zondag 19 juli 2009

In en om Hengeloo, Borne en Delden: Delden

Delden

Wij hebben dien naam al zoo menigmaal genoemd als eindpunt of rustpunt op een onzer wandelingen van Hengeloo of Borne, dat het tijd wordt het stadje met zijne omgeving zelf wat nader te bezien. Het stadje, want Delden is niet alleen eene oude stad, maar heeft met Vollenhove, Almeloo en Doetinchem gemeen, dat het officiëel steeds Stad-Delden heet, ter onderscheiding van Ambt-Delden, dat het geheel omringt, behalve aan den oostelijken kant, waar 't in de richting naar Oele aan Hengeloo grenst. De gemeente Delden (Stad) beslaat slechts 500 H.A. (het Ambt meer dan 8000) en heeft, behalve de stad alleen, de buitenbuurt Vossenbrink en St. Annabrink. Door de eerste kwamen wij op onzen weg van Oele.
Delden is zeer oud. Reeds in 1118 wordt er melding van gemaakt, het lag toen echter op een andere plek, want in 1322 gaf Frederik van Sierck, bisschop van Utrecht, aan het verplaatste Delden dezelfde rechten, die het vroeger bezeten had en elf jaar later verleende bisschop Johannes III (Johannes van Diest) het dezelfde rechten, als Oldenzaal had. In 1583 werd het door de ruiters van Pruist verbrand. Het stadje bestaat uit eene flinke straat, deel uitmakende van den grooten weg van Hengeloo naar Goor en daar zich verdeelend naar Lochem-Zutfen en naar Deventer, voor het oude Twente de stad. Rondom is Delden omgeven door tuinen, waaromheen een doorgaand pad loopt, dat door een paar wegen weer met de hoofdstraat verbonden is.


Boven: Fragment van bijbehorende wandelkaart (1897). Klik er op voor vergroting.
Onder: Chromotopografische kaart des Rijks, verkend in 1881-'82, herzien in 1903.


Als wij van 't Station komen, treffen wij aanstonds links daarvan zulk een pad, dat ons door een aantal tuinen midden in de plaats brengt op de Markt.
Wij kruisen dan eene straat, waar op den hoek het Post- en Telegraafkantoor staat, terwijl even vroeger wij rechts de stoomweverij van de firma Schrader Schneider Teyert & Co. zijn gepasseerd en in de verte de fraaie villa van den Notaris van Delden zien. Op die Markt staat een zeer fraaie monumentale fontein of pomp. Op een voetstuk van hardsteenen met een zandsteenen basement staat de pomp, die in een lantaarn eindigt. Rechts en links zijn leeuwenkoppen aangebracht, waaruit een straal frisch water te voorschijn komt, als men een der handels aan de achterzijde neerdrukt. Aan de voorzijde en de beide zijden prijken de wapens van Delden, Twickel en Heeckeren van Wassenaer. Aan de voorzijde staat een opschrift: ‘Dankbare Hulde van het Bestuur en de Burgerij van Stad-Delden aan Dr. R. F. Baron van Heeckeren van Wassenaer voor de door hem in de gemeente aangelegde waterleiding. Nov. 1894.’
Deze pomp is den 3en Dec. 1894 onthuld, gelijk het opschrift aanduidt, uit erkentelijkheid voor de waterleiding, die aan Delden een 16tal standpijpen schonk, waaruit men drinkwater verkrijgen kan en onderscheidene brandkranen. Op die waterleiding komen wij terug, als wij Twickel bezoeken.


Foto: Gezicht op de Lange straat te Delden

Vlak achter die pomp staat de Hervormde Kerk, door een ijzeren hek en het plantsoen, waarin zij staat, van de straat gescheiden. 't Is een fraai oud gebouw. Blijkens een opschrift boven de lage deur, werd de eerste steen gelegd in het jaar 1463. Als wij binnenkomen in bet voorportaal, zien wij rechts in den muur aangebracht een fraai stuk beeldhouwwerk, waarschijnlijk het dekstuk van een Gothisch monument, met sierlijk lofwerk bewerkt en daarnaast in den muur een groote grafzerk van Johan van Raesvelt, een der vroegere heeren van Twickel en iets verder een zerk, waarin levensgroot de figuur is uitgehouwen van Frederik van Twickel. Beide zerken dragen tevens de zeer goed bewerkte wapens, voorstellende de kwartieren van genoemde Heeren. Aan de overzijde van den ingang is de niet groote consistoriekamer met een kruisgewelf gedekt. De kerk zelf bestaat uit 3 schepen. Het middenschip heeft aan het eene eind het orgel, aan de tegenovergestelde zijde de ruime bank van het Huis Twickel, met een baldakijn gedragen door kunstig gedraaide eiken kolommen, terwijl ook de deur aan de achterzijde, evenals de geheele achterwand van snijwerk is voorzien. De predikstoel, mede van eikenhout, heeft een koperen bijbellessenaar, met het wapen van Wassenaer voorzien, welk wapen ook op de kerkeraadsbijbels is afgedrukt.
Ter zijde achter het orgel is een gedenksteen aangebracht ter herinnering aan den vroegeren predikant, Ds. J. A. de Lorraine Holling, op den 1en Kerstdag 1859, juist toen hij gereed stond, om voor de gemeente op te treden, plotseling overleden. De vloer der kerk is even als te Borne, gevormd door grafzerken, die voor een deel onder de banken zijn verborgen voor een deel uitgesleten. Enkele, zoo als die van de familie Gewin, zijn nog goed kenbaar. Jammer is het, dat men ook deze kerk heeft opgeknapt met ijzeren ramen, die wel is waar zoowat in Gothischen stijl zijn en met gekleurde glazen versierd, maar toch niet passen bij de omgeving. 't Is te hopen, dat men ze nog eens door betere zal vervangen. Werden daar ramen aangebracht van steen in den stijl der kerk met in lood gevatte ruitjes en deze dragende de wapens der oude geslachten van Twickel en Beckum en Oldemeule en wie er verder ‘goedsheeren’ geweest zijn, wat zou het fraaie monumentale gebouw daarbij winnen!

Aan de achterzijde van de kerk, als wij van de Markt het plantsoen over gaan, staat de Oudste Pastorie. Aan de Markt vinden wij verder het Café Beltman en op den hoek staat het raadhuis van Stad- en Ambt-Delden. Aan de Markt treffen wij ook nog de bekende koekfabriek van van Heek & Co.
Gaan wij nu van de pomp langs het Stadhuis de straat verder in, dan krijgen wij al spoedig links het Hotel de Zwaan van Hemmelder en aan de overzijde eene fraaie villa van den heer Schweigman. Daar houdt het eigenlijk stadje op van dien kant. Wij hadden van 't station ook den weg recht op de Zwaan kunnen nemen. Gaan we nu verder, dan treffen wij verder aan het huis van den burgemeester, dat fraai in 't geboomte ligt en dan aan den overkant het huis van den rentmeester van Twickel, kenbaar aan toren, met een tuin aan de overzijde van den weg, waarin een vijver. V1ak voorbij dit huis komt een weg uit van 't station, die met veelsoortig geboomte ter zijde is beplant en aan den overkant met eene laan voert naar Twickel. Even voorbij den kruisweg treffen wij den Drost van Twente, een veelbezochte uitspanning, op welker groote schuurdeuren een postiljon op een schimmel gezeten, levensgroot is afgebeeld.

Den weg vervolgend, krijgen wij links een huis met zware lindeboomen en kastanjes, waarachter de hoofdlaan van Twickel's kasteel begint, terwijl aan den overkant een weg weer naar 't station leidt. Aan den overkant van den weg staat een schaapskooi, waarvoor een groote wilgenboom. Daar was het, dat onze fotograaf ons een kijkje nam. Wij zijn nu geheel buiten gekomen, links krijgen wij groote grasvelden met fraaie boschpartijen, de weg maakt een bocht, daar hebben wij rechts de Stadsweide, de Deldener Morsch, die door den spoorweg is doorsneden, maar het vee, daar door het hek er ingelaten, heeft gelegenheid onder een viaduct door, den weg te vinden naar het ruimere gedeelte, dat daar achter langs den Vossenbrink zich uitstrekt. Vlak voor de brug krijgen wij prachtige doorzichten door beemd en bosch. Onmiddelijk achter de brug (de Averinksbrug), staat een vriendelijk huisje met kruisramen en met riet gedekt, en voert ons de weg vervolgens door een schoon landschap, langs het lief gelegen Eijsink ter eene zijde en ter andere zijde langs een schilderachtigen boschzoom voorbij den ingang van het bosch naar het Hôtel Carelshaven.

Maar wij zouden Delden bezien en ziedaar, ik bracht u al weder naar buiten. We keeren nu terug en gaan nu bij Hemmelder (de Zwaan) op zijde van bet huis, langs de veranda, het pad in, het wordt weldra een straatweg. Rechts van ons zien wij het bouten rasterwerk van het Park. Wij houden den straatweg nu niet, die zou ons weder naar buiten brengen naar den Watertoren en bet daarachter gelegen Hoogspel, maar blijven de paadjes tusschen de tuinen volgen, tot wij geheel aan den anderen kant van Delden uitkomen, nabij den tol op den weg naar Goor. Als wij nu de straat weder ingaan, krijgen wij rechts van ons het klooster met de daaraan verbonden school, dat met zijn 3-toppigen gevel uit de verte den indruk maakt van een 3tal stadshuizen.
Tegenover het klooster staat weder een R. C. school. Dan volgt naast de school, door een grooten voortuin van de straat gescheiden, waarin zandsteenen vazen en kleurige beeldjes, de R. C. Pastorie en onmiddelijk daarnaast de groote nieuwe R. C. Kerk met haren hoogen toren. Daarop volgt een groote tuin, waarvan de muur voor een deel met klimop is begroeid en dan een groot vierkant huis, waarlangs de weg afslaat naar den molen in den Esch, naar Enter en naar Backenhagen en Almeloo. Het huis is dat van den heer Schweigman. Aan de zelfde zijde der Lange Straat volgt dan na dien afweg de openbare school, iets verder rechts slaat een straat af. waarin in 't geboomte verscholen de Jongste Pastorie. Delden heeft namelijk twee predikanten. Tot 1760 was er slechts één voor die ontzachelijk uitgebreide gemeente maar toen werd door Unico Willem, graaf van Wassenaer en heer van Twickel een tweede predikants plaats gesticht. De straat vervolgende treft ons bij Brunnekreeft links de groote dubbele deur, die toegang geeft tot de deel, een ouderwetsch Twentsch huis, dan volgt het Hôtel Meijer, waarnaast een straat, de Kerkstraat, naar de kerk voert en naar de andere Pastorie en wij zijn weer bij de pomp op de Markt gekomen.

Wij konden nu van de Markt langs de Kerk opgaan, tot wij buiten Delden komen door de paadjes in den Esch, die het stadje aan de N.W.-zijde geheel omringt. Afgesloten ter eene zijde door het Park van Twickel, verderop door de tuinen en vervolgens door de Lange Laan, ter andere door den spoorweg naar Goor, strekt zich de Esch een gezicht ver uit over 't koren, tot het oog stuit op de daarachter liggende bosschen. Aan den kant van het park verrijst de slanke Watertoren van Twickel aan den zoom van den Esch, en den straatweg vervolgend zou die ons langs eene bekende uitspanning Hoogspel brengen, langs den moestuin van het Kasteel op de Groote Laan, juist tegenover den handwijzer naar Borne. Kort bij de stad, ofschoon reeds buiten haar gebied, want wij zijn reeds een paal gepasseerd met het A.D. - S.D., die de scheiding van Ambt en Stad ver¬kondigt, treffen wij den Eschmolen, die daar zeer schilderachtig uitkomt in den Esch. Daarlangs loopt de weg, die in de stad bij de Openbare School begon en die zich juist voor dien molen verdeelt. Een handwijzer wijst ons een weg op Almeloo, die langs Backenhagen voert en zich weer vereenigt met den weg over de Almeloosche brug, de andere wijst op Enter, terwijl men, na enkele schreden op dien weg gedaan te hebben, een dwarspad heeft ter linker zij, dat bij den tol op den weg naar Goor voert. In dien Esch ligt ook de Berg, dien wij van Azeloo komende, zagen ter zijde van de Lange Laan en noordwaarts van ons, de reeds toen genoemde modelhoeve met de daarbij gelegen heilige boomen. Van den Molen kunnen we langs deze weer de Almeloosche brug bereiken.

Achter den Deldeneresch, (waarvan het gedeelte om den molen heen Molenesch heet), die zich tot de Twickeler Vaart of de Schipvaart uitstrekt, volgt weder een buurtschap, Deldenerbroek; waar - de naam duidt het aan - de grond lager is; men vindt er dan ook kleigronden. Deze buurtschap grenst aan Azeloo en ten Noorden aan Bornebroek. Daarin ligt het landgoed Backenhagen, oudtijds Rotgerink geheeten. Het was een havezathe en een der vroegere eigenaars, Johan de Bake, in 1581 gehuwd met Anna Hagen, doopte het naar hun beider namen om. Het ligt halfweg naar Almeloo en is wel eene wandeling waard, zoowel om het schoone hout, dat men er vindt, als om de vruchtbare akkers en weiden. Tusschen den straatweg en den spoorweg naar Goor en over deze heen, ligt de buurtschap Wiene.

De gemeente Ambt-Delden is verbazend groot. Ze strekt zich uit tot vlak bij Goor, waar nog een buurtschap Zeldam ligt en tot nabij de weinig minder uitgestrekte gemeente Haaksbergen, aan welker grens de buurtschap Bentelo en Hengevelde liggen. We zouden er nog heel wat kunnen wandelen. Over den Esch den weg naar Enter, waar wij onderweg bij de in 't hout liggende boerderijen de groote kudden ganzen zouden zien, die er gefokt werden en naar een der nabijgelegen stations gedreven, bij waggons vol worden verzonden. Wij zouden ten zuiden van Oele, weer op Hengeloosch gebied, Beckum kunnen gaan zien, bekend om zijn niet minder schoon hout dan Oele. En daar in Beckum zou men u de plaats kunnen wijzen, waar 't kasteel is afgebroken, eenmaal bewoond door de zusters Maria en Ursula van Beckum - geboren van Werden, - toen levend verbrand om des geloofs wil. Volgens de eene lezing op de Markt te Delden, volgens de andere op het Galgenveld in den Esch, aan den weg naar Goor. ¬
En zoo zouden we om Delden nog heel wat kunnen wandelen. Maar we mogen niet te veel van het geduld onzer lezers vergen en dit boekje niet te uitgebreid maken. Wij hebben daarom oog een hoekje van Ambt¬Delden bewaard tot het laatst en de lezer zal 't met ons eens zijn, dat ‘het leste is ’t beste’, als wij hem tot besluit voeren naar:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen