woensdag 28 december 2011

Geïllustreerde gids Noordwesthoek (1912): Hasselt

Van Urk naar Kampen teruggekeerd, gaan we van daar weer op Zwolle terug om den anderen morgen vroegtijdig ons te kunnen begeven naar het aan het Zwartewater gelegen stedeke

HASSELT.

Hasselt behoort niet tot die plaatsen, die door den toerist op zijne reisjes door Nederland bij voorkeur bezocht worden. Waarom zou hij het ook doen? Wat er te zien is, zoo zegt hij, kan ik ergens elders ook vinden, en lichtelijk kan ik in andere plaatsen gemakkelijker komen.

Nu, daar mag iets van aan zijn, maar van Zwolle uit, is een tochtje naar Hasselt en verderop aan 't Zwartewater gelegen plaatsen werkelijk een aangenaam en gemakkelijk uitstapje. Op een mooien zomerochtend begeven we ons met de snelvarende stoomboot de Telegraaf op weg. Heerlijk schijnt de zon en verspreidt reeds vroeg warmte in de atmosfeer, die ons omringt. Maar die warmte wordt aangenaam getemperd door een flink koeltje, dat ons op het dek der stoomboot om de ooren speelt en ons opgewektheid van zin mededeelt. Al varende, verdwijnt Zwolle langzamerhand uit ons gezicht, terwijl we de oevers van het Zwartewater opnemen. Verschillende nijverheids-inrichtingen trekken onze aandacht, als houtzaagmolens, een creosoteer-inrichting, kunstmestfabriek, ijzergieterij enz. Wij varen de plek voorbij waar de Vecht in het Zwartewater uitmondt, en na een uur varens liggen we te Hasselt aan den steiger.

Behalve aan het Zwartewater, ligt Hasselt ook aan de Dedemsvaart, die door een sluis in het Zwartewater uitmondt, waardoor er veel doorvaart is van turfschepen. Die schutsluis bracht in het jaar 1910 bijna f 8000.- aan schutgelden op.

Reeds bij een eersten blik op het stedeke ziet men aan de gevels der huizen (waarvan vele uit de 16e en 17e eeuw dateeren) dat H. vroeger een welvarende plaats moet geweest zijn. Het is dan ook een gewezen Hanzestad, evenals Kampen, maar het heeft de concurrentie met deze stad, benevens Zwolle en Deventer, - de drie voornaamste plaatsen van het oude Oversticht - niet kunnen volhouden. Toch behoeft het nog allerminst tot de "doode steden" gerekend te worden. Haar nijvere bevolking vindt in scheepsbouw en kalkbranderij, een stoomzuivelfabriek "Juliana" genaamd, enz., de middelen voor haar bestaan. Een blik in de Hoogstraat doet ons bemerken dat er welvaren heerscht, al zijn de van ouds bestaande heerenhuizingen thans te bekomen voor misschien minder dan de helft van den prijs dien ze in meer groote en drukke plaatsen gelden. Voor kleine renteniers niet onbegeerlijk!

Van Hasselt is reeds sprake in de eerste helft der dertiende eeuw: in 1252 kreeg het stadsrechten van Hendrik van Vianden, 38e bisschop van Utrecht, 's lands heer. Later werd het opgenomen in het Hanzeverbond, doch omstreeks het midden der 15e eeuw reeds begon haar grootheid te tanen, en dat inzonderheid door de nabijheid van Zwolle, dat op allerlei wijze den bloei van H. zocht tegen te werken. Inzonderheid daarin moet de reden gezocht worden van de zich gedurig herhalende twisten tusschen de beide steden. Die liepen soms vrij hoog! Zoo b.v.b. in 1521, toen H., steunende op een oud recht, de Zwolsche schippers die langs de plaats voeren, dwong om aan te leggen eer zij doorvoeren. Toen besloten twee Zwolsche heeren, Joan van den Bussche en Jacob van Wijtman, ook door politieke overwegingen gedreven, de stad onverhoeds op het lijf te vallen. Zij hadden hulp gezocht en gevonden bij den hertog van Gelder, en in den nacht van 7 op 8 Juli werden de strijdkrachten in twee schepen naar H. vervoerd, terwijl reeds vooraf eenige Zwolsche burgers naar H. waren gegaan om van binnen uit de aanslagers te helpen. Doch de uitslag beantwoordde niet aan de verwachtingen: de Hasselaren sloegen den aanval af en namen de aanleggers gevangen, die slechts op hun eerewoord, dat zij nimmer, direct of indirect, wrake nemen zouden over hun ongeval, weer werden vrijgelaten.
Een rijke bron van twist sproot voort uit Hasselts voornemen om een brug over het Zwartewater te bouwen, waardoor de toegang naar de plaats voor de boeren aan de overzijde des waters gemakkelijk zoude zijn, wat niet anders dan de welvaart van H. kon ten goede komen. Bisschop David van Bourgondië gaf er in 1486 vergunning toe. Zwolle werkte het leggen van die brug onophoudelijk tegen, zoodat er voorloopig niets van kwam, maar bisschop Philips van Bourgondië - die Zwolle niet lijden mocht - gaf er in 1522 opnieuw vergunning toe en men bouwde de brug. Zwolle wist bij den Keizer te bewerken dat de brug weer moest worden afgebroken, doch in 1526 bouwden de Hasselaars er weer een. De nabuurstad ging aan 't schreeuwen, bewerende dat daardoor haar nering, koophandel, tollen en weggelden gedrukt werden ten voordeele van Hasselt, en eischte zelfs het geheele Zwarte water voor zich op; zij alleen had het recht daarin te visschen, er zwanen op te houden, enz. Maar de brug bleef voorloopig. In 1527 viel de stad in handen der Gelderschen, in 't volgende jaar veroverde de krijgsoverste Georg Schenk haar weer voor den Keizer. Maar nu gingen Hasselt's machthebbers wat ver, door de Zwolsche schippers die voorbijvoeren, aan te houden, te beleedigen, soms zelfs uit te plunderen. In 1531 beslist de Stadhouder, met de ridderschap en Steden te Vollenhove vergaderd zijnde, dat de stad Zwolle in haar recht was en H. de brug moest afbreken. Maar H. weigerde het te doen en begon den Stadhouder te bepraten, die nu de zaak in der minne met Zwolle wou schikken, maar de zaak bleef hangende tot 1539, toen de Keizer het geschil aan zijn Geheimen Raad voorlegde, waardoor eindelijk (de Geheime Raden schijnen toen ook al niet hard gewerkt te hebben), den 13en Juli 1545, de zaak in het nadeel van Hasselt beslist werd door de Landvoogdes Maria, te Zwolle vertoevende; terwijl er bijgevoegd werd dat het leggen van een brug "over die Rivire genoempt Swarte Water", alleen toekwam aan den Keizer en zijne nakomelingen. Eerst in 1828 bekwam Hasselt de zoo zeer gewenschte vergunning weer van Koning Willem I en de brug is sedert gebleven en onder het bestuur van den burgemeester Jonkheer van Nahuijs is zij vernieuwd en heeft naar hem den naam van Nahuijsbrug ontvangen. Zij is nog steeds de trots der Hasselaren.
In het midden der 17de eeuw was er formeel oorlog met Zwolle welker inwoners den toevoer van levensmiddelen en handelswaren beletten door bij Zwartsluis een gewapend schip te posteeren, terwijl zij van den dijk van den polder Mastenbroek, westelijk van het Zwartewater gelegen, de stad beschoten. Toen moest H. zich overgeven en haar invloed op 's lands regeering - en daarmede ook haar welvaart - verminderde langzaam maar zeker, terwijl hare klachten onverhoord en hare pogingen om zich weer op te werken, onbeloond bleven.Onder het latere éénhoofdig bestuur des lands werden de conditiën voor Hasselt's bestaan wel gunstiger, maar nog in het begin der 19de eeuw ondervond het de tegenwerking van de genabuurde stad bij het plan tot het graven van de Dedemsvaart, die bij Hasselt zou uitmonden in het Zwartewater. De vaart echter kwam er, en nu hoopte men, nadat in 1828 ook vergunning voor de brug verworven was, dat de te leggen straatweg, die Zwolle met Leeuwarden en Groningen verbinden moest, ook over Hasselt zou gaan. Die hoop was niet onredelijk, want van oude tijden af liep de verbinding van Zwolle met Friesland en Groningen over Hasselt (ook somwijlen over Coevorden), maar de hooge Autoriteiten beslisten anders, de straatweg werd gelegd door het gebied van Staphorst en Rouveen rechtuit op Meppel aan. En dienzelfden weg volgde ook de later aangelegde spoorweg, en Hasselt bleef buiten het groote verkeer. Eerst in de laatste jaren is het uitzicht om in dat verkeer eenigermate te worden opgenomen verhelderd: de aan te leggen lokaalspoor (of stoomtram) van Zwolle op Blokzijl zal Hasselt aandoen. "De uitgestelde hoop krenkt het hart", als een oud geschrift ons leert, maar mag ons toch den moed niet benemen, en dat heeft men in Hasselt begrepen. Hasselt is een der eerste plaatsen in ons land geweest, waar een boekdrukkerij was gevestigd (van P. Barmentlo). Reeds in 1481 leverde deze drukwerken en van 1490 bestaat nog van deze pers eene verzameling van brieven van de kerkvaders Eusebius, Augustinus en Cyrillus. De bevolking, in 1825 slechts 1170 zielen tellende, bedroeg In 1894 meer dan het dubbele aantal en thans is dit cijfer 2425.



Ziezoo, nu hebben we iets van Hasselt's geschiedenis gehoord, laat ons thans iets vertellen van wat de plaats bezienswaardigs oplevert. En dan noemen we in de eerste plaats het Raad- of Stadhuis, aan de Markt; ten tweede de kerk der Hervormde Gemeente, ten derde de Heilige Stede. Het is een oud en eerwaardig gebouw, het Raad- of Stadhuis van Hasselt. Reeds in de eerste helft der 15e eeuw bestond het, want toen werden er reeds veranderingen in aangebracht. Het geheele gebouw is in twee gedeelten gesticht; het oostelijk deel is uit het midden der 16e eeuwen is fraaier dan het westelijke, het oudste. Dit gedeelte, 10 Meter lang, is van baksteen en was vroeger bepleisterd; het diende toen tot vleeschhal, thans tot secretarie. De burgemeesterskamer is in het oostelijk deel er van terwijl tusschen deze twee vertrekken in de trap en de kamer van den concierge gevonden worden. Op den overloop zijn een collectie oude wapens als haakbus- en, hellebaarden enz. tentoongesteld. In de raadzaal is een fraaie eikenhouten betimmering te bewonderen, benevens eenige schilderstukken waarvan het stuk van N. van Galen, eene terechtstelling voorstellende, wel het meest de aandacht trekt. Ook vindt men er een portret van Prins Maurits, naar Mierevelt en een gezicht op Hasselt, van den Veerweg gezien. In de ramen merkt men op het wapen van Overijssel en dat van Hasselt.

Niet ver van het stadhuis bevindt zich de Hervormde kerk, ook min of meer gerestaureerd, maar niet zoo doelmatig en oordeelkundig als het Raadhuis. De kerk, welker stichting opklimt tot het jaar 997 en toen den H. Stephanus toegewijd, heeft een fraaien preekstoel en sierlijke kroonluchters. Stevige en toch slanke pilaren steunen de met bogen en rosetten versierde gewelven, en het penseel van den schilder heeft zich hier ook niet onbetuigd gelaten.
Ook de Katholieke en Gereformeerde inwoners hebben hunne doelmatig ingerichte gebouwen voor de uitoefening van hunnen godsdienst: de plaatsverhuring in de kerk der laatstgenoemde gemeente bracht in 1911 de som van f 1600.- op, wel een bewijs dat zij mag meetellen. Maar wat inzonderheid in de laatste jaren Hasselts naam op veIer lippen heeft gebracht, en bezoek van duizenden vreemdelingen heeft uitgelokt, dat is de z.g.n. "HeiIige Stede", die, hoewel deze naam van later dagteekening is echter reeds in 1220 bestond als Sacramentskapel, gebouwd door den Bisschop van Utrecht, "als uitboeting eener heiligschennis, op deze plaats gepleegd". De daar, volgens de overlevering, plaats gegrepen mirakelen trokken eene menigte bezoekers, die niet nalieten bij hun vertrek rijke giften achter te laten en de pauselijke legaat Nicolaas de la Cusa , in ons land gezonden door Paus Nicolaas V, om de misbruiken en zedenverbastering in de kloosters tegen te gaan, verbond aan het bezoeken der kapel een aflaat van 100 dagen (1451). Voor de curiositeit lasschen wij hier in de oudste oorkonde der "Heilige Stede", dagteekenende van het jaar 1328.

“Johannes door de genade Gods Bisschop van Utrecht. Ter algemeene kennis zij gebracht dat, daar de Allerhoogste in zijne onuitsprekelijke goedheid, en in den gloed zijner uitnemende liefde, waarmede Hij ons zoozeer heeft liefgehad, dat Hij den tijdelijken dood voor ons wilde ondergaan - zich gewaardigt, om dag aan dag door talrijke wonderen welke overal over geheel de wereld geschieden ter eeuwige glorie uit te noodigen - wonderwerken, welke Hij niet slechts in grooten getale en verscheidenheid in zijne Heiligen, maar ook in zich zelf, dat is in het Allerheiligste Sacrament van zijn Lichaam en Bloed, binnen de grenzen van het Kerspel Hasselt, ter plaatse, waar eene door Ons opgerichte kapel staat, keer op keer wrocht, welke Hemelsche teekenen een drom van Geloovigen voortdurend uitlokt deze plaats te bezoeken, ten einde door hunne gebeden, offergaven, aalmoezen en andere godvruchtige werken, aan God den cijns hunner aanbidding te brengen, zoo is het dat Wij, verlangende dat deze plaats of kapel den verschuldigden eerbied ontvange, en door de Geloovigen met onverflauwden ijver worde vereerd, aan allen die, na een rouwmoedige Biecht te hebben afgelegd, uit godsvrucht, of bij gelegenheid eener bedevaart of bidgang deze kapel zullen bezoeken; zoo ook aan hen, die er de Heilige Mis of andere goddelijken Dienst bijwonen, of in hun sterfuur een deel hunner nalatenschap aan de kapel vermaken; ook aan hen, die tot den bouw, het waslicht, de kerkgeraden en andere benoodigdheden der kapel de behulpzame hand leenen, zoo dikwijls zij de bovengenoemde godvruchtige werken of een derzelve zullen gedaan hebben, in den naam der goddelijke Barmhartigheid, vertrouwende op de verdiensten en voorspraak van de Allerzaligste Moeder Gods Maria, de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, en den Heiligen Martinus, onzen glorierijken Patroon, goedgunstig een aflaat van 40 dagen verleenen. In oorkonde der waarheid is ons zegel aan dezen brief gehangen.
Gegeven op ons slot te Vollenhove, in het jaar onzes Heeren dertien honderd acht en twintig, op den sterfdag van den H. Martinus, Belijder."
Voor getrouw afschrift en vertaling, J. R. VAN GROENINGEN, PASTOOR.

Van de oude kapel zijn nog eenige bouwvallen te zien, verborgen echter onder een luik. Is men dit gepasseerd dan ziet men een fraai prieel, waarin het altaar, met het opschrift : Miserorum et affectorum Asylon, d.i. "Toevlucht voor ellendigen en bedroefden". In 1582, toen de Hervorming zich overal had baan gebroken, werd de Heilige Stede gesloten, hare goederen verbeurd verklaard en in 1592 werd de kapel voor afbraak verkocht. Eerst driehonderd jaren later werd de plaats waar zij gestaan had, teruggekocht en langzamerhand aan alles weer de hand ter herstelling en verfraaiing gelegd. In 1911 is zelfs een ruime veranda opgericht waarin plaats is voor pl.m. 600 personen, die de predikaties en zanguitvoeringen op die wijze op hun gemak kunnen volgen. De werkzaamheden worden besloten met een processie door den tuin, waaraan soms meer dan tweeduizend personen deelnemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen