zaterdag 30 april 2011

Kampen (1925): Bouwkundige monumenten

BOUWKUNDIGE MONUMENTEN.

Dat de Keizervrije Hanzestad Kampen, die in 1495 door Keizer Maximiliaan tot Keizerlijk vrije Rijksstad werd verheven en reeds vóór 1397 het recht van eigen Munt bezat, een merkwaardige geschiedenis moet hebben, is begrijpelijk. Immers, die oude handelssteden, veelal ontstaan op de hoogst gelegen plaatsen aan onze rivieren, hebben een "natuurlijke groei" gehad, welke dikwerf tot verrassend artistieke uitkomsten heeft geleid. Velen zullen zich herinneren, die oude marktpleinen en mooi zich buigende straten en grachten, waarvan door menigen artistieken gevel de waarde nog wordt verhoogd. Het schilderachtige silhouet van Kampen, dat vanaf den rechter IJsseloever het oog bekoort, wordt vooral sprekend door zijn torenspitsen en dan is het wel de sobere maar elegante piramidale spits van den Boventoren, met daaraan gebouwde Bovenkerk, die al spoedig de aandacht trekt.
De Bovenkerk, aan St. Nicolaas gewijd, is uit een bouwkundig oogpunt het merkwaardigste bouwwerk der stad en een der belangrijkste monumenten van ons land. Wanneer het oorspronkelijk kleine Romaansche kerkje, waaruit in den loop der eeuwen het grootsche gebouw van thans zich heeft ontwikkeld, op deze plek werd gesticht, is niet juist op te geven. Echter meent men aan de hand van verschillende stijlvormen en beschrijvingen de stichting van genoemd Romaansch kerkje te moeten stellen in de 11e eeuw. Met den bloei der stad nam natuurlijk het zielental toe. Gevolg daarvan was vergrooting der kerk. Dit geschiedde in verschillende eeuwen, dus door verschillende geslachten en iedere generatie drukte zich uit in den geest van haar tijd. Wij vinden aan het gebouw dan ook zoowel Romaansche als vroeg- en laat-gothieke-, aan 't koorhek Renaissance- en aan het orgel barokke stijlvormen. De Romaansche kerk werd ± 1345 vergroot. De meest belangrijke vergrooting geschiedde na 1369 in welk jaar schepenen en Raad der stad met den bouwmeester RUTGER MICHIELSZOON van Keulen een overeenkomst sloten. Deze geniale bouwmeester is het geweest, die, dank zij zijn opleiding door goedgeschoolde architecten in de Bouwhut van den Keulschen Dom, Kampen's verheven koorbeuk schiep. Dit juweel van gothieke architectuur te beschrijven laat ons bestek niet toe. Men ga het zien, zoowel in- als uitwendig en men verlustige zich in de weelderig geprofileerde van groefsteen opgetrokken pijlers, in de elegante muurcolonetten, waaruit zich buigend ontwikkelen de booglijnen van het met fresco's versierde netgewelf. Hoewel de koorbeuk zich boven kooromgang en kapellenkrans verheft, mist zij, en dat is merkwaardig, toch de luchtbogen, die aan de buitenzijde de zijwaartsche gewelfdruk zouden moeten opvangen. De bouwmeester heeft die lucht- of schraagbogen echter wel bedoeld te maken, dit blijkt uit de aan de buitenzijde aanwezig zijnde aanzetstukken. Welicht hebben de beperkte geldmiddelen het noodig gemaakt een minder kostbare oplossing te zoeken. En die vond de meester door in de koorbeuk, ter hoogte waar de kromme gewelfribben hare geboorte hebben, horizontale trekankers te doen aanbrengen. Hierdoor echter lijdt de heerlijke ruimtewerking van dit kunstwerk met zijn teergevoelige lijnen en subtielen schaduwval.
Het monument wordt inwendig bekroond door gemetselde kruis- en netgewelven, heeft vijf beuken of schepen, dwarsschip, twee portalen, koorbeuk, waaromheen kooromgang met kapellenkrans. Hiervan zijn het de portalen en de twee buitenste zijschepen, tusschen toren en transept, welke tot de laatste vergrooting behooren. In de 80er en 90er jaren der vorige eeuw werden koorbeuk en transeptgevels op initiatief van den kunstzinnigen predikant, tevens pres. kerkvoogd, A.G. VAN ANROOY, gerestaureerd door den architect I. GOSSCHALK van Amsterdam, met den vermaarden DR. P.J.H. CUYPERS als rijksadviseur. Zoo ver het gebouw uitwendig met kleine steentjes is bemetseld is dit een schending van omstreeks 1860. De toren, waarvan archiefbronnen melden, dat hij zou zijn rechtgezet, afgebroken en in de 17e eeuw herbouwd, bezit nog zijn oorspronkelijke gothieke muren. Op technische en constructieve gronden moet o.i. worden aangenomen, dat die archiefstukken een verkeerde voorstelling van zaken geven. De ranke torenspits werd in 1808 door den stadsarchitect ABR. MART. SORG er op aangebracht. De toren is in weerwil van zijn soberheid en eenvoud toch van een imposante werking. In de kerk vindt men, behalve de merkwaardige steenen zitbank in de koorbeuk, het met Renaissance-ornament besneden koorhek, de rijkgebeeldhouwde in kalksteen en vermoedelijk door Vlamingen vervaardigde preekstoel, de drie fraaie
Renaissance koperen lichtkronen, ook het beroemde in barokstijl opgetrokken orgel. - Voorts ziet men hier in de kapellenkrans achter het koor sierlijk gesmeede grafhekken en het laat-Romaansche steenen doopvont, terwijl achter in het midden van den kooromgang in 1909 een koperen gedenkplaat is aangebracht voor den "grössten
Glockenkunstler der Geschichte" GEERT VAN WOU, van Kampen, die hier ter stede dit kunstvak op zoo eervolle wijze uitoefende, aldaar overleed en op deze plaats werd te ruste gelegd 23 December 1527.


Foto: De Broederkerk

De Broederkerk is het eenige bouwwerk, hetwelk is overgebleven van het voormalige klooster der Franciscaners-minderbroeders, die het in de 15e eeuw in gebruik hadden. Dit klooster omvatte, behalve genoemde kerk, ook de gebouwen, welke hebben gestaan op de plaats waar wij nu de gehoorzaal, de school aan de Nieuwe Markt, de voorm. Latijnsche school, (hoek Nieuwe Markt-Nieuwstraat) en het Politiebureau aantreffen. Dit kerkgebouw, een merkwaardig overblijfsel van laat-Middeleeuwsche baksteenbouw, is wel sober van architectuur, maar die soberheid draagt in zich voornaamheid. - Dit Franciscaner klooster bestond reeds in 1325, maar door de zorgeloosheid der kloosterlingen brandden in 1473 de kloostergebouwen en ook de kerk af. - Nadat de broeders hadden beloofd te zullen leven naar den regel der observantie, steunde ook de stad finantieel den herbouw, waarmede reeds in 1473 een aanvang werd gemaakt. Echter werd die belofte niet nagekomen en het gevolg hiervan was, dat Paus Sixtus IV een onderzoek deed instellen, het klooster deed reorganiseeren en de schuldigen straffen. Na al deze moeilijkheden kon het klooster in 1480 opgenomen worden in de Keulsche provincie dezer orde. De bouw der kerk en andere gebouwen had plaats van 1473 tot 1490. Uitwendig zien wij aan het Oostelijk gedeelte - wat voor vergaderlokaal (het Broederhuis genaamd) dienst doet en waar nu het Burgerlijk Armbestuur is gevestigd - de spitsboog op vrij gelukkige wijze door half cirkelvormige houten ramen gevuld. Het eigenlijke kerkgebouw van thans (eigendom van en in gebruik bij de N.H. gemeente) heeft ook nog de oorspronkelijke spitsbogen der vensters, maar die zijn op onoordeelkundige wijze door ijzeren ramen met glas gevuld. Het Oostelijk deel van het oorspronkelijk kerkgebouw (aan de voorm. Botermarkt) bezit twee veelhoekige koorafsluitingen, waartusschen, wat zeldzaam voorkomt, op schilderachtige wijze de traptoren is aangebracht. De kerk bestaat uit twee evenhooge schepen (beuken), gescheiden door cirkelvormige pijlers met bladkapiteelen voorzien, waarop de bogen der steenen kruisgewelven haar oorsprong hebben Op de daknok zien wij als "dakruiter" het klokketorentje.
In de zooeven genoemde kamer van het Burgerlijk Armbestuur vindt men o.a. nog een op paneel geschilderd H. Avondmaal (1574) van Mechteld Lichtenberg, Echtgen. van Egbert Toe Boecop.
De hierboven vermelde Latijnsche school is een gebouw, hetwelk in zijn constructie van gewelven, moer- en kinderbalken, alsmede in zijn daklijnen nog den 15en eeuwschen bouwtrant doet zien. Het karakteristieke poortje (1631) met trap en fraai gesmeed hek zijn echter uit het Renaissance tijdperk. De zandlooper heeft het bijschrift HORA RUIT. Het Latijnsche opschrift SEMENARIUM ECCLESIAE AC REIPUBLICAE COGNITIO LINGUARUM CLAVIS SCIENTIAE, wijst nog op de oorspronkelijke bestemming van dit gebouw, hetwelk tot voor korten tijd voor lagere school werd gebruikt.


Foto: Klapbrug over de Burgel (op de achtergrond fe Lieve Vrouwe-Kerk)

De O.L. Vrouwe- of Buitenkerk was aanvankelijk aan de H. Apostelen, later aan de H. Maagd gewijd. Sedert 1580 werd het gebouw voor den Hervormden eeredienst bestemd, doch Koning Lodewijk Napoleon gaf in 1809 de kerk aan de Roomsch-Katholieken terug. Reeds in 1387 wordt melding gemaakt van een school aan deze kerk verbonden. Het gebouw, vermoedelijk in het begin der I3e eeuw gesticht, heeft drie evenhooge beuken, is dus evenals de Broederkerk, zooeven genoemd, een hallekerk. Het dwarsschip (transept) is een weinig voorspringend. Het koor en de zijschepen eindigen aan de Oostzijde in veelhoekige absiden. Aan de Zuidzijde van het koor bevindt zich de fraaie sacristie met rijke waterspuwers en stergewelven. De beuken der kerken worden (evenals die der meergenoemde Broederkerk) gescheiden door ronde pijlers met bladkapiteelen en achtkante voetstukken. Het gebouw is van steenen kruisgewelven voorzien. In de I4e eeuw is de kerk vergroot en het was de hiervoren genoemde Keulsche bouwmeester RUTGER MICHIELSZ. VAN KEULEN, die in 1369 aan dit kerkgebouw werkte, en zeer waarschijnlijk deze sierlijke sacristie schiep. Het priesterkoor werd gerestaureerd omstreeks 1895 door den reeds genoemden architect Dr. P.J.H. Cuypers, terwijl men aan het energiek en beleidvol optreden van wijlen pastoor J.M. Gerrits dankt de restauratie, uitgevoerd door H. Kroes, architect te Amersfoort, der vensters, kolommen en gedeeltelijk die van het Noordelijk portaal. De toren aan de Westzijde was oorspronkelijk hooger. In 1607 stortte de spits met een deel der muren in. En in 1867 werd deze toren op onoordeelkundige wijze hersteld.

Wanneer wij den Broerweg op wandelen, valt al spoedig de aandacht op de Doopsgezinde Kerk, die vermoedelijk in 't laatst der 15e eeuw werd gesticht als kloosterkerk van het St. Annaklooster, behoorende aan de Cellezusters der orde van St. Augustinus. Zij werden, naar hare kleeding, ook Zwarte Zusters genoemd. Deze kerk bestaat uit een schip, heeft aan de Groenestraat een veelhoekige koorafsluiting (absis), verder aan de Noordzijde een zeer kunstvaardig gemetselde wenteltrap en een klokketorentje (dakruiter) op de daknok. De oorspronkelijke vensters zijn gedeeltelijk dichtgemetseld en overigens met gemetselde stijlen en maaswerk, waarin gekleurd glas, gevuld. Het ingangspoortje, een werk van genoemden stadsarchitect Abr. Mart. Sorg, dagteekent van ± 1820. In deze kerk bevindt zich een Renaissance-preekstoel (1611) en een modern, maar smaakvol, orgel (1898), hetwelk een ontwerp is van S.P. Bakker.
Van 1595 tot 1818 was dit gebouw eigendom der voorm. Waalsche gemeente. In 1823 werd de Doopsgezinde gemeente eigenaresse, die tot heden dan ook dit kerkje in gebruik heeft.

Aan de overzijde der straat (Broederweg) vindt men een zeer fraai en goed geconserveerd Oud-Hollandsch Hoekhuis, waar, naar alouden trant, een bakker woont. Dit hoekhuis bezit een zeldzaam fraaien Renaissance-trapgevel met zeer gevoelig gehouwen beeldhouwwerk: Demeter (Landbouw) en Dionysus (Wijnbouw) voorstellende, verder kruisvensters, horizontale banden en een door kleur en lijn mooi gestemd gevelvlak.
Weer van de overzijde der Doopsgezinde kerk zien wij een groot nieuw, met toren versierd gebouw van voorname allure. Dit is thans Het Hospitium voor Studenten der Theologische school. Tot 1923 was er het hotel Des Pays Bas gevestigd, welk hotel van 1851 op de Nieuwe Markt en van 1888 tot 1923 op den Broerweg te dezer plaatse aanwezig was en 62 jaren door de familie Breyinck werd geëxploiteerd. Het gebouw, opgetrokken in moderne Renaissance is een ontwerp van wijlen den Amsterdamschen architect A.C. BOERMA, die het in r888 voor rekening der genoemde familie Breyinck bouwde.
Van de drie kerkgebouwen der Gereformeerde Kerk is dat bij het Plantsoen, ontworpen door den kerkenbouwer TJ. KUIPERS, het belangrijkste. Het is niet alleen een zeer ruim en bruikbaar bedehuis, maar ook is het een monumentaal bouwwerk, dat met zijn gemoderniseerd middeleeuwsch karakter een voornamen indruk maakt.

Verder vindt men te Kampen nog de Dordtsch Gereformeerde-, de Oud-gereformeerde- en de Chr. gereformeerde kerk, welke echter allen uit een bouwkundig oogpunt onbelangrijk zijn. Dan moeten nog worden vermeld de Synagoge (1847) aan de IJsselkade en de Ev. Luth. kerk (1843) aan den Burgwal bij de Nieuwe Markt. Beide gebouwen, ontworpen door den stads-architect N. PLOMP, zijn opgetrokken in den klassieken trant van de 40er jaren der vorige eeuw. Vooral de Ev. Luth. kerk mag in zijn soort een geslaagd werk heeten. Het heeft goede verhoudingen en de portiek geeft den gevel een mooien schaduwval. Ook het interieur met het sierlijke orgel bezit een voorname rust.


Foto: De Broederpoort (buitenzijde)


Foto: De Cellebroederspoort (binnenzijde)

De Broederpoort (1615) met haar vier slanke torenspitsen en de Cellebroederspoort (1617) met twee massieve torens, zijn ontworpen door THOMAS BERENDTSZ, gezworen landmeter van Overijssel, die op de middeleeuwsche voet de poorten optrok.
Deze gebouwen, beide aan het Plantsoen grenzende, bezitten den stijl der Hollandsche Renaissance van het begin der 17e eeuw, zijn zeer belangrijke monumenten en van bizondere schilderachtige werking, die vooral wordt veroorzaakt, door de elegante torenspitsen, de rijk versierde en kleurrijke gevelvlakken.


Foto: De Witte of Koornmarktspoort (gezien vanaf de IJsselkade)

Van een soberder, doch meer krachtig karakter is de 14-eeuwsche, geheel in baksteen opgetrokken Koornmarktspoort, de nog eenig overgebleven IJsselpoort der middeleeuwsche vesting. Het is een eenvoudig doch voornaam bouwwerk, dat in zijn uittandingen onder de torenspitsen geestige proeven van metselaarskunst te zien geeft.
Wandelen wij van deze poort langs de IJsselkade tot aan de IJsselbrug dan zien wij vandaar het schepentorentje met het Nieuwe- en Oude Raadhuis.


Foto: Het Oude Raadhuis

Het laatst genoemde is wel een der merkwaardigste raadhuizen van ons land en de Oude schepenzaal wordt, wat haar beeldhouwwerk aangaat, in West-Europa niet overtroffen. Het gebouw, na den brand van 1543 grootendeels herbouwd, is opgetrokken in den overgangsstijl die de laat-Gothiek aan de Renaissance verbindt en het werd gerestaureerd in de jaren 1895- 1905. Rijke daktraceeringen, geprofileerde kruisvensters en elegante hoektorentjes sieren de gevels aan Oudestraat en Voorstraat. Eerstgenoemde gevel krijgt een zeer rijk karakter door de met baldakijns bekroonde beelden van Karel de Groote (de Moed?), Alex. de Groote (de Kracht?') de Matigheid, de Trouw, de Gerechtigheid en de Weldadigheid voorstellende. De ranke topgevel wordt bekroond door dunne pinakels en in het midden ziet men de merkwaardig gemetselde schroeflijnvormige schoorsteen. Het aan de Voorstraat grenzende schepentorentje is door zijn gothieke en Renaissance vormenspraak van een bizonder geestig karakter.


Foto: Schoorsteenmantel in de Schepenzaal van het oude Raadhuis

Ons bestek dwingt ons tot beperking, maar toch willen wij even hier nog noemen de Oude Schepenzaal, welke vanaf het nieuwe Raadhuis te bereiken is. In deze zaal vindt men de in kalksteen opgetrokken en met meesterlijk beeldhouwwerk versierde schouw (1545) van den beroemden Vlaamschen beeldhouwer COLYN VAN CAMERIJCK. Hier wordt het oog bekoord door het in edel wagenschot uitgevoerde beeldhouwwerk van den beroemden schepenstoel van MR. VREDERICK, den stadskistenmaker; hier wordt men getroffen door het gevoelige modellée der engelfiguurtjes, die PETER VAN CRANENDONCK schiep. Verder zien wij hier Oude Vaandels van schuttersvendels, de bekende "rol", waar de advocaten voor pleitten en in de vitrine vindt men het beroemde gildezilver en andere voor Kampen merkwaardige antiquiteiten.
Het Nieuwe Raadhuis was in vroeger eeuwen het Stadswijnhuis, thans is het de zetel van het stadsbestuur. Het gebouw is uitwendig niet van bizondere beteekenis, alleen de laat-empire hoofdtravée aan de Oudestraat, een ontwerp van meergenoemden Sorg, verdient de aandacht. Inwendig treft de deftige burgemeesterskamer, de traphal (1916), de trouwzaal (1888) en de Raadzaal. De verschillende wanden worden versierd door belangrijke schilderijen, waaronder er voorkomen van onze eerste meesters en een fraai gobelin, terwijl in de Raadzaal en de daaraan grenzende Commissiekamer de levensgroote conterfeitsels onzer Oranje's en die der Friesche Stadhouders prijken, waarvan enkelen aan Mierevelt worden toegeschreven.


Foto: Gezicht op de Nieuwe Toren (vanaf de Nieuwe Markt)

In de nabijheid van het Raadhuis, over het fraaie Postkantoor, verheft zich hoog boven zijn omgeving uit de Nieuwe Toren, met zijn Carillon van den beroemden FRANÇOIS HEMONY. Deze toren werd gebouwd in 1649-1664 naar het ontwerp van den vermaarden Amsterdamschen architect PHILIP VINGBOONS. Dit bouwwerk, gerestaureerd in 1923-1925, is typisch voor den stijl der late Hollandsche Renaissance uit de 2e helft der 17e eeuw en het is van die periode een fraai representatief monument.
Des Maandagsochtends en Vrijdagsavonds wordt Hemony's carillon bespeeld. Dan is het een genot, wanneer men op het balcon der Buiten-Societeit zit, terwijl de witte speeljachten over den IJssel scheren, belangstellend te luisteren. Vooral des Vrijdags, als alles verstilt en precies 6 uur de vroolijke klokkenklanken vallen in den vredigen zomeravond, wanneer "de beiaard zingt" en die klanken dan wegsmelten over de oude stad en den imposanten IJsselstroom.


Foto: Het Gothische Huis

Dicht bij dezen toren spreekt tot den opmerkzamen bezoeker de uiterst zeldzame en mooie gevel van het reeds genoemde, aan de Oudestraat gelegen Gothische huis. Dit gebouw, zooals er ons land maar enkele kan aanwijzen, had sinds onheugelijke jaren binnen zijn muren gevestigd het bedrijf van graanhandelaar en winkelier. Het is dus een koopmanshuis en nog wel een uit het Hanzetijdperk. Dit Goth. huis is een zeer merkwaardig en schitterend overblijfsel der laat-gothieke woningbouw en opgetrokken in de fraaie stijlvormen van die periode der Vlaamsche Kunst,welke aan het bouwmeestersgeslacht KELDERMANS herinneren doet. En nu was het een goede gedachte om, behalve het museum der stichting "Campen", hier ook onder te brengen de Openbare Leeszaal met bibliotheek. Deze inrichtingen (geopend 9 Febr. 1921) zijn voor het lezend en studeerend Kamper publiek in den korten tijd van haar bestaan al onmisbaar geworden.
Nog een, en wel zeer oude en hoogst nuttige instelling moet hier worden genoemd, n.l. de aan den Burgwal en Boven-Nieuwstraat gelegen Vereenigde Gast- en Proveniershuizen, bestaande uit het onder een dak gebrachte St. Catharina-, St. Geertruids- en H. Geestgasthuis. Deze "godshuizen", reeds in de 14e eeuw gesticht, zal de oppervlakkige bezoeker niet spoedig opmerken, omdat de gebouwen hoofdzakelijk "van de weg-af" zijn gelegen.
Om een vriendelijk tuintje, dat ons de Vlaamsche Bagijnhofjes in herinnering roept, rijen zich de mooi gebouwde, proper-witte huisjes met 18e eeuwsche geveltoppen, met boven- en onderdeuren, versierd door blinkend gepoetst koperwerk. Aan den Burgwal vindt men nog rijkgebeeldhouwde 17e eeuwsche dakkapellen, welke afkomstig zijn van het voormalige H. Geest-gasthuis, destijds over de N. Markt gelegen. Van het interieur moet worden genoemd de Regentenkamer, alwaar een zeer zeldzaame verzameling schilderijen, waaronder z.g. primitieven, wordt bewaard.
Nog andere inrichtingen voor ouden van dagen zijn de z.g. "Vergaderingen", (in Holland Hofjes geheeten) waar een klein aantal, gewoonlijk weduwen, haar ouden dag doorbrengen. Hoewel Kampen vroeger wel een achttiental "vergaderingen" bezat, zijn die grootendeels verdwenen en anderen weer tot één gesticht samengevoegd. Maar de Vergadering In Bethlehem (1631), is een der weinige, welke nog haar zelfstandigheid hebben behouden. Zij is gelegen aan de Buiten-Nieuwstraat; daar ziet men haar prachtig geveltje met sierlijk beeldhouwwerk, waarvan de Kerstnacht vooral het oog bekoort.


Foto: Het Weeshuis aan de Vloeddijk (thans in gebruik voor de School voor Verlofsofficieren)

Spraken wij zooeven over hulpbehoevende ouden van dagen, ook voor de onverzorgde jeugd bezit Kampen in Het Burgerweeshuis op den Vloeddijk een mooie instelling. Het gebouw, dat wij thans kennen, dagteekent van 1891, is comfortabel en ruim ingericht, en gebouwd naar het ontwerp van de Zwolsche architecten W. en F.C. Koch. Het bezit ruime leer- en speellokalen en al datgene wat noodig is voor opvoeding en ontspanning. Op deze plek, waar reeds in 1460 het St. Bregitten-Convent werd gesticht, was in 1657 in het oude gebouw het Arme Weeshuis of Kinderhuis gevestigd, dat, zooals het berijmde opschrift boven het oude poortje vermeldt, in 1719 weer werd verbouwd. Het oude weeshuis heeft echter in 't begin der vorige eeuw als Kazerne dienst moeten doen, maar in 1842 werd het gebouw weer tot weeshuis bestemd. De weezen van het Groot Burger weeshuis zijn ook hier in 1923 ondergebracht. Eenige oude schilderijen, waaronder een 15e eeuwsche triptiek, die de regentenzaal sieren, zijn van het G.B. Weeshuis afkomstig.

Wij zouden niet volledig zijn, wanneer wij hier niet noemden het Ziekenhuis Engelenbergstichting, de school voor verlofs-officieren met de monumentale gevel aan de Koornmarkt en het gebouw voor H.B. School (thans Lyceum) en Gymnasium. Van het nieuwe gebouw der Theolog. School wordt hierachter gesproken.


Foto: Het Ziekenhuis "De Engelenberg-Stichting"

Het ziekenhuis, gebouwd op een gedeelte van het stadsplantsoen en gedempte Singelgracht, naar de plannen van den architect W. KROMHOUT CZN., werd in 1916 in gebruik genomen. Het draagt een modern karakter en bevat alles wat een thans goed ingericht ziekenhuis behoeft. Het wordt omgrensd door een fraaien tuin en is rustig gelegen aan het Plantsoen, beide aangelegd door den bekenden tuinarchitect Leonard A. Springer van Haarlem. Door een legaat van MEVR. VAN DIGGELEN, geb. ENGELENBERG kon voor het grootste gedeelte in de bouw- en oprichtingskosten voorzien worden; het ontbrekende betaalde de gemeente.
In de onmiddellijke nabijheid ziet men hier de H.B. School met het daaraangebouwde Gymnasium. Dit bouwwerk van den stads-architect wijlen W. Koen, werd ongeveer 1883 gesticht. Het ademt den geest van zijn tijd. De klassieke vormen, die hier wat dor aandoen, zijn domineerend. Echter kenmerkt dit gebouw toch een zekere rust en voornaamheid. Voor het onderwijs is dit schoolgebouw goed ingericht. Het bezit, behalve zijn groot aantal leslokalen, ruime laboratoria, groote teekenzalen, natuurkundige cabinetten enz.

Wij zouden hier nog kunnen herinneren aan vele merkwaardige iooonhuisgevels, welke versierd zijn door fraai beeldhouwwerk, maar wij moeten ons bekorten. Alleen willen wij even vermelden de prachtige Kruisdragende Christus (1538), welke boven den ingang van het vroegere ziekenhuis (laatstelijk Mil. hospitaal) aan den Vloeddijk bij de Molenstraat, wordt aangetroffen. Dit Ziekenhuis, vroeger "Calvariën" geheeten, was aanvankelijk "Het Pesthuis op de Belt", dat in 1538 gesticht werd door EILART CROMME, "pilgherum van Herusalem": Van CROMME hangt het portret thans in de regentenkamer der Engelenbergstichting.

A.J. Reijers

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen