zondag 19 juli 2009

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Borne

Borne

Wanneer wij van Hengeloo komen, 't zij wij den fraai beschaduwden straatweg volgden, 't zij wij den ouden weg hadden gekozen, wij zouden de brug over zijn gekomen over de beek, die hier Bornesche A heet, en nadat eerst een poosje 't uitzicht door hakhout ter zijde van den weg ons is benomen, weldra Borne voor ons zien met zijn torenspitsen, zijn fabriekschoorsteenen en zijn molen op den voorgrond. Borne is al zeer oud. Reeds in 1200 wordt het genoemd en heette toen Burgunde, waaruit sommigen hebben afgeleid, dat het door iemand uit het Bourgondische huis zou gesticht zijn. Het laatste gedeelte van den weg is zonnig, doch hierin zal weldra verandering komen, daar 't Rijk voornemens is, ook dit gedeelte met boomen te beplanten.


Foto: Gezicht op Borne, Hengeloosche straatweg

Weldra hebben wij de Dorpstraat voor ons en zien het huis van Doctor Eekman met zijn vriendelijken tuin rechts van ons. Even verder, links, hebben wij de damastweverij van de firma S. Spanjaard, waar een weg afgaat, de Zwarte weg, die achter 't geheele dorp omloopt en ter hoogte der R.-Kath. kerk uitkomt en ook op verschillende plaatsen weder verbonden is aan de Dorpsstraat. Aan dien weg staat de fabriek van den heer Hofstede Crull, die het dorp van electrisch licht voorziet, want Borne is een der weinige plaatsen in ons land, waar men niet alleen voor de winkels en woningen, maar ook voor de straatverlichting electriciteit bezigt en overal zien wij aan palen - deels aan die van den telegraaf - de kurketrekkerachtig gewonden draden, die ’s avonds de duisternis moeten verdrijven. Weldra hoopt men ook telefonisch met Hengeloo te zijn verbonden, waarvoor concessie is verleend, maar de Waterstaat maakt bezwaar tegen het plaatsen der palen langs den weg. Aan dien achterweg vinden we ook nog een ouderwetsch Twentsch huis, waar de balk boven de groote schuurdeur het opschrift draagt: O God, bewaert het huys voor brant en voor de vernylende hant. Ao. 1728.28 Maart. Een soortgelijk opschrift kwam vroeger ook voor op de deur der oude brouwerij.


Boven: Fragment van bijbehorende wandelkaart (1897). Klik er op voor vergroting.
Onder: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1881-'82, herzien in 1903.


Wij volgen de Dorpsstraat en treffen eerst het groote huis van mevr. L.S. Spanjaard en even verder het Post- en Telegraafkantoor en daartegenover eene nieuwe villa, Villa Elisabeth, van den heer Albert Spanjaard. Voor deze staat een gebouw, dat het jaarcijfer MDCCCLIX in den gevel heeft. Het is de oude school, toebehoorende aan de Herv. gemeente en die, nu zij als school geen dienst meer doet, voor bibliotheek, Zondagschool, enz. gebezigd wordt en waar somtijds uitvoeringen van rederijkerskamers of muziekvereenigingen worden gegeven. Een ander daar ter plaatse staand huis draagt nog den naam organisthuis. Even verder bereiken wij de Markt, een niet geheel regelmatig plein, waar de Doopsgezinde pastorie, het Raadhuis en het Hôtel de Keizerskroon met zijn vooruitspringende schuur een plaats vinden.

Van de Markt af de Dorpsstraat volgende, die nu den naam van Nieuwstad draagt en waar eenige fraaie winkels onze aandacht trekken, zien wij weldra voor ons de nieuwe R.- Kath. kerk, gewijd aan H. Stephanus.
Deze kerk ligt tusschen twee wegen, de eene, rechts, voert naar Zenderen en Almeloo, de andere, links, naar 't Station, terwijl nog een derde weg, Bolkshoek, zich afbuigt naar den Zwarten weg, een veel door de kerkgangers gebezigd pad. Langs de Kerk naar 't Station gaande, krijgen wij rechts de pastorie, het klooster der Zusters van Liefde met zijn scholen, eene in aanbouw zijnde villa van den burgemeester, Jhr. E. J. J. S. van Bönninghausen en dan de groote fabriek der H.H. Spanjaard, tot het weven van katoenen en linnen stoffen. Nog eene fraaie villa, met torens en tinnen, van den heer S. Spanjaard, daarnaast het vriendelijke landhuis van den heer Meyling, te midden van een fraai aangelegden tuin, van omvang grooter dan menig buiten en er tegenover nog een groot heerenhuis van den heer B. Spanjaard en wij staan aan den overweg van den spoorweg, terwijl een paralelweg ons in weinige oogenblikken aan 't Station brengt.


Foto: Gezicht op Borne vanuit den overweg nabij het Station

Dit is het nieuwe gedeelte van Borne. Waren we echter, in plaats van de Dorpsstraat te volgen, tegenover de damastweverij, rechts af de straat, die den naam van Ennekendijk voert, ingegaan, wij zouden het oude Borne hebben gezien, een wirwar van kronkelende straatjes en steegjes, als een spinneweb, waarvan de Herv. Kerk ongeveer het middelpunt uitmaakt. Aan genoemde straat treffen wij eerst het nieuwe gebouw der R.-K. Werklieden-vereeniging en iets verder een huis uit de vorige eeuw, met een groote vierkante deur en een gevelversiering van zandsteen, waarop een groen geverfde krans prijkt met het jaar 1779. Daar woont de Notaris van Uden. Naast hem staat de Synagoge, kenbaar aan het opschrift in Hebreeuwsche karakters en daartegenover de Bornesche boterfabriek. Iets verder treffen wij links het onaanzienlijke bedehuis der Doopsgezinden en dan draait de weg af en verloopt zich in een zandweg naar Oldenzaal.

In dit gedeelte van Borne vinden wij nog een groot aantal ouderwetsche huizen met hooge houten puntgevels en groote schuurdeuren, met muren van vakwerk en allen zoo zonderling dooreenstaande of ze er neergeworpen waren. Van een rooilijn hebben de ontwerpers geen flauw denkbeeld gehad. Daar treffen wij plotseling een fraaie groote boerderij met een schaduwrijk eikenbosch er naast, de Meijershof geheeten, waar even als op Espelo vroeger de beheerder van het dorp woonde, niet onwaarschijnlijk door Weleveld's heer daar geplaatst. Aan den hof zijn nog door tal van huizen recoguitien verschuldigd o. a. moet de Doopsgezinde kerk er jaarlijks 2 jonge hanen leveren, van den leeftijd, dat zij op den rand van een emmer kunnen springen, een bepaling van leeftijd, die ook elders o. a. in het Rijk van Nijmegen, in oude erfpachtbrieven voorkomt.

Gaan wij het hek door en volgen het voetpad dat over den Meijerhof voert dan komen wij aan de Jurrienstraat. Deze verdeelt zich hier in twee wegen, de eene voert naar Saasveld en Gammelke en naar een buitentje Hemelhorst, bekend om de daar staande beelden van St. Johannes en St. Bernardus, de andere rechts naar de Hoogebrug en verder naar Dulder en Hertme, welken weg wij bij een volgende wandeling buiten Borne zullen bezien. De Jurriënstraat loopt uit op de Koppelsbrink en komt nagenoeg op hetzelfde punt voor het Hôtel uit als de Dorpsstraat.

Even voor de brug over een beek ligt bijna geheel weggestopt achter een paar onaanzienlijke huizen de Herv. Pastorie, een flink huis met een grooten tuin, dat ter zijde uitzicht heeft naar 't R. K. kerkhof en den weg naar Hertme. Is er nu weinig van te zien, omdat het een eind van de straat afligt, onder den vorigen bewoner, Ds. J. C. van de Velde, die er ten vorige jare uit werd grafwaarts gedragen, juist op den dag dat hij 50 jaar als predikant te Borne had gestaan, was er niets van te zien, tengevolge van het zware en hooge hout, dat haar geheel verborg. Zijn opvolger maakte wat ruimte. De straat die de pastorie verbindt met de kerk heeft den zoeten naam van Suikerstraat. Ook van de Dorpsstraat loopt een weg, Horst, naar de kerk, even verder dan de Ennekendijk langs de school, terwijl van deze laatste weer een straatje loopt naar de Villa Elisabeth. Wij zullen de linkerstraat niet ingaan, maar de straat nog een eindje volgen tot wij kort voor de Markt een huis treffen, waar de agent woont der firma van Gend en Loos. Het is echter niet in die hoedanigheid, dat wij den heer Boswinkel wenschen te spreken, maar daar hij koster is der Herv. kerk, moeten wij bij hem ons vervoegen, om de kerk te zien en deze is die moeite waard. Reeds van verre toont zij haar fraaie torenspits, tot voor weinige jaren, toen nog niet overal nieuwe R. kath. kerken waren verrezen met hooge torens, zoo niet de hoogste, dan toch een der hoogste van Twente.

Als we nu door een steegje, dat ons langs de nieuwe catechiseerkamer voert de kerk naderen, ontsluit ons onze geleider het hek en daarna een betrekkelijk lage zijdeur en wij staan in het gebouw. 't Is een oude kerk met kruisgewelven en daar de bogen zonder de minste ornamentatie zijn, laat zich de ouderdom der kerk daaruit eenigzins bepalen. Zij zal vermoedelijk uit het laatst der 14e eeuw zijn. De kerk bestaat uit twee beuken of schepen, achter het eene, vóór afgesloten door den toren, staat een enigzins verhoogd koorgedeelte, waar een aantal zerken met de namen Schele en Hambroek de laatste rustplaats aanwijzen der vroegere heeren van Weleveld. O.a. is er begraven Radboud Herman Schele, op dat kasteel geboren, die den groothertog van Toscane diende en in 1651 op de groote vergadering in den Haag de provincie Overijssel vertegenwoordigde. Ook vindt men er in den muur gemetseld een zerk, waarop vermeld wordt dat twee kinderen van zekeren heer Schele, die verdronken zijn in de gracht, er begraven werden. Jammer genoeg is er van de meeste der zerken slechts weinig leesbaar, zij zijn onder de banken verborgen en ook de laatstgenoemde is door een bank bijna geheel onzichtbaar. De heeren van Weleve1d hebben zich veel aan de kerk laten gelegen liggen. Twee der drie torenklokken zijn geschenken van hen, evenals een zilveren avondmaalsbeker en ook hadden zij stem in de beroeping van den predikant. Zoo wordt vermeld dat zekere Radboud Hendrik van Hambroek, heer van Weleveld, de goedsheeren, die met den kerkeraad de benoeming hadden, convoceerde.

Jammer dat de nieuwerwetsche ijzeren ramen, al hebben ze ook een z.g. gothischen vorm, de oude steenen hebben vervangen. Wat ecbter ongeschonden - tenzij men de bedekking met een witte en gele verflaag schennis noemen wil - bleef, is de predikstoel, een kunststuk uit zandsteen gebouwd. Aan vier zijden dragen de spiegels opgebeitelde opschriften. Math. 28 : 18-20, Job. 13 : 20, Joh. 15 : 26 en 27 en Joh. 16 : 13, Gal. 1 à 9, terwijl de deur van eikenhout in denzelfden trant bewerkt is en 2 Tim. 2 : 15 tot opschrift heeft. Volgens een oude overlevering zou deze preekstoel door middel van een Dominicaner monnik, die er in verborgen was, zijn zonden hebben gebiecht in 1672, toen de Munsterschen ook Borne bezet hadden. De kerk heeft een klein maar welluidend orgel en sinds onheuchelijke jaren is de betrekking van organist er in dezelfde familie.
Wij willen nu onzen geleider dank zeggen voor zijne inlichtingen en ons een oogenblik gaan verfrisschen om dan eens buiten Borne te gaan zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen