woensdag 8 augustus 2012

Wij trekken door Twente en Salland (1935): Achtergrondinformatie en inleiding

ACHTERGRONDINFORMATIE EN INLEIDING

De auteur van Wij trekken door Twente en Salland was G. Krämer te Enschede. Hij was journalist/redacteur bij de Twentsche Courant Tubantia. De laatste twee hoofdstukken werden geschreven door zijn collega van het Deventer Dagblad Jac. van Dam.
De uitgever Ten Brink was van 1917 tot 1937 in Arnhem gevestigd, voor en na deze periode in Meppel.



Achter in het boekje wordt verwezen naar Ten Brink's Nieuwe Provinciekaarten. Fragmenten van deze provinciekaart, gedrukt eind jaren dertig, zijn op dit weblog tussen de tekst door opgenomen.


INLEIDING

Wij trekken door Twente en Salland

door G. KRAMER.

HET was op een schoonen namiddag in Mei. We liepen op den weg van Ommen naar Hellendoorn. Rechts van ons een groote bruine, langzaam omhoog loopende vlakte, eindigende in een breeden heuvelrug: de Lemelerberg. Daartusschen de rulle sporen van breede zandwegen, die hoogerop in het niet schenen te verdwijnen. Hier en daar lichtte het helle geel van de brem in vollen bloei. Daarover speelde het licht van de reeds ter kimme neigende zon. We stonden stil, diep getroffen door dit prachtige schouwspel. Welk een machtige invloed ging er uit van die langgestrekte heuvels, die onder deze belichting imponeerende bergen leken, die tot bestijging lokten. Aan die verleiding konden wij geen weerstand bieden. We gehoorzaamden aan een innerlijken drang. We gingen omhoog naar den top van den Lemelerberg. In onze gedachten kwam het lied van Joannes Reddingius:

Doorzichtige wolken ze glee'en
en weken àl wijder en wijd,
àl schoonheid omhoog en benee'en,
àl zomerheerlijkheid.
Hoog-open de lucht met het gouden
gewemel van zonnelicht fijn,
en rustig de wachtende wouden
en licht het harte mijn.
Daar ginder al over de heide,
was weelde van leven en lach,
mijn oogen keken zoo blijde,
dank, dank voor dezen dag.

We gingen door de hooge heidestruiken, de lucht was vol van prikkelende, opwekkende geuren. Schichtige konijnen verdwenen bij onze nadering in snellen ren. Toen kwamen we boven. Vaak hebben we gestaan op de hooge toppen der Alpen, in het Rijk der eeuwige sneeuw. Maar vreemde gewaarwording: de Lemelerberg deed in ons oog in geen enkel opzicht onder voor die grootsche bergen. Het uitzicht, dat zich hier ontvouwde, was van een minstens even groote aantrekkingskracht. Heel Overijsel lag aan onze voeten. Aan de eene zijde het vlakke land, met aan den gezichtseinder de contouren van Zwolle. Oostelijk en Zuidelijk van ons bosschen, heide- en korenvelden, heuvels en blauwende verten: Salland en Twente.

Afbeelding: Lemelerberg

Hier, op den Lemelerberg, zonder twijfel een der schoonste plekjes van ons vaderland, breidden Twente en Salland zich uit als het beloofde land voor den trekker. Naar dat land vol afwisseling, vol van prachtig, vaak ongerept natuurschoon, willen wij U voeren in dit boekje, dat niet alleen een wegwijzer wil zijn door deze schoonheden, maar dat U tevens nader wil brengen tot een volk, dat nog steeds trotsch gaat op zijn oude gewoonten, dat den machtigen storm van den alles nivelleerenden nieuwen tijd nog altijd heeft doorstaan. Hier in het land der oude Saksen, waar op de boerenhoeven de voorvaderlijke gebruiken nog in eere worden gehouden, waar in de donkere dagen voor Kerstmis de midwinterhoorn zijn melancholieke klanken doet hooren, waar nog zooveel herinnert aan langvervlogen tijden, zullen wij trekken langs de ruigbegroeide oevers van grillig kronkelende riviertjes, over de heuvels met de wijde vergezichten, over de hooge esschen, waar het graan golft, door de groene vlakten, waar de IJsel stroomt als een breed zilveren lint.

Het land van verscheidenheid en contrasten.
Twente en Salland. We noemen het in één adem, maar toch is er een groot verschil tusschen beide streken. In Salland is de bodem doorgaans minder heuvelachtig dan in Twente, de natuur is er van een grootere gelijkmatigheid, en ook de taal en gewoonten van de bewoners dezer beide deelen van Overijsel contrasteeren vrij sterk. Maar beide hebben dit gemeen: men kan er trekken door gebieden, die door de menschenhand nog vrijwel onberoerd zijn gelaten. Hier is het èchte domein van den trekker, die in deze streken veel zal vinden, dat zijn hart luider zal doen slaan: de wildernissen van het Vechtdal, de wijde heidevelden van Noord-Twente, de poëtische plekjes langs de riviertjes en nog zooveel meer, dat men aantreft in dit met oorspronkelijk natuurschoon rijk begiftigd land.

Veel is er ook in Twente en Salland te vinden, dat wijst op den invloed der menschen. Waar een eeuw geleden zich nog slechts woeste gronden, onafzienbare heidevlakten bevonden, vormen thans de landerijen een lust voor het oog. Voor den natuurminnaar is er geen reden om hierover te treuren. Wie bij een tocht door dit deel van Overijsel goed rondkijkt, zal tenslotte tot de conclusie komen, dat, al is er soms veel van het oorspronkelijk landschapschoon verdwenen, de ontginningen nieuwe schatten van schoonheid hebben gebracht. Waar de heide reeds vele jaren geleden werd omgeploegd, ontstonden dichte loof- en naaldbosschen, boerderijen, omzoomd met hoog-opgaand houtgewas. Het landschap won er in hooge mate door aan verscheidenheid. De contrasten werden er door vergroot, hetgeen steeds een bijzonder aantrekkelijk cachet geeft.

Velen hebben het in voorbije jaren betreurd, dat de Twentsche grootindustrieelen hier complex aan complex rijden, waardoor veel prachtig natuurschoon moeilijk bereikbaar werd. Maar thans is men er slechts dankbaar voor. Veel werd daardoor gespaard voor den soms met wel wat al te grooten ijver werkenden ontginner. Zelfs is het boschbezit door geregelden, doelmatigen aanplant de laatste tientallen jaren in niet onbelangrijke mate toegenomen.
De Natuurschoonwet, welke voor de bezitters van groote landgoederen verlichting in lasten beoogde, heeft bijna al die groote bezittingen zeer gemakkelijk toegankelijk gemaakt. De natuurminnaar kan er thans ongestoord ronddwalen en genieten van een schat van schoonheid, welke gedurende een lange reeks van jaren met zorgzame hand in stand werd gehouden. Vooral Twente is in dit opzicht zeer rijk bedeeld. Geen streek wordt er in ons vaderland gevonden, waar men zulk een groot aantal prachtige landgoederen aantreft. Ruim 60 van dergelijke bezittingen met een oppervlakte van ongeveer 8000 H.A. vallen in Twente onder de natuurschoonwet. Voor den trekker door dit deel van Nederland is het van het grootste belang zich van den toegang tot die landgoederen te verzekeren, waarvoor ook verzamelwandelkaarten verkrijgbaar zijn. Vooral den leden van onzen onvolprezen A. N.W. B. wordt het in dit opzicht gemakkelijk gemaakt.

Afbeelding: Rijwielpad in mooi Twente

Twente en Salland. Welk deel van Nederland is zoo rijk aan prachtige fietspaden? Het is hier niet alleen een ideaal land voor den wandelaar, maar ook voor den rijwieltourist. Haast ontelbaar zijn de wegen met harde zijkanten, welke hier berijdbaar zijn. Ze brengen den wielrijder gemakkelijk naar de meest afgelegen plekjes. Zeer groot is daarnaast het aantal aangelegde rijwielpaden. welke in hoofdzaak eveneens voeren door natuurschoon. dat op geen andere wijze te bereiken is. De Rijwielpadvereenigingen hebben hier schitterend werk verricht. dat nog wordt verhoogd door de paddestoelenbewegwijzering, welke de A.N.W.B. overal heeft aangebracht.
Het behoeft geen betoog, dat Twente en Salland ook een ideaal gebied vormen voor den kampeerder. Het is dan ook geen toeval, dat hier de Nederlandsche padvinders hun domein hebben uitgekozen (Ommen).
Vaak zijn velen weerhouden hierheen te trekken uit vrees voor rook, stof en bonkige fabrieken. Hoe ongegrond dit is behoeven we nauwelijks meer te betoogen, want steeds sterker is de waarheid doorgedrongen, dat de industrie in geen enkel opzicht afbreuk doet aan de schoonheid van het land. De fabrieken vindt men slechts in de steden en dorpen. Maar menige Twentsche stad, waar de textielindustrie de hoofdbron van bestaan vormt, lijkt in niets op een stoffig fabrieksnest. De liefde voor de vrije natuur zit den bewoners van deze streken in het bloed; de bebouwing is ruim en overal is in de woonwijken aan groen en bloemen een ruime plaats gegeven.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen