zondag 19 juli 2009

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Hengeloo

Hengeloo

Evenals alle namen, eindigende op loo, dat eene laagte en wel eene boschrijke laagte beteekent, wijst de naam Hengeloo er op, dat oorspronkelijk het een zeer boschrijk oord moet geweest zijn. Trouwens, geheel de Achterhoek van Twente was boschrijk en 't verhaal gaat nog, dat in vroeger tijd een eekhorentje van Twickel tot Oldenzaal kon komen, zonder den grond aan te raken.
Of de naam Hengel, gelijk beweerd wordt, van de Angelen afkomstig is, zoodat het geheel dan beteekenen zou het Bosch der Angelen, is zeer zeker betwijfelbaar.
Ook de naam Woolde van de buurtschap, die het dorp Hengeloo van 't Zuid-Oosten tot het Noord-Westen, door 't Zuiden heen omgeeft, duidt op wouden, die daar vroeger waren.

Het eigenlijke dorp is niet groot, doch daaromheen ligt de Ring, die feitelijk tot het bebouwde dorp behoort en hier en daar er mede ineenvloeit, doch om politieke redenen afzonderlijk gehouden en genommerd wordt, zooals dat op de Enschedesche straat al dadelijk duidelijk in het oog valt. De huizen in het Dorp dragen allen de letter D voor het no., die in den Ring de letter E, terwijl de wijken Woolde, Driene, Klein Driene, Oele en Beckum worden aangeduid met W, Dr, K Dr, 0 en B.

Hengeloo's geschiedenis laat zich in enkele woorden beschrijven. In den vroegsten tijd schijnt het dorp het middelpunt te zijn geweest van de Mark Woolde, waartoe toen ook Driene behoorde en wier naam nog voort leeft in eene bestaande stichting, de armenstaat der Mark Woolde. Deze echter is van later dagen en strekt zich alleen uit over de tegenwoordige buurtschap van dien naam.

Hengeloo was vroeger geene heerlijkheid, al had het een ‘huis’ of kasteel, dat aan de Westzijde van het dorp stond, doch is dit van lieverlede geworden. Blijkens een verhoor, in 1577 gehouden voor den rechter Otto Meylink te Borne, werden vroeger allerlei diensten den heer van het huis vrijwillig bewezen, die later geeischt werden. En daar de eigenaar, Frederik van Twickel, veel land in de Mark had gekocht en dit in stukken aan verschillende lieden in erfpacht uitgaf om te bouwen werden bijna alle huizen cijnsplichtig aan hem. De erfpachten of cijnsen van de meeste huizen moesten op ‘het Huis’ worden betaald. Ook hadden de heeren van Hengeloo collatierecht, daar zij de helft in het tractement van den predikant betaalden en de Oude Weeme of Pastorie, waarschijnlijk eene stichting van ‘het Huis’ is, kan deze collatie daaruit zijn ontstaan. Van het oude slot is niets overgebleven, een laan wijst nog den weg er heen en wij zullen later de plaats, waar het stond, van zelf opzoeken bij onzen omgang door het dorp. De geschiedenis maakt nog melding van eenen grooten brand in 1595, toen er te Hengeloo 43 huizen, benevens vele schuren en stallen afbrandden.


Boven: Fragment van bijbehorende wandelkaart (1897). Klik er op voor vergroting.
Onder: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1881-'82, herzien in 1903.


Als men van 't Station Hengeloo binnen komt, ziet men recht voor zich uit eene flinke straat, den Stationsweg, door de spraakmakende gemeente meestal Beursweg genoemd, naar het gebouw, dat wij aan de rechterhand aantreffen, dat met zijn hooge glazen deurvensters en oprijweg zich al dadelijk doet kennen als voor publieke doeleinden bestemd. Oorspronkelijk werd de beurs bestemd voor den katoenhandel. Toen Hengeloo een centrum werd der spoorwegen, waar de lijnen van Enschede, Oldenzaal, Almeloo en Goor samen kwamen, meende men daar ter plaatse een gebouw te moeten stichten, waar de katoenhandelaren en fabrikanten elkander konden ontmoeten en zaken doen. De Nederlandsche Handelmaatschappij bood krachtige hulp en uit ruime beurs verrees vlak bij 't station de Beurs, die plechtig werd ingewijd en door een onzer eerste geleerden en staathuishoudkundigen, den heer Thorbecke, werd eene inwijdingsrede gehouden, gevolgd door een feestmaal, waarbij het nijverige Twente in allerlei toasten werd verheerlijkt. Maar van beurshouden is nooit veel gekomen. De naijver der verschillende Twentsche plaatsen en de waarschijnlijk te hoog gespannen verwachtingen van de vlucht, die de katoennijverheid nemen zou, deden het hare en weldra opende Almeloo een eigen beurs en ruimde Enschede een der societeits-zalen in voor dergelijk doel. En nu is de met zijn groote zaal met galerijen, de concertzaal van Hengeloo geworden. Concerten, tooneelvertooningen, bals, met sommige gelegenheden Volksbals, Nuts- en andere vergaderingen en dergelijke hebben den tempel van Mercurius in beslag genomen. Aan de zijde naar den spoorweg zijn koepelkamers bijgebouwd, die met de daartusschen gelegen zaal de groote societeit vormen, terwijl de leeskamer tevens voor kleine vergaderingen wordt gebruikt. Willen we, van de spoorreis komende, even toeven, dan biedt de koffiekamer der beurs daartoe een uitnemende gelegenheid.

We zetten nu onze wandeling voort langs den Beursweg, treffen eerst aan de linkerzijde de gasfabriek en vervolgens de schoone villa van den Heer W. Hulshoff Pol en dan eene straat, de Schoolstraat, waar de villa van den Heer van Oostrom Meyjes door haren bevalligen vorm ons oog trekt, terwijl aan de overzijde eenige heerenhuizen staan, en den weg vervolgende, komen wij in 't schoonste gedeelte van Hengeloo tusschen de villa's der H.H. O. Stork en H. Hulshoff Pol door op de Enschedesche straat.


Foto: Gezicht op den Enschedeschen Straatweg

Wij zijn hier aan 't einde van het Dorp en nog geen 20 jaar geleden, zouden we bijna aan 't eind der gemeente zijn geweest. Op slechts weinige schreden afstands begon toen Lonneker reeds, doch in 1881 is door een vreedzame annexatie een deel van die uitgestrekte gemeente bij Hengeloo gevoegd. Gaan we van 't Station komende rechtsom, dan treffen we aan de linkerzijde het fraaie landhuis van Mevr. de Wed. Ekker, en benevens kleine woningen de villa's der H.H. D. W. Stork en D.W. van Wulfften Palthe, aan de andere zijde een aardig villatje van Mej. A. Stork, den molen en o.a. het groote huis van den Heer H.C. Stork en de vriendelijke villa van den Heer Bartelink, waarnaast nu weder eene nieuwe villa verrijst, waarna de spoorweg de scheiding vormt van het eigenlijke dorpsgedeelte en den weg, dien we later hopen te wandelen. Juist voor dien spoorweg, langs de villa Palthe, gaat een weg linksaf, die ons voert langs het Ziekenhuis, een nieuw gebouw, geheel volgens de eischen des tijds ingericht op kleine schaal, doch voor uitbreiding vatbaar. Onder weg hebben wij eene straat gekruist, de Wolter ten Cate straat, die haren naam ontleent aan den ouden Doopsgezinden leeraar der gemeente, die de eigenlijke stichter is der Hengeloosche damastweverij, wiens nagedachtenis men daardoor in dankbare herinnering wilde bewaren, waar een aantal heerenhuizen en de flinke kazerne der Marechaussees een plaats vonden. Tegenover de laatste staat de fraaie en groote villa van den Heer de Monchy, te midden van eenen grooten tuin, die zich tot de Beurs uitstrekt.

De Enschedesche straat van de Markt tot aan den spoorweg is de straat, daar vindt men wandelaars uit alle standen en daar is des Zondags de pantoffel-parade, zoodat bij lang, droog weder de fraaie nu met boomen beplante weg, dan in een stofwolk gehuld is.


Foto: Gezicht op de Enschedesche straat

Van 't Station komende, slaan wij echter om de Markt te bereiken linksom langs de villa van den Heer O. Stork en treffen dan links al spoedig het nieuwe Postkantoor, dat in Gothieschen stijl in baksteen opgetrokken een goeden indruk maakt. Het heeft alleen de lastige eigenschap, dat het zoo ver mogelijk naar de grens van het dorp is gebracht. Recht voor ons uit beheerscht de hooge spitse toren der groote R.C. Kerk de geheele straat, terwijl in de verte het gezicht wordt afgesloten door het Gemeentehuis en het daarnaast staande oude Postkantoor. Eerst krijgen we nog links de Nieuwstraat, voor weinige jaren nog een modderig pad tusschen bleekvelden en daartegenover de Drienerstraat om dan aan de Veemarkt het Hôtel ‘De Halve Maan’ te vinden, waar wij ons anker kunnen nederleggen.
Daar tegenover vindt men een flink plein, de Telgen, dat zijn naam ontleent aan den tijd, toen daar nog de telgen werden gekweekt voor den aanplant in de eiken bosschen. Tot voor korten tijd was dit plein aan de zijde der Enschedesche straat afgesloten, op een nauwen doorgang na, door een oude smederij en daarnaast eenigzins achteruit stond nog een van die oude gebouwen, met een verveloozen hoogen houten puntgevel, zoo als we in Oud-Hengeloo er meerdere zullen vinden. De behoefte aan uitbreiding der Veemarkt deed het gemeentebestuur besluiten, die smederij aan te koopen en de Telgen tot een flink plein te maken.

Even voorbij de R. K. Kerk treffen wij de Markt, een zeer onregelmatig plein, waaromheen een aantal winkels en aan 't einde het reeds genoemde gemeentehuis. Volgen wij nu dezelfde richting, dan begint het oude Hengeloo, waar men geen enkele straat vindt die rechtuit loopt. Wij gaan de Langestraat in, waar wij schuin tegenover het koffiehuis van den heer J. Wilmink nog een huis vinden, dat zeker een der oudste is uit het geheele dorp en met zijn laag dak en muren van vakwerk, een zonderlinge tegensteIling vormt met de fraaie huizen aan den Enschedeschen weg. Deze straat voert ons in de Bentheimer straat, langs de kerk der hervormden, een vierkant stijf gebouw met een op 4 pilaren rustend voorportaal, grootendeels achter lindeboomen verscholen en met een houten koepeltorentje, waarin een goed uurwerk, dat echter door de lage plaatsing niet ver gehoord wordt. De kerk heeft een goed orgel. Schuin er tegenover ligt de eene pastorie, terwijl bijna daarnaast een kromme slecht geplaveide straat rechtuit, zoo ver dit mogelijk is, aanloopt op de oude pastorie of Weeme en den naam draagt van de Pastoriestraat. Vervolgden wij onzen weg, wij kregen dan eerst een vriendelijk huisje rechts en - daartegenover de gemeentelijke bleek, waar de huismoeders tegen betaling hare wasch kunnen spoelen en bleeken, tenzij zij het den bewoners van het daarop gelegen waschhuis opdragen. Daar ligt de beek aan welks overkant een paar fraaie villa's gelegen zijn, van wijlen den heer Dinckgreve en den heer E. Ekker, die wij later, als wij buiten het dorp gaan, wel in oogenschouw nemen.

Wij keeren dus nu terug op onze schreden. Even voor de kerk gaat een laan linksaf. Volgden wij dezen wij zouden langs den tuin van den heer Dikkers, op de hoogte komen, waar eertijds het Huis te Hengeloo stond en waarvan niets overbleef dan de plaats. Er staat eenzaam op de hoogte een boerenhuis en daarachter strekt zich de groote Hengeloosche weide uit, terwijl aan den overkant de achterzijde begint der algemeene begraafplaats. Wij zeiden, er is niets overgebleven van die vroegere heerlijkheid. Ja toch iets, de vroegere poort is bewaard en prijkt te Enschede naast het Hotel de Klomp en de leeuwen die eertijds het wapenschild droegen, dienen in den tuin der Weeme als bewakers van een priëel.

De Bentheimer straat volgende krijgen we een reeks onregelmatig gebouwde huizen, Vroeger deels woonhuizen, deels voor weverij gebezigd en nu als bergplaatsen dienende, tot wij links de Hengeloosche Bontweverij krijgen, een groote fabriek, die een 650-tal personen in 't werk heeft en aan beide zijden der beek is gebouwd. De tegenwoordige eigenaars zijn de HH. Hulshoff Pol. Daartegenover, juist aan 't eind der straat, vinden wij nog een echt ouderwetsch Twentsch huis met zijn groote banderdeuren. waarin de volgeladen hooi- of roggewagen kan binnenrijden en komen dan in de Marktstraat. Gingen wij de brug, de Tiemsbrug over, wij zouden dan rechts voor ons Noordwaarts den lommerijken straatweg naar Borne zien, terwijl aan de rechterzijde langs de Twentsche Bontweverij en de daartegenover gelegen fraaie villa van den heer Krabbe en het aardige landhuisje van den heer Blenken, de weg naar Oldenzaal loopt, die aan 't begin met jonge lindeboomen beplant is. Wij konden dan bij het ziekenhuis voor besmettelijke ziekten de brug overgaan en langs de Weemenstraat de Markt bereiken. In de tweede Weemendwarsweg die zich ombuigt en in de Drienerstraat uitkomt, staat het R.C. Vereenigingsgebouw, dat een zeer goeden indruk maakt. In den volksmond heeten deze gezamenlijke straten de Weemen gaarden, aanwijzende, dat ook daar vroeger een weeme of pastorie moet hebben gestaan, waaronder de tuinen behoorden, die het terrein vulden. Onmogelijk is 't niet, omdat juist aan de pastorie der R.C. gemeente de straat zich aansluit.

Wij gaan van de Thiemsbrug de Marktstraat in, treffen eerst het nieuwe klooster der zusters van liefde met de daaraan verbonden bewaar- en meisjesschool. Daarnaast komt de Synagoge der Israëlieten en dan de fraaie en ruime pastorie der Doopsgezinden en de kerk van deze gemeente.
Steken wij nu de Markt over dan treffen wij de Brinkstraat, een der drukste straten, waar men bijna uitsluitend winkels vindt en de huizen, die nog niet in winkels zijn veranderd, worden het. Die straat is zoowel wat hare winkels als hare geringe breedte betreft bestemd de Kalverstraat van Hengeloo te worden. Daar vindt men de Stoom-, Boek-, Handels en Kunstdrukkerij waar deze gids gedrukt is. Daar vindt men een winkel met eene reusachtige spiegelruit gelijktijdig de étalage in den kelder en gelijkvloers toonend, gelijk men dat hier te lande nog slechts zelden ziet.

De Brinkstraat voert naar den Brink. We loopen recht op den fraaie meubelwinkel van Gebr. Eshuis aan en treffen er een met eenige boomen bezet pleintje. Daar was het dat in vroeger eeuwen de gewaarden der Marke Woolde bijeenkwamen, om de markezaken te behandelen. Niet onwaarschijnlijk heeft er in vroeger eeuwen de kerk gestaan. De tegenwoordige kerken toch zijn van veel later tijd. De R. Kath. is een gebouw der laatste jaren en ook de Herv. kerk is in 1840 pas gebouwd en stond vroeger op de plaats, waar nu de gemeentelijke begraafplaats is. De Brink heeft zijn oude betekenis verloren. Eenige heerenhuizen, waaronder dat van den heer van Benthem de aandacht trekt en enkele winkels zijn er om heen gebouwd. Recht uit of liever recht voor ons ligt de Spoorwegstraat, die naar 't station voert en over den spoorweg naar het gedeelte van den Ring, dat wij later hopen te bezoeken. Vlak voor den overweg, tegenover de Nieuwstraat ligt de Koninklijke Weefgoederenfabriek, voorheen C. T. Stork en Co. de oudste en de grootste van Hengeloo's bontweverijen, waar een 1000tal personen op kantoor en in werkplaats een bestaan vinden. Voor die fabriek slaat een weg of straat af, de Dorpsmatenstraat genoemd. Het volk echter noemt deze straat en de aangelegen straten eenvoudig de Dorpsmaat, en doet de herinnering voortleven aan den tijd, toen 't alles nog maadland, dat is grasland was. Van die hebbelijkheid, ten spijt der officieel van gemeenteraadswege gegeven namen, de oude benaming te handhaven, vinden wij nog tal van voorbeelden.

Van de Brinkstraat links gaande, in plaats van over den Brink zouden wij de Molenstraat hebben getroffen, die doorloopt tot bij de Beurs, onderweg links de Telgen en de Veldbleekstraat hebbende. Op de laatste straat, die de verbinding vormt van Molenstraat en Schoolstraat vestigen wij de aandacht daarom, omdat er het kantoor is van Hengeloo's telefoon, een net gebouwtje van de verte kenbaar aan het driehoekig gevaarte waar de ‘kuijerdraden’ zooals 't volk de telefoon noemt, bijeenkomen. Daarnaast staat de groote dorpsschool, school A, een der vier scholen, die in of onmiddelijk bij het dorp staan en die met hun bijbouwen of bovenlocalen wel 't duidelijkst bewijs zijn van de toeneming der bevolking. Nog geen twintig jaar geleden was er ééne school, met een boven- en een ondermeester, nu zijn er 4 en een school voor M.U.LO. mede aldaar gelegen met een 50-tal onderwijzers. Daar vindt men ook het kerkje van de Gedoopte Christenen, te herkennen aan het opschrift: “God is liefde."

Van de Brinkstraat rechts omgaande, zouden wij de Beekstraat hebben gevolgd, een straat, die even kronkelend als de beek, waaraan ze hare naam ontleende, links de Brugstraat heeft, om aanstonds daarna te verloopen in de Pastoriestraat, waar wij de oude Weeme vinden. Dit is wel 't oudste deel van Hengeloo. Hier kruist de Willemstraat de Pastoriestraat, komende van de Marktstraat, tegenover de Synagoge en zet zich voort langs de beek. Even voor het ruime plein, waarop school G verrijst, staan een paar zeer oude gebouwen. Zij herbergen echter achter de kleine ruitjes der kleine raampjes een nijverheid, die weinig wordt uitgeoefend. Het is de damastweverij van den heer H. ten Cate Mzn., die daar in die antiquiteiten onder dak is gebracht en wacht op een meer waardige huisvesting, waardoor tevens de daar zeer nauwe straat kon worden verruimd. Gaan wij de brug aan 't eind der Willemstraat over, dan krijgen wij den Emmaweg, die naar buiten 't dorp voert en waaraan een aantal dier knappe burger- en arbeiderswoningen staan, die jaarlijks bij tientallen in en om Hengeloo verrijzen.
Daarmede hebben wij 't eigenlijke dorp afgezien. Wij gaan na uitgerust te hebben in eene der vele gelegenheden daartoe, nu in wat grooter kring de wandeling voortzetten en wel (zie volgende hoofdstuk)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen