woensdag 16 september 2009

Geïllustreerde gids voor Denekamp en omstreken: Naar Berghum en 't Beuningerveld. Naar de Heide

Naar Berghum en 't Beuningerveld. Naar de Heide


Fragment van Wandel-, fiets- en autokaart van De Lutte, Denekamp en omstreken (1916). Klik er op voor vergroting.

Dit keer zou ik U willen verzoeken uw morgenrust wat te bekorten, om voor zonsopgang op de heide te zijn, teneinde te zien en te hooren, wat niet onder de dekens te zien en te hooren valt. Vroeg op en dan naar buiten.
Een grijze nevel hangt boven de bruine heide. De bloemen houden hare bladeren nog toegevouwen, en schijnen als bezielde wezens te sluimeren, tot de zon haar gulden stralen op het aardrijk vallen laat. De Oosterkim wordt lichter. Het mistgordijn zweeft naar boven, hecht zich aan de toppen der boomen om welhaast te verdwijnen in de oneindigheid omhoog. Stil is de aarde als wachtende. De lichtpoort in het Oosten krijgt een roode tint. De leeuwerik schudt de waterdroppels van zijn vederenkleed en stijgt omhoog: hooger dan de boomen des wouds. Een zonnestraal treft zijn oog en in blijde tonen juicht en jubelt zijn zilverstem de bron van licht en leven tegen. Gelukkige vogel, die de zon eerder ziet dan wij!
Het teeken is gegeven. De eene vogel na den andere, tien, twintig achtereen zingen, fluiten, tierelieren. De kieviten spelen, de tureluurs roepen. En in dat jubelkoor klinkt mee, het gesjilp van de veldkrekel en het gegons der bijen, die over de ontluikende bloemen zweven. Slechts kort schitteren de dauwdroppelen in veelvervige kleuren aan de sierlijke sprietjes, daarna zijn ze opgezogen door de verwarmde lucht. De rook rolt naar boven, door het groen der dennenkruinen. De mannen gaan naar den arbeid; deze met greep en spade, een ander met paard en ploeg. De zon stijgt hooger. De heiplassen schitteren wit en weerspiegelen de oeverflora in verrassende nauwkeurigheid. De roode bloemen van struik- en dopheide, tusschen de gele Genista's met de bleekblauwe moerasviooltjes, de bruine zonnedauw, en de welriekende orchideeën vormen een waardige randversiering.
Staalblauwe zandkevers, blauwe heivlindertjes, bonte zandoogjes maken de afwisseling te rijker. Wie beweren mocht, dat de heide eentonig is, heeft aan haar slechts een heel oppervlakkigen blik geweid. Indrukwekkend mag de aanblik niet zijn, er zijn evenwel duizend kleinigheden, die inderdaad grootsch mogen heeten. In het ruime veld ligt een groote bekoorlijkheid. Het blauwe verschiet, de losse boomengroepjes, de frissche, gezonde lucht, de op- of ondergaande zon roepen ons tot zich met sterken drang. Een dag op haar doorgebracht, sterkt het lichaam, breidt onze kennis uit, stort levenslust in de aderen. Zoo'n dag, ver van 't gewoel der wereld, ver van de zorgen des levens gesleten, mag als een der zonnigste bladen in het levensboek opgeteekend worden, en zal nog vele malen het hart van blijde aandoening doen trillen.


Foto: Hutje op de Hei bij Denekamp

De mooiste heigezichten vindt men aan de Zuid Oostzijde van het dorp. Door de Wilhelminastraat gaande komen wij op een weg, die, rechts Lossersche dijk of ‘den Olden diek’ genaamd, naar Beuningen voert en links naar Elferman leidt. Wij kiezen den laatsten. De jonge sparren en eiken staan in regelmatige afwisseling naast elkaar, en laten nauwelijks toe links en rechts het water van ,,'t Goor" te zien. Door overstroomingen van de Dinkel kan dit water aanwassen, totdat het een voet hoog over den weg gaat. Spoedig zijn wij de boerderij ongeveer genaderd, we gaan recht uit, draaien een weinig verder den hoek rechtsom en volgen den grooten weg. Voor ons ligt het schilderachtige gehucht Berghum. We laten niet na dit eens te doorwandelen; doch nemen nu eerst den landweg, die ons langs het erve "Otman" voert. Nog 5 minuten, altijd maar weer rechtuit, over een klein heiveldje, over een stuk zandigen weg en wij staan voor een grooten heiplas : "het Hornven". Hooge heide en gagelstruiken getuigen van de vruchtbaarheid der oevers. Het veenmos en andere planten zijn kenteekenen van zijn waterrijkdom ook in den zomer. Hier heeft de schilder W. Oppenoorth twee schilderstukken gemaakt, het grootste in olie-, het kleinste in waterverf. In de Wereldkroniek van 28 Maart 1903 vindt men hiervan een reproductie. Twee boerenhuizen liggen aan weerszijden van den plas in het groen verscholen, terwijl heel ver het grijze, flauw omlijnde slot Bentheim op den achtergrond ligt. Rechts ligt de vruchtbare Buurtschap Beuningen en nog verder de Lutte. Wij gaan links in een grooten boog om het dorp, en daar de toren te zien is, kan men de wandeling op elk punt afbreken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen