dinsdag 15 december 2009

Gids van Enschede en Omgeving: Achtergrondinformatie en Inleiding

ACHTERGRONDINFORMATIE

De Gids van Enschede en Omgeving, behoorende bij de Wandelkaart uitgegeven vanwege de afdeeling Enschede van het Nederlandsch Onderwijzers Genootschap werd samengesteld door J.J. van Deinse, S. Bloemendaal en Dr. A. Benthem Gzn.
Van Deinse, tijdens het verschijnen van de gids in 1889 22 jaar oud, werkte toen nog in het onderwijs, evenals zijn latere schoonvader S. Bloemendaal, die hoofdonderwijzer was. Kort daarop zou van Deinse uit het onderwijs stappen en een leidende functie bij de firma Jannink aanvaarden. Van Deinse zou vooral bekend worden als Twents regionalist vanwege zijn onderzoek en publicaties maar vooral vanwege de vele initiatieven die hij nam en functies die hij bekleedde in de wereld van de Enschedese en Twentse cultuur en geschiedenis. De derde auteur Dr. A. Benthem, oud-leraar van Van Deinse, zou in 1895 het standaardwerk Geschiedenis van Enschede en zijne naaste omgeving laten verschijnen.



INLEIDING

‘De sage schuwt den nijveren mensch en vliedt den bebouwden bodem; mocht zij zich dan nog hier of daar doen hooren, dat men hare stem opvange, vóór dat de tegenwoordige woeste toestand der velden om Enschede zelf eene sage is geworden in den mond van het volgend geslacht’

Zoo schreef Mr. B. W. A. E. Sloet tot Oldhuis in 1839 en een halve eeuw later, nu de spoorwegen van Enschede u naar alle windstreken doen heen vliegen en er dus een geheel andere toestand is in 't leven getreden, is het zeker niet voorbarig om hier en daar aan te wijzen wat nog aan den ouden tijd herinnert, en in 't geheugen terug te roepen wat als sage en overlevering nog voortleeft.
Der Tubanten taal, die zich eeuwen gehandhaafd heeft, gaat onder; zelfs onze buitenlui pogen de Hollandsche taal te spreken. Veel schoons gaat ontegenzeggelijk met haar verloren. Jammer dat hier geen Fritz Reuter geboren en getogen is om zoo veel eigenaardig schoons te doen voortleven!
Het vollediger onderwijs, waardoor de miliciens uit onze stad en omgeving worden in staat gesteld in den beperkten diensttijd reeds met korporaals- of sergeantsstrepen hunne ontwikkeling te toonen; het drukke spoorwegverkeer, waardoor tal van reizigers van heinde en ver hunne kennis en wetenschap, hunne waren, enz. komen aanbieden, zoodat de tafels in onze hôtels 's middags steeds goed bezet zijn, geven de oorzaken aan, die sterken invloed uitoefenen op het gebruiken der meer algemeene spreektaal.

Hoe geheel anders waren de reisgelegenheden in den tijd onmiddellijk voorafgaande aan dien toen de spoorwegen hunne intrede deden. De Duitsche post arriveerde hier 's avonds 10 uur onder den naam van Munster-wagen in 't hôtel ‘de Klomp’ en vertrok weer om 11 uur daaropvolgende. De wagen van Van Gend & Loos kwam om half 11 ook in de Klomp aan met de reizigers uit Hengelo en vertrok middernacht via Hengelo naar Zutfen. Het postkarretje arriveerde te 12 uur 's middags met de Hollandsche post en vertrok 's namiddags half 5 naar Deventer met de brieven voor Holland, terwijl de vrachtwagens op Deventer in de pakketpost voorzagen. Maar hoe was het vóór dat de straatwegen, die tusschen 1819 en 1829 hier aangelegd zijn, er waren? Hierop kan Gijsbert Karel van Hogendorp het antwoord geven. Hij deed in den nazomer van 1819 eene reis door Twente met een vierspan voor zijne reiskoets , en dat vierspan was geen luxe. Toen maakte de welvaart en bloei in de onmiddellijke omgeving der plaatsen Almelo, Hengelo en Enschede een diepen indruk op hem, omdat er nijverheid en landbouw zoo allergelukkigst vereenigd waren, dat ieder boer spon of weefde en ieder spinner of wever zijn stukske land bebouwde, terwijl tusschen de dorpen en steden niet anders dan een treurige woestenij zich uren ver in 't rond uitstrekte.
Is het wonder, dat in die tijden de kooplui uit Deventer zitting hielden in ‘de Klomp’ en daar hunne klanten ontvingen onder het presenteeren van een stukje Deventer koek en van een kopje koffie uit de groote koperen kan met tal van kraantjes aan haar buik, en dat het voorkwam dat de koopman zijne klanten afscheepte met: "Ie kriegt noe nich meer, 'n ander mot ook wat hebben"?
Toen kwam men 's avonds "um de deure kieken" om afscheid te nemen van een goê vrind, die voornemens was eene reis naar Amsterdam te doen en waarvoor dan in de kerk eene goede reis werd afgebeden en na behouden thuiskomst eene "danksegginghe wier edaon".
In alle standen volgt men tegenwoordig de mode van Parijs in gradueele opklimming. De hoofddoek van Bessemoor ontmoet men nog maar zelden, doch den driekanten steek met wambuis, korte broek en linnen slopkousen van Bestevaer, ziet men niet meer.
De brullefte neugers, vroeger gekleed met hoogen hoed tot bovenaan versierd met goudpapier, bonte bloemen en strikken, dragen tegenwoordig hunne poëtische noodiging ter bruiloft reeds voor in klein tenu met een paar bloempjes om de pet of een strikje op de borst, terwijl de poëtische noodiging reeds afdaalt tot eene prozaïsche. De groote stroohoeden , waarmee de vrouwen getooid waren, die bij een begrafenis op den lijkwagen als naaste verwanten zaten, die hoeden worden niet meer gebruikt; de rouwdoeken worden alleen nog over het hoofd geslagen.
De begrafenissen zelven , zooals de noodnaobers met 2 of 4 span de kist naar de laatste rustplaats reden, waarachter dan de naobers, vrinden en kennissen volgden, ziet men al vervangen door de meer steedsche manier van begraven met lijkkoets en dragers en de ontvangst van buren en vrienden na afloop heeft doorgaande plaats in eene herberg bij de stad in plaats van in 't sterfhuis.
In de boerenwoningen, waarin menschen en dieren in één lokaal hun eet-, slaap- en woonsalon vonden, wordt tegenwoordig scheiding gemaakt tusschen menschen en vee.
Van het eiertikken op Paschen op het Tichelwerk aan den Oldenzaalschen weg is slechts nog een zeer zwakke navolging overgebleven op het Volkspark.

Dat wiegeliedjes ook verandering ondergaan laat zich denken, ook dat het
"Zuje, zuje, lutke wicht!
Slaope zuete, eugkes dicht.
Hune Wieven, 'k zal diej slaon,
Kumst du bie de huija staon".
door een ander, meer hedendaagsch liedje vervangen wordt.
Trouwens zoo'n wiegeliedje doet te veel aan de Hune Wieven en Wittewieven denken, thans nog slechts als spookgestalten op de meest afgelegen plaatsen bekend. Maar van wieg gesproken. De tijd schijnt. niet verre meer dat "de plek, waar onze wieg eens stond", in ons “Wien Neêrlands bloed", zal moeten gewijzigd worden, omdat de wieg van lieverlede als nuttig huismeubel wordt verdrongen door concurrenten. Kinderen, zelfs kleine, slapen tegenwoordig in bed, in ledekant of in 3 of 4 wielers n.l. kinderwagentjes.
"En zoo slijt alles hier op aarde,
Je pen, je laars, je bloemengaarde,
Je pijp raakt uit, je inkt verdunt,
En 't einde is een groote.'



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen