dinsdag 15 maart 2011

Geïllustreerde gids van Ootmarsum en omstreken (1906): Naar de Hunenborg, Nutter, Breklenkamp etc.

Wandelingen

Naar "den Huneborg"

Velen zullen ongetwijfeld een eigenaardig gevoel hebben en zich eenigszins onder den indruk gevoelen, wanneer zij de een of andere historische plek betreden. 't Zij dit is een veld, waarop de een of andere bloedige veldslag plaats vond, 't zij het is een ruïne van een voormaligen burcht, men denkt zich zoo'n oogenblik terug in den tijd, toen deze plek zoo'n actief deel uitmaakte van de gebeurtenissen in die dagen. Dergelijke plekken zijn zoo veel te belangrijker voor ons, al naarmate de toestand, waarin zij thans verkeeeren het meest overeenkomt met die uit haar tijdperk van roem of beruchtheid. Gaarne zien wii thans nog iets, waaruit ons blijkt, welke bestemming die plek gehad heeft, zoodat ons uit de chaos van volksoverleveringen en legenden, welke in den regel aan deze bijzondere plekken verbonden zijn, toch nog- een leiddraad overblijft, waardoor het ons mogelijk is deze van de historie te kunnen onderscheiden.

Dergelijke plekken vinden wij ook nog om Ootmarsum; ik noem U slechts "Het Oppersveld" en “den Huneborg". Voor degene, die zich eenigszins interesseert voor dergelijke historische plekken, is een wandeling hier naartoe ten zeerste aan te bevelen. Ik stel U voor den Huneborg met een bezoek te vereeren.
Alvorens wij hiertoe overgaan, verwijs ik U naar blz. 19, opdat U eerst weet, wat de Huneborg is en wat hij vroeger geweest mocht zijn. U stelle zich dus niet voor eene of andere oude burcht met half vergane en met klimop begroeide muren, met schietgaten en poorten. Ook geen ruïne, neen, de hoofdzaak, die thans nog te zien is, is de plek en eenigszins de fundeering, waarop de Huneborg gestaan heeft. Men kan nog zien, hoe de Huneborg door grachten omgeven was en welken eigenaardigen vorm het gebouw zelf heeft gehad.


Fragment Chromotopografische kaart des Rijks (1901) (2x klikken)

Om den Huneborg te bereiken, wandelen wij den Oldenzaalschen weg op, totdat wij de kanaalbrug bereiken, wij passeeren deze niet, doch volgen den linkerkanaaldijk. Veel afwisseling biedt deze niet. Wij hebben aan de rechterhand een open gezicht op het buurtschapje Rossum en verder op Oldenzaal. Ter linkerzijde zien wij Ootmarsum's vriendelijke torentjes aardig afsteken naast de hoogten, waardoor ze als 't ware beschermd worden tegen westelijke stormen. We wandelen door tot we ongeveer de eerste brug bereikt hebben. We zien dan ter linkerzijde van ons een eenigszins verhoogd gedeelte, hetgeen ons de plaats aanwijst, waar eens de Huneborg stond. Wenscht U eenige legenden of volksoverleveringen aan deze bijzondere plaats verbonden, dan brengen wij een bezoek aan den in de nabijheid wonende landbouwer Oude Hengel, die niet ongenegen zal zijn aan ons verzoek te voldoen.
Dit is een wandeling van ongeveer een uur. De terugtocht kunnen wij weer langs denzelfden weg aanvaarden of eenigszins uitstrekken, door den kanaaldijk te vervolgen tot de tweede brug. Hier kunnen wij nog even de waterwerken in oogenschouw nemen. Het riviertje de Dinkel nl., dat tot voor eenige jaren dwars door het kanaal liep, doch wegens verzanding van het kanaal de scheepvaart belemmerde, is er thans onderdoor gelegd, zoodat dit bezwaar is weggenomen.
Wij verlaten nu bij deze brug den kanaaldijk en wandelen langs een beschaduwden weg door het zoogenaamde bosch van Aarnink naar den weg van Denekamp naar Ootmarsum, die wij bij het buurtschapje Tilligte bereiken. Vandaar zijn wij in een uurtje weer thuis.

Door Nutter, langs de bronnen naar Springendal.

De wandeling, die wij thans zullen maken biedt ons aan, de ongekunstelde, origineele natuur in hare groote verscheidenheid, zooals we haar zoo heerlijk om Ootmarsum aantreffen. Tot dit doel verlaten wij Ootmarsum door de Molenstraat en slaan wij, vóór wij de algemeene begraafplaats bereikt hebben rechts af het rijwielpad op. Het heuvelachtige van het terrein trekt in 't bijzonder onze aandacht; dan dalen wij weer in een vallei, terwijl wij een volgend oogenblik steeds stijgende tusschen roggelanden door onzen weg vervolgen.


Fragment Chromotopografische kaart des Rijks (1901) (2x klikken)

Nadat wij de eerste vallei gepasseerd zijn, volgen wij onzen weg nog een eindje en bemerken dan spoedig aan onze rechterhand een klein boerderijtje “de Rietboer". Richten wij onze schreden hierheen en slaan we dadelijk achter dit boerderijtje rechts af. Vanaf het hoogste punt van dit wegje hebben wij een eenig gezicht over de zachtglooiende vallei voor ons, het golvende graan wat verder en de torentjes en molen van Ootmarsum, die vroolijk tusschen het groen der boomen uitzien. Wij wandelen onzen weg verder, die spoedig links ombuigt. Wij laten de boerenplaatsen Bodde en Elferman, die tusschen het hout verscholen liggen, aan onze rechterhand liggen, steken weldra een weg over en wandelen over een verhoogd voetpad, langs het roggeland, naar het boerenplaatsje "Veelders", hetgeen links blijft liggen. Wij volgen nu een in oostelijke richting loopenden. sterk dalenden weg, tot we, even over het laagste gedeelte, een voetpad links af nemen, dat ons dwars over een breeden weg in een smal laantje en verder in het Springendalsche veld brengt. Een prachtig golvende heidevlakte met op den achtergrond zwaar hout. Links strekt de heidevlakte zich zeer ver uit naar de Rezingher bergen, waarop wij dennenboomen ontwaren. Vóór ons aan den overkant van de heidevlakte, bevinden zich de bronnen, die het kristal heldere water opleveren voor de wasscherij "het Springendal", welker schoorsteen wij eenigszins rechts van ons, tusschen de boomen door kunnen zien. Wij wandelen deze heidevlakte, langs den weg, die juist voor ons is, op en komen spoedig aan een grooteren weg, die den onzen loodrecht snijdt. Wij nemen dezen en gaan rechts af, een eenigszins dalenden zanderigen weg, tot wij weldra weer links afslaan bij den eersten weg, die den onzen weer kruist.



Dezen vervolgende, staan wij weldra voor de boerderij "de Meerbekke". De weelderige groei van boom en en planten doet ons denken aan een oase in deze heidevlakte. Hier vloeit een heerlijk ruischend beekje, dat het water van de bronnen voert naar de wasscherij. Deze boerderij passeerende, gaan wij links af een bezoek brengen aan de bronnen. Hier zien wij hoe het koele, heldere water uit den grond opborrelt en zich een weg baant tusschen planten en heesters. Eerst zijn het kleine gootjes, deze vereenigen zich telkens en het beekje wordt hoe langer hoe grooter. 't Is hier heerlijk om in de schaduw der zware beukenboomen een oogenblik te rusten. Door een prachtige beukenlaan, wandelen wij thans naar de stoomwasscherij “het Springendal" van den heer Cramer. Hier hebben wij tevens nog even gelegenheid om in den grooten vijver de karpers en goudwinden met een bezoek te vereeren. Vanaf de wasscherij gaat een flink pad door de heide naar den grintweg van Lage en zijn wij in ongeveer 45 minuten weer thuis.

Brekkelenkamp.

Wanneer U een kaart van Overijssel voor U neemt, valt U op die uitspringende tip in Duitschland, dat Noord-Oostelijk hoekje van Twente, dat aan twee zijden door Hannover begrensd wordt. Dit merkwaardig stukje grond heet Brekkelenkamp. 't Is een buurtschap, behoorende tot de gemeente Denekamp. De bewoners, meest Protestant, behooren kerkelijk onder Ootmarsum, terwijl de Katholieke bewoners te Lattrop, een aangrenzende buurtschap, ter kerke gaan.
Wij willen thans een wandeling maken naar Brekkelenkamp, waarvoor wij een geheelen dag reserveeren. We wandelen den weg naar Denekamp op, doch verlaten, zoo spoedig wij de weverij gepasseerd zijn, dezen, om links afslaande het eerste voetpaadje te nemen, dat ons na eenige bochten brengt op het z.g. Postelpad. Dit voert ons door een heide, waar wij weer ten volle van een open vrij gezicht en bloeiende heideplantjes kunnen genieten. Spoedig bereiken wij een dennenboschje, waaruit de heerlijke dennenlucht ons reeds tegemoet komt. Waar wij ons thans bevinden is de Postelhoek. Wij wandelen dezen door, zonder dat we bemerken, dat dit een afzonderlijk buurtschapje is. De huizen liggen zeer verspreid en nog al tusschen
boom en verborgen. De laatste boerderij, die wij rechts laten liggen, is de Hoogboer. Thans staan wij voor den Ottershagen, een uitgestrekte weidevlakte, die echter voor het grootste gedeelte van het jaar onder water staat, door overstroomingen van den Hollandschen Graven en den Dinkel. Een verhoogd voetpad leidt ons door deze vlakte. Aardig is het gezicht op al die vondertjes, eerst kleine, later worden ze grooter, alle zijn het bruggetjes over de doorlaten van het water. Halverwege passeeren wii een vrij lang vonder, hetwelk over den Dinkel leidt. Dadelijk wanneer wij deze over zijn, treft ons een grenssteen aan de linkerhand. Juist hier verlaat de Dinkel ons land en stroomt Duitschland in.


Fragment Chromotopografische kaart des Rijks (1901) (2x klikken)

Wij vervolgen onzen weg nog over menig vondertje en het pad leidt ons een verhoogd stuk bouwland op. In de verte zien wij reeds zware boomen, die ons de nabijheid van Brekkelenkamp aankondigen. Het paadje slingert zich tusschen en langs roggevelden en wij bereiken weldra de eerste boerenplaats, die van den landbouwer Lambert Scholten. Een glas versche melk smaakt ons heerlijk en wij vinden het interessant kennis te maken met een spinnewiel, hetwelk in deze buurtschap nog veel gebruikt wordt. Hier wordt nog het lijnzaad gezaaid, waarvan het vlas gewonnen en door het spinnewiel tot draden gesponnen wordt. Een boerendochter, die gaat trouwen, heeft haar eigen gesponnen linnengoed en menige huismoeder zal U hier met trotsch hare linnenkast laten zien met rollen eigengesponnen linnen. Zooals het elders ging, begint het ook hier te gaan, dat zelf-spinnen raakt uit de mode. Er is dan ook nog maar één landbouwer in deze buurtschap, die er een handweefgetouw op na houdt. Wij gaan verder en begeven ons naar het huis “Brekkelenkamp". 't Is een oud, vervallen, thans onbewoond soort van kasteel, door een ringgracht omgeven. Aan een en ander is echter nog duidelijk te zien, dat het vroeger betere dagen gekend heeft. Dit huis behoort aan Baron van Heeckeren van Twickel, die hier vele boerderijen heeft liggen. In de onmiddellijke nabijheid hiervan vinden wij twee grafsteenen, door een ijzeren hek omgeven, vermeldende de namen van Johan Hendrik Zegers en Vrouwe Heloise, Lydia, Wilhelmina Backer Van Leuven, geb. Zegers, vroegere bewoners van het huis Brekkelenkamp.


Fragment Chromotopografische kaart des Rijks (1901) (2x klikken)

Stellen wij belang in een grensscheiding tusschen Nederland en Duitschland, die juist door een boerderij gaat, dan begeven wij ons wat van den te volgen weg af en zien weldra dat aan iedere zijde van het huis een grenssteen juist tegen den muur staat. Voor de bewoners zoude deze grensregeling zeer moeilijk zijn en daarom wordt het geheele huis gerekend te behooren tot Duitschland. Wij vervolgen onzen weg en bereiken de school met aangrenzende onderwijzerswoning voor het hoofd der school. Wij passeeren verder nog menige boerderij, aan de eene is dit eigenaardige, aan de andere dat. In het bijzonder treft ons het orgineele van de natuur, die echte heidevlakte, waartusschen de boerderijen met hun bouwland verborgen liggen.
Verder klinkt het dialect van de bewoners ons vreemd in de ooren, hetgeen reeds zeer sterk naar het Duitsch overhelt. Allen zijn vriendelijk en rekenen het zich tot een eer, U een en ander te kunnen en mogen vertellen van hun buurtschap en hunne gebruiken. De meesten hunner o.a. bakken hun eigen tarwebrood terwijl de nieuwjaarskoeken gebakken worden in ijzers, waarin spreuken en zegenwenschen zijn aangebracht, tevens vermeldende de namen van den man en van de vrouw, benevens hun jaar van trouwen. De kleederdracht dezer menschen wijkt wel het meeste af van die der bewoners van andere buurtschappen. Vooral bij eenige der oudste huishoudingen treft men nog zeer ouderwetsche kleederdrachten aan.



Wij komen nu achter in Brekkelenkamp, dat is het meest Noordelijke gedeelte. Bij de boerderij van den landbouwer Bergman treft ons het ooievaarsnest op zijn huis. Zijn wij ook deze boerderij gepasseerd, dan zien wij, na een kromming van den weg, eensklaps het Duitsche dorpje Lage voor ons liggen, nog van ons gescheiden door een weidevlakte. waarop rustig het vee graast. Juist voor we Lage bereiken, passeeren wij nogmaals den Dinkel, die door het dorpje heenloopt. Hier hebben wij thans de gelegenheid om den inwendigen mensch te versterken, teneinde de terugtocht naar Ootmarsurn langs den grintweg te kunnen aan vaarden. Deze weg voert ons langs het Duitsche en Hollandsche grenskantoor weer huiswaarts.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen