maandag 20 februari 2012

In het hartje van het Overijselsche Binnenland (1916): Hulpe, Hemmel, Herikerberg, Belvedère, Los Huis, Leemkuilen, Lokerhoek

Als men in Markelo logeert, heeft men dit groote voordeel, dat men opstaande, zich dadelijk bevindt in het hartje van het meest typische Twentsche landschap. We kunnen dan een zomermorgen besteden aan een groote wandeling over Hulpe en Hemmel naar den Herikerberg, een bezoek brengen aan de Belvedère en aan het losse huis van Plasman, vervolgens door den Pothoek tegen twaalf uur weer in Markeloo terug te zijn.
Van het eenvoudige gemeentehuis, dat in 1872 gebouwd werd en waar men op het Markelosche wapen de vijf heuvelen ziet, welke het dorpje omringen, slaan we den harden weg langs de school in, de nieuwe stationsweg, om langs den molen aan het begin van het dorp in de buurtschap Beusbergen uit te komen. Van hier gaat de prachtige Mac-Ademweg door de hooge Eschlanden naar de buurtschap Stockum om dan in een rechte lijn aan te loopen op het station van de staatsspoor. Thans is Stockum een welvarend gehucht, zonder eenige bijzondere beteekenis, maar eens had het ook zijn havenzathe. Want de Oldenhof in Stockum wordt in vele stukken genoemd en komt reeds voor in 1188. Volgens sommige schrijvers zou dit de Augustaldaburg zijn geweest, reeds vermeld in den giftbrief van Keizer Hendrik III in 1046. Ook meent men, dat in dezen zelfden brief de Mark Elzen - vroeger Eftink - reeds opgegeven wordt en dat Bisschop Boldewijn haar naam "Elsen" zou ontleend hebben aan den boschrijkdom.

We hadden ook bij het gemeentehuis den straatweg naar Goor kunnen volgen, waarbij we dan de huizen der notabele Markelosche ingezetenen zouden gepassseerd zijn en we bij den tweesprong rechts houdend met een bocht eveneens zouden uitkomen in Beusbergen. Namen we dan den nieuwen stationsweg, die weer bij Lichtendahl op den straatweg uitkomt, dan hadden we het bij de ingezetenen populaire "vierkantje" gemaakt een uitstekend ommetje zoo na den eten.
Thans echter steken we aan het eind van het dorp bij een rijtje forsche eiken den weg over en bewandelen we een zandpaadje, dat tusschen korenlanden oploopt naar het dichte kreupelhoutboschje, dat zijn blanke wachters van fijnschilferige berkestammetjes heeft uitgezonden tot langs de akkerpaadjes. We houden nu zigzag loopend op dezen heuvel aan en kunnen op het plateau ons verheugen in de idyllische ligging van het dorp met zijn oud torentje en zijn beide molens, die Oostelijk en Zuidelijk de verspreide huizen en boerderijen flankeeren.



Vertelt Warmelink, dat de Roomsch-Katholieken in de gemeente Markelo daar niet ter kerke gaan, maar gedeeltelijk behooren tot de parochie te Goor, gedeeltelijk tot die te Rijssen, in 1571 waren aIle menschen hier nog de moederkerk toegedaan. En dat hier in dit heiligdom der Katholieke geloofsovertuiging, waar heel Twente ter bedevaart ging op de Hulpe, de reformatie slechts langzaam doordrong en op grooten tegenstand stuitte, is zeer begrijpelijk. Eerst de veroveringstocht van prins Maurits in 1597, waardoor het Oversticht onder de macht der Staten kwam, bracht de gedwongen nieuwe leer ook in dezen uithoek.
Maar de heuvel zelf vertelt ons van zijn vroeger-eeuwsche vereering niets meer. Hij is begroeid met allerlei varens en braamstruiken, met klimop en brem, die in den Meimaand hier gouden bouquetten toovert langs den boschzoom en zal als Markeloo eenmaal ontdekt is, zijn beteekenis krijgen als lommerrijk plekje met heerlijke uitzichten op den grooten Bondswandelweg van Holten naar Goor.
En we doen eigenlijk ook maar het beste niet te veel te zeggen over hetgeen er op de Hemmel, een verbastering van heimal of hemal d.i. gericht gebeurd is, want het zijn alle sombere tafreelen uit dagen van godsdiensthaat en machtsmisbruik. Vervolgen we thans onze wandeling door het heuvelende landschap.
Door de goede zorgen van de ad patres gegane, doch misschien thans weer herlevende vereeniging tot Verfraaiïng der Gemeente Markelo en tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer zijn over deze heuvels en ginds in de bosschen van den Herinkerberg tal van kronkelende wandelpaadjes aangelegd en zoo kan men deze volgend de mooiste uitzichtpunten bereiken: Behalve aan deze vereeniging dienen we hierbij ook onzen dank uit te spreken aan graaf Bentink van 't Weldam op wiens terreinen al deze lokkende bergen gelegen zijn. '

Van de Hulpe gaat het nu met een landweggetje naar de Hemmel, die wel lager maar meer boschrijk is en dichte sparrenboschjes draagt. Nu kunnen we langs een dalend paadje ten Oosten van deze heuvelhelling den straatweg naar Goor opzoeken, waar we niet ver van de steen- en pannenfabriek op uitkomen.
Dwars over een stuk heide met verspreide zandgaten, waar veel Saksische grafheuvels z. g. "tumuli" gevonden zijn, gaan we langs een groepje peppels, staande op den hoek van een breed karrespoor en een tusschen heistruiken zich verliezend, dan weer op een zandhoogte te voorschijn tredend paadje, dat ons dwars over den Herickerberg zal brengen in het weldra bereikte gehucht Hericke met het merkwaardige losse huis van Plasman.
Maar laten we voor het bezoek aan Plasman den kam houden van de boschrijke heuvelreeks, die in de richting Goor steeds hooger wordt en zijn eindpunt vindt in den Herikerberg met zijn heel den omtrek overheerschende belvedère. Hier had generaal Kraayenhoff, wiens verdiensten ten opzichte van de carteering van ons land door geen toerist te hoog kan worden aangeslagen, evenals op den Lemelerberg - het hoogste punt van Overijsel (81 M) - een signaal geplaatst, een vast punt aangegeven, dat hem behulpzaam was om met de driehoeksmeting en de daarop voort gezette secundaire en tertiaire triangulatie de ligging van een groot aantal plaatsen van ons vaderland nauwkeurig te bepalen.



Daar de wandelaars van de UIT-EN-THUIS-SERIE op de meest eenzame punten van hun weg deze signalen aantreffen en ze hun veelal als welkome bakens dienen, zij het mij vergund met een enkel woord nog iets over die carteering door Kraayenhoff mede te deelen.
De hoofd meridiaan loopt over den Westertoren te Amsterdam, welke meridiaan dus op de kaart als een rechte lijn voorkomt. De gemiddelde parallel loopt op 51.30., zoodat het centraal punt der kaart gelegen is op het blad Breda in de nabijheid van Chaam. Ongetwijfeld zal deze eigenaardige ligging zoo dicht bij de Zuidgrens ons thans vreemd voorkomen, doch men moet hierbij niet uit het oog verliezen, dat alle berekenigen in Kraayenhoffs dagen werden gemaakt voor het vereenigde koninkrijk Holland-België.
De stafkaart telt 62 bladen, waarbij uitdrukkelijk is bepaald, dat Amsterdam ongeveer op het midden van een blad moest liggen. Daarom zette men uit het centraalpunt in Noordelijke richting 10.000 M., in Zuidelijke richting 15.000 M. en in Oostelijke en Westelijke richting elk 20.000 Meter uit, zoodat een rechthoek ontstond, die een oppervlak van 25 bij 40 KM. insloot en het blad dus een hoogte van 50 cM bij een breedte van 80 cM ontving.
Nog veel meer van al de bijzonderheden, die aan het samenstellen en gebruiken van de stafkaart verbonden zijn, zou ik hier kunnen inlasschen, maar liever, dan u hiermede te vermoeien, wil ik u voorstellen met mij de belvedère van den Herickerberg te beklimmen, die sedert 1890 het signaal van Kraayenhoff vervangen heeft en thans een der schoonste uitzichtpunten zal zijn van den Overijselschen wandelweg.
Mocht de toren gesloten zijn; dan kan men den sleutel verkrijgen bij de aan den voet der heuvelen gelegen boerderij "Monte-Bello", evenals de belvedère een bezit van graaf Bentinck. Op den bovensten zolder moet in een ongesloten kast een wijzerplaat bewaard worden, die past op een zuil van het plat en wanneer men dan deze tafel volgens de aangegeven richting Noord-Zuid stelt, kan men met het oog de richtingslijnen volgend een menigte torens ontdekken als die van Goor, Delden, Oldenzaal en Enschedé in het Oosten; Haaksbergen, Diepenheim, Groenlo, Eibergen, Neede, Borkulo, Geesteren, Lochem, Ruurlo, Vorden en Zutfen in het Zuiden; Deventer en Bathmen in het Westen en Holten, Rijssen, Markelo, Enter, Wierden, Almelo, Albergen, Tubbergen, Weerseloo, Borne en Hengelo meer naar het Noorden.

Wandelt ge in Oostwaartsche richting den berg af, dan komt ge uit op den straatweg, niet ver van Goor, Noordelijk komt ge bij Pool op den weg, die hier langs den voet der Heriker heuvelrij over Herike en Elsen naar den verren Friesenberg loopt. In weinige minuten staan we nu voor het losse huis van Plasman, het eenigste oorspronkelijke hallehuis in heel de gemeente Markelo.



Waar vindt ge thans nog in ons land het patriarchale losse huis? Waar hebt ge de groote deel, waar de scheiding tusschen woning en stal slechts te zoeken is in de vloerbedekking, bij de eerste uit keitjes, bij de laatste uit hardgestampte leem bestaand? Och, zulke huizen met open haardvuren worden zeldzaam, zelfs in de meest afgelegen gedeelten van Twente.
Het zal niet lang meer duren of een dorp, dat in zijn gemeente nog zulk een los huis bezit, zal dit eigendom op hoogen prijs gaan stellen.
En als straks na het eindigen van den oorlog Nederland het onafhankelijke vredeland zal blijven, dan zal ons nationaliteitsbewustzijn in deze ernstige tijden zoo krachtig ontwikkeld, ook uiting zoeken in daden, dan zal men hier aan de Westgrens van het groote Westfaalsche cultuurgebied het voorbeeld volgen van taIlooze dorpen aan de Oostgrens in Niedersaksen of Hannover gelegen, die in hun rijke "Heimatmuseën" het Saksische huis met alles wat er bij, in en om behoort, bewaren voor een algeheelen ondergang. In de Lüneburgerheide is er geen dorpje te vinden, of het heeft zijn beschermd “lös huis”, maar ook dichterbij in het "Heimatmuseum" van Zwischenahn en in het voor enkele jaren geopende museum te Bentheim, even over de Nederlandsche grens gelegen, heeft men begrepen "dat de liefde tot zijn eigen land een ieder aangeboren is”. Maar al zit de vereeniging Heemschut ook heel ver weg van het Twentsche binnenland en al zal het Nederlandsche openluchtmuseum te Arnhem zich wel het eerst het lot aantrekken van een in alle opzichten merkwaardig type van het Nedersaksische hallehuis ... ook in Overijsel zelf gaan stemmen op om in het eigene Saksische landschap het karakter van huis en huisraad in historischen volkszin te bewaren, ook daar zijn er mannen, die als Mr. G.J. ter Kuile er op gewezen hebben, dat men een eeuwenoude cultuur niet mocht laten ondergaan in de jacht der stoom- en electriciteitsdagen, maar dat men verplicht is - al is het dan ook maar in museum vorm - een beeld vast te houden van dat verleden, opdat wij en latere geslachten daar ter plaatse 'kunnen bestuderen de tegenstellingen tusschen verleden, heden en toekomst en kunnen vaststellen, wat die Saksische cultuur eigenlijk voor het Oversticht is geweest.
De meerdere bekendheid van dit land als direct gevolg van den aan te leggen wandelweg door Overijsel, zal gewis ook hier van grooten invloed kunnen zijn op de verwezenlijking van de thans nog zeer vage plannen.
Heeft men Plasmans woning in Herike bezichtigd, dan kan men iets verder op bij Krebbers een paar oudjes vinden, die het voorvaderlijke weefgetouw nog in eere houden. Op vriendelijk verzoek zullen ze er zeker in toestemmen de bezoekers nog eens te toonen, hoe in den goeden ouden tijd hier iedere boer zijn eigen viefschacht maakte en hoe telkens den stand der draden veranderd wordt door met den voet een paar trappers in beweging te brengen. Dan zult ge hooren van schering en inslag, van jagers en tempels, van spoeltjes en haspels.
Vol beelden uit den tijd, waarvan ginds los huis nog staat te droomen, gaat het dan weer bergwaarts om meer Westelijk den terugweg aan te nemen over den Herikerberg met zijn diepe leemkraters, die in hun prachtige bodemprofielen den geoloog welkome aanwijzingen zullen geven over de formatie van dit landje. Maar niet alleen hierom zijn ze een bezoek overwaard. Want in de oude kuilen, die ingestort zijn en waarin een ruige flora wordt aangetroffen met veel braamstruiken, hebben de oeverzwaluwen hun nestjes in de steile wanden gemaakt en zoo vormen die kuilen, waarvan de grootste wel 20 Meter diep is en wel 360 Meter in omtrek telt, een attractie voor ieder
wandelaar, die met een open oog voor al het schoone en merkwaardige, dat de natuur biedt, hier ver van de menschen vertoeft.

Van de leemkuilen op den Herickerberg, die de materie verschaffen aan de pannenfabrieken langs den straatweg van Goor, kan men het breede karrespoor volgen, waarlangs ook de rails gelegd zijn van de spoortjes, die hier het leem vervoeren, om binnen een kwartiertje weer uit te komen op dien straatweg, juist tegenover den rullen zandweg, dien wij van den Hemmel komend verlieten om onzen dooltocht door de dennenbosschen van den Herickerberg aan te vangen.
Maar vooral zoo tegen den avond als achter Hulpe en Hemmel de zon ondergaat en heel de kleurenweelde van een avondroodhemel het landschap zet in een onwezenlijke pracht, als de avondbanken des hemels het verre fond vormen van het heuvelachtige terrein met de verspreide boschjes en de eenzame boomen en overal de wolkige dauwnevelen opstijgen, is het aan te bevelen uw pad te zoeken over heide en door denneboschjes naar Markelo over de herberg de Pot en door den Noordesch. Missen kunt ge niet, want van verre reeds wenken de wieken der beide molens u het welkom in het dorpje toe.
Zoo heb ik met u rondgedoold in het hartje van de Twentsche binnenlanden, in de heerlijke omgeving van Markelo. Moge dit boekje vele natuurliefhebbers nader brengen tot dit zoo karakteristieke deel van ons vaderland, maar moge een ieder, die zijn schreden naar Markelo richt, of er van plan is langeren tijd te vertoefen, toch voor alles bedenken, dat het dorpje niets wil weten van een mondain vreemdelingenverkeer, en dat het heelemaal niet gesteld is op zomergasten, die glacéhandschoenen en heele garderobes met morgen-, middag-, diner- en avond-toiletten medebrengen. Maar och, daarvoor behoeft het plaatsje ook eigenlijk niet zoo bang te zijn, want die loopen weg, vóór dat ze langs den stationsweg de molens en het torentje boven de eschlanden ontwaren ... want Markelo zal in eenvoud blijvend alleen maar aantrekkingskracht bezitten voor hen, die eens "recht buiten" willen zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen