Verder zijn bepaalde weiden uitsluitend bestemd voor melk- en dragend vee, terwijl op andere ook paarden en jong vee worden toegelaten.

De Gemeente Kampen bezit verder in eigendom 98 erven met een totaal oppervlakte van 3628 H.A. Hiervan liggen 25 op den linker- en 73 op den rechter-IJsseloever. De kleinste boerderij is 24,72.30 H.A. groot en de grootste 58.76.55 H.A. Meest voorkomende grootte tusschen 30 en 40 H.A.
De erven worden in 4 groepen telkens voor een tijdperk van 4 achtereenvolgende jaren verpacht, waarbij de zittende pachters telkens in de gelegenheid worden gesteld het erf opnieuw in te huren tegen een huursom die door den Raad wordt vastgesteld, gehoord een Commissie van taxateurs bestaande uit 3 personen. De pachters stellen er doorgaans grooten prijs op, de erven over langere jaren te mogen bemeieren, terwijl de gemeente van haar kant zulks eveneens z.v.m. bevordert. De pachtprijs houdt natuurlijk verband met de kwaliteit van den bodem; de beste perceelen doen f 130.- per H.A. en meer, terwijl de mindere kwaliteit in dezelfde mate minder huur doet.
Vooral in de oorlogsjaren en vlak daarna zijn de pachtsommen aanzienlijk gestegen. Dit moge blijken uit 't volgende staatje, waarin wordt weergegeven de bruto-pachtopbrengst over de jaren 1914 t/m 1924:
1914 f 281.006.-
1915 - 288.514.-
1916 - 293.253.-
1917 - 303.970.-
1918 - 305.162.-
1919 - 355.137.-
1920 - 403.577.-
1921 - 462.146.-
1922 - 496.443.-
1923 - 477.859.-
1924 - 459.491.-

De boerderijen bestaan bijna geheel uit grasland, in 1923 was op de 98 erven in totaal nog 25 H.A. bouwland aanwezig; in de geheele gemeente is 56 H.A. bouwland. Mocht in de toekomst de afsluiting van de Zuiderzee een feit worden, dan zal overwogen kunnen worden, of uitbreiding van de oppervlakte bouwland aanbeveling verdient.
De veehouderij is op de stadserven van groote beteekenis. De gemeente als eigenaresse is mede van oordeel dat aan de veehouderij zoo groot mogelijke uitbreiding moet worden gegeven; voor elk erf is dan ook een minimum beslag vastgesteld, varieerende van 15 tot 37 stuks rundvee boven den 2-jarigen leeftijd. In totaal moeten op de erven gehouden worden minstens 2469 stuks rundvee boven den 2-jarigen leeftijd, doch men mag gerust aannemen dat gemiddeld, het jong-vee meegerekend, wel 4000 stuks rundvee aanwezig zijn.
Sinds de fabriekmatige bereiding van zuivelproducten haar intrede heeft gedaan, heeft de verwerking van de melk tot boter en kaas op de boerderij een einde genomen. De melk wordt thans geleverd aan zuivelfabrieken, waarvan er twee in de stad gevonden worden n.l. een coöperatieve en een particuliere.
Naast de melkwinning is de fokkerij van veel beteekenis. Door middel van een fok- en controlevereeniging tracht men daarin elkander te helpen. Aan de paardenfokkerij wordt weinig gedaan; de schapen- en varkenshouderij is evenmin van veel belang.
Een verdere bron van inkomsten voor het Kampereiland is nog de hooihandel. Het eilander hooi heeft door zijn goede hoedanigheden een zekere roem verworven. Hoewel de hoeveelheid voor de verschillende jaren nogal zeer sterk uiteen kan loopen, zoo mag men die toch wel vaststellen op gemiddeld 4.000.000 K.G. per jaar.
De gemeente heeft door een goed wegennet de aan- en afvoer van producten ten zeerste vergemakkelijkt. Alle boerderijen liggen aan harde wegen, terwijl drie pontveeren toegang geven tot de verschillende deelen van het eiland.
Naast deze 98 erven bezit de gemeente nog c.a. 490 H.A. grasland dat als hooi- of weiland telkens voor een tijdperk van drie jaar publiek wordt verpacht. Deze z.g.n. losse landerijen liggen gedeeltelijk in de polder "de Pieper", gem. Genemuiden, rechts van de Goot en voor een ander deel ten Zuid - Westen en Westen van de stad in het Haatland en de polder "Dronthen".

Langs de West- en Noordkust worden vrij uitgestrekte bies- en rietvelden gevonden. Hier is het dat de IJssel groote hoeveelheden water in zee stort door zijn 4 uitmondingen Keteldiep, Rechterdiep, Ganzendiep en Goot. Een breede strook water voor de kust blijft daardoor zoet en is geschikt voor de groei van biezen en riet. De biesvelden beslaan een oppervlakte van +270 H.A., telkenjare wordt door aanplanting het veld vergroot. De gemeente beoogt met deze aanplanting een tweeledig doel: eerstens vormt de biezencultuur een zelfstandige bron van inkomsten voor de gemeente; zoo bedroeg de opbrengst in de jaren 1922, '23 en '24 resp. f 23055. -, 13015. - en f 23085. -, waartegenover slechts geringe uitgaven staan; doch daarnaast wordt door de biesaanplanting de landaanwinning door aanslibbing ten zeerste in de hand gewerkt. De oppervlakte buitenland neemt jaarlijks toe. Door den Raad is besloten in 1925 75 H.A. in te polderen, Noordwaarts van de Mandjeswaard; meerdere complexen komen binnenkort eveneens voor inpoldering in aanmerking. Heeft de bodem van de biesvelden een bepaalde hoogte bereikt, dan worden de groeivoorwaarden voor de biezen ongunstiger en de biezen beginnen te kwijnen om plaats te maken voor riet. De gemeente heeft daardoor ook nog de beschikking over vrij uitgestrekte rietvelden. De totale oppervlakte bedraagt c.a. 190 H.A. Telken jare wordt 't rietgewas verkocht om in de wintermaanden gesneden te worden. De opbrengst bedroeg over de jaren 1920 t/m 1923 resp. f 3286. -, f 1880. -, f 3602.- en f 2818.-.

Uit vorenstaand blijkt dus wel dat de landelijke eigendommen voor de gemeente van de allergrootste beteekenis zijn. De oppervlakte van alles saam (weiden, erven, losse landerijen enz.) bedraagt c.a. 5338 H.A. De inkomsten die de gemeente hieruit trekt zijn belangrijk; in de oorlogsjaren en vlak daarna zijn deze aanmerkelijk gestegen om in 1922 't hoogtepunt te bereiken, waarna weer een daling is ingetreden. Over 1922 was de netto-opbrenst der eilanden enz.f 597.257. -, en over 1923 bedroeg deze f 536.965.-. In 1922 is van de landelijke bezittingen een zelfstandige dienst gemaakt.
Tenslotte zij er nog op gewezen dat het Kampereiland den natuurliefhebber veel schoons biedt. Mooi zijn in den zomer de uitgestrekte groene weiden met 't grazende vee waartusschen de breede rivieren zich een weg hebben gebaand. De met riet begroeide oevers en kolken geven aan het landschap iets bekoorlijks evenals de hoog op terpen gebouwde boerderijen, waaromheen knotwilgen en ander geboomte, aan de streek een eigenaardig karakter verleenen. Een bezoek aan de bies- en rietvelden is zeer interessant, vooral voor den vogelliefhebber, door de aanwezigheid van talrijke, waaronder weinig elders voorkomende vogelsoorten.

J. Haverkamp

Kampen (1925): Algemeene stadsbeschrijving

ALGEMEENE STADSBESCHRIJVING.

Kampen en de IJssel
Kampen is "de IJsselstad" bij uitnemendheid. Meer nog dan dat van Zutfen en Deventer is haar historisch verleden beïnvloed geworden door de gunstige ligging aan en nabij de uitmonding van de rivier en al moge in later tijd de beteekenis van den IJssel voor het grootverkeer sterk zijn verminderd, de belangen van Kampen zijn daarmee nog steeds ten nauwste verbonden. Ook afgedacht van de rijke schenking der vruchtbare delta is de beteekenis van de prachtige rivier in velerlei zin niet hoog genoeg aan te slaan. Om te beginnen is zij de draagster van het verkeer, staat handel en nijverheid, zuivelproductie, hooibouw en visscherij ten dienste, brengt beweeg, leven en vertier langs haar kaden. In den loop van 1923 zijn 2203 stoombooten met een gezamenlijken inhoud van 246.000 ton en 1050 zeilschepen met 199.000 ton van hier de rivier opgevaren en zijn 2204 stoomers, inhoudende 259.000, en 2074 zeilschepen, inhoudende 312.000 ton, stroomafwaarts gaande, de IJsselbrug gepasseerd. Deze booten behooren grootendeels tot vaste stoomvaartdiensten, alhier door een agentschap vertegenwoordigd, zooals : de Zutfensche Stoombootdienst Zutfen-Kampen-Leeuwarden, de Zaandamsche Motordienst Zaandam-Kampen-Zutfen, de stoombootdiensten Zwolle-Kampen-Amsterdam-Rotterdam en Zwolle-Kampen-den Haag-Delft, beide laatste van de reederij Van der Schuyt. Voorts de dagelijksche verbinding Zwolle-Kampen-Amsterdam van de reederij Verschure met de groote, comfortabele salonbooten "Zwolle" en "Kampen", welke een geregelden nachtdienst en gedurende de zomermaanden tevens een dagdienst onderhouden.
Bij gunstig weer wordt dan druk geprofiteerd van de gelegenheid om voor matigen prijs een heerlijk zeereisje of riviertochtje te maken. Behalve de hier genoemde booten, welke Kampen op doorreis aandoen, zijn er ook, welke hier haar basis hebben. En van deze verdienen vooral de Urker booten vermelding. Een eervolle vermelding! Ieder, die kranten leest, kan toch weten, wat een goeden naam deze postbooten hebben als zeebouwertjes en welk 'n kranigen staat van dienst haar bemanning kan overleggen. Iederen ochtend vaart een der beide, aan de Urker Stoomvaart-maatschappij behoorende booten van Kampen af, om via Urk naar Enkhuizen te varen en iederen namiddag komt er een hier voor den wal terug. De eene is de om haar "vast liggen" gezochte en wegens haar roemruchtige avonturen vermaarde Jhr. von Geusau ; de andere de voor kort aangekochte, keurig ingerichte Insula. De Urker Maatschappij is tevens contractueel belast met het overbrengen van de post en vandaar, dat des winters bij stremming van de vaart, zelfs bij zwaren ijsgang, haar booten nog tot het uiterste den dienst onderhouden. Pas wanneer het ijs zich in zee vastzet, geven zij den strijd op en het is bij zulke gelegenheden, dat momenten van perikel worden doorgemaakt. Houdt de vorst aan, dan komt de beurt aan de "ijsvletten" . Uit tegenovergestelde richtingen, van Urk en van den uitersten punt van het Kamper Eiland, wordt getracht over en door het ijs Schokland te bereiken; daar wordt dan "gewisseld" en vervolgens de terugtocht aanvaard. Wat zoo'n tocht beteekent, waarbij de vlet om beurten dienst moet doen als slede en als boot en welke vermoeienissen en gevaren de stoere kerels daarbij trotseeren, is bij herhaling beschreven. Thans is een overeenkomst aangegaan tusschen de Urker Stoombootmij en de K. L. M., waarbij de laatste zich verbindt, om bij ijsgang zoo mogelijk tweemaal per week de post naar en van Urk te vervoeren per vliegtuig uit Schiphol, waarvan dan hoogstens zes passagiers gebruik kunnen maken.


Foto: IJsselbrug: poort stadzijde

Na deze verbinding kunnen verder genoemd de lijnen Kampen-Zwolle-Nijmegen, Kampen-Zwolle-Utrecht-Rotterdam en Kampen-Zwolle- Tiel-den Bosch, alle onderhouden door de reederij Van der Schuyt. Voorts maakt de stoomboot "Koophandel" twee keer per week de reis naar Amsterdam, het stoomertje "Paul Kruger" vaart dagelijks heen en weer naar Hattem en een motor-vrachtbootje onderhoudt de verbinding met Apeldoorn.
Buiten deze booten leggen voortdurend tal van zeilschepen te Kampen aan en bij het wachten op gunstige vaargelegenheid kan het voorkomen, dat ze langs de kaden in rijen van zes en meer naast elkander gemeerd liggen. Het "liggeld" bedraagt hier slechts een halve cent per ton (van 1000 K.G. laadvermogen) per etmaal en bij abonnement nog minder, terwijl het .walgeld" (bij tijdelijken opslag van goederen op de kade) voor het gebruik van elke 50 M2. wal niet meer is dan f 0.20 per dag of bij abonnement f 50.- per jaar.
Groote aken worden gesleept of liggen op stroom en jachten, verschillend van bouwen van afmeting, behooren mede tot de geregelde bezoekers, terwijl men een enkele maal een der kleinere marine-vaartuigen ook ligplaats kan zien kiezen.
In verband met het hoofdbedrijf der boerenbevolking is de hooiverscheping hier van beteekenis en een groot deel van het jaar brengt zij bedrijvigheid aan de kade beneden de brug.
Voor de Zuiderzee-visschers is de Kamper "afslag" als gemakkelijk bereikbaar, een gezochte afzetplaats en geregeld wordt hun aankomst naar ouden trant bij bekkenslag den volke bekend gemaakt; de jaarlijksche omzet aan den afslag beloopt ongeveer f 23.000.-.

Geeft deze vluchtige opsomming eenig denkbeeld van de beteekenis der rivier ten bate van het verkeer en ter bevordering van leven en bedrijf, nog in velerlei ander opzicht is de IJssel voor Kampen van waarde. En hierbij kan gedacht aan het genot van baden en zwemmen in het frissche, levende water. Om dit genot te verhoogen heeft het gemeentebestuur in de jaren 1912/13 doen bouwen een keurige zweminrichting, 57 bij 22 meter buitenmaat,welker massief ijzeren bovenbouw rust op een 15-tal grootere en kleinere pontons van gewapend beton. Het diepe bassin voor de geoefende zwemmers is 32 M. lang en 16 M. breed, dat voor de nog ongediplomeerden en dat voor de kinderen zijn elk 16 M. lang en 10 M. breed. De op stroom liggende inrichting verheugt zich doorloopend in druk bezoek van jong en oud - het vrouwelijk element daaronder sterk vertegenwoordigd - en bij warm weer is zij herhaaldelijk "uitverkocht". Dan is het waterballet daarbinnen in vollen gang en heerscht er een vroolijke drukte; het is een loopen en springen, ploeteren en plassen, roepen en schateren, dat zelfs op de ouderen aanstekelijk werkt. De toegangsprijzen zijn matig gesteld: 15 cent voor een bassin- en 22,5 cent voor een kuipbad, terwijl de inrichting des avonds eenigen tijd "kosteloos" is opengesteld voor minvermogenden. De schooljongens bezoeken klasgewijs onder geleide en toezicht hunner onderwijzers het bad om er het zwemmen te leeren.
Voor beoefening van verdere watersport is Kampen schitterend gelegen. Op het breede water, nu eens rustig en vlak als een spiegel, dan zich plooiend tot speelsche golfjes, soms wild en onstuimig met witgekuifde baren, kan ieder genieten op zijn getij; de ranke kano en de vlugge giek even goed als de laveerende zeilschuit en de snelle motorboot. Niet allen, die zeil of riemen hanteeren, doen dit echter voor hun genoegen. Er zijn er ook, die hun dagelijksch broodje zoeken te verdienen door jacht te maken op de geschubde bewoners. Bijna het geheele jaar ziet men de visschers bezig met het uitzetten en binnenhalen van hun netten, welke in soort verschillen naar het jaargetijde; van sleepnetten en staand want, van fuiken en aalkorven wordt te bestemder tijd en plaatse gebruik gemaakt. Aan het visschen op steur wordt den laatsten tijd wegens gebrek aan resultaat weinig meer gedaan; tot voor weinige jaren werden nu en dan nog enkele van die kolossen, waaronder exemplaren van honderden ponden gewicht, door Wilsummer visschers bemachtigd, een buitenkansje! want het buitenland (Parijs) betaalde voor de kaviaar een goeden prijs.
Hoe talrijk en veelzijdig dus de gunsten van IJsala jegens Kampen zijn, een enkele maal toch kan haar omarming te innig, zelfs benauwend worden. Dat is namelijk het geval, wanneer bij een sterken, doorstaanden noordwester de uitstrooming van het rivierwater verhinderd wordt door een hoogen stand der zee voor den oostwal. Dan kan het rivierwater in korten tijd enorm opzetten. Zoo steeg in den nacht van 2 op 3 December 1917 het peil binnen enkele uren tot 2.91 boven A. P. en twee jaar te voren in den bangen nacht van 13 op 14 Januari 1916 was het nog heel wat erger, want toen werd op zeker oogenblik een hoogte van 3.13 A. P. (dit overigens een hooge zeldzaamheid!) bereikt. Wat een dusdanige waterstand beteekent, kan men eenigszins beoordeelen, wetende dat de hoogte der kaden om de buitenpolders berekend is op een peil van 1.90 en dat het Kamper Eiland begint in te loopen bij een rivierstand van 2.25. Wat men dan in die richting te zien krijgt, is één uitgestrekte watervlakte, waarboven alleen de uitstekende boomrijen de wegen markeeren, terwijl ieder (op een terp gebouwd) boerenerf in een eilandje is verkeerd, zoodat de verbinding onderling en met de stad slechts per roeiboot onderhouden wordt. Een minder benijdenswaardige positie, welke intusschen door de pachtersfamilies niet al te tragisch wordt opgenomen en gemeenlijk ook slechts van korten duur is. Bovendien mag niet uit het oog verloren, dat deze streken aan de herhaalde inundaties haar tegenwoordige vruchtbaarheid te danken hebben. Wanneer echter dergelijke hooge was samengaat met ijsgang, kan dit reden geven tot bezorgdheid, spanning zelfs. Het is voorgekomen, dat de IJsselbrug, ondanks haar uit ijzer geconstrueerde bovenbouw en stevige torens, rustende op zware, zorgvuldig gefundeerde pijlers, beefde en schokte op haar grondvesten. Steeds heeft zij echter aan dergelijke zware beproeving glansrijk weerstand kunnen bieden.


Foto: De IJsselbrug

Deze brug, waarvan de bouwkosten bijna vier ton vereischten, is tusschen 1872 en '74 gebouwd naar een ontwerp van het ingenieursbureau Nierstrasz, terwijl tien jaar later de fundeering der pijlers nog verbeterd en verzekerd is naar plannen van den Delftschen hoogleeraar Telders. Boven den ingang aan de stadszijde is de Landbouw in beeld gebracht, terwijl de Kamper Stedemaagd troont boven de andere ingangspoort. De voorgangster van déze was een houten brug, welke toen reeds bijna twee en een halve eeuw had dienst gedaan, hoewel ze, vooral na storm en ijsgang, voortdurend groote herstellingen eischte. En ook die brug had al een voorgangster gehad, want volgens de chroniek werd den 29 April 1448 op deze plaats aangevangen met het bouwen van een brug, ondanks het protest van Deventer en van de Duitsche Hanzesteden, die daarvan
nadeel vreesden voor haar belangen. Zelfs werd een beslist verbod uitgevaardigd door den Roomschen koning Frederik, maar Kampen ging rustig met den arbeid voort en voltooide den brugbouw.


Industrie
Het zal wel geen verklaring behoeven, waarom vele ondernemers voor de vestiging hunner zaak een punt hebben gekozen aan of in de nabijheid van de rivier. Reeds hiervóór is melding gemaakt van de Kamper Emaille-fabrieken met haar meer dan 600 arbeiders, welker producten onder het alom bekende en gerenommeerde merk BK hun weg vinden tot buiten de landsgrenzen en niet het minst naar de Koloniën. Dan liggen vlak aan het groote water de beide kapitale fabrieken van Van Heel's Cond. Milk Cy Ltd., de eene buiten de Venepoort, de andere op Seveningen (den zuidelijken punt van het Kamper Eiland), welke uit wijden omtrek de melkbussen doen aanbrengen met zware vrachtauto's en met elkander geregelde verbinding onderhouden door platte motorschuiten. Even gunstig zijn gelegen de Chemische Fabriek ter vervaardiging van magnesium, de zeepziederij Walkate en Rodenberg, de machine-fabriek W. E. Penning, de Kamper Brandstoffenhandel, de houthandel P. Cramer met uitgestrekte opslagplaatsen, de steenfabriek Gebrs. Van Hasselt, de scheepswerf Schepman, de constructiewerkplaats Hammers & Zn., alle de rivier zoekende voor den aanvoer van grondstoffen en goeddeels ook voor de verzending der gefabriceerde producten.

Onder de te Kampen vertegenwoordigde bedrijven neemt van ouds de tabaksindustrie een eerste plaats in en nog steeds zoekt de grootste helft der arbeidersbevolking haar bestaan in de sigarenfabrieken, waarvan het aantal, groot en klein, den laatsten tijd tot boven de 60 gestegen is. Men zou zich echter vergissen met hierin een bewijs te willen zien van grooten bloei in het bedrijf. Eer is het omgekeerde het geval. De sigarenindustrie kampt reeds eenige jaren met een chronische malaise, veroorzaakt in de eerste plaats door sterke vermindering van den export, vooral naar Duitschland en Skandinavië, en ook door verminderde vraag van den binnenlandschen afnemer in verband met de prijsverhooging van het artikel. Die verhooging vindt weer haar verklaring voor een deel in den sterk opgevoerden marktprijs der goede tabakken en den (bij vroeger vergeleken) hoogeren loonstandaard, voor een deel ook in de bepalingen der jongste wetgeving. Deze schrijft namelijk voor, dat alle arbeid in de fabrieksgebouwen moet worden verricht (waardoor dus zeer terecht een einde wordt gemaakt aan het verkeerde stelsel der "thuiswerkers"), welke gebouwen aan verschillende eischen moeten voldoen. Deswege worden echter aan de werkgevers in het groot-bedrijf al weder zware lasten opgelegd, zoodat dezen verplicht zijn, hun waren sterk op prijs te houden, hetgeen den afzet belemmert en de werkloosheid in het vak bevordert. Aanvankelijk daartoe door den nood gedrongen (de steun was vaak ontoereikend, ook begrensd van duur) begonnen enkele werkloozen voor eigen rekening te werken en geleidelijk nam hun aantal toe. De klein-fabrikant toch kan zijn product belangrijk goedkooper aanbieden omdat zijn bedrijfskosten minder en de weinige door hem uitgekeerde loonen lager zijn dan die, welke in het groot-bedrijf gelden, terwijl hij tevens profiteert van de omstandigheid, dat velen thans meer acht geven op "prijs" dan op "kwaliteit". Ziedaar tevens dus verklaard de verrassende toename van het aantal "fabrieken". Toch is het getal arbeiders, die als sigarenmaker, sorteerder, plakker, expediteur, kerver, kistenmaker, enz. in de bekende fabrieken van W. G. Boele Sr., La Bolsa voorheen C. J. Boele, Smit & Ten Hove, Wascana, Gluysteen en Van Breughel, Indiana, Post van der Linde, Van der Mijle & Co., Ysala e. m. werkzaam zijn, nog steeds heel groot, wat o.a. verklaart, dat twee van de vijf vakorganisaties den zetel van haar hoofdbestuur te Kampen gevestigd hebben. Volgens een met de regeering getroffen overeenkomst heeft de N.V. Sigarenfabriek "Indiana" op het eiland Urk een werkplaats ingericht, om de jeugdige visscherslieden in het tabaksvak op te leiden.

Buiten de genoemde bedrijven zijn nog te Kampen gevestigd de omvangrijke uitgeverszaak J. H. Kok, vooral voor religieuze en theologische litteratuur, de N.V. Kamper Meubelfabrieken, de bekende groothandel in koffie en thee Kanis & Gunnink (K & G), de coöp. zuivelfabriek "De IJssel", orgel- en piano-fabrieken, exportslagerijen, hooiperserijen, vischrookerijen, enz. De "K.A.V.O" ("Kamper Actie Voor Opbloei") heeft dezer dagen bewezen, dat de Kamper winkelstand in geen enkele branche achterstaat en in ieder opzicht de concurrentie zelfs met de groote centra schitterend kan trotseeren. Het succès dier tentoonstelling was volmaakt.


Foto: Het R.K. Thuis "Concordia" aan de IJsselkade

Marktwezen
De op Maandag gehouden weekmarkt trekt geregeld de boerenbevolking uit den omtrek in grooten getale stadwaarts en de aaneengesloten rij voertuigen, meest zoogen. Utrechtsche wagentjes, welke dan naar oud gebruik in het midden der straten staan opgesteld, leveren voor den vreemdeling een eigenaardig gezicht. Dien dag komen winkeliers en kramers, ook velen van elders, hun waren op Nieuwe Markt en een deel van den Burgwal uitstallen. Het marktgeld van 10 cent per vierkante meter of f 5. - per jaarabonnement is dan ook laag te noemen.
De eertijds bloeiende Kamper botermarkt, waar de prijs "gezet" werd, is als overal elders verloopen tengevolge van de fabriekmatige zuivelbereiding en thans beperkt tot den verkoop van "stukken". Daarentegen is de laatste jaren door de uitbreiding der hoenderteelt de eiermarkt van veel meer beteekenis geworden; bij tienduizenden worden zij Maandags aangevoerd op de overdekte marktplaats, welke in den naam Plantage nog altijd herinnert aan den tijd, toen dit pleintje met boomen was beplant. Daar wordt ook de dagelijksche groenten- en bloemenmarkt gehouden en de Zaterdagavondmarkt. De Maandagsche groenten- en ooftmarkt is op het Muntplein terzelfder tijd dat op de Koornmarkt de hoenders en konijnen verhandeld worden. Een ander markt artikel zijn de russchen matten, waarvan de vervaardiging speciaal in Grafhorst en omgeving een middel van bestaan uitmaakt in de wintermaanden; ze worden verhandeld aan de IJsselkade. Het terrein van de voorjaars- en najaarsveemarkt is het Kalverenbosch, waar nu en dan ook massa-verkoopingen van meubilair worden gehouden.
Ten dienste van handelsverkeer en credietwezen is te Kampen een filiaal van de Geldersche Credietvereeniging gevestigd in een voormalig koopmanshuis, waarvan de mooie oude gevel piëteitvol gespaard is gebleven, terwijl de Sallandsche Bank haar kantoren heeft te Deventer en te Kampen. Verder worden bankzaken verricht door een viertal kassiers en is de Nederlandsche Bank vertegenwoordigd door een Correspondentschap 1e klasse. Voorschotten aan handel en landbouw worden verstrekt door de Boazbank en de Coöp. Boerenleenbank, welk beide ook gelegenheid geven voor het deponeeren van spaargelden. Op dit laatste gebied beweegt zich ook de Nuts-Spaarbank, een instelling welke vier jaar geleden reeds haar eeuwfeest heeft herdacht, maar zich volkomen aanpast bij de moderne spaarbanktechniek. Met haar kapitaal van 3,5 millioen (reserve f 350.000.-) neemt zij onder de Nederlandsche spaarbanken de 10e plaats in. Op het eiland Urk is een filiaal gevestigd. Post, telegraaf en telefoon zetelen in een flink gebouw, dat vóór weinige jaren op royale schaal is opgetrokken tusschen Oudestraat en IJsselkade.


Foto: De Societeit "'t Collegie", daarnaast het Postkantoor

Verbindingen
Buiten de reeds genoemde waterverbindingen kan de stad per spoor en per tram uit twee richtingen benaderd worden en veroorlooft Kampen zich daarom de weelde van twee stations aan weerszijden van den IJssel. Van Kampen-Noord vertrekt 19 keer per dag een trein naar Zwolle en evenveel malen komt er van daar een hier binnen. Sinds eenigen tijd wordt op deze lijn voor het personenvervoer gebruik gemaakt van benzine-motorwagens, welke proef blijkbaar voldaan heeft, vooral uit oogpunt van bezuiniging, daar soortgelijke rijtuigen ook reeds op andere lijnen, o.a. Zwolle-Apeldoorn, zijn in dienst gesteld. Van Kampen-Zuid kan men eenige keeren daags per locaaltrein Hattem en per stoomtram Nunspeet bereiken.
De spoorverbindingen besprekende, dient melding gemaakt van de merkwaardige procedure, welke kortelings is gevoerd tusschen de gemeente Kampen en de Nederlandsche Centraal-Spoorwegmaatschappij. In April 1863 sloot Kampen met
genoemde maatschappij een contract, waarbij laatstgenoemde op zich nam de reeds aangelegde spoorlijn Utrecht-Zwolle door te trekken tot Kampen en o.m. tevens (bij art. 4) de verplichting aanvaardde "àlle treinen te doen doorloopen tot Kampen",
waartegenover de stad aan de maatschappij moest betalen een som van f 250.000. -, twee jaren later nog met f 5000.- verhoogd voor den bouw van een spoorsteiger aan den IJssel. In verloop van tijd stuitte zeer begrijpelijk de naleving van dat artikel 4 op praktische bezwaren en herhaaldelijk werd daarvan dispensatie gevraagd. Dit leidde in September 1910 tot wijziging van het oorspronkelijk contract in dien zin, dat de gemeente toestemming verleende tot het buiten werking stellen van het hinderlijk voorschrift, terwijl de maatschappij ter compensatie aannam:
a. dagelijks minstens 16 treinen in iedere richting tusschen Zwolle en Kampen te doen loopen, welke te Zwolle zoo goed mogelijk aansluiting zouden geven aan de aldaar passeerende sneltreinen; b. voor het vervoer van reizigers tusschen Zwolle en Kampen onderling geen hoogere vrachtprijzen in te voeren dan op dat tijdstip (September 1910) werden toegepast, te weten f 0.50 retour 1e kl., f 0,40 2e kl., f 0.30 3e kl. en f 0.25 enkele reis 1e kl., f 0,20 2e kl., f 0.15 3e kl.; c. minstens 5 goede verbindingen per dag te onderhouden langs de tramlijn Kampen-Elburg-Nunspeet, een en ander voor zoover en zoo lang de maatschappij daarbij niet in botsing zou komen met de wettelijke bevoegdheden van den Minister van Waterstaat. Verder werd bij deze nieuwe overeenkomst nog bepaald, dat eventueel voorkomende geschillen onderworpen zouden worden aan de uitspraak van een scheidsgerecht. Inderdaad deed zich reeds na enkele jaren terzake dezer overeenkomst een geschil voor. Het aantal treinen tusschen Zwolle en Kampen verminderde tot 14 op werk- en 9 op zon- en feestdagen en wat erger was, tegelijkertijd werden de vrachtprijzen voor het personenvervoer verhoogd tot f 0,90 voor enkele reis 1e kl., f 0.70 2e kl., f 0,45 3e kl. en f 1.80 voor retour 1e kl., f 1.40 2e kl., en f 0,90 3e kl. De gemeente zag hierin een schending der overeenkomst door de maatschappij, welke laatste echter meende zich te kunnen beroepen op een besluit genomen door den Minister van Waterstaat krachtens diens wettelijke bevoegdheid. Het geschil werd ter beslechting onderworpen aan de arbitrale uitspraak van drie scheidslieden: Ir. J. Th. Gerlings, Directeur van Indische Tramwegmaatschappijen, Mr. W. L. P. A. Molengraaf, oud-hoogleeraar en F. H. de Monté Verloren, lid van de Tweede Kamer, waarbij Kampen in hoogste ressort in 't gelijk werd gesteld en de spoorwegmaatschappij veroordeeld volledige uitvoering te geven aan de bij overeenkomst aanvaarde verplichtingen of bij in gebreke blijven aan Kampen voor elken dag uit te keeren een schadevergoeding van f 50. -. Wie verwacht hebben - en voorzeker zullen weinigen van een andere meening zijn geweest! - dat na dit vonnis de oude tarieven op de lijn Zwolle-Kampen zouden worden hersteld, vergisten zich. De maatschappij verkoos liever de boete te betalen dan de bestaande vervoerprijzen te verlagen en tot op het huidige oogenblik is zij niet van gedachten veranderd.
Evenals indertijd bij het totstandkomen der lijn naar Zwolle heeft de gemeente Kampen zich ook financieel geïnteresseerd bij den aanleg van de Locaalspoor naar Hattem. Zij verstrekte een 3,5 percents-leening van f 495.000.- en bovendien nog een renteloos voorschot van f 50.000. -, een en ander onder beding, dat minstens 3 treinen per dag tusschen Kampen en Hattem zouden heen en weer loopen. Beide bedragen zijn door vervroegde aflossing reeds terugbetaald bij de liquidatie der Locaalspoorwegmaatschappij.
Behalve spoor- en tramverbindingen bestaan er op eenige naburige plaatsen geregelde autobusdiensten, namelijk Kampen-Zwolle, Kampen-Zwolle-Wijhe en Genemuiden-Kampen-Zwolle, terwijl het goederenvervoer nog wordt aangevuld door een dagelijkschen. auto-vrachtdienst op Zwolle en vrachtwagens op de omliggende dorpen.

Verlichting en watervoorziening
In de stedelijke behoefte aan licht en verwarming wordt sinds een halve eeuw voorzien door de op de scheiding met Brunnepe gebouwde gasfabriek, terwijl een buisleiding door de rivier de gelegenheid tot aansluiting ook openstelt voor wie aan de overzijde wonen. In 1907 is naast de steenkoolgasfabriek een voor watergas gebouwd en sedert bevat de productie 50 percent van elke gassoort. Over het jaar 1923 bedroeg de totale productie 2.832.400 kubieke meter. In de crisisjaren, toen vele fabrieken in den lande aan haar verplichting niet meer konden blijven voldoen, heeft Kampen wel eenige beperking van het gebruik gekend, maar geen oogenblik is de stad van gaslevering verstoken geweest. Er was tijdig gezorgd voor het opslaan van reserves in steenturf, hout, bruinkolen en gasophalt, terwijl ongecarbureerd watergas gefabriceerd werd, toen de olie ontbrak. Voor publieke verlichting zijn 382 gas-straatlantaarns in gebruik. De prijs van het lichtgas is 10 cent, muntgas 9 cent en die van het kookgas 8 cent per kub. M.

Kampen heeft het groote voorrecht van heerlijk zuiver drinkwater. Dit wordt verkregen van de hooge Veluwsche zandgronden en is in hoedanigheid te verkiezen zelfs boven duinwater. Voor de winning zijn in de buurt van het dorp Wezep 7 verticale putten gegraven van 40 tot 50 Meter diepte, welke van filters voorzien zijn en verbonden door middel van een hevelbuis, welke het water over een afstand van 200 meter naar de pompput voert. Daaruit wordt het dan door een machtige stoommachine naar Kampen geperst. De hiervoor gebruikte transportleiding heeft een capaciteit van 3 dM. en is 13,5 KM. lang. Zij werd in 1888/’89 gelegd en heeft gedurende al die jaren de watervoorziening der stad overvloedig kunnen bezorgen, doch de voortdurende stijging van het verbruik (over 1923 was dit bijna 554.000 M3) maakte het wenschelijk tijdig maatregelen te nemen ter versterking van den aanvoer. Naast de bestaande wordt dan ook thans een tweede buisleiding aangelegd, eveneens met een diameter van 300 mM., welke op eenige punten met de andere buis verbinding zal krijgen. Alle gevaar voor waterschaarschte zal hiermee voor lange jaren zijn uitgesloten.

Het tarief der Waterleiding is als volgt:

f 2.- per jaar voor een woning met 1 vertrek (v. minst. 12 M3.)
f 5.- - 2 vertrekken
f 8.32 - 3 vertrekken
f 12.60 - 4 vertrekken
f 16.20 - 5 vertrekken
f 19.80 - 6 vertrekken
f 23.40 - 7 vertrekken
f 27.- - 8 vertrekken
f 30,60 - 9 vertrekken
f 34,20 - 10 vertrekken
en voor ieder volgend vertrek f 2.26 meer.
Bij het gebruik van een watermeter wordt 22,5 cent per kub. M. gerekend (met een minimum naar het aantal vertrekken; bad en closet niet in rekening gebracht).
Het personeel van Gasfabriek en Waterleiding omvat 52 hoofden, inbegrepen de bij het Pompstation verblijf houdende machinist, twee stokers en terreinwerker.
Het Gemeentelijk Electriciteitsbedrijf betrekt den benoodigden stroom van de N.V. Electriciteitsfabriek "IJssel-centrale", gevestigd te Zwolle, welke stroom wordt toegevoerd langs een ondergrondschen kabel, die in een gebaggerde sleuf door den bodem der rivier is gelegd. Het bedrijfsbureau is gevestigd aan de Nieuwe Markt in het door de gemeente aangekochte gebouw van het voormalige hotel "Het Hof van Holland".
Voor het gebruik van electriciteit is het volgende tarief verschuldigd: Voor verlichting per Kilowattuur: per jaar 28 cent voor de eerste 2500 K.W.U., 26 cent voor de volgende 2500 K.W. U., 24 cent voor alle verdere volgende.
Voor andere doeleinden dan verlichting: per jaar voor de eerste 2500 KWU 18 cent, voor alle volgende KWU 16 cent. Voor een gebruik van electrischen stroom grooter dan 7500 KWU per jaar kunnen Burgemeester en Wethouders met de verbruikers bijzondere overeenkomsten afsluiten. De aangeslotene garandeert een stroomverbruik van min-
stens f 18. - per jaar.


Foto: Gezicht op brug en rivier, genomen vanaf de Nieuwe Toren

Gemeentelijke diensten
Voor de belangen der gemeente op het terrein der openbare werken, voor het onderhoud der eigendommen in onderscheiden vorm waakt de dienst der Gemeentewerken, welke gehuisvest is in de bovenverdieping van het Politiebureau. Behalve de zorg voor huizen, torens, poorten, bruggen, sluizen, kaden, riolen behoort eveneens tot het gebied zijner werkzaamheid het onderhoud van straten en wegen, van veren en dijken. En dat dit geen senicure is bij een gemeentelijk grondbezit van meer dan 3600 H.A., hetwelk omringd is met dijken en kaden en doorsneden van wegen, laat zich begrijpen. Bovendien rust op Kampen van ouds de onderhoudsplicht voor verschillende wegen in de omgeving, welker gezamenlijke lengte meer dan 115 K.M. bedraagt. Zoo behoort niet alleen de geheele Wezeper heide met haar oppervlakte van 350 H.A. aan Kampen, maar ook de daar langs loopende grintweg over zijn volle lengte tot aan het station Heerde (vroeger zelfs ook door de kom van dat dorp).
Toch zijn bij G. W. een aantal hoogst belangrijke, nieuwe werken in uitvoering of in gevorderden staat van voorbereiding. Reeds zijn genoemd die voor stadsuitbreiding, dan volgt de aanleg van een nieuw sportterrein van 110 Ares, de zorgvuldige restauratie van den Nieuwen Toren (werk van jaren en tienduizenden guldens kosten), een belangrijke uitbreiding der Algemeene Begraafplaats, verder de waterverversching der stadsgracht en de verbetering van het rioolstelsel langs de Ebbingestraten. De hierbedoelde verbetering zal worden verkregen door gebruik te maken van electromotorische bemaling om het rioolvocht af te voeren naar den IJssel, een werk, waarmee een uitgave van ongeveer f 40.000.- gemoeid is. Na voltooiïng zal de stadsgracht, dan niet verder door rioolwater verontreinigd, worden opgenomen onder de wateren van de polder "Broeken en Maten" en gelijk met deze door het stoomgemaal van de polder op peil gehouden. Uit oogpunt van hygiëne een enorme verbetering!

Gezondheid
De gezondheidstoestand van Kampen is in 't algemeen gunstig, hetgeen blijkt uit de sterftecijfers:
1914 246 personen (1,23 per 100 inw.)
1915 242 (1,21)
1916 273 (1,36)
1917 288 (1,44)
1918 309 (1,54)
1919 291 (1,42)
1920 281 (1,38)
1921 245 (1,22)
1922 275 (1,32)
1923 227 (1,13)

Het aantal sterfgevallen aan tuberculose, welke ziekte vooral in arbeiderskringen talrijke offers vond, neemt in verblijdende mate af, waartoe heeft bijgedragen eerstens het zeer verdienstelijke werk van de "Vereen. tot Bestrijd. der Tub." en dat van het "Groene Kruis", maar ook de belangrijke verbetering van volkshuisvesting en in 't algemeen van de hygiënische toestanden, waarvoor de ijverige Gezondheidscommissie voortdurend werkzaam is.

Het keuren van vleesch en visch is opgedragen aan een plaatselijken keuringsdienst onder directie van een keuringsveearts, geassisteerd door een hulp-keurmeester. De plaatselijke keuringsdienst is tevens door het Rijk belast met het onderzoek van geïmporteerd buitenlandsch vleesch, dat van hier uit over de afnemers in de omgeving gedistribueerd wordt.

Tegen het in den handel brengen van ondeugdelijke voedingsmiddelen van anderen aard waakt "de keuringsdienst van het keuringsgebied Zwolle", in genoemde stad gevestigd. Een gemeentelijke ontsmettingsdienst is belast met de ontsmettingen ten behoeve der ingezetenen en onder bepaalde voorwaarden ook van goederen uit andere gemeenten. De ontsmettingsoven is geplaatst in een gebouw op het terrein der Engelenberg-Stichting.
De behandeling van de patienten, die in aanmerking komen voor kostelooze geneeskundige hulp, is opgedragen aan twee gemeente-geneesheeren en twee door de gemeente aangestelde vroedvrouwen.
Voor ernstige patienten is het nieuwe, naar de eischen der hygiëne gebouwde ziekenhuis bestemd, "de Engelenberg-Stichting", waaraan verbonden zijn: één geneeskundige, twee heelkundigen, een directrice, twee hoofdverpleegsters, zes gediplomeerde verpleegsters, zes ongediplomeerde verpleegsters en (naar behoefte) volontair-verpleegsters. De verpleegkosten bedragen voor de
1e klasse: verpleging per dag f 5.50, gebruik van operatiekamer, per keer f 15. - ;
2e klasse: verpleging per dag f 3.50, gebruik van operatiekamer, per keer f 10.-;
Bij beide worden kosten voor bewassching, ontsmetting en verbandmiddelen extra in rekening gebracht.
3e klasse: verpleging per dag f 1. -.
Wanneer de behandelende arts voor een 3e klasse-patient raadpleging van een specialist noodzakelijk oordeelt, komen de kosten ten laste van het Ziekenhuis.
Voor poliklinische behandeling wordt per keer f 0.50 betaald benevens de kosten van verbandmiddelen. Minvermogenden kunnen van de betaling daarvan geheel of ten deele worden vrijgesteld.

Reiniging
Voor het reinigen van de straten, het ledigen der rioolputten, het eenige keeren per week ophalen van asch en vuilnis en van faecaliën, het wegruimen van sneeuw, enz. zorgt de Gemeentelijke Reinigingsdienst met een personeel van 50 man en 18 paarden. Het terrein der Reiniging met de stallen en bergplaatsen is aan de rivier gelegen aan het benedeneinde van Brunnepe, terwijl het bureau gevestigd is naast de kantoren van Gemeentewerken. Wegens geleidelijke doorvoering van reorganisatieplannen verkeert de dienst momenteel in een stadium van overgang.

Politie
De veiligheid van lijf en goed wordt gewaarborgd door een actief politiecorps, bestaande uit den commissaris, een inspecteur, een adjunct-inspecteur, vier hoofd-agenten, 17 agenten 1e klasse (brigadiers) en 9 agenten 2e klasse. Door geregelde lichaams- en wapenoefeningen, ook vrijwillig in hun Sportvereeniging, en het volgen van cursussen in verbandleer en hulpverleening, blijven de politiemannen zich voor hun taak bekwamen. Aan het Bureau staat een slangenwagen gereed, welke door aanschroeving aan de waterleiding onmiddellijk bruikbaar is en in de bediening waarvan de agenten geoefend zijn. Naast de politiebewaking bestaat een particuliere nachtveiligheidsdienst.

Brandweer
Bij brandalarm wordt eerst door de politie uitgerukt; blijkt echter de omvang van den brand te groot, dan wordt onverwijld de motorspuit te hulp geroepen en zoo noodig ook het verder materiaal. De brandweer staat onder leiding van een opperbrandmeester, 4 brandmeesters en 6 assistent-brandmeesters, in verschillende deelen der stad woonachtig.

Arbeidsbemiddeling
De dienst der Arbeidsbemiddeling wordt waargenomen door een Correspondent, die dagelijks op bepaalde uren in het Stadhuis zitting houdt om de aanvragen voor plaatsing en die tot het bekomen van werkkrachten in ontvangst te nemen en wiens taak dus bestaat in het tot elkander brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

Bouwtoezicht
Aan het onder G. W. ressorteerende Bouw- en Woningtoezicht is de zorg opgedragen voor naleving van de bepalingen van Woning- en Hinderwet en van de Bouwverordening. Reeds voor twintig jaar zijn op bescheiden schaal pogingen in het werk gesteld tot verbetering der volkshuisvesting, eerst door enkele aannemers en door de Chr. arbeidersvereeniging "Patrimonium", vervolgens door een coöp. bouwvereeniging "Des Werkmans Vriend", welke een blok woningen deed zetten op een verhoogd terrein aan den Singel, waarvoor het bouwkapitaal tegen lage rente was verstrekt door Nuts-Spaarbank en Gasthuizen en daarna door een groep ambtenaren, die een coöp. bouwvereeniging "Eigen Haard" oprichtten voor het bouwen van burgerwoonhuizen aan de toen pas aangelegde 3e Ebbingestraat. Later werd als tijdelijke voorziening door de gemeente medegewerkt door het inrichten van noodwoningen, doch eerst de door particulieren, zonder en mèt overheidssteun, ondernomen massabouw, hiervoor besproken, heeft verademing gebracht, zij het nog steeds niet geheel afdoende.

Onderwijs
Aan gelegenheid voor het ontvangen van onderwijs van iedere soort en naar ieders beginsel ontbreekt het te Kampen allerminst. Lager onderwijs wordt gegeven in vijf openbare en acht bijzondere scholen; drie der laatste gesticht door de "Vereeniging tot Stichting en Instandh. van Scholen voor Chr. L. 0." en drie door "de Hervormde Schoolvereeniging", terwijl er een Kath. Jongens- en een Kath. Meisjesschool zijn. De voorbereiding heeft plaats aan drie gemeentelijke Bewaarscholen.


Foto: Een der scholen voor Openb. Lager Onderwijs


Foto: De R.K. Meisjesschool

Verder bestaan er twee scholen voor M.U.L.0., een openbare en een bijzondere. De Gemeentelijke H.B.S. met vijfjarigen cursus heeft in elk harer klassen gemiddeld een 20-tal leerlingen. Waar als regel de leerlingen állen met goed gevolg het eindexamen afleggen, verheugt de school zich in een gunstige reputatie. Hetzelfde ruime en welingerichte gebouw, waarin de H.B.S. gevestigd is, herbergt tevens het Sted. Gymnasium, dat sinds jaren ook door jongelieden van elders wordt bezocht. Het schoolgeld voor beide instellingen is als volgt vastgesteld: bij een zuiver inkomen der ouders (aanslag plaatsel. inkomsten-belasting), beneden f 1200.- is geen schoolgeld verschuldigd; bij een inkomen van f 1200 tot f 1600 f 10 etc. Het maximum is f 300 bij een inkomen van 20000 tot 22000. Wanneer meer dan één leerling uit hetzelfde gezin Gymn. of H.B.S. bezoeken, wordt voor het tweede en voor ieder volgend kind 3/5 van het gewone schoolgeld betaald. Thans is besloten beide inrichtingen te vereenigen en geleidelijk om te zetten in een Lyceum, hoofdzakelijk met de bedoeling het tijdstip voor het doen der beroepskeuze een paar jaren op te schorten.


Foto: Hogere Burgerschool (Lyceum)


Foto: Het Gymnasium

Naast de gemeentelijke scholen is te Kampen nog een gymnasium gevestigd, opgericht en in stand gehouden door "de Nat. Vereen. voor Geref. Voorber. H.O.". Dit "Gereformeerd Gymnasium", waarvan de leerlingen afkomstig zijn uit alle deelen des lands, was aanvankelijk ondergebracht in het gebouw der Theologische School, wat op den duur onhoudbaar bleek. Daarom besloten de curatoren van het Gymnasium tot het stichten van een eigen gebouw, waarvoor rijkssteun zou kunnen verkregen worden, en met dit doel werd een aan de IJsselkade gelegen terrein van de gemeente aangekocht. Op hun verzoek werd deze koop echter later weer tenietgedaan, daar inmiddels gebleken was, dat voorshands niet op steun der regeering zou kunnen gerekend worden. Tezelfder tijd deed zich een andere oplossing aan de hand. Als gevolg van de wordende samenvoeging van Sted. Gymnasium en H.B.S. was in het gemeenschappelijk gebouw overtollige ruimte ontstaan en nu vonden bestuurders van het Geref. Gymnasium hierin aanleiding voor het verzoek, dat deel van het gebouw aan hen in huur af te staan, welk verzoek werd ingewilligd.
De Theologische School dient tot opleiding van predikanten in de Gereformeerde Kerken en wordt uitsluitend door die kerken in stand gehouden. In 1854 opgericht heeft de School in de 70 jaren van haar bestaan een groot aantal theologen gekweekt, die hun arbeidsveld gevonden hebben niet slechts in alle deelen van ons land en in de Koloniën, maar ook daar buiten, in Duitschland, Amerika, Zuid-Afrika. En de beteekenis der T. S. als opleidings-instituut is nog steeds wassende, daar het aantal ingeschrevenen studenten, dat vóór twintig jaar nog geen 20 bedroeg, thans tot 110 is gestegen. De eerste jaren na de oprichting werd het onderwijs door de docenten in hun eigen woning gegeven en eerst in 1870 kon men aan de Oudestraat een klein collége-gebouw stichten, dat bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan aanmerkelijk werd vergroot. Tezelfder tijd werd de interne inrichting der School in overeenstemming gebracht met die der universiteiten, zoodat voor toelating ook vereischt werd het einddiploma Gymnasium of het voldoen aan een daarmee ongeveer overeenkomend admissie-examen. Tien door de Synode benoemde curatoren vormen het bestuur. De college's worden gegeven door vijf hoogleeraren, van wie beurtelings een optreedt als rector. Het in gebruik zijnde gebouw, dateerend van 1894 en destijds overvloedig ruimte biedende, kon de laatste jaren niet meer voldoen aan den expansiedrang der in omvang en beteekenis toenemende instelling en dit gebrek aan bewegingsvrijheid werd zoo hinderlijk, dat het Curatorium zich verplicht zag hiermee de Generale Synode der Gereformeerde Kerken in kennis te stellen, welke machtiging verleende voor een beroep op de offervaardigheid der kerken.
De uitwerking van dezen oproep was verrassend. In korten tijd was aan extra-bijdragen een som van een ton gouds bijeengebracht, waaronder f 25000. - uit de Vereen. Staten, zoodat aan het plan tot uitbreiding volledig gevolg kon worden gegeven. En eenmaal tot bouwen besloten, bepaalde de Bouwcommissie zich niet tot uitbreiding, maar deed door den architect C. de Geus te Amsterdam in overleg met Tjeerd Kuipers als bouwkundig adviseur, een plan ontwerpen tot algeheele verbouwing, terwijl de inrichting tijdelijk werd overgebracht in de van het Departement van Oorlog gehuurde ledig staande gebouwen van den Hoofdcursus. Begin September 1924 kwam het nieuwe gebouw gereed en is op 17 dier maand in gebruik gesteld met een samenkomst in de groote Aula, waar ook de minister van Onderwijs Dr. De Visser het woord voerde. Het is als geheel en in de onderdeelen een fraai bouwwerk. Geheel in strenge stijl opgetrokken rondom een ruim binnenplein maakt het, gezien uit de hall, een imposant en indruk; de statige Aula, de uitgestrekte bibliotheek, de deftige examenkamer in 't bijzonder zijn zeer geslaagd, evenals de kleine Aula, vergaderzaal van het studentencorps "Fides Quaerit Intellectum". Met de gestadige toeneming van het aantal studenten verminderde de gelegenheid tot het verkrijgen van de meest gewenschte huisvesting. Op een der "schooldagen" werd ook deze zaak "ernstig ter sprake gebracht, wat ten gevolge had de oprichting in 1921 van een "Vereeniging tot St. en Instandh. van een Hospitium voor Studenten der Theologische School te Kampen", welke reeds twee jaren later door aankoop in het bezit geraakte van het kapitale gebouw, waarin het hotel "Des Pays Bas" was gevestigd geweest. Het hospitium, of in den volksmond, "het Studentenhuis" staat onder leiding van een directrice en kan aan een 20-tal jongelieden ieder een studeer- en
slaapkamer verschaffen, terwijl gemeenschappelijk wordt gebruik gemaakt van conversatie- en eetzaal.
Voor de ontwikkeling en theoretische voorbereiding van de aankomende ambachtslieden bestaat te Kampen gelegenheid op een Nijverheids-Avondschool, terwijl aan de Handels-Avondschool de kennis wordt bijgebracht, welke den toekomstigen kantoorbediende van voordeel zal zijn; aan eerstgenoemde inrichting valt het accent op de wiskunstige vakken en het teekenen, terwijl boekhouden en taalonderwijs den voorrang hebben aan de Handelsschool. Het getal leerlingen, die aan deze inrichtingen het onderwijs volgen, bedraagt respectievelijk 120 en 47.
Aan de inrichting met den ouderwetsch klinkenden naam van "Stadsnaaischool", worden de meisjes uit den arbeidenden stand onderricht in nuttige handwerken en aanverwante huisvrouwelijke kundigheden. Des avonds wordt daar een vervolgcursus gehouden voor de meer gevorderden.
De Stedelijke Muziekschool leidt op in de theorie der muziek en in het bespelen van verschillende strijk- en blaasinstrumenten. Uit de leerlingen, welke blijk geven van bijzonderen aanleg, worden de élèves gerecruteerd voor eventueele aanvulling van het Stedelijk Orchest. Heel wat musici in den lande danken hun eerste opleiding aan de Kamper Muziekschool.

Belastingen
Wat het veelbesproken en in dezen tijd ook inderdaad kwestieuse punt der belastingen aangaat, kan worden geconstateerd, dat te Kampen de plaatselijke Inkomstenbelasting zich de laatste jaren geregeld in dalende lijn beweegt. Voor het jaar 1924 kon weder de Hoofdelijke Omslag met 30 percent verlaagd worden en werd het vermenigvuldigingscijfer vastgesteld op 0.8. De aanslag over dat jaar bedraagt voor een gezinshoofd zonder kinderen met een inkomen van f 2000.- : f 31,92 etc. tot een gezinshoofd zonder kinderen met een inkomen van f 20000: f 911,96. Bovendien worden er voor de gemeente 25 opcenten geheven op de Personeele Belasting.

Kerkgenootschappen
Van de Kamper bevolking behoort de meerderheid tot de Hervormde Kerk. Volgens de laatste volkstelling bedroeg het aantal inwoners 20636 en van dezen rekenden zich 11214 of ruim 54 percent tot de Ned. Herv. Kerk, 4797 of ruim 23 percent behoorden tot de Gereformeerde Kerk en er waren 2389 Roomsch-Katholieken, dat is 11 percent van het totaal; de overige Kampenaren zijn verdeeld over de kerkgenootschappen van kleineren omvang: de Doopsgezinde, de Euang. Luthersche, de Gereformeerde, de Oud-Gereformeerde, de Chr.-Gereformeerde en de Israëlietische gemeenten.
De Hervormden beschikken voor hun godsdienstige samenkomsten over drie kerken: de Sint Nicolaas- of Bovenkerk, de Broederkerk en de voor weinige jaren in het Bagijnenkwartier te Brunnepe gebouwde Noorderkerk. Eveneens drie bedehuizen hebben de Gereformeerden: de Burgwalkerk, de Nieuwe Kerk en de Hagenpoortkerk. Zooals de naam reeds aanduidt, is de Nieuwe Kerk bij de Broederpoort pas enkele jaren oud; het is een ruim, statig gebouw, opgetrokken in strengen stijl, fraai werk van den bekenden kerkenbouwer Tjeerd Kuipers. De Lieve Vrouwe- of Buitenkerk is bij de Katholieken in gebruik.
Zoowel politiek als kerkelijk is de bevolking in meerderheid behoudend. Zoo zijn in de groote gemeente van Ned. Hervormden het ook de meest rechts staande leden, die de
meerderheid der bestuurscolléges uitmaken, ondanks de volhardende pogingen van de voorstanders der ethische richting tot het verkrijgen van medezeggingschap. De vrijzinnigen houden zich hierbij de laatste jaren afzijdig. Dezen hebben zich aaneengesloten tot een " Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden", welke zich een geestelijk voorganger heeft gekozen en bij overeenkomst het recht verkregen heeft geregeld gebruik te maken van het Luthersche kerkgebouw voor haar godsdienstige samenkomsten. In verband met toekomstige kerkbouwplannen is de vereeniging reeds door aankoop in het bezit gekomen van het voormalige hotel "De Dom van Keulen".
Een en ander werd mogelijk gemaakt vanwege een vorstelijk legaat, door een overleden geestverwant aan de vereeniging vermaakt, denzelfde, wiens naam voortleeft in "het Huysmansfonds", waaruit des winters o.a. avonden van gewijde kunst worden bekostigd.
De Gereformeerde Kerk, die in sterkte van ledental volgt en door vier predikanten wordt gediend, heeft zich binnen den tijd van drie kwart eeuw ontwikkeld uit een kleine kring "Christelijk Afgescheidenen" (aldus naar hun afscheiding van de Ned. Hervormde Kerk). Feitelijk werd de gemeente reeds gesticht in 1835, doch in 1837 trad zij buiten het verband en bleef zelfstandig tot 1851, in welk laatste jaar de meeste leden weer in de Chr. Afgescheiden Kerk terugkeerden, terwijl de minderheid zich handhaafde als afzonderlijke gemeente, welke hier onder den naam Dordtsch- of Oud-Gereformeerden nog bestaat.
De Orde der Vrijmetselaren en die der Odd-Fellows hebben haar loge-gebouw beiden in de Boven-Nieuwstraat. De eerste, "Le Profond Silence", onder eigen dak, de tweede in een deel van het Groene Kruisgebouw.

Staatkundige richting
Ook op het terrein der staatkunde zijn de rechtsche partijen te Kampen het sterkst vertegenwoordigd. De onderlinge verhouding der politieke groepen spiegelt zich ongeveer af in de samenstelling van den gemeenteraad, waarin zitting hebben:
4 leden (onder wie een wethouder) van de Christ.-Historische, 4 (een wethouder) van de Antirevolutionaire partijen, 2 van de Gereform. Staatspartij, 2 Roomsch-Katholieken, 3 (een wethouder) Vrijheidsbonders, 3 Sociaal-Democraten en 1 Vrijz.- Democraat.

Instellingen van liefdadigheid
Te Kampen bestonden naast elkander twee Weeshuizen, het eene oud (als stichting), rijk en toch slechts bestemd voor de verpleging van heel enkele ouderlooze kinderen, het ander minder oud en zonder eigen vermogen, maar belast met de zorg voor tientallen weezen. Bij het eene, het Grootburger- Weeshuis, dus een gestadige vermeerdering van groot bezit, bij het andere, het Burger-Weeshuis, algehele afhankelijkheid van den steun der gemeenschap. Een hoogst eigenaardige toestand! Zóó oordeelde vóór ca. twintig jaar ook de Gemeenteraad, welke besloot de beide Weeshuizen te vereenigen en alle kosten te bestrijden uit het vermogen van het G.B.W. Maar de regenten van dit laatste gesticht dachten daarover geheel anders. Zij betwistten aan het gemeentebestuur het beschikkingsrecht over het G.B.W., als zijnde dit een zelfstandige instelling, voor welke opvatting naar hunne meening voldoende gronden waren aan te voeren, ontleend aan het historisch verleden der (van 1592 dateerende) stichting. Het meeningverschil heeft geleid tot een procédure, welke jarenlang is hangende geweest. Nadat beurtelings ten gunste van elk van beide partijen uitspraak was gedaan, werd in hoogste instantie het gemeentebestuur in 't gelijk gesteld. Thans zijn alle weezen onder één regentencollége vereenigd in het nieuwe weeshuis aan den Vloeddijk, en wordt de huishouding bekostigd uit de gezamenlijke inkomsten. Dit weeshuis is een groot, in renaissance-stijl pgetrokken gebouw, een sieraad voor de omgeving, en naar het inwendige ruim en keurig van inrichting. Het thans verlaten grootburgerweeshuis aan den Cellesweg wacht op andere bestemming.
Onder de stichtingen - waaraan Kampen rijk is! - verdienen verder, vóór alle vermelding "de Vereenigde Gast- en Proveniershuizen", zoo geheeten na de samenvoeging in 1897 van het Heilige Geest- en het Sint Geertruids-Gasthuis. Deze instelling is rekenplichtig aan den Gemeenteraad, welke ook de regenten benoemt, doch alle uitgaven kunnen bestreden worden uit een aanzienlijk eigen vermogen. En die uitgaven zijn beduidend, daar het getal der verpleegden, mannen en vrouwen, die hier een onbezorgden ouden dag genieten, meer dan 200 bedraagt. Onder hen zijn menschen uit den kleinburgerstand, die tegen storting van een matige geldsom in het genot worden gesteld van een vrij huisje ter bewoning, waar hun dagelijks de levensmiddelen (onbereid) van het gesticht worden gebracht. Anderen, die tegen lager tarief maar toch ook een zeker bedrag betalen, hebben het gebruik van een net zit-slaapvertrek met volledige (geheel toebereide) kost, terwijl er ook zijn, de meesten, die hier verpleging genieten zonder eenige contra-prestatie dan het doen van geringe handreikingen bij den huishoudelijken dienst. Alles ademt rust en vrede in deze kleine wereld, welke reeds aan geslachten van behoeftige ouden van alle gezindten ten zegen is geweest.
Een eenigszins ander karakter draagt de langs de 1e Ebbingestraat gelegen "Van Gelder-Stichting", genoemd naar wijlen mevrouw van Coeverden Adriani geb. Van Gelder. Aan menschen, die de beschikking hebben over een inkomen, dat niet geheel toereikend is om behoorlijk van te leven, wordt daar een afzonderlijke vrije woning aangeboden benevens een geldelijke toelage. Het lidmaatschap der Gereformeerde Kerk geldt hiervoor echter als voorwaarde en de regenten der stichting worden door den Geref. Kerkeraad benoemd.

Eveneens begrensd is de kring, waaruit de verpleegden van een andere liefdadigheidsinstelling aan de 3e Ebbingestraat afkomstig zijn. Daar ligt het Bestedelingenhuis der Hervormde Diaconie, een ruim gebouw en vorig jaar door uitbouw nog aanmerkelijk vergroot.

En de barmhartigheid uit zich nog van oudsher in andere vormen. Zoo hebben de Bethlehems- en de Averencks-vergadering, beide onder beheer van het Burgerlijk Armbestuur, tot bestemming gratis huisvesting te verleenen met nog een kleine
toelage aan behoeftige weduwen. En de Brands- de Toeboecops- en Vorens-, de Glauwen- of Vordens-, de Buydels- Vergadering, door regenten bestuurd, hebben alle een soortgelijk doel.

Militaire gebouwen
Een drietal ruime gebouwen, nog voor weinige jaren geheel of ten deele vernieuwd, staan op dit oogenblik ongebruikt, namelijk dat, waarin tot Augustus 1923 de Hoofdcursus gevestigd was, dat hetwelk tot Januari 1923 den Centralen Cursus
herbergde, en de Manege, waar eertijds de officieren van het garnizoen en de onderofficieren van den H.C. rijles ontvingen. Door het besluit de geheele opleiding van beroepsofficieren te Breda te concentreeren werd aan Kampen een harde slag toegebracht. Door de jarenlange vestiging waren de H.C. en de daarvoor opleidende Cursus te Kampen ingeburgerd en het verbreken van den band werd aan beide zijden betreurd. Naar herhaaldelijk tot uiting kwam, was de verhouding tusschen burger- en militair element voortreffelijk. Nog versch in het geheugen ligt de herdenking van het gouden feest van den Hoofdcursus in 1919, bij welke gelegenheid de burgerij bewees hoezeer zij er in meeleefde, niet alleen door het aanbieden van waardevolle geschenken, maar ook en vooral door spontane blijken van sympathie. Die eerste Octoberdagen van '19 vonden heel Kampen, tot zelfs kleine straatjes en stegen, in vlaggentooi en vollen feestdos. Nog hooren we op de binnenplaats van het door burgerhanden smaakvol versierde H.C.-gebouw, nadat een talrijk comité het kostbaar geschenk (voor ieder leerling een zwaar zilveren couvert) had aangeboden, de commandeerende hoofdofficier in zijn dankwoord wijzen op den traditioneelen band van hartelijke vriendschap tusschen Kampen en den Hoofdcursus, daarbij uitsprekende de hoop en verwachting, dat beide nog heel lang zouden mogen vereenigd blijven. En uit de schitterende kring van opper- en hoofdofficieren, allen van den H.C. afkomstig, trad toen de martiale figuur van generaal Drijber, commandant van Bronbeek, naar voren voor het aanbieden namens de oud-leerlingen van een prachtig vaandel en ook hij roemde de voorbeeldige verhouding, welke te Kampen tusschen burgers en militairen steeds had bestaan, en sloot zich ten slotte, onder geestdriftig en bijval, aan bij den door den Directeur uitgesproken wensch. Geen vier jaren later was de verplaatsing een voldongen feit, door Kampen gevoeld als een ramp.


Foto: Ingang van de Kazerne, waarin meer dan 70 jaar het Instructie-Bataljon gevestigd was


Foto: De gebouwen, welke ruim een halve eeuw voor de Hoofd-Cursus werden gebruikt


Foto: Het gebouw aan de Vloeddijk, waar de Centrale Cursus was gehuisvest.

Nog een ander militair gebouw, het grootste van alle, zag na een onafgebroken verblijf van drie kwart eeuw op 15 September 1924 zijn laatste bewoners voorgoed heengaan. Het is de kazerne van het voormalige Instructie-Bataljon, welk corps in 1850 werd opgericht. met bestemming tot de lagere kaderopleiding bij de Infanterie. Het werd in den loop der jaren met de stad van vestiging zoodanig vereenzelvigd, dat de mededeeling dat een jonge man "naar Kampen ging", geen nadere toelichting behoefde. Ook dit is voorbij, daar als gevolg van gewijzigde denkbeelden ten aanzien van kadervorming het I.B. is opgeheven. Dit gebouw zal echter het lot der verlatenheid niet deelen, althans voorloopig niet. In afwachting van de beslissing der Tweede Kamer over het ingediende wetsontwerp tot centraliseering van de beide opleidingsscholen voor verlofsofficieren, zijn voor dit cursusjaar de leerlingen, voor wie de school te Amersfoort geen voldoende ruimte bood, te Kampen geplaatst en gelegerd in het betrekkelijk nieuwe schoolgebouw der kazerne. 1)
1) Sedert het voorgaande werd geschreven, is de wettelijke regeling tot stand gekomen, waarbij de vereenigde Verlofscholen te Karnpen zullen worden gevestigd met behoud van een kleiner deel der opleiding in een der zuidelijke garnizoens. Onder de vele en velerlei voordeelen en tegemoetkomingen, welke het gemeentebestuur van Kampen heeft aangeboden, behoort ook het gebruik van het weeshuis aan den Vloeddijk met het naast liggend gebouw aan het Bregittenplein, waarin de 2e Bewaarschool en de Stads-Naaischool gevestigd zijn, beide na inwendige verbouwing in verband met de nieuwe bestemming. De weesinrichting gaat over naar het gerestaureerde en gemoderniseerde G.B.W.-gebouw, de Naaischool naar het gebouw, waarin vroeger de Centrale Cursus gelogeerd was en de bewaarschool (tijdelijk) naar de voormalige burgerschool aan den Vloeddijk.

Ontspannings-gelegenheden
De Gehoorzaal is bestemd voor het geven van uitvoeringen op kunstgebied en van filmvertooningen en het houden van voordrachten en vergaderingen. Voor hetzelfde doel staan in de societeiten ,,'t Collegie" en "De Buitensocieteit" eveneens zalen ter beschikking. Eerstgenoemde societeit doet door haar naam terugdenken aan den tijd, toen zij aan de Nieuwe Markt gevestigd was in een gebouw, waar in de 17e en 18e eeuw het collége van Ridderschap en Steden bijeenkwam; vóór ongeveer veertig jaar werd het tegenwoordige gebouw aan de IJsselkade gesticht.


Foto: De Buitensocieteit

De Buitensocieteit is prachtig aan de overzijde vlak vóór den ingang der IJsselbrug gelegen. Zittende op het bordes geniet men een zeldzaam mooien kijk op stad en rivier, terwijl de lommerrijke, goed onderhouden tuin des zomers voor velen een aantrekkingspunt vormt. Op deze plek heeft eenmaal een fort gelegen om den toegang tot de brug te beletten. Terrein en gebouwen zijn gemeentelijk eigendom en tegen matigen huurprijs afgestaan aan de vereeniging "De Buitensocieteit te Kampen". Deze voert de exploitatie in eigen beheer, zorgt voor een welvoorziene leestafel, 3 eerste klas-biljards, een kegelbaan, een tennisveld; in de zomermaanden laat zij bovendien een aantal concerten geven door het Stedelijk Orchest en des winters biedt zij den leden eenige keeren een concert, tooneeluitvoering of bal. Ten einde het lidmaatschap binnen veler bereik te brengen, is de contributie uiterst laag gesteld; deze bedraagt f 9.50 per jaar, waarvoor ook de vrouwelijke leden van het gezin toegang hebben. Vreemdelingen hebben vrijen toegang.

Tuin- en landbouw
De nauwgezette verzorging der gemeentelijke plantsoenen en parken prikkelt tot navolging. Wat de Kamper bloemisten en kweekers in hun tuinen en kassen en in een drietal bloemwinkels laten zien, kan de toets der vergelijking schitterend doorstaan, terwijl de vereeniging Floralia nuttig werk doet door liefde voor bloemen en planten aan te kweeken. In IJsselmuiden wordt de tuinbouw, daar het middel van bestaan, intensief en op uitgebreide schaal beoefend en aan de beide drukbezochte groenteveilingen wordt voor groote bedragen omgezet. Niet vreemd dus, dat er van de tentoonstellingen van de plaatselijke afdeeling der Ned. Vereen. voor Tuinbouw en Plantkunde een gunstige roep uitgaat.
De afdeeling Kampen en O. der Ouerijss. Landbouwmaatschappij behartigt de belangen van landbouwers en veehouders en laat voordrachten houden, in den regel op de marktdagen.

Kunstbeoefening
Onder de kunsten vindt vooral de muziek te Kampen talrijke beoefenaars. Met eere mag worden genoemd het Stedelijk Muziekcorps , dat den vroeger verworven goeden naam .nog steeds weet hoog te houden, en nog dezer dagen in de Zwolsche Courant door een deskundigen beoordeelaar gerekend werd tot "de heel goede orchesten in den lande". Daarnaast bestaat een dilettanten-orchest, hetwelk in zijn soort stellig verdienste heeft, mede blijkende uit de hooge prijzen, welke steeds bij wedstrijden worden behaald. En nog een tweede gezelschap is aardig op weg dit voorbeeld te volgen. De beoefening van kamermuziek is in uitnemende handen bij Con Amore en Con Anima en feestmuziek van meer luchtig gehalte bezorgen "The Sturgeons' Orchestra" en de "Kamper Jazzband".
De individueele studie der muziek komt hier, dank zij bekwame leiding, zoo uitnemend tot haar recht, dat het mogelijk is bij de uitvoering der groote oratoria de orchestpartijen aan eigen krachten toe te vertrouwen en bij volksconcerten zonder aanvulling van elders klassieke muziek verdienstelijk ten gehoore te brengen. De bovengenoemde oratoria worden sinds tal van jaren uitgevoerd door de gemengde zangvereeniging "Gemengd Koor" met medewerking van vooraanstaande solisten en deze concerten zijn te beschouwen als het hoogtepunt van ons plaatselijk muziekleven. Naast dit koor bestaan er een verrassend groot aantal zangvereenigingen van tweeden en lageren rang, de meeste van christelijken huize.
De tooneelkunst wordt gediend door de Kamper Opera-vereeniging, de Rederijkerskamer "Kampen", de Friesche tooneelvereeniging "Sljucht en Rjucht", de Kath. tooneelclub "Caideron", de vereen. "Da Costa" en "V.Z.O.S." en eenige meer of minder hoog reikende reciteergezelschappen.
Een sinds jaren geregeld terugkeerende feestavond verdient om zijn bijzonder cachet speciale vermelding. Het is de traditieneele uitvoering van ,,Joost van den Vondel", de letterkundige vereeniging van leerlingen der H.B.S., welke steeds wordt bijgewoond door een groot aantal oud-leerlingen, daarvoor expresselijk van elders overgekomen.
Het bestuur van het Kamper Nuts-departement is zeer actief en spaart geen kosten om aan de buitengewone vergaderingen attractie te verleenen. En hetzelfde geldt van de Christelijke Winterlezingen, waar eveneens litteraire en wetenschappelijke onderwerpen door mannen van naam worden behandeld.
Voorts is "de Vereeniging voor Arbeidersontwikkeling" werkzaam in de richting van een volksuniversiteit. Voor haar cursusavonden, waar verschillende maatschappelijke vraagpunten door bevoegde personen worden besproken en toegelicht, geniet zij gemeentelijke subsidie.

Sport
Onze tijd staat in het teeken van de sport. En ook te Kampen vinden de verschillende takken van sport hun kring van beoefenaar . Reeds is gewezen op de ongemeen gunstige ligging van Kampen voor de watersport en de gieken, werrhy's en kano's der Kamper Roei- en Zeilvereeniging, de eigen jachten en booten, de zeilschuiten en huurvaartuigjes brengen des zomers op het breede watervlak een druk en vroolijk beweeg.
Tennis- en voetbalclubs zijn in flinken getale vertegenwoordigd. Onder de laatste vooraan "K.H.C.", welke de Kamper kleuren naar buiten zoo kranig verdedigt en die, als 2e klasser, meestal hoog staat op de lijst harer competitie.
In de turnzaal en op concours hebben de Kamper gymnasten te allen tijde een goed figuur gemaakt en nog moet er steeds gerekend worden met de mannen van "Crescendo" en “Thor".
De "Sportdagen" tevens toonen, dat er tusschen de plaatselijke vereenigingen kameraadschap bestaat en dat er een sportieve geest wordt aangekweekt. Met ongeduld zien allen uit naar de openstelling van het door de gemeente aangelegde, keurig ingerichte Sportterrein met kleedkamers, bergruimten, portierswoning enz.
Dat ook van paardensport kan worden genoten, is te danken aan de "Concours hippique- Vereeniging" , welke profiteert van de omstandigheid, dat steeds meerdere landbouwers in onze omgeving naam maken op het gebied der paardenfokkerij.
Tot het winterseizoen beperkt zich de activiteit van de vereeniging T.O.G. (Tot ons Genoegen). Haar terrein, de ijsbaan, ligt beschut voor gure winden, wat de vorming van een voldoend sterke ijskorst echter wel eens vertraagd. Het benoodigde bevloeiïngswater wordt opgepompt en op gewenscht peil gehouden door middel van een electromotor. Door demonstraties en wedstrijden verhoogt T.O.G. het genoegen der bezoekers, ook door concerten en door avondfeesten onder heldere electrische verlichting der banen.
In de wintersche sfeer ligt ook de bedrijvigheid van de plaatselijke schaak- en damgezelschappen, en tevens die van de Kamper Biljardclub en van de Kegelclubs.

Fokvereenigingen
Maar aan den winter is het najaar voorafgegaan, de tijd geëigend voor exposities. Reeds is genoemd die van de Maatchappij van Tuinbouw. Daarnaast komt dan de Kamper Kring tot Bevordering van Bijenteelt (tot welke "kring" behalve Kampen ook Elburg, Heerde, Wezep, en Kamperveen behooren) met haar hoogst belangwekkende tentoonstelling, waaraan een honigmarkt verbonden is. Verder heeft een vaste plaats op het programma de periodieke Hoendertentoonstelling, van groeiende beteekenis niet slechts door het aantal (vorig jaar 900 vogels) doch vooral door de hoedanigheid van vele inzendingen. Kamper fokkers zien bij herhaling hun rashoender met de hoogste onderscheidingen bekroond en niet enkel binnen de grenzen, maar tot in Engeland en Spanje. Voorts is er de tentoonstelling van de hard en met succes werkende Kynologenclub, waar rashonden van bijna alle soorten en vele van uitgelezen kwaliteit uit de meest verwijderde plaatsen des lands in de ring komen.
Exposeeren behoort niet tot het arbeidsterrein van de Kamper Hengelaarsvereeniging, maar zij verricht nuttig werk door het geregeld uitzetten van pootvisch in ontvolkte wateren. Zulk een was bijvoorbeeld het eenmaal vischrijke Noorddiep op het Kamper-Eiland, waarin bij den geweldigen stormvloed van Januari 1916 het zeewater doordrong, met gevolg, dat binnen enkele dagen al de prachtige karpers en andere vischsoorten gedood waren. Diezelfde hooge vloed heeft echter ook een tegenovergesteld gevolg gehad. Bij het afloopen van het zeewater bleven eenige botten en schollen achter in de diepe kolken bezuiden de stad en vonden nabij den bodem voldoende brak water om jaren lang levend en gezond te blijven. Althans werden daar onlangs eenige dezer zeevisschen volkomen welvarend door een stom-verbaasden hengelaar opgehaald.


Foto: De Nieuwe Weg (IJsselmuiden)

Wandelingen en uitstapjes in de omgeving
Aan de overzijde van den IJssel ligt "de Nieuwe Weg", Kampen's meest gezochte wandeling, een lommerrijke straatweg met zijpaden, waarlangs de voormalige tuinderswoningen geleidelijk plaats ruimen voor villa's en nette burgerwoonhuizen.
Deze straat, waaraan de terreinen en gebouwen der vorengenoemde groenteveilingen liggen benevens een tricotage-, een conserven- en een blikfabriek, loopt door IJsselmuiden, om verderop over te gaan in den Genemuider grintweg. Waar deze weg naar rechts ombuigt, den dijk langs Ganzediep en Goot volgende, ligt de aloude stad Grafhorst, aardig gelegen maar thans onaanzienlijk plaatsje. Van hier kan men naar Kampen terugkeeren over den rivierdijk, welke weg beeldige kijkjes geeft rechts over het Kamper-Eiland en links over de huisjes, tuinen en boomgaarden van IJsselmuiden, met in het midden de vooral om hun hoogen ouderdom merkwaardige toren en kerk der Hervormde Gemeente; welke namelijk reeds in de 12e eeuw uit tufsteen zijn opgebouwd. Nabij het kruispunt van den Nieuwen Weg en den dorpsweg ligt de nieuwe R. Katholieke kerk met haar opvallenden bouwstijl en daartegenover de Theodora Elisabeth-Stichting voor behoeftige oude lieden uit de gemeente IJsselmuiden en Grafhorst. Iets verder strekt zich naast den weg ter eener zijde een groot veld uit, omzoomd door hoog geboomte: "de Zandberg", eigendom van Kampen en gedurende drie kwart eeuw gebruikt als exercitieplaats, en aan de andere zijde liggen de oefeningsterreinen en schietbanen van het garnizoen. Den dorpsweg volgende door Oosterholt kan men rechts afslaande langs den Zwolsehen weg terugkeeren.
Een bijzonder aardige wandeling van matigen duur is bijvoorbeeld ook die langs den Zwolschen weg en verder over een zijweg naar het dorpje Wilsum om na overzetting aan het schuitenveer terug te keeren langs den grooten straatweg of wel heengaande dien straatweg en langs Venedijk of langs Hoogeweg terug, ook een rondje over den Zwarten Dijk, of een loopje naar zee. Wie het rayon wat ruimer kan nemen, ga het historische stadje Vollenhove eens bekijken of brenge een bezoek aan Giethoorn, "Overijsselsch Venetië". En dan - op slechts 15 K.M. afstand strekt zich de Veluwe uit met haar vriendelijke dorpen en mooie wegen, met haar hoog en laag, haar heiden en bosschen. Wezep, Hattem, Heerde en ook Nunspeet, Epe, Vierhouten, ze zijn alle per rijwiel zonder inspanning te bereiken, om van motorkracht niet te spreken.
In het voorgaande is getracht Kampen te schetsen gelijk het was en is, gelijk het werkt en verpoozing zoekt, zooals het leeft en streeft. Het mag met rechtmatigen trots terugblikken op een roemrijk verleden, maar tevens ziet het met rustig en hoopvol vertrouwen de toekomst tegemoet.

F.H.J. de Plot