maandag 18 juni 2012

Geïllustreerde gids van Goor (1902): inleiding, voorwoord







d'ONTWAAKTE TWENT.

Vergeten oord, door slag noch strijd
Der faam gewijd
In ’t grijs verleden,
Gewest,
Waar ’t oud Gemeenebest
Te schaars den blik op hield gevest,
Hoe schoon is, TWENTE, uw krachtig heden!

Zoo zong Overijsel's dichter, zoo zong Everhardus Johannes Potgieter in de meimaand van het jaar 1861. Ja, wel mocht hij in zijn lofzang op de Twentsche Maagd op de stiefmoederlijke behandeling wijzen, die aan onzen nijveren "Achterhoek" weleer van de zijde van 't "Voormalig Gemeenebest" ten deel viel. Maar onverklaarbaar is 't ons, wat dezen grooten dichter kan bewogen hebben, het "Twente van heden" een vergeten oord te noemen, door slag noch strijd der faam, gewijd in 't grijs verleden. Want zoo ergens, dan is hier in dezen oostelijken uithoek van ons koninkrijk geleden en gestreden alle eeuwen door. Van het oogenblik, dat de Romeinsche legioenen den Germaanschen bodem besprongen om de vrijheidlievende Bataven en Tubanten onder het juk te brengen, tot den gezegenden dag, die het roemrijk Oranjehuis op Neêrlands koningszetel zag plaatsnemen, was Twente eeuw aan eeuw ten prooi aan de hoogst treurige invloeden der lotswisseling. Met een weergaloozen moed kampten de stoere, onbuigzame Saksen tegen den geweldigen Charlemagne, en stroomen bloeds moesten vloeien, eer de christelijke zaden, door Plechelmus en Marcellinus gelegd, wortel schoten. En nauwelijks had het Christendom post gevat in het land der oude Tubanten, of de ruwe Graventijd bracht er zijn verschrikkingen. Jaar op jaar streden de Twentsche graven met onstuimige woede tegen hun Utrechtsche leenheeren, en 't gebeurde zelfs, dat een Utrechtsch kerkvorst op het sterke kasteel te Goor werd gevangengenomen.
Aan het stadje Goor viel de hooge eer te beurt, den grooten keizer Karel V op zijn reis van Deventer naar Oldenzaal te zien doortrekken; maar die eer woog niet op tegen de namelooze ellende, die de woeste benden van Maarten van Rossem en Karel van Gelder over het ongelukkige gewest uitstortten. En toen in den Nederlandschen Vrijheidskamp Spaansche en Staatsche troepen als om strijd het platteland afstroopten, moest de Generale Ontvanger ten leste in hoogst eigen persoon naar Madrid rapporteeren,"dat de arme lieden niets, letterlijk niets bezaten om aan de schatkist af te dragen. De Westfaalsche vrede bracht gelukkig verandering in dezen ongelukkigen toestand. Helaas ..... nog geen kwarteeuw later, en Twente werd opnieuw overvallen door den buitenlandschen vijand. De roofzuchtige Munster brandde en moordde naar hartelust, en niemand, die 't hem beletten dorst.
Een gelukkig keerpunt in de treurige historie van Twente was voorzeker het fier en moedig optreden van den democratischen baron Jan Derck van der Capellen tot den Pol, die - waardig opvolger van den volksman Rabo Herman Schele, Heer van Venebrugge en Welberg - zijn machtige stem verhief tegen de verregaande willekeur van de Twentsche Drosten; doch de Fransche tijd eischte ook hier zijn offers. Koning Lodewijk mocht met groote praal zijn intocht doen binnen het "aardig stadje" Enschede, - zulks nam niet weg, dat Twente even goed als elk ander gewest zijn schildknapen en martelaren moest leveren voor de beruchte "Gardes d'Honneur" en - voor Moskou. Maar dát niet alleen ... troepen Kozakken en Engelschen en Hannoveranen zien we met versnelden pas de Twent binnenstormen; zij richten kerken en scholen tot kazernen in, slaan de bijl aan preekstoel en banken, dwingen den landzaat tot opbrengst van schatting en leeftocht, en zoeken eerst andere oorden op, wanneer niets meer te grijpen valt.
Inderdaad, van af Drusus tot Koning Willem I was Twente het kind van de rekening. Maar toen ook brak er gelukkig een betere tijd aan voor de kinderen van Twente; "Per aspera ad astra" - "door lijden tot verblijden" - het devies van het Land van Hertog Hendrik mag ook vrijelijk het devies van Twente heeten.
Dat het lijden door verblijden gevolgd is, - daarvan komt de eer toe aan Twente's vlijtige arbeiders en aan Twente's energieke fabrikanten : de namen Van Lochem en Ten Cate, Van Heek en Stork, Ainsworth en De Clercq zullen klinken tot in lengte van dagen.

Tot voor weinige jaren was Twente uitsluitend bekend vanwege de nijverheid; aan natuurschoon en wandelwegen, aan kiekjes en idyllische plekjes werd heelemaal niet gedacht. Maar ontwaakt is het land der oude Tubanten! In de jongste twee lustrums heeft men het schip in een anderen koers gestuurd, en op verschillende plaatsen zag men Vereenigingen verrijzen tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer. Het grijze Oldenzaal, de rijkst bedeelde der zusteren, wat natuurschoon betreft, ging voor; het kleine Markelo met haar schilderachtige heuvelen volgde; en Delden en Ootmarsum betraden denzelfden weg. Maar het TWENTSCHE HAAGJE spande de kroon; want daar werd "Goor Vooruit" gesticht, niet slechts met het doel om het Vreemdelingenverkeer aan te moedigen, maar vooral om de belangen der Goorsche ingezetenen en den bloei der gemeente in den meest uitgebreiden zin te bevorderen.





"GOOR VOORUIT".
Het was den 13 Juni van het jaar 1901, dat op initiatief van Goor's geachten Burgervader, den heer V. Cats, ingezetenen van ons stadje in het van ouds bekende Hotel "den Engel" bijeenkwamen, om de door de voorloopige Commissie ontworpen statuten van de op te richten Vereeniging aan een ampele bespreking te onderwerpen. Met groote ingenomenheid werd de arbeid van deze Commissie door de Vergadering begroet, die al dadelijk uit de gevoerde discussies kon opmaken, dat de voorgestelde taak zo breed mogelijk was opgevat. Achtereenvolgens werden èn de Statuten èn het huishoudelijk reglement met algemeene stemmen goedgekeurd; en toen daarna nog denzelfden avond een definitief Bestuur gekozen was, mocht men zeggen: "Het doel is bereikt; ... het Twentsche Haagje is een Vereeniging rijker geworden, die voor de toekomst heel wat belooft."
De jonge Vereeniging mocht zich dra verheugen in het Beschermheerschap van den Hooggeboren Heer Graaf Bentinck, den eigenaar van het schoone landgoed "Weldam", terwijl de man van het initiatief, Goor's Burgervader n.l., welwillend het eere-voorzitterschap aanvaardde.
Onmiddellijk toog het Bestuur aan den arbeid. Het nam allereerst maatregelen tot het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid, terwijl het tegelijkertijd de noodige gegevens verzamelde tot het samenstellen van een fraaien en tegelijk degelijken Geillustreerden Gids, die den vreemdeling zou bekend maken met het verleden en heden van het "Twentsche Haagje", eenmaal na Oldenzaal de voornaamste plaats van het nijvere Twente.
Wij stellen er een eer in, dezen Gids den vreemdeling en den ingezetene te mogen aanbieden. Hij bevat een vluchtige schets van Goor's merkwaardig Verleden. Daarna leidt hij den belangstellenden bezoeker rond, niet slechts door de eenvoudige straten van ons stille stadje, maar vergezelt hem tevens op zijn heerlijke wandelingen door de schoone dreven rondom de ´Twentsche Haag´, terloops hem wijzend op de liefelijke omgeving en de gunstige gelegenheid, welke hem hier geboden wordt, om in de warme zomermaanden een wijle te komen uitrusten van zijn dagelijksche beslommeringen .... Heil den Vreemdeling! Heil Goor’s burgerij!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen